Opeth – In Cauda Venenum
Tool - Fear Inoculum
Killswitch Engage - Atonement
Baroness – Gold & Grey
The National
Rammstein -Rammstein
Agenda
16 OKT
As i Lay Dying
17 OKT
Compact Disk Dummies
17 OKT
Gepetto & the Whales
17 OKT
ADE LIVE
18 OKT
The Van Jets
19 OKT
The Greatest Switch
22 OKT
Angie Stone
22 OKT
Killswitch Engage
24 OKT
Dez Mona
29 OKT
John Mayall
30 OKT
Stef Kamiel Carlens
31 OKT
Machine Head
01 NOV
King Hiss
02 NOV
Brit Floyd
02 NOV
RGMC XXL 2019
04 NOV
Volbeat
05 NOV
Sheila E
16 NOV
Devin Townsend
16 NOV
Nikki Lane
22 NOV
Agnostic Front
23 NOV
H8000 Hardcore H8000 Book
23 NOV
The bollock Brothers
27 NOV
Cult of Luna
28 NOV
Stake
30 NOV
Mustasch
02 DEC
Bokassa
03 DEC
Trixie Whitley
06 DEC
Mauro - Per W
07 DEC
Max and Igor Cavalera
07 DEC
Age of Love xxl
01 FEB
Editors
02 FEB
Slipknot
02 FEB
Sabaton
22 FEB
The Darkness
13 MAA
Morcheeba
04 APR
Within Temptation & Evanescence
19 APR
Lamb Of God
17 JUN
Green Day

The odd man

Space Indians 2000


 

 

“One small madras for man, one giant leap for the curry”

 

India, het land waar goden meerdere armen hebben, koeien en pepersaus minstens drie meter van elkaar verwijderd zijn en waar ze een eigen filmindustrie hebben die flamboyanter is dan een fel paarse Lamborghini Gallardo met vlammen op de zijkant. Daarnaast ook veel armoede, reïncarnatie, expert level train surfing-skills en blijkbaar ook discriminatie naar landgenoten met een donkerdere huidskleur, iets wat ‘Viceland’ recent aankaartte in een documentaire over de Indiase cosmetica-industrie. De kans op het vinden van werk of een partner is er blijkbaar veel groter voor mensen met een blekere huidskleur en hier spelen cosmeticaproducenten gretig op in door producten aan de man/vrouw te brengen die je huid blanker maken.

 

Je zou dus kunnen stellen dat India met hun versie van Hollywood, Bollywood, en hun discriminatie naar donkerder gekleurde mensen, krampachtig en op een absurde manier als het westen probeert te zijn. Daar komt nu ook nog bij dat ze een poging gewaagd hebben om, zoals de grote wereldmachten, een ruimtetuig op de maan te laten landen en deel uit te maken van de Super High Club. Op 7 september konden we het avontuur volgen van het Indische ruimtevaartprogramma ISRO, dat de onbemande maanlander Vikram richting zuidpool van de maan stuurde om (volgens queen of conspiracy theories Joke Schauvliege) op zoek te gaan naar de beruchte maanpinguïns. Alles verliep volgens plan tot ze de laatste minuten voor de landing alle contact verloren met het ruimtetuig. Expeditie gefaald.

 

India wilde hiervoor geen buitenlandse technologieën aankopen, maar alles zelf produceren. Goedkoop produceren, wel te verstaan, wat volgens mij evenveel risico’s inhoudt als wij die zelf onze elektriciteit leggen om er ook maar goedkoop vanaf te zijn. Hoe goedkoop vraag je je af? Wel, deze missie heeft zo’n 127 miljoen dollar gekost. Even ter vergelijking, de laatste ‘Avengers’-film, ‘End Game’, had een budget van 356 miljoen dollar. Met andere woorden, een lachwekkend budget voor een ruimtemissie. Dat is natuurlijk relatief, want stel je voor wat India allemaal had kunnen doen met een gigantische som van 127 miljoen dollar op vlak van leefomstandigheden en infrastructuur voor hun bevolking. Een dergelijke investering in riolering en nutsvoorzieningen zou een immens direct effect hebben op de levenskwaliteit en gezondheid van de Indiase bevolking. Waarom je niet eerst focussen op je bevolking en pas later op een levenloos ruimtetuig, dat overduidelijk nergens naar toe gaat? Aan de andere kant kan deze investering in technologie een gunstig effect hebben voor het land op langere termijn. Heel paradoxaal allemaal. Kiezen voor welvaart nu, of welvaart morgen. Toch blijf ik er bij dat die 127 miljoen dollar beter besteed waren aan de mensen, dan aan het achternalopen van dromen uit de jaren ‘50. Maar wat ik me nog meer afvraag: wat een verschil hadden we kunnen maken als die laatste Avengers-film nu eens niet was gemaakt.

 

This is The Odd Man saying: Gandhi phone home?!

.

Meer lezen...

Opeth – In Cauda Venenum

02 OKT 2019
Opeth – In Cauda Venenum


 

 

Cd-review: Opeth – In Cauda Venenum (4/5)

 

Zweeds venijn

 

Mikael Åkerfeldt en zijn gevolg zitten met hun laatste worp aan dertien stuks. Het langverwachte In Cauda Venenum is er, zoals het gros van hun discografie, ééntje om in te kaderen. Om hun Zweedse roots wat kracht bij te zetten wordt deze plaat zowel in het Engels als in het Zweeds uitgebracht. Afgelopen zomer werden al twee pareltjes, Dignity en Hand in Hand, via verschillende digitale kanalen verstuurd om de zwoele gemoederen nog wat te verhitten. Na Rammstein, Slipknot, Tool en Korn bewijzen ook Opeth dat ze na een dikke twintig jaar aan de metaltop anno 2019 nog steeds relevanter zijn dan de zoveelste Brexit-discussie.

 

Na de sacrale prelude Garden of Earthly Delights worden de reeds voorgeloste tracks geposteerd. Het is wederom duidelijk dat Åkerfeldt tijdens het musiceren niet over één nacht Zweeds ijs is gegaan. Complexe composities knetteren als een warm haardvuur door de speakers. We horen meer dan ooit invloeden van progrock grootheden King Crimson en Rush de revue passeren. Mogen we Opeth een gemuteerde of gemetalliseerde Pink Floyd noemen!? Van ons mag dat zeker.

 

Grunts en loeiharde gitaren worden door het zichzelf vernieuwende Opeth al een kleine tien jaar in de koelkast gestopt om enkel live nog ten berde te brengen. Op In Cauda Venenum blijven ze hetzelfde ingeslagen pad bewandelen. Desalniettemin wordt op iedere plaat sinds het afzweren van gegrom en geschreeuw nog steeds een kleurenpallet van riffs naar voor geschoven waar weinig collega’s aan kunnen tippen. Deze eigenwijze Zweden doen hun zin en het wordt nog steeds door heel wat liefhebbers gesmaakt. Zo krijgen we met Next Of Kin vintage Opeth voorgeschoteld terwijl het daaropvolgende Lovelorn Crime een prachtige ballad is met eighties-allures.

 

Bij Charlatan wordt weer een versnelling hoger geschakeld. Opgejaagde gitaren en een frontman in bloedvorm zijn de ingrediënten van de blijvende succesformule. Ook Universal Truth hakt er zowel van zijn zachtste als hardste kant genadeloos in. Opeth slaagt er in om op deze plaat toegankelijk te blijven maar toch te doen wat ze graag doen: goochelen met genres en de grenzen van wat mogelijk is opzoeken. The Garroter wordt zelfs ingeleid met een streepje flamenco-geriedel. Wat daarna volgt valt het best te omschrijven als experimentele avant-garde jazz. Zo zie je maar dat je als metalband van alle markten thuis moet zijn om jezelf te vernieuwen.

 

Op woensdag 6 november kan je ze voor de elvendertigste keer bewonderen in de AB. Na hun verschroeiende passage afgelopen zomer op Alcatraz, toch weer een datum om in de agenda aan te kruisen.

(BG)