King Hiss - Earthquaker
Opeth – In Cauda Venenum
Tool - Fear Inoculum
Killswitch Engage - Atonement
Baroness – Gold & Grey
Rammstein -Rammstein
Agenda
22 NOV
Underworld
22 NOV
Agnostic Front
23 NOV
The bollock Brothers
23 NOV
H8000 Hardcore H8000 Book
27 NOV
Gwar
27 NOV
Cult of Luna
28 NOV
Stake
29 NOV
Goose
29 NOV
Definitivos - 40 Years
30 NOV
Troyfest
30 NOV
Mustasch
02 DEC
Bokassa
03 DEC
Trixie Whitley
06 DEC
Mauro - Per W
07 DEC
Max and Igor Cavalera
07 DEC
Age of Love xxl
29 JAN
Sunn O)))
01 FEB
Editors
02 FEB
Slipknot
02 FEB
Sabaton
22 FEB
The Darkness
13 MAA
Morcheeba
03 APR
Millionaire
04 APR
Fleddy Melculy
04 APR
Within Temptation & Evanescence
19 APR
Lamb Of God
30 APR
Nick Cave
17 JUN
Green Day
18 JUN
Eric Clapton

The odd man

De Dikke Bedonkedonk Brief der Vandalen


 

“Lief, klein konijntje had een schrijffout in zijn naam”

 

Ondanks alle interessante gebeurtenissen van de afgelopen maand(en), kan ik hier deze maand helaas mijn vaste en kritische pen niet op richten. Ik had het namelijk te druk met het schrijven van een brief aan de auteur van een woordenboekje in mijn kast, een obese gast die Van Dale heet ofzoiets… Bij gebrek aan column, zullen jullie het moeten stellen met een kopie van mijn brief aan bovengenoemde heer.

 

 

Geachte Heer Van Dale,

 

In de loop van de geschiedenis hebben onze woorden een grote evolutie meegemaakt. Onze taal is constant in ontwikkeling, of we dat nu willen of niet.

 

Na een grondige observatie en filosofische studie van mijn konijnen, heb ik besloten deze evolutie een handje toe te steken. Ik ben immers de mening toegedeeld dat konijnen een meer accurate benaming kunnen gebruiken, namelijk ‘bedonkedonk’. In deze korte, maar doorslaggevende brief van historische waarde zal ik trachten mijn mening toe te lichten en u van deze stelling te overtuigen.

 

Wanneer je kijkt naar het bewegingspatroon van een konijn, zie je een zigzaggende op-en-neer-beweging. Je zou deze verplaatsingen kunnen vertalen naar “donke bedonke donke”. Vervolgens kan je, wanneer je hun achterwerk bestudeert, een egaal, rond en behaard kontje zien dat meer weg heeft van een dikke “bedonkedonk”. Daarbovenop mag hun naam na al die tijd toch wel eens  veranderen? Zoals ik tegen mijn monogame vrouw altijd zeg: “Verandering van spijs doet eten!”

 

Mijn overige argumentering is jammergenoeg verloren gegaan. De meeste van deze motiveringen kwamen in mij op terwijl ik op café zat. Aangezien bierkaartjes minder en minder te vinden zijn in onze Vlaamse kroegen (met dank aan de linkse strijd tegen de bierkaartindustrie), moest ik me behelpen met mijn mobiele telefoon. Gezien ik beschik over een ouder model van die met fruit op, is deze meer plat dan opgeladen. Daarom werd de rest van mijn bewijsvoering niet genoteerd tijdens de zatte avond waarop dit ingenieuze idee werd bedacht.

 

Niettegenstaande ben ik in de veronderstelling dat ik genoeg kracht kan zetten achter de notie om de term ‘konijn’ officieel te laten veranderen naar ‘bedonkedonk’.

 

Ik hoop spoedig iets te horen van uw beslissing omtrent deze zinnige vraag.

 

Hoogachtend,

The Odd Man, PhD in Bullshit en Nobelprijswinnaar in wording.

 

 

 

 

Meer lezen...

Interview: Mauro / Kloot

04 OKT 2019

 

Mauro / Kloot


Per W / Pawlowski

 

Voor mij is dit gesprek – hou je vast – zo’n beetje als Lennon & McCartney interviewen. Per W & Pawlowski zijn eveneens twee vrijgevochten creatieve geesten met een behoorlijke staat van dienst.


Mauro (48 j.) heeft Poolse en Italiaanse roots. Een interessante mix, zo blijkt. Hij speelde bij duizenden groepen waarvan de bekendste Evil Superstars en dEUS zijn. De Evil Superstars maakten heerlijke songs als ‘Satan is in my ass’, ‘B.A.B.Y.’ (met grappige zinnen als ‘Skip your dinner, and come down if you wanna have smart sex with a winner’) plus het onverwoestbare ‘Sad sad planet’.


Kloot (64 j.), zanger / multi-instrumentalist / graficus / illustrator, mag je zonder meer de D.I.Y. (Do It Yourself) godfather noemen. Ook hij maakte deel uit van duizend bands. Om er enkele te citeren: The Misters, The Employees, De Lama’s en – jawel – De Kreuners. Hij gaat de geschiedenis in als de man die zijn muziek via cassettes aan de man bracht. Leeftijdsgenoot Jan Hautekiet geeft zonder blozen toe dat hij opkijkt naar Per W.


De cd van Per W en Pawlowski heet ‘Insider outsider’, telt 21 tracks en wordt uitgegeven door het Engelse Jesusfactory Records. Een buitenlandse platenmaatschappij gezegend door christus, dat kan tellen. De uitermate lovende recensies komen zowel van het instituut Humo, het toonaangevende Nederlandse muziekblad Oor, Het Nieuwsblad als van nog een pak anderen.

Een LP bestaat uit twee zijden, vandaar een dubbelinterview. Waan jezelf in Liverpool, nog voor de Brexit. Die stad asemt The Beatles.

 

Kant A: Mauro Pawlowski

 

Hoe ben je bij Per W terechtgekomen?

Dat gebeurde via Felix Huybrechts, de man achter Starman Records. Hij vertelde me dat Kloot een producer zocht. Zo hebben we afgesproken en zijn we samen beginnen werken. Ik ben een paar keer naar Tervuren geweest, de woonplaats van Per W. Zijn werkkamer moet dringend erkend worden als werelderfgoed. Hiermee verwijs ik naar de hoes van onze cd. Ik schiet goed op met Kloot omdat hij inspirerend werkt.

 

Hoe gingen jullie te werk?
De inbreng was zowat 50/50. We zijn twee jaar geleden begonnen. Nu ligt de plaat in de winkels. Daar gaat inderdaad een periode over. De teksten zijn hoofdzakelijk van Per W. Hij stuurde eens een medley door met onafgewerkte tekstflarden. Deze hebben we letterlijk gebruikt. We bespeelden als duo alle instrumenten zelf. Later werden de drums van Jo Moens (The Employees) en de bas van Pip Vreede (Red Zebra, The Wolf Banes) toegevoegd. De ondersteuning van de vocals gebeurde door niemand minder dan Daan, Nathalie Delcroix (Lais), William Souffreau (Irish Coffee) en Mona.

 

Waren er inspirerende voorbeelden zoals in de recensies vermeld worden?
Dat van The White Album (de dubbele witte van The Beatles) en The Velvet Underground (met Lou Reed en John Cale) klopt als een bus. Dat zijn dan ook twee mijlpalen. Diegene die dat ontkent, heeft geen kaas gegeten van popmuziek. The White Album is een trendsetter. Een soort compilatie met 30 songs, alsjeblieft. Er zit geen echte lijn in. Met heel afwisselende nummers als ‘Back in the USSR’ over ‘Dear Prudence’ naar ‘Sexy Sadie’.
Op ons schijfje staat er ook hitgevoelig materiaal. Als alternatievelingen zijn we daar zeker niet vies van. Neem bijvoorbeeld ‘Land of the most forgotten’ of ‘Waiting for the con man’.

 

Je muzikale loopbaan loopt van The Evil Superstars over dEUS naar Per W en verder. Hoe voelt dat aan?

Dat is simpel. Ik speel bij iedereen als het maar interessant is. Ik heb veel waardering voor Kloot. Ik vind zijn cassetteperiode een hoogtepunt. Ik was al fan van hem toen hij bij The Misters en The Employees speelde. Een artiest die heel wat in zijn mars heeft en niet in één vakje te stoppen is, daar hou ik heel erg van.

 

Kant B: Kloot Per W

 

Hoe is jouw samenwerking met Mauro tot stand gekomen?

Ik kende Felix van Starman Records. Ik speel bij Lavvi Ebbel en hij had een dubbel-cd van die groep uitgebracht. Hij lanceerde recent ook een luxebox van mijn ‘Music For Girls’ op cassette. Felix bracht ons samen. Zo hebben Mauro en ik afgesproken in een kroeg. Het klikte meteen. We zijn uit hetzelfde hout gesneden, weliswaar van een andere generatie. Ik vertelde hem dat ik een hele stapel onafgewerkte nummers had. ‘Geen probleem,’ zei hij me, ‘bezorg me alles.’ Ik vertelde hem dat het honderden zaken betrof. Hij vond dat prima. Om te beginnen heb ik hem vier maanden lang alles doorgestuurd.
We speelden enkele keren samen in mijn repetitiehok. Sommige opnames gebeurden zelfs via de smartphone. Daarna voltooide de wisselwerking zich via het internet.

De productie was in handen van Mauro. We hadden geen budget, nul euro. De mannen van Pink Floyd zouden je vierkant uitlachen.

Ik schat Mauro zeer hoog in. We zijn gelijkgezinden. Hij weet op een clevere manier invloeden te integreren. Hij beschikt over een zeer grote muzikale horizon.

 

Werkte the White Album inspirerend?
Zeer zeker, dit album was een soort sjabloon dankzij de verschillende sferen. ‘Eleonor Rigby’ is een song van The Beatles, weliswaar van ‘Revolver’. Dit personage diende als archetype voor vergeten eenzame mensen. Door de herhaalde regel ‘Look at all the lonely people. Where do they all come from? Where do they all belong?’
Ik heb er ‘Eleonore Rigby’ van gemaakt, een slepend Franstalig nummer. Geïnspireerd op Madame Bovary, een vrouw met verschillende persoonlijkheden.

 

Hecht je veel belang aan liedjesteksten?

Jawel. Het label Jesusfactory complimenteerde me met mijn teksten. Deze zijn verborgen autobiografisch. Ze gaan dus over mezelf en zijn bijgevolg persoonlijker.

 

Zoals je merkt zijn Mauro & Kloot op hun eigen manier Lennon & McCartney.
Per W & Pawlowski concerteren op vrijdag 6 december in Gistel omdat de Sint overbezet is. De groep bestaat uit zeven muzikanten die hun sporen verdiend hebben bij The Wolf Banes, dEUS, Red Zebra, The Employees, De Kreuners…

 

Het voorprograma wordt verzorgd door ‘Not Eno & Cale’. Dat is duizendpoot Marcel Vanthilt in duo-formatie. Ze brengen hun versie van new wave klassiekers. Eenmalig en uniek.
Zes december 2019 zal – naast het vele speelgoed en snoep – in je geheugen gegrift blijven als een uitzonderlijke muzikale avond.

 

Dirk Ghys

 

Wat                            concert Mauro / Per W plus band

Voorprogramma       Marcel Vanthilt duo (Not Eno & Cale)
Wanneer                    vrijdag 6 december – 20 uur

Waar                          cc Zomerloos Gistel

Info                            059 27 98 71 of [email protected]

Voorverkoop             15 euro

Meer lezen...

Interview: Dominiek Hoet

19 SEP 2019

 

Interview Dominiek Hoet - september 2019

 

Dominiek Hoet. Naast de awesome bassist van de West-Vlaamse band King Hiss, genoemd naar personage uit de He-Manreeks, is deze veelzijdige bebaarde man een verzamelaar van vintage skates en toys. Daarnaast is hij ook guitartech bij Fleddy Melculy en Channel Zero. Als kers op de fuck-me taart heeft hij een eigen studio waar hij zijn werk als producer uitoefent. Hier bevinden we ons dan ook, omgeven door gitaren en recording gear en Dominiek liggend in een sofa die volgens de legende ooit deel uitmaakte van het interieur van een bordeel.

 

Het is de allereerste keer in mijn leven dat ik een interview afneem. Ik verwacht dat dit net zo zal zijn als mijn eerste keer seks: geen flauw benul wat ik aan het doen ben en voorbij voor ik het besef. Ik hoop dus voor Dominiek hetzelfde als voor mijn eerste liefde Celine: “Hopelijk was het voor jou even leuk als voor mij?”

 

Dominiek, dit is vast niet je eerste interview (van een debiel als ik):

 

Ja, het gebeurt wel eens dat ze mijn mening vragen (lacht). Ik moest ooit eens ter gelegenheid van Record Store Day in Gent mijn favoriete plaat meenemen en een nummer toelichten. Ik weet nog goed dat ik ‘My Generation’ van ‘The Who Live At Leeds’ had gekozen, maar ik had de verkeerde kant opgelegd en het nummer ‘Shakin’ All Over’ speelde af. Ik heb me er dan maar uitgeluld met “Nu goed ja. Je weet wat ik bedoel. Gewoon goede plaat!” (lacht)

 

Jullie staan met King Hiss aan de vooravond van jullie derde studioplaat, ‘Earthquaker’. Hoe zijn jullie tot dit punt gekomen?

 

Joost (gitaar) en ik speelden vroeger in de band ‘Man’s Ruin’. Joost zong wel goed, maar we hadden in het verleden nog Jan (zang) aan het werk gezien met ‘Fenndango’ en we zagen het wel zitten om eventueel met hem samen te werken. Onze toenmalige drummer, Merv, had hem toen een berichtje gestuurd via ‘Myspace’, waar we uiteindelijk drie jaar later positief antwoord op kregen. ‘Man’s Ruin’ was toen uiteindelijk al gestopt en Joost en Jason (drummer) waren toen samen aan het repeteren. Hun bassist Tom zag het echter niet zitten om lage en zware muziek te maken, waardoor Joost terug aan mijn mouw is komen trekken. Ik weet nog dat ik op de eerste repetitie met Jason een abces in mijn keel had, waardoor ik amper kon praten. Toen ik een slok Ice Tea nam (lekker rock ‘n roll), barste dat abces. Ik heb daar dan zeker een halve liter etter uitgespuwd in een vuilbak en ik weet nog dat Jason daar met een rare blik naar me stond te kijken van “Wat is dat hier allemaal?”. Enkele weken later vervoegde Jan de band. De eerste 10 minuten van de eerste repetitie met hem wisten we het zeker: dit zou onze frontman worden. De puzzel viel redelijk snel netjes in elkaar.

 

De King Hiss roots even ter zijde, waar liggen jouw muzikale roots?

 

Ik heb eigenlijk sinds mijn 4-5 jaar altijd gitaren in mijn handen gehad. Mijn nonkel was bassist en ik heb ook superlang zitten zagen bij mijn ouders om een gitaar te mogen hebben. ‘Born In The USA’ van Bruce Springsteen was dan ook net uit en ik deed dan ook zo een wit hemd aan en mijn haar naar achter om Bruce Springsteen na te doen. Dat was echt mijn held (wijzend naar een oude Springsteen kalender die in zijn studio hangt). Ik heb die plaat nog steeds. Ik luisterde ook veel naar de platen van mijn ouders. Mijn moeder hoorde graag de psychedelische nummers van Deep Purple en mijn vader was een grote fan van The Stones, maar eigenlijk zijn die minder blijven hangen. Ik heb dan via mijn nonkel ‘The Who’ opgepikt. Voor mij is dat gewoon dé band. Ik spreek dan voornamelijk van de periode dat de drummer Keith Moon nog leefde. Met kerst keken wij dan ook altijd naar videocassettes van ‘The Who’. Ons moeder zag wel graag ‘The Sound Of Music’, maar wanneer die non dan al jodelend over de heuvel kwam schoten mijn vader, broer en ik dan altijd in de lach en mochten we toch naar ons eigen dingen kijken. Vader legde dan ook vaak de cassette van The Rolling Stones op het Altamont Festival op. Ik vond die beelden van de jaren ‘60 echt de max. Dat moet zo’n machtige tijd geweest zijn. Maar de stukken waarbij gitaren kapot werden geslagen, mocht ik van mijn vader wel nooit zien.

Op mijn twaalfde ging ik dan naar de Broederschool in Roeselare, waar iedereen rondliep met bandshirts van Nirvana, Sepultura, Channel Zero, ... Ik maakte kennis met vele punkbands. Je kon in die tijd dan voor 100 frank de verzamelcd’s van Punk-O-Rama kopen, waar er massa’s goeie bands op stonden. Ik dacht trouwens dat dat allemaal Amerikaanse bands waren, tot ik op school een flyer in mijn handen kreeg voor een optreden van ‘Liar’, samen met de gasten van ‘Congress’, in Izegem. Je hoort die mannen dan babbelen en dat zijn gewoon Vlamingen! Mijn wereld is opengegaan! Invictus vind ik ook één van de beste platen die ooit gemaakt werd in België.

 

Voor jullie nieuwste plaat werken jullie samen met Brent Vanneste. Hoe is het om met hem samen te werken? Een groot verschil met Ace Zec?

 

Sadlands werd door Ace geproduced. Dat was een geestig, maar een zeer intens en streng proces. Ace had een duidelijke visie en dat hield in dat we veel nieuwe dingen, die ik totaal niet gewend was, moesten proberen. Op die manier heb ik wel enorm veel bijgeleerd. Ik was zeker niet de strakste bassist, maar eerder een powerplayer (gezien mijn punk-achtergrond). Ace ergerde zich vaak: op een gegeven moment moest ik een half uur aan een stuk dezelfde riff spelen. Dat waren zeker niet de gezelligste momenten, maar die discipline en dril hebben van mij een betere bassist gemaakt. Ook Jason heeft door de samenwerking met Ace grote stappen vooruitgezet als drummer. De combinatie Ace-Jason was gewoon super. We maakten samen met Jens De Vos van Panda Productions een documentaire over hoe Sadlands tot stand kwam. Vanaf de pre-productie t.e.m. de releaseshow. Het heeft mij altijd een geërgerd dat er gefilmd werd op één van mijn ‘slechtste’ dagen. Ik had niet goed geslapen, pinten gedronken en mijn haar stond in alle richtingen (haha). Ik herinner mij dat ik mega-pissed was dat ze net toen kwamen shooten. Maar goed, het is wat het is. Ik vind het nog altijd jammer dat die stukken de cut gehaald hebben. Sensatie is ook belangrijk, zeker? (lacht)

 

Ik heb die video gezien. Het zag er menselijk uit. Je zag dat het bloed zweet en tranen heeft gekost.

 

Er zit ook falen in. En dat is wat we wilden tonen: het menselijk aspect. De Sadlands plaat is er eentje waar we nog altijd heel erg fier op zijn.

 

Hoe verliep de samenwerking met Brent Vanneste dan?

 

We hebben, met uitzondering van de drums (dat deden we bij Closed Session in Roeselare), alles opgenomen in mijn studio thuis. Brent heeft hier eigenlijk een maand en een half zo goed als gewoond. Hij had ook een sleutel. Ik moest gewoon een bericht sturen naar mijn vrouw om te laten weten dat Brent thuis was. Ze zette dan koffie en zijn eten stond in de frigo. Het gebeurde dat wanneer ik thuiskwam, hij met mijn kinderen op de trampoline aan het springen was. Dat was gewoon een zotte boel. Daarnaast is Brent gewoon super enthousiast. Ik heb nog nooit zoveel plezier gehad. Hij greep de kans om alles uit te proberen, tot het belachelijke toe soms. Het was niet altijd hoe we wilden, maar we gaven het altijd een kans. Hij weet gewoon wat een nummer nodig heeft. Hij heeft zeker en vast zijn stempel gedrukt op Earthquaker. We zijn hem heel dankbaar.

 

Heb je ook het gevoel dat je terug veel geleerd hebt?

 

Ja, het was minder een strijd, maar dat ligt ook grotendeels aan het feit dat we ervoor met Ace hebben samengewerkt. Door de discipline die we bij Ace hebben opgepikt, konden we ons met Brent meer concentreren op andere dingen zoals originaliteit en creativiteit. We moesten geen 150 takes doen om een riff strak te spelen. We konden 20-30 takes spenderen aan originele dingen. Toch was er nog steeds voldoende gezonde stress. Dat is altijd zo wanneer je een plaat opneemt, zeker als je met deadlines zit. Een klein weetje. De drums moesten in 4 dagen worden opgenomen, omdat Jason met een ontsteking zat op een pees in zijn arm. Hij heeft zeker 150 keer de opnames beluisterd, omdat hij wist dat hij de drumopnames in zo’n korte tijd moest afwerken, want langer zou hij niet volhouden. Echt dedication. Uiteindelijk heeft hij de klus geklaard in 3 dagen! Ik heb immens veel respect voor wat hij op deze plaat heeft gedaan.

 

Mastosaurus was een conceptplaat, een verhaal. Is dit nu ook terug het geval?

 

Er is wel een lijn, maar niet zo expliciet als bij Mastosaurus. Ik heb eigenlijk niet zo goed opgelet toen Jan het concept uitlegde (lacht). Hij is eigenlijk een betere persoon om hierop te antwoorden.

Voor zover ik het goed begrepen heb, draait het grotendeels rond de state of mind van de ‘moderne mens’. Jan tekende ook opnieuw een fictieve protagonist uit, die binnen het verhaal het noorden kwijtgeraakt in een overload aan prikkels, zich laaft aan de waan van social media en hinkelt op de dunne lijn tussen manipulatie, stereotypering en polarisering. Daarvoor moest ik efkes spieken in onze biografie, haha! Er wordt niet met de vinger gewezen ofzo, maar Jan houdt wel de vinger op de pols en schrijft over wat hem raakt als mens. Hij heeft duidelijk een donker kantje, maar weet zijn thema’s altijd op een toegankelijke manier aan de man te brengen.

 

 

Je bent ook roadie voor Channel Zero en Fleddy Melculy en je hebt een eigen studio en bent producer. Zijn er bands waar je graag nog mee zou samenwerken?

 

Moeilijke vraag. Ik heb me dat eigenlijk nog nooit afgevraagd. Misschien wel ‘Fire Down Below’. We spelen binnenkort enkele shows samen in Nederland. We hebben daar hetzelfde boekingskantoor. Ze hebben echt een hele goeie plaat uitgebracht en ik denk wel dat ik met die gasten leuke dingen zou kunnen doen. Ik zou ook graag als mede-producer of opname engineer samenwerken met Martin Furia, een goeie vriend van ons die bij Bark en Furia speelt. Dat is ook zo’n positieveling en getalenteerde gast. Zijn producties zijn altijd superstrak en hij heeft een visie die mij zou kunnen aanvullen als producer en muzikant. Alles bewatert elkaar uiteindelijk.

 

Dat is binnen de band waarschijnlijk ook zo.

 

Inderdaad. We zijn gezegend met een steengoeie drummer die een uitzonderlijk talent heeft voor organisatie en beeldvorming en Jan schrijft beestige teksten. Joost en ik hebben het voordeel dat we ons enkel moeten concentreren op goede nummers schrijven en er zijn er toch een paar waar we serieus trots op zijn. We hebben ook een immens goeie crew: waaronder Bram en Stijn Desmet, die er nu waarschijnlijk niet meer zo vaak zal bij zijn omdat hij aan het toeren is met ‘Alien Weaponry’ in de States; Jurgen Vandewalle, onze vaste mixer, die eigenlijk een extra bandlid geworden is; Dominiek Lietaer, die altijd mee gaat voor onze merch; Christophe Brysse die ons altijd voorziet van zalige sfeerbeelden; Bjorn de drumtech en mijn broer als guitartech. Zij zijn altijd enthousiast en gaan er ook voor. Dat is het belangrijkste. Als we op baan zijn is het altijd ‘leute’, terwijl het niet altijd rozengeur en maneschijn is hoor. Er vallen soms heel harde woorden en er zijn zware discussies, tot op een gradatie waarop de meeste mensen direct zouden stoppen met een band. Maar ja, het is een beetje als getrouwd zijn.

 

En met deze huwelijksmetafoor eindigt het gesprek. Voor de geïnteresseerden, King Hiss hun nieuwste voldragen kind uit dit huwelijk zal het licht der streaming zien op 1 november. Dat is tevens dezelfde dag van de babyborrel die zal doorgaan in concerttempel ‘De Kreun’ in Kortrijk. Ik zal alvast aanwezig zijn met een pampertaart vervaardigd uit drumstokken, plectrums en een Bossuwé-bierpakket.

 

This is The Odd Man saying: Interviews zijn lastig.

Meer lezen...

Interview: Intergalactic Lovers

04 NOV 2018

 

De tattoo van Intergalactic Lovers


We spreken af in het Minnewaterpark, een romantische locatie voor een date. Helaas is het druk in de backstage van het Cactusfestival. Ik hoopte op een tête-à-tête met Lara Chedraoui, naast zangeres bij Intergalactic Lovers ook presentatrice bij Studio Brussel. Pech, de gitarist Maarten Huygens schuift mee aan tafel. Na talrijke optredens en het veelvuldig toeren, zien zij er bijzonder fris uit.

 

Ik heb mijn huiswerk gemaakt. Zo ben ik te weten gekomen dat Lara een hekel heeft aan mensen die niet in de ogen kijken wanneer je zit te praten. En aan gierige mensen die nooit terug trakteren. Haar hoogste lichamelijke genot is een knuffel. Ze is heel fysiek ingesteld en heeft het nodig om mensen vast te pakken. Dat belooft.

 

Maarten geeft me een stevige handdruk en, hé hé, Lara pakt me vast en geeft me een zoen. Daarna vraagt ze wat ik drink. Ze trakteert inderdaad. Zij ziet de immense blauwe plek op mijn bovenarm en blijkt oprecht geïnteresseerd. “Wat is dat, jongen? Dit lijkt me geen geboortevlek. Eén of andere beet? Een zuigplek?” Er is geen ontkomen aan haar nieuwsgierige blik. “Een tattoo,” lieg ik. Ze schatert. “Neen, ik ben vorige week over een flightcase gedonderd. Koud water en Flamigel hebben amper gewerkt.” Lara kijkt bezorgd. “Niettemin, het staat je.”
Ik kijk haar in de ogen en vuur mijn eerste vraag af.

 

We moeten met iets van wal steken. Hoe zou jij jezelf voorstellen?
Maarten: Zij is de beminnelijke lelijke aap (gelach). Ik bedoel het goed. Trouwens, altijd. Dat is de totem die ze kreeg bij de scouts, de naam van een dier dat dezelfde eigenschappen heeft als de drager van deze totem.

 

Lara, wil je wat meer vertellen over je Libanese roots?
Lara: Mijn vader is Libanees en mijn moeder een Belgische wereldreiziger. Ze hebben elkaar ontmoet in Afrika op een ambassadefeestje. Tot mijn achtste heb ik in Nigeria gewoond. Daarna verhuisden we naar Aalst. Cultuurshock: geen palmbomen noch nonnen in kleurrijke kleding. Alle meisjes heetten Sofie, waren blond en leken op elkaar. België was raar. Mijn vader kon niet aarden in Vlaanderen en is vertrokken. Het Belgische deel van mijn bloed is nog altijd minder goed ontwikkeld. In koude winters kan ik echt neerslachtig worden.

 

Hoe verzeilt een half Belgisch half Libanees meisje in een popgroep?
Lara: Maarten was mijn scoutsleider. Hij heeft me ongeveer 10 jaar geleden gevraagd of ik in zijn bandje wilde zingen en gitaar spelen. Bij de eerste repetitie dacht ik: “Nee, ik wil naar huis!” Maar hij bleef geduld met mij hebben.

 

Vanwaar komt de naam Intergalactic Lovers?
Maarten: Dat heeft te maken met een verkleedfeestje. Ik was verkleed als marginaal van de toekomst, met veel plastic en aluminiumfolie. In die hoedanigheid verspreidde ik de boodschap van de liefde (hilariteit).

 

Hoe omschrijf je zelf jullie muziek?
Maarten: Ik omschrijf het als de soundtrack voor een film of serie die nog niet gemaakt is. Heel visueel, met verschillende passages, vanuit diverse landen, zowel vrolijk als droevig. Steengoede muziek, vanzelfsprekend.
Het gaat erom samen iets te maken, interactie tussen mensen, toevoegen en schrappen… Je kunt het vergelijken met een flipperbal die van links naar rechts gekatapulteerd wordt. De muziekbladen ressorteren ons bij indierock. Dat doet me altijd denken aan langharige Afghaanse windhonden. Zo’n etiket is me te eng.

 

Wat heb je voorgehad met je hand?
Lara: Ik heb tien jaar in cafés gewerkt. Op een avond wou ik twee bierglazen uit elkaar halen. Ik had niet gezien dat ze aan de achterkant stuk waren. Een seconde later hing mijn duim er nog maar half aan. Sindsdien kan ik geen gitaar meer spelen. Niet getreurd, nu haal ik danspasjes boven op het podium. Ik kan me niet langer wegsteken achter mijn gitaar. Tijdens die eerste optredens stond ik aan mijn statief gekluisterd. Toen dacht ik dat het niet boeiend kon zijn voor het publiek om te kijken naar een zangeres die haar microfoonstandaard op 30 verschillende manieren vasthoudt. Sindsdien laat ik me meer gaan.
Goed nieuws: ik probeer piano te leren.

 

Naar welke muzikanten kijk je op?
Maarten: Ik bewonder David Gilmour van Pink Floyd, een van de beste gitaristen ter wereld. De manier waarop hij een Fender Stratocaster en een lapsteelgitaar bespeelt, grenst aan het onwaarschijnlijke. Zijn eerder trage manier van soleren, maakt hem uniek.
De Franse gitarist Gabriel Yacoub behoort tot de top. Net als Lara heeft hij een Libanese vader. Hij brengt folk- en rootsmuziek en experimenteert met zowel middeleeuwse, traditionele als moderne folk geluiden.
Rodrigo y Gabriela, een Mexicaans gitaarduo, spelen akoestisch eigen nummers. Ze wagen zich ook aan covers van Led Zeppelin en Metallica.
Eigenlijk is Westerse muziek saai. Als ik iets nieuws en boeiend hoor, schrijf ik het op. Ik onthoud ook de talrijke tips.

 

Welke zangeressen bewonder je?
Lara: PJ Harvey, vooral met haar geel kleedje. Florence + The Machine. Jazz-zangeres Melanie De Basio, eigenlijk de Belgische Billie Holiday. Bovendien kijk ik uit naar Charlotte Gainsbourg hier op het festival. De productie van haar album 5:55 door het Franse duo Air boeit me. Ik ben benieuwd naar haar show. Zeg, en Nina Simone, vooral als ze Jacques Brel zingt. We kunnen niet om Brel heen. Wat een teksten! Wat een présence! Als je zijn songs op YouTube bekijkt, dan merk je de echtheid, de passie, de originaliteit… Hij behoort tot de groten der aarde.

 

Jullie hebben al uitgebreid getoerd, zelfs in het buitenland. Welk van jullie concerten blijft je het meest bij?
Lara: De eerste maal dat we op Dour speelden en de eerste keer dat we de A.B. uitverkochten in datzelfde jaar. Voorheen modderden we wat aan in jeugdhuizen.

 

Vertrouw ons enkele anekdotes toe.
Maarten: In het Rivierenhof, Antwerpen, ben ik eens mijn versterker vergeten op de parking. Het zweet brak me uit. Gelukkig stond die er nog.
Lara: Blijft me levendig bij, het moment dat we op Cactus een compliment kregen van Greg Dulli, frontman bij de Amerikaanse band Afghan Wigs.
Voor een tournee had ik op straat een koffer gevonden die ik dicht had geworpen. Er zat een cijferslot op waarvan ik de code natuurlijk niet wist. Toen zijn de jongens de kroeg ingegaan en heb ik tot een stuk in de nacht alle codes geprobeerd. Uiteindelijk moesten we hem opensnijden (lacht). Helaas word ik nooit minder chaotisch. Op de koop toe denk ik niet na voor ik iets doe.

 

Is het moeilijk toeren met mannen?
Lara: Dat valt best mee. Ik ben geen meisje meisje en zij zijn geen typische jongens. Je moet wel een beetje rekening houden met de ego’s.
Maarten: We zijn geen echte macho’s, behalve Lara dan (gelach).

 

Op welk eigen nummer ben je het meest content?
Maarten: Op ‘For the young ones’ uit ons laatste album ‘Exhale’. Morgen kan dat gerust iets anders zijn.
Wat betreft onze eerste cd ‘Greetings & salutations’, daar ben ik ook heel tevreden over. Het is logisch dat we veel bijleerden met ons debuut. Thomas Hahn producete. Hij leerde me dat je bijvoorbeeld je versterker kan platleggen om een ander geluid te krijgen. Steve Rooke masterde de cd in de Abbey Road studio’s in Londen. Hij zat in het verleden achter de knoppen bij Wilco en Franz Ferdinand. Bovendien kreeg de man een Grammy voor het opfrissen van het volledige oeuvre van The Beatles.

 

Lara: Sorry maat, we moeten ons klaarmaken voor het concert. Graag tot een volgende maal.

 

Ik moet toegeven dat het de eerste maal is dat ik iemand een volledig gesprek in de ogen gekeken heb. Ik krijg nog een zoen. Eigenlijk had ik graag een drankje terug getrakteerd. Ik blijf verweesd achter en kijk naar de immense bloeduitstorting op mijn arm die indruk gemaakt heeft. Precies een landkaart. Ik neem me voor er een tattoo van te laten maken als aandenken. Hoewel ik de meeste afschuwelijk vind – zeker die bumpers boven de kont – wordt deze origineel.
Naast dit aandenken en interview laten Intergalactic Lovers vooral een muzikale tattoo achter.

 

Dirk Ghys

 

Intergalactic Lovers
support: Mooneye
zaterdag 24 november 2018, 20 uur
cc Zomerloos Gistel, [email protected], 059 27 98 71
toegang € 25 vvk / € 30 add

 

Meer lezen...

Interview: Wannes Capelle

25 JUN 2018

 

Geen metaalmoeheid

bij Wannes Cappelle
(Het Zesde Metaal)

 

Het interview heeft wat voeten in de aarde, een subtiele verwijzing naar de single ‘Dag zonder schoenen’.
Na tien mails met het management prikken we eindelijk een datum. “Dit lijkt op Mick Jagger allures,” zeg ik lachend. “Hopelijk vertonen we geen uiterlijke kenmerken,” repliceert Wannes. Geen slecht woord over The Stones, maar zijn ouders hebben hem genoemd naar Wannes Van de Velde.

 

Het Zesde Metaal werd opgericht in 2005. Knack riep de debuut-cd ‘Akattemets’ uit tot meest onderschatte plaat van 2008. ‘Het kan verkeren,’ voorspelde Bredero want ondertussen zijn twee gouden platen een feit.

 

Ik toon hem een exemplaar van de Gintergazet en voeg eraan toe dat het interview nadien een eigen leven leidt via muziekwebsites als Musiczine. Jean-Marie Aerts genereerde zo 1 300 extra lezers en Cockney Rebel meer dan 1 700. Beeld je in, dat zijn 35 autobussen. “Dan gaan wij voor 2 000,” antwoordt hij kurkdroog.

 

Zijn groep Het Zesde Metaal krijgt wat mij betreft de Nobelprijs voor meest originele groepsnaam. Je kunt het de best geoliede band van het moment noemen. Het zijn stuk voor stuk supermuzikanten en het klikt. De camaraderie kan je van hun gezicht lezen. Het geheim? Ik vermoed dat ze na ieder optreden samen onder de douche staan. Zo belanden we naadloos bij de ecologische klassieker van André Van Duin: ‘Samen in bad. Ja, gezellig is dat. Het brengt je aan de kook en spaart nog water ook… ‘

 

Om de ijsbreker van wal te laten, haal ik een cd van onder het stof.

 

Herinner jij je Old Dog Yet?

 

Waar heb je dit op de kop getikt? Tjonge, dat was mijn allereerste cd. Ikzelf aan de elektrische piano en op zang. Eigen Engelstalige nummers, een instrumental en twee covers: ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen en ‘Suds & soda’ van dEUS. Inderdaad, een sobere pianoversie. Ik herinner me niet dat Tom Barman me ooit bedankt heeft.

 

 

Ik zie je zelden nog achter de toetsen zitten.

 

Na mijn studies aan Studio Herman Teirlinck ben ik overgeschakeld van piano naar gitaar. Dit laatste instrument heeft minder barrière, je kunt meer bewegen. Het is een goedkope oplossing. Voor € 200 heb je al een redelijke gitaar.

 

Wanneer ben je overgeschakeld naar het West-Vlaams?

 

Ik kan je dat exact zeggen. Augustus 2001 toen ik Flip Kowlier bezig zag op het folkfestival van Dranouter. Eigenlijk kon je me al een figuurlijke Obelix noemen die in een vat Willem Vermandere gevallen was. De overdosis Vermandere die ik kreeg in mijn jeugd en de invloed die hij had, is gewoon niet te schatten. Ik ben niet de nieuwe Willem. Dat is nooit mijn ambitie geweest. Maar als ik een deel van zijn oeuvre opzet, denk ik altijd: “Dit is zo goed gemaakt, zo goed geschreven. Een taalvirtuoos.” Dat wordt onderschat. Maar Kowlier trok me over de streep.

 

Droom je van een internationale carrière?

 

Dat is mogelijk, zelfs in het West-Vlaams. Neem nu de IJslandse groep Sigur Ros. Je verstaat geen fluit van hun teksten en toch breken ze wereldwijd door. Om het internationaal te maken, moet je meer moeite doen. Het is geen noodzaak voor mij. Je bent dan veel meer onderweg, weg van thuis. Op de koop toe zit ik de laatste tijd om geen werk verlegen, integendeel.

 

Eigenlijk ben je begonnen als cabaretier.

 

Dit project ontstond in De Kreun in Bissegem, samen met Dries Helsen. Als duo wonnen we de publieksprijs op Humorologie 2002. Mijn eerste nummer in het West-Vlaams, ‘Cowboy en Indiaan’, dateert uit die periode. Vier jaar lang traden we op als Wannes en Dries. In principe mocht je aan de Studio Herman Teirlinck niet optreden na de lesuren maar ze lieten het oogluikend toe. Na die vier jaar moesten we een nieuwe voorstelling maken om af te studeren. Er waren allerlei regeltjes: dit en dat mocht niet. Daarbovenop had je de dwang van de lach. Toen besloot ik om volop voor de muziek te gaan.
In De Kreun heb ik ooit een cursus djembé – je weet wel, zo’n Afrikaanse vaastrommel die aardig op de zenuwen kan werken - gevolgd. Vergeet niet te noteren dat ik naast acteur, scenarist, zanger, toetsenist en gitarist ook een gediplomeerd djembé-speler ben.

 

Naast muziek en teksten schrijf je mee aan scenario’s.

 

Inderdaad, ik was coscenarist voor de succesvolle serie Bevergem. Bart Vanneste alias Freddy De Vadder geloofde keihard in het opzet. De kans dat dit tot een goed einde kwam, was miniem. Het werd uiteindelijk een fantastisch proces en op de koop toe een succesverhaal. Ik speelde Wantje, een onzekere wijkagent. Wist je dat het onbekende woord ‘nurfen’ dat in de reeks gebruikt werd, het tot het meest gegoogelde woord van 2015 schopte. Er komt helaas geen vervolg op de serie. De spontaniteit zou verdwenen zijn.
Momenteel schrijf ik aan een nieuwe tv-reeks. Daar mag ik nog niks over vertellen.

 

Is een zekere filantropie je niet vreemd?

 

Eén van de nummers op ‘Calais’, ons laatste album, draagt de titel ‘Onderbemand’. Ik schreef het nummer voor Buddywerking Vlaanderen, waar ik peter van ben. Deze werking koppelt vrijwilligers aan mensen met een psychische kwetsbaarheid, om hen uit hun sociaal isolement te halen. Een buddy is geen wonderdokter, wel iemand die z’n hand uitsteekt en zegt: “Laten we met z’n tweeën iets doen”. Dat verandert levens, zowel dat van de vrijwilliger als dat van de persoon met psychische problemen. Beiden hebben iets aan de Buddywerking, ze maken elkaars leven waardevoller.
Ik citeer hierbij graag professor Dirk De Wachter. ‘Hoog gevoeligheid vormt niet het probleem maar veeleer ongevoeligheid.’ Onze maatschappij is niet aangepast aan mensen met psychische aandoeningen.

 

Laten we het hebben over ‘Ploegsteert’, jouw succesnummer bij uitstek.

 

Ik schreef dit nummer in opdracht van het Wielermuseum in Roeselare. Ze vroegen aanvankelijk om ‘My way’ van Frank Sinatra te coveren, het favoriete nummer van Frank Vandenbroucke. Ik maakte een nieuw lied gebaseerd op zijn biografie. Lach niet, naast djembé speler was ik ooit Belgisch kampioen triatlon. Ik moest vaak trainen en zo heb ik Frank persoonlijk gekend. Tijdens zijn trainingen in het zwembad van Menen kwam VDB vaak meezwemmen.
Je zou kunnen stellen dat Frank aan een bipolaire stemming leed. Het was alles of niks, komen of gaan. Hij bleek zeer bevlogen in zowel goede als slechte dingen. Je moet eens zijn biografie lezen: ontroerend door de openheid en het zelfinzicht.
‘Ploegsteert’ is op één avond geschreven. Het moment dat ik de zin bedacht ‘Ge waart nog kind, ge ving nog nie veel wind’, dacht ik: “Wow, nu ben ik vertrokken.”
Het nummer slaat aan want 16.500 Radio 1-luisteraars stemden erop en zo werd het koploper in de ‘100 op 1’. Mijn pensioen lijkt verzekerd.
En zeggen dat we het nummer eerst niet op de plaat zouden zetten…

 

Hoe ga je te werk?

 

Ik zet me aan de piano of neem mijn gitaar en begin te improviseren. Ik neurie of zing en laat de woorden komen. Ik laat alle remmen los en ga erop door. Eigenlijk ga ik op zoek naar het kind in mezelf. Zo kom je op dingen die je niet met je verstand bedenkt maar met gevoelens. Ik zat eens aan de piano met mijn neefje van 3 jaar op mijn schoot. Het was verbazingwekkend hoe hij meedeed. Hij heeft nog geen enkele filter. Zoals Picasso zei: ‘Ieder kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er een te blijven als je groot wordt.’
Ik denk hierbij aan het nummer ‘Ier bie oes es ‘t goed’. Dat is gelijk een beeldhouwer met een stuk steen. Het zit erin, nu nog kappen. Zo kwam de zinsnede ‘Zoe ze gediend zin met een kartje?’ als een spontane vondst.

 

Mijn parrain heette Henri en had van die menten voor de asem.  Als hij er eentje nam, kon hij die na twee uur van onder zijn tong halen. Vertel eens over jouw ‘Arrie’.

 

Eigenlijk heette hij ook Henri maar iedereen zei Arrie. Hij was niet mijn peter maar mijn directe buur. Wij woonden in nummer 16, hij in 14. Eigenlijk zat er nog een bewoner tussen op 15. Dat was aan de overkant. Zoals wel meer voorkwam in deze streek was Arrie vlasbewerker. Een intelligente man die niet gestudeerd had. Zeer godsvruchtig. Hij deelde in de kerk de boekjes rond en stak de kaarsen aan. Ik was de zoon die Arrie nooit gehad had. Een wijze mens. Als hij over iemand niks goed kon zeggen, dan zweeg hij er liever over.
Toen ik aan de Erasmushogeschool studeerde, werd Arrie opgenomen in de kliniek. Door mijn studies had ik niet veel tijd om afscheid te nemen. Maar ik heb een liedje voor hem geschreven dat hij nog gehoord heeft voor zijn dood.

 

Krieg ik nu min mente voor den asem?
'k Zitte zonder van mie 't haasten.
De laatste keer ip strate a' j' mie nie herkend.
Ik zeie ‘Dag Arrie’. Gie zei ‘Wien es die vent?’

 

Dat lijkt me een mooi verhaal om af te ronden. Een laatste vraag: wat heb je gedaan met de twee gouden platen?

 

Eentje hangt boven de vier wasmanden in het waskot omdat ze past bij de kleurtinten. De andere zit nog in de verpakking.

 

Met nummers als ‘Naar de wuppe’, ‘Calais’ of ‘De vrede’ kan je Het Zesde Metaal een ethisch verantwoorde groep noemen. Ze staan achter het goede doel, drinken koffie van de Wereldwinkel en… douchen samen. Al was het maar voor het milieu.

 

Dirk Ghys

 

Het Zesde Metaal
voorprogramma: Higher Octane
vrijdag 6 juli 2018 om 20 uur

toegang € 5
info 059 27 98 71 of [email protected]

Meer lezen...

Interview: JOANNE SHAW TAYLOR

18 FEB 2017

 

JOANNE SHAW TAYLOR
 

Blues, nothing but the blues

TINY LEGS TIM

In het Nederlands noemen ze deze emotie een dipje, alsof het om iets gastronomisch gaat. In het Frans bekt het wat stoerder. Daar gaat men voor le cafard. Amerikanen en Engelsen prefereren een kleur: the blues. Dit is van oorsprong het melancholische gevoel dat zwarte slaven hadden toen ze zich een bult moesten werken op de plantages. Door het zingen van de blues hoopten ze troost te vinden.
N.a.v. het Blueprint bluesfestival op 26 maart checken we even bij een nieuwe generatie bluesmuzikanten, zowel bij een mannelijk als vrouwelijk exemplaar. Geen van beiden is op een katoenveld geboren maar is blank en jong. Naast hun voorliefde voor hetzelfde muziekgenre hebben ze een drieledige artiestennaam als gelijkenis.

TINY LEGS TIM

Tim, jij hebt West-Vlaamse roots.

Inderdaad, ik ben afkomstig uit het dorpje Westouter in de Westhoek. Hoop en al 1500 inwoners, tegen de Franse grens. Na mijn humaniora studeerde ik biologie in Gent en ben daar blijven plakken.

Waarom koos je muziek als beroep? Geen evidente keuze.

Vanaf mijn elfde heb ik altijd muziek gespeeld. Thuis werd gezegd dat ik eerst mijn studies moest afmaken en werk vinden. Daarna mocht muziek aan bod komen. Op mijn 23ste ben ik zwaar ziek geworden. Een aangeboren probleem met mijn lever. Na de eerste transplantatie volgde er een tweede. Ik ben zes jaar immobiel geweest. Ik beloofde mezelf dat als ik hier door raakte ik me 100% op de muziek zou richten. Momenteel gaat alles goed met mijn gezondheid. Ik neem medicatie tegen afstoting en ben ernstig vermagerd. Maar ik voel me gelukkig. Mijn artiestennaam Tiny Legs Tim is een grappige woordspeling op mijn tengere benen. Je hebt nog artiesten die dit doen zoals Blind Willie Johnson die, nogal wiedes, stekeblind was.

Vanwaar de liefde voor de blues?

Mijn ouders leefden volgens het gedachtengoed van mei ’68. Er werd veel muziek gedraaid thuis: zowel klassiek, jazz als Bob Dylan en blues. Er zaten zes echte bluesplaten, van die obscure, in de collectie. Zoals Lightnin’ Hopkins. Ik vond de sfeer en de klank van die muziek mysterieus en aanlokkelijk. Ondertussen ken ik de geschiedenis van de blues. Vroeger verstond ik geen Engels zodat enkel de muziek naar binnen kwam. Door mijn ziekte raakte ik ten volle gefascineerd door de blues. Ik had dingen om over te schrijven. De minder mooie kant van het leven… Tiny Legs Tim heeft een dubbele bodem. Iets negatiefs omtoveren tot iets positiefs. Ik heb parttime les gegeven maar dat zoog me op. Nu leid ik het leven dat ik wil leven: als muzikant. Weliswaar zonder alcohol en met voldoende slaap. Rock ’n roll, nietwaar.

Je opteert voor Deltablues. Geef eens wat uitleg hierover.

Dat verwijst naar het zuiden van de Verenigde Staten, meer bepaald de Mississipi Delta bekend om zijn katoenvelden, de bakermat van de blues. Eén persoon die zingt én akoestisch speelt. In die stijl zijn de bekendste namen Robert Johnson, Charley Patton en Son House. Een favoriet uitpikken kan ik niet. Ik vind ze elke op hun manier even goed.

Je verzorgde het voorprogramma van enkele grootheden. Tijd voor roddels.

Het concert van Pete Dorothy stelde niks voor. Hij was volledig gedrogeerd. Niemand trok er zich wat van aan. Zelfs zijn tourmanager was er gerust in. Richard Thompson daarentegen is een grappige gemoedelijke man. Hij gaf me complimenten. John Mayall heeft heel mijn optreden bijgewoond en raadde het publiek aan mijn cd te kopen.

In februari komt je nieuwe cd uit.

Mijn vierde plaat is een akoestische geworden in duo met Steven Troch, jarenlang de frontman van Fried Bourbon. We hebben twee dagen live opgenomen in de Yellow Tape studio met één klassieke micro van het merk Melodium. Zonder technische snufjes. Het klinkt eerlijk en bijzonder goed.

Hoe ziet jouw ideale groep er uit?

Aan de drumkit plaats ik Fred Below, Willie Dixon op bas en Hubert Sumlin op gitaar. Little Walter leeft zich uit op mondharmonica. Helaas, al deze muzikanten zijn gestorven.
Mijn band bestaat uit een aantal blanke negers als Frederik Van den Berghe (ex Arno) op drums, Steven Troch op mondharmonica en René Stock of Karel Algoed op contrabas.

Welke anekdote blijft je het meest bij?

Tijdens de opnames van mijn album Stepping Up zaten we vijf dagen met de groep in de studio. Tijdens het uitladen geraakten mijn vingers tussen een van de zware studio deuren. Shit, mijn linkerhand was gezwollen. Ondanks deze handicap hebben we toch opgenomen.

Luister je ook naar andere muziek?

Jawel hoor. Bob Dylan, Neil Young en Leonard Cohen bekoren me zeker. Ik volg ook de zaken van de collega’s. Ik moet toegeven, 90% van mijn aandacht gaat naar blues. Bij de hedendaagse muziek ben ik onder de indruk van Warhaus. Dit is het zijproject van Maarten Devoldere, frontman van Balthazar. Het jazzcombo Taxiwars rond Tom Barman vind ik straf. De Amerikaanse singersongwriter Kurt Vile staat eveneens hoog aangeschreven. Het moet mij raken en genoeg diepgang hebben.

 

Uw favoriete gitaar?

Ik lijd aan G.A.S. wat staat voor Gear Acquisition Syndrome. Het zorgt ervoor dat de spullen die bij de gitaar worden gebruikt slechts van korte duur bevredigend zijn. Er moeten altijd meer attributen of gitaren gekocht worden. Ik beken, ik koop veel gitaren. Maar ik heb er onlangs twee verkocht. Die ene ideale gitaar die alle andere kan vervangen ben ik nog niet tegengekomen.

Wat vind je van het Blueprint bluesfestival?

Het is een mooi samengestelde affiche die redelijk breed gaat. Van de hardere bluesrock tot het akoestische werk. Dat zal heel wat mensen aanspreken. Samen met Steven Troch stel ik er mijn nieuwe cd voor.

Is er nog iets dat je kwijt wilt?

Ik ben zeer tevreden van het parcours van Tiny Legs Tim na de donkere ziekteperiode. Ik ben altijd blijven doordoen. Traag maar gestaag. Ik bruis van de ideeën en heb nog veel om naar toe te werken. Kijk naar onze godfather Roland, 72 geworden. Die blijft verder doen op zijn eigenzinnige manier. Daar neem ik mijn hoed voor af.

JOANNE SHAW TAYLOR (U.K.)

Nog maar 30 jaar en Joanne heeft al zes cd’s op haar palmares. Haar albums staan hoog genoteerd in de US Billboard Top Blues. In 2010 won ze de onderscheiding van beste zangeres bij The British Blues Awards. Het jaar erop haalde ze de prijs als Songwriter of the Year binnen. Joanne speelt zeer expressief gitaar en haar enigszins hese stem past perfect bij de muziek die zij speelt. Stergitarist Joe Bonamassa noemt haar ‘A superstar in waiting’.
Het had wat voeten in de aarde voor we de blonde gitariste aan de lijn kregen. Na diverse mails naar haar manager kregen we haar nummer. Maar… ofwel nam ze niet op, ofwel sloeg de voicemail aan. Uiteindelijk kreeg ik contact via haar roadmanager. Het interview kon plaatsvinden tussen de soundcheck en het avondmaal. Helaas, een buitenlandse gsm-lijn is niet altijd even duidelijk. Op de koop toe spreekt ze met een zwaar Brits accent… en ze heeft weinig tijd. Om dit gitaarwonder, ook wel het nieuwe gezicht van de blues genoemd, te spreken neem ik er de ambetantigheden bij.

Je bent ontdekt door Dave Stewart van Eurythmics. Hoe is dat verlopen?

Ik was pas 16 toen ik hem een cassette overhandigde na een liefdadigheidsconcert. Dave bleek danig onder de indruk. Ik werd uitgenodigd om mee te spelen in zijn supergroep D.U.P. met onder meer Candy Dulfer en Jimmy Cliff. Later stond ik met Annie Lennox op het podium voor zo’n 12.000 toeschouwers.

 

 

Hou je van Let’s Dance van David Bowie?

Sure I do. Het was de zoveelste switch in zijn carriere en het werd zijn best verkochte album. Het zal je niet verwonderen dat ik er gek op ben omdat Stevie Ray Vaughn, één van mijn helden, er leadgitaar op speelt. David had Stevie ontdekt op Montreux Jazz. Op de singles Let’s Dance, China Girl en Cat People hoor je duidelijk Stevie’s zeer herkenbare Albert King-stijl.

Jimi Hendrix is ook één van je favorieten. Vertel.

Zijn debuutalbum Are You Experienced heeft me werkelijk van mijn sokken geblazen. Het nummer Manic Depression staat bij mij op kop. Hendrix schreef de song nadat zijn manager Chas Chandler op een persconferentie verteld had dat Jimi klonk als een manisch depressieveling.

Herinner jij je optreden zo’n 10 jaar terug in een Bredense kroeg vlakbij Oostende?

Oh my god. Neen, dat zegt me niks meer. Ik ben zowat constant aan het toeren en niet alles blijft me bij. Ik ken ook geen Belgische muzikanten want ik speel slechts sporadisch in je land. Voor en na mijn shows schiet er niet zoveel tijd over.

Al je concerten in het Verenigd Koninkrijk zijn uitverkocht. Is dit een gevolg van je verschijning in ‘Later… with Jools Holland’?

Dat heeft ermee te maken. Maar ik krijg ook lovende recensies, mijn cd’s scoren super, collega’s als John Mayall en Stevie Wonder apprecieren me, en ik speel onnoemelijk veel. Zo krijg je faam.
Sorry mate, I’ve got to go. Daar gaat mijn goede reputatie. See you at the festival.

Dirk Ghys

BLUEPRINT BLUESFESTIVAL
-Joanne Shaw Taylor (U.K.)
-Marino Noppe band
-Tiny Legs Tim
-Ed De Smul
zondag 26 maart 2017, 16 uur
cc Zomerloos Gistel, [email protected], 059 27 98 71, € 18

 

Meer lezen...

Interview: Jean - Marie Aerts

05 SEP 2016

 

Gitarist en producer met wereldfaam
 

Jean-Marie Aerts
 

“Oh la la la, Jean-Marie est magnifique!”

 

Jean-Marie Aerts of afgekort JMX is een invloedrijk gitarist en producer. Hij speelde bij Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud maar kreeg vooral bekendheid door zijn rol bij TC Matic en Arno. Als producer scoorde hij internationaal met de debuutplaat van Urban Dance Squad.

Harelbeke ‘84. Na een stomend concert van TC Matic plassen Jean-Marie en ik broederlijk naast elkaar tegen de haag. Plots zie ik het tourbusje richting Frankrijk vertrekken… zonder hun gitarist. Al multitaskend en met open rits loop ik de camionette achterna om dit duidelijk te maken.

Jean-Marie lacht. Hij herinnert zich het voorval niet maar wel het concert. Dat was de ‘Choco’-tournee met Nacht und Nebel als voorprogramma. Tijdens de nachtelijke rit kwam bassist Ferre Baelen met de verzuchting dat hij uit de groep wilde stappen.

 

Als opwarmer: je bent van Zeebrugge. Kom je er soms?

 

Ik woon nu in Brabant en ga zelden naar de kust. Toegegeven, ik mis de zeelucht. Ik heb er nog contact met een goede kameraad.

 

Je vader was arts en je hebt ooit doktersstudies aangevat.

 

Aan de univ in Gent. Dat was totaal niks voor mij. Ik ben gestopt en verhuisd naar Brussel. Chance voor de mensen (lacht).

 

Midden jaren ’70 ging je de baan op met Raymond & Bien Servi. Heb je nog contact met je collega’s?

 

Mich Verbelen en Stoy Stoffelen kwamen onlangs naar een try-out. In Bien Servi verving Raymond me door Jean Blaute. De cirkel is rond, nietwaar. Jean zie ik geregeld.

 

Eind jaren ’70 speelde je bij Johan Verminnen. Was de overstap naar TC Matic een sprong in het ongewisse?

 

Ik had de groep gezien toen Paul Couter er nog bij was met Serge Feys al aan de toetsen. De band pakte me. Couter had er genoeg van. Bij hen voelde ik me als een vis in het water. Ik speelde bij Verminnen tot hij een nieuwe gitarist vond: Eric Melaerts. Voilà, de cirkel is opnieuw rond.
Begin ’80 ging de bal bij TC Matic stilaan aan het rollen met de dubbele single White rhythm opgenomen in Londen. Er was geen enkele platenfirma die ons wilde tekenen wegens oncommercieel. Onze toenmalige manager heeft dan zelf een label opgericht: Parsley (peterselie).

 

TC Matic heeft meer invloed op mij gehad dan The Beatles. Op welke van de vier TC Matic platen ben je het meest trots?

 

Het derde album: Choco. We waren uitstekend op elkaar ingespeeld en verlegden grenzen. Mijn favoriete nummer is Being somebody else.
De daaropvolgende cd Yé Yé leverde, afgezien van de single Elle adore le noir, leverde niet het gewenste resultaat op. We waren wat verward de productie door Howard Gray (Apollo 440). Hou er rekening mee dat het digitale tijdperk nog niet bestond. Welke nummers ervan hoor jij graag?

Afgezien van de single ben ik zot van Act like a dog en Get wet.

 

Choco is de favoriet van Piet Goddaer (Ozark Henry). Alain Tant, zanger van Luna Twist, is verknocht aan je gitaarpartij op de single Willie.

 

(Hoorbaar tevreden) Ook Patrick Riguelle is te vinden voor de gitaar op Willie. Patrick en ik hebben later samen die single live gespeeld. Er zitten verschillende lijnen in het gitaarspel.

 

Waarom brak TC Matic internationaal niet door?

 

Ik vind dat we wel doorbraken. We toerden veel in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Scandinavië… Een ervaren management op dat vlak bestond hier nog niet. Via een Engels agency deden we het voorprogramma van Simple Minds. PIL, de groep rond Johnny Rotten, was geïnteresseerd. Die haakten af omdat ze wellicht bang waren dat we hen naar huis zouden spelen.

 

Heb je nog contact met je TC Matic buddies?

 

Het meest met Rudy. We bellen wekelijks om bij te kletsen. Hij drumt nog iedere dag om zijn vorm te behouden. Ik zou begot niet weten waar Ferre uithangt. Met Serge sprak ik onlangs over het gebruik van muziek door Telenet. Met Arno heb ik niet veel contact. Ik kwam hem laatst tegen in 2009 op Theater Aan Zee. Hij was curator en ik mocht er spelen. But, no hard feelings.

 

Kan je leven van de royalties? Ik denk aan Putain putain, Elle adore le noir, Bathroom singer…

 

Je krijgt enerzijds royalties op de platenverkoop. Verwaarloosbaar vandaag. Je hebt anderzijds de auteursrechten omdat je iets geschreven hebt. Dat is oké. Daarmee word je niet rijk maar overleef je.

 

Hoe omschrijf je een producer?

 

Hij is verantwoordelijk voor het eindresultaat. Hij let op de performance van de groep. Hij zorgt dat er binnen het budget gebleven wordt. Hij moet plannen en problemen oplossen. George Martin, de vijfde Beatle, was zelfs meer dan een producer. Daarnaast was hij een begenadigd arrangeur.
Mijn belangrijkste productiewerk was ontegensprekelijk de debuut-lp van Urban Dance Squad. Dat was nu eens een superplaat. Er werd een stap gezet in de toekomst. Mental floss for the globe had een impact op de muziekwereld. Het nummer Deeper Shade of Soul werd een hit in Europa en Amerika. Hun crossover was een originele combinatie van rockmuzikanten met een rapper en een dj. Een frisse mix van hip hop, heavy metal, funk en soul. De lp won een Edison Award en werd door muziekblad Oor uitgeroepen tot beste Nederlandse album ooit. Omdat ze het eerst waren, had de plaat en de groep zonder twijfel een belangrijke invloed op Red Hot Chili Peppers en Rage Against The Machine. Ik ben nog altijd apetrots op mijn bijdrage.

 

In mijn top drie van jouw producties staan Sit On It van Big Bill, Concorde van Jo Lemaire en The Ship van Luc Van Acker.

 

Ik ben blij dat je Big Bill vermeldt. De plaat werd opgenomen in de befaamde Matrix Studio in Londen. Het titelnummer heeft een opgewekte reggae vibe. In het achtergrondkoortje zaten Liza Strike en Barry St.-John. Niet van de minste want ze verzorgden de background vocals op Dark Side of the Moon van Pink Floyd.
Vandaag is een productie moeilijk geworden. Er zijn geen budgetten meer. Nochtans heb je een goeie opname nodig. Ik erger me dood aan het ineenstorten van de cd-markt. Mensen betalen niet meer voor muziek. Bij de bakker betaal je toch je brood. Spotify is een oneerlijk systeem omdat de rechten belachelijk laag zijn. Gelukkig is de vinylmarkt aan een heropleving toe hoewel dat niet veel voorstelt. De klank is tenminste fantastisch.

 

Over naar de gitaristen.

 

Degene die me het meest beïnvloedde, was Jan Akkerman. Simpel, ik kon die man aan het werk zien. Een eigenaardig karakter, tot daar aan toe. In ‘73 werd hij door de lezers van het Engelse muziektijdschrift Melody Maker uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld. Nota bene vóór Eric Clapton en Jimmy Page. Hij is niet alleen een technisch hoogstaande gitarist, maar ook eentje die blijft experimenteren met zowel apparatuur als spel.
Eric Clapton ten tijde van Cream vond ik straf. En natuurlijk het natuurwonder Jimi Hendrix. Niet alleen zijn gitaarspel, maar hoe hij een nummer maakte, hoe hij zong, zijn presence… De lp Electric Ladyland, da’s verplichte kost.

 

Verzamel je gitaren?

 

Dat is een misvatting. Ik bezit in totaal 13 stuks, waarvan 3 akoestische met nylon snaren, 2 bassen en 8 elektrische gitaren. Vroeger was zo’n instrument betaalbaar.

 

Naar het schijnt staat je versterker altijd op het maximum.

 

Dat is een andere miskleun. In mijn beginperiode had ik een kleine Fender versterker. Die moest je wel opengooien. Bij TC Matic stond mijn versterker maximum drie kwart open. Ik had wel extra speakers en veel pedalen. Dat zorgde voor power. Ik kan gerust tegenspreken dat ik last zou hebben van doofheid.

Wat is het grootste compliment dat je kreeg?

 

Je gelooft me niet: als de mensen ‘dank je’ zeggen na een optreden.

 

Hoe ben je bij Blaute & Melaerts geraakt?

 

In 2012 werd ik door Jean en Eric gevraagd bij Jazz Bilzen Tribute. Het klikte meteen. We repeteren in de living van Jean. Het is waarlijk een plezier om samen muziek te maken. Daarvoor doe je het. Het zijn aangename heren. We respecteren elkaar. We hebben een paar try-outs achter de rug. We amuseren ons en we worden beter en beter.

Ah ja, de beste Nederlandstalige song? Terug naar De Kust van Maggie McNeal. Ik word iedere maal week als ik het nummer hoor. Dat zijn mijn roots, zeker?

De topgitaristen Blaute, Melaerts en Aerts spelen in Gistel. Gelukkig staat er geen taxushaag aan de achterkant van de Zomerloos. De tijden gaan erop vooruit want er zijn voldoende toiletten backstage. Geen enkele muzikant zal het busje missen.

Bestaat toeval? Toen ik een paar dagen geleden een bericht op Facebook postte dat ik Jean-Marie Aerts geïnterviewd had, gebruikte ik het Oh La La La hoesje. Ik kreeg onverwacht volgend bericht: “De single hoes van Oh La La La heb ik in Berlijn gebricoleerd. Ik woonde er toen in met mijn ex. We waren naar een 3D-film gaan kijken, vandaar het idee. Achteraan staat een zwart-wit zelfportret van ons tweeën met brilletje op. Letters uit de Berliner Zeitung geknipt, logo getekend in Chinese inkt en klaar, 1981.” Danny Willems (fotograaf en Arno’s beste vriend)

 

Dirk Ghys

Wat: Concert Jean Blaute, Eric Melaerts & Jean-Marie Aerts
Wanneer: Zaterdag 5 november – 20u
Locatie: cc Zomerloos Gistel
Info: 059 27 98 71, [email protected]
Toegang: € 15 - caféstijl

 

Meer lezen...
Page 1 of 3
Goto page: [1], 2, 3,