The Sore Losers - Gracias Senor
Soulfly – Ritual
Behemoth - I loved You At Your Darkest
Editors - Violence
Avenged Sevenfold - The Stage Deluxe edition
Cd-review: Stereophonics – Scream Above The Sounds
Agenda
16 NOV
Rock against Duchenne
16 NOV
Bring me The Horizon
17 NOV
Bonzai Retro 2018
29 NOV
The Dead Daisies
09 DEC
Clawfinger
13 DEC
Nits
29 DEC
Richie Hawtin - Kompass Club
11 JAN
Architects
26 JAN
Persistence Tour 2019
28 JAN
Monster Magnet
31 JAN
Massive Attack
03 FEB
Behemoth
20 FEB
Tears for Fears
08 MAA
Doro
Fotogalerij
Photo report: K's Choice - Le Splendid / Lille
Photo report: K's Choice - Le Splendid / Lille
Concert report: Saxon
Concert report: Saxon
Karmaflow: The Rock Opera Videogame
Karmaflow: The Rock Opera Videogame
Brussels Summer Festival (22/08)
Brussels Summer Festival (22/08)
Photo report: P'latse doen 2015
Photo report: P'latse doen 2015
Schippersweekend Lauwe 2013
Schippersweekend Lauwe 2013
Photo report:Michael Schenker's Temple of Rock /Boerderij Zoetermeer (NL)
Photo report:Michael Schenker's Temple of Rock /Boerderij Zoetermeer (NL)
Photo report: Tory Lanez
Photo report: Tory Lanez
Masters @ Rock
Masters @ Rock
Photo report: Faces on Tv
Photo report: Faces on Tv
The Scabs @ Schiervelde Roeselare
The Scabs @ Schiervelde Roeselare
5 jaar RGMC
5 jaar RGMC
Concert review: Chris Spedding
Concert review: Chris Spedding
Kasabian @ Vorst Nationaal
Kasabian @ Vorst Nationaal

The odd man

Het grote sinterklaas complot


 

 

Het is weer bijna zover. De magische winterperiode waarbij alle mama's en papa's van de Benelux hun lieve, perfecte oogappeltjes een onzichtbaar “braaf zijn of anders krijg je de roe”-halsbandje kunnen aandoen. Op hun beurt stellen die voorbeeldige jongens en meisjes een peperduur, kapitalistisch lijstje op, dat de goede meneer Sinterklaas (Sint-Maarten in de Westhoek) zal brengen op voorwaarde dat ze het hele jaar door braaf zijn geweest. Zo kunnen ze triomfantelijk de ogen uitsteken van hun klasgenootjes die jammergenoeg tot de klasse der ‘helaasheid der dingen’ behoren en die zelfs omwille van de kansarme situatie helemaal geen lijstje kunnen maken omwille van de dure papierkosten! (De cara-pint-voor-sint staat daar echter vast wel iedere avond op de schouw.)

 

Ikzelf kijk nostalgisch terug naar deze periode vol pracht en praal, samen met mijn Action Man-helikopter, Thunderbirds-eiland en VHS-cassette van ‘The Lost World Of Jurassic Park’. Aan deze gloriedagen kwam echter abrupt een einde, zo rond mijn negende levensjaar. Ik kreeg het te horen van een mede gedupeerde klasgenoot. Andere kinderen kregen het te horen via een broer of zus. Nog andere kinderen vonden het opeens verdacht dat Sinterklaas Nike Air Classics droeg of kregen hun twijfels wanneer de goedheilig man al tien jaar lang bij opa op bezoek kwam terwijl opa telkens weer toevallig genoeg op de porseleinen droltroon zat.

 

Ikzelf had een ‘homeschooled’ vriendje, die op twaalfjarige leeftijd van mij te horen kreeg dat zijn geliefde Sint en Piet een verdomde leugen zijn van zijn ouders om hem mooi in het gareel te doen lopen als een hamster in zijn radje. Ik zag zijn laatste sprankeltje fantasie ontsnappen als een hevig flatuleus kontconcert na een intense Mexicaanse avond. En wie werd met alle zonden van Israël beladen? IK! Die klootzakken hadden hun bloedeigen zoon jarenlang voorgelogen, maar ik werd aanzien als de duivel in eigenste persoon. Where’s the logic in that?

 

Eénmaal dit infantiele kindercomplot aan het licht was gekomen, kwam natuurlijk al snel de vraag “wil dat dan zeggen dat we nu geen speelgoed meer krijgen?”. Gelukkig werden de meesten onder ons gerustgesteld met een positief antwoord. Face it, we waren allemaal kleine hoeren. Met het feit dat we werden voorgelogen konden we leven, zolang we nog cadeautjes kregen. Het resultaat is dat we ons jaren later als cooping mechanisme nog steeds volproppen met chocolade en nog maar eens onze VISA bovenhalen om nog meer kleren en andere brol die we eigenlijk helemaal niet nodig hebben te kopen. En dit allemaal onder de kutnoemer YOLO…

 

Je ouders hebben je bedrogen en belogen, terwijl jij zelf behoorlijk gestraft zou worden moest je hetzelfde doen. Hypocrisie ten top. Toch zal ik (en ik vermoed de meesten onder ons), wanneer ik gezegend ben met het wonder der reproductie, me ook schuldig maken aan dit bedrog. Waarom? Het is leuk voor de kindjes, maar als je er goed over nadenkt is het toch vooral plezant voor onszelf. Ik vind het fantastisch om alle sinterklaasboekjes te doorbladeren en mezelf in te beelden wat mijn 10-jarige geest in dit 30-jarige lijf zou vragen aan de heilige man (gelukkig niet Roger Vangheluwe). Daarbovenop mogen wij de avond ervoor, terwijl we ons volsteken met mariatjes, chocolade en piknikken, alles klaarzetten (wees nu eerlijk, stiekem spelen we zelf nog graag met die brol). Kindjes blij, mama en papa blij, middenstand blij, iedereen blij. Het is een vicieuze cirkel van christelijk plezier. Dat we ons kinderen ‘in’t zak zetten’, nemen we er graag bij. 

 

 

The Odd Man Out!

 

Meer lezen...

Interview: Intergalactic Lovers

04 NOV 2018

 

De tattoo van Intergalactic Lovers


We spreken af in het Minnewaterpark, een romantische locatie voor een date. Helaas is het druk in de backstage van het Cactusfestival. Ik hoopte op een tête-à-tête met Lara Chedraoui, naast zangeres bij Intergalactic Lovers ook presentatrice bij Studio Brussel. Pech, de gitarist Maarten Huygens schuift mee aan tafel. Na talrijke optredens en het veelvuldig toeren, zien zij er bijzonder fris uit.

 

Ik heb mijn huiswerk gemaakt. Zo ben ik te weten gekomen dat Lara een hekel heeft aan mensen die niet in de ogen kijken wanneer je zit te praten. En aan gierige mensen die nooit terug trakteren. Haar hoogste lichamelijke genot is een knuffel. Ze is heel fysiek ingesteld en heeft het nodig om mensen vast te pakken. Dat belooft.

 

Maarten geeft me een stevige handdruk en, hé hé, Lara pakt me vast en geeft me een zoen. Daarna vraagt ze wat ik drink. Ze trakteert inderdaad. Zij ziet de immense blauwe plek op mijn bovenarm en blijkt oprecht geïnteresseerd. “Wat is dat, jongen? Dit lijkt me geen geboortevlek. Eén of andere beet? Een zuigplek?” Er is geen ontkomen aan haar nieuwsgierige blik. “Een tattoo,” lieg ik. Ze schatert. “Neen, ik ben vorige week over een flightcase gedonderd. Koud water en Flamigel hebben amper gewerkt.” Lara kijkt bezorgd. “Niettemin, het staat je.”
Ik kijk haar in de ogen en vuur mijn eerste vraag af.

 

We moeten met iets van wal steken. Hoe zou jij jezelf voorstellen?
Maarten: Zij is de beminnelijke lelijke aap (gelach). Ik bedoel het goed. Trouwens, altijd. Dat is de totem die ze kreeg bij de scouts, de naam van een dier dat dezelfde eigenschappen heeft als de drager van deze totem.

 

Lara, wil je wat meer vertellen over je Libanese roots?
Lara: Mijn vader is Libanees en mijn moeder een Belgische wereldreiziger. Ze hebben elkaar ontmoet in Afrika op een ambassadefeestje. Tot mijn achtste heb ik in Nigeria gewoond. Daarna verhuisden we naar Aalst. Cultuurshock: geen palmbomen noch nonnen in kleurrijke kleding. Alle meisjes heetten Sofie, waren blond en leken op elkaar. België was raar. Mijn vader kon niet aarden in Vlaanderen en is vertrokken. Het Belgische deel van mijn bloed is nog altijd minder goed ontwikkeld. In koude winters kan ik echt neerslachtig worden.

 

Hoe verzeilt een half Belgisch half Libanees meisje in een popgroep?
Lara: Maarten was mijn scoutsleider. Hij heeft me ongeveer 10 jaar geleden gevraagd of ik in zijn bandje wilde zingen en gitaar spelen. Bij de eerste repetitie dacht ik: “Nee, ik wil naar huis!” Maar hij bleef geduld met mij hebben.

 

Vanwaar komt de naam Intergalactic Lovers?
Maarten: Dat heeft te maken met een verkleedfeestje. Ik was verkleed als marginaal van de toekomst, met veel plastic en aluminiumfolie. In die hoedanigheid verspreidde ik de boodschap van de liefde (hilariteit).

 

Hoe omschrijf je zelf jullie muziek?
Maarten: Ik omschrijf het als de soundtrack voor een film of serie die nog niet gemaakt is. Heel visueel, met verschillende passages, vanuit diverse landen, zowel vrolijk als droevig. Steengoede muziek, vanzelfsprekend.
Het gaat erom samen iets te maken, interactie tussen mensen, toevoegen en schrappen… Je kunt het vergelijken met een flipperbal die van links naar rechts gekatapulteerd wordt. De muziekbladen ressorteren ons bij indierock. Dat doet me altijd denken aan langharige Afghaanse windhonden. Zo’n etiket is me te eng.

 

Wat heb je voorgehad met je hand?
Lara: Ik heb tien jaar in cafés gewerkt. Op een avond wou ik twee bierglazen uit elkaar halen. Ik had niet gezien dat ze aan de achterkant stuk waren. Een seconde later hing mijn duim er nog maar half aan. Sindsdien kan ik geen gitaar meer spelen. Niet getreurd, nu haal ik danspasjes boven op het podium. Ik kan me niet langer wegsteken achter mijn gitaar. Tijdens die eerste optredens stond ik aan mijn statief gekluisterd. Toen dacht ik dat het niet boeiend kon zijn voor het publiek om te kijken naar een zangeres die haar microfoonstandaard op 30 verschillende manieren vasthoudt. Sindsdien laat ik me meer gaan.
Goed nieuws: ik probeer piano te leren.

 

Naar welke muzikanten kijk je op?
Maarten: Ik bewonder David Gilmour van Pink Floyd, een van de beste gitaristen ter wereld. De manier waarop hij een Fender Stratocaster en een lapsteelgitaar bespeelt, grenst aan het onwaarschijnlijke. Zijn eerder trage manier van soleren, maakt hem uniek.
De Franse gitarist Gabriel Yacoub behoort tot de top. Net als Lara heeft hij een Libanese vader. Hij brengt folk- en rootsmuziek en experimenteert met zowel middeleeuwse, traditionele als moderne folk geluiden.
Rodrigo y Gabriela, een Mexicaans gitaarduo, spelen akoestisch eigen nummers. Ze wagen zich ook aan covers van Led Zeppelin en Metallica.
Eigenlijk is Westerse muziek saai. Als ik iets nieuws en boeiend hoor, schrijf ik het op. Ik onthoud ook de talrijke tips.

 

Welke zangeressen bewonder je?
Lara: PJ Harvey, vooral met haar geel kleedje. Florence + The Machine. Jazz-zangeres Melanie De Basio, eigenlijk de Belgische Billie Holiday. Bovendien kijk ik uit naar Charlotte Gainsbourg hier op het festival. De productie van haar album 5:55 door het Franse duo Air boeit me. Ik ben benieuwd naar haar show. Zeg, en Nina Simone, vooral als ze Jacques Brel zingt. We kunnen niet om Brel heen. Wat een teksten! Wat een présence! Als je zijn songs op YouTube bekijkt, dan merk je de echtheid, de passie, de originaliteit… Hij behoort tot de groten der aarde.

 

Jullie hebben al uitgebreid getoerd, zelfs in het buitenland. Welk van jullie concerten blijft je het meest bij?
Lara: De eerste maal dat we op Dour speelden en de eerste keer dat we de A.B. uitverkochten in datzelfde jaar. Voorheen modderden we wat aan in jeugdhuizen.

 

Vertrouw ons enkele anekdotes toe.
Maarten: In het Rivierenhof, Antwerpen, ben ik eens mijn versterker vergeten op de parking. Het zweet brak me uit. Gelukkig stond die er nog.
Lara: Blijft me levendig bij, het moment dat we op Cactus een compliment kregen van Greg Dulli, frontman bij de Amerikaanse band Afghan Wigs.
Voor een tournee had ik op straat een koffer gevonden die ik dicht had geworpen. Er zat een cijferslot op waarvan ik de code natuurlijk niet wist. Toen zijn de jongens de kroeg ingegaan en heb ik tot een stuk in de nacht alle codes geprobeerd. Uiteindelijk moesten we hem opensnijden (lacht). Helaas word ik nooit minder chaotisch. Op de koop toe denk ik niet na voor ik iets doe.

 

Is het moeilijk toeren met mannen?
Lara: Dat valt best mee. Ik ben geen meisje meisje en zij zijn geen typische jongens. Je moet wel een beetje rekening houden met de ego’s.
Maarten: We zijn geen echte macho’s, behalve Lara dan (gelach).

 

Op welk eigen nummer ben je het meest content?
Maarten: Op ‘For the young ones’ uit ons laatste album ‘Exhale’. Morgen kan dat gerust iets anders zijn.
Wat betreft onze eerste cd ‘Greetings & salutations’, daar ben ik ook heel tevreden over. Het is logisch dat we veel bijleerden met ons debuut. Thomas Hahn producete. Hij leerde me dat je bijvoorbeeld je versterker kan platleggen om een ander geluid te krijgen. Steve Rooke masterde de cd in de Abbey Road studio’s in Londen. Hij zat in het verleden achter de knoppen bij Wilco en Franz Ferdinand. Bovendien kreeg de man een Grammy voor het opfrissen van het volledige oeuvre van The Beatles.

 

Lara: Sorry maat, we moeten ons klaarmaken voor het concert. Graag tot een volgende maal.

 

Ik moet toegeven dat het de eerste maal is dat ik iemand een volledig gesprek in de ogen gekeken heb. Ik krijg nog een zoen. Eigenlijk had ik graag een drankje terug getrakteerd. Ik blijf verweesd achter en kijk naar de immense bloeduitstorting op mijn arm die indruk gemaakt heeft. Precies een landkaart. Ik neem me voor er een tattoo van te laten maken als aandenken. Hoewel ik de meeste afschuwelijk vind – zeker die bumpers boven de kont – wordt deze origineel.
Naast dit aandenken en interview laten Intergalactic Lovers vooral een muzikale tattoo achter.

 

Dirk Ghys

 

Intergalactic Lovers
support: Mooneye
zaterdag 24 november 2018, 20 uur
cc Zomerloos Gistel, cultuur@gistel.be, 059 27 98 71
toegang € 25 vvk / € 30 add

 

Meer lezen...

Interview: Wannes Capelle

25 JUN 2018

 

Geen metaalmoeheid

bij Wannes Cappelle
(Het Zesde Metaal)

 

Het interview heeft wat voeten in de aarde, een subtiele verwijzing naar de single ‘Dag zonder schoenen’.
Na tien mails met het management prikken we eindelijk een datum. “Dit lijkt op Mick Jagger allures,” zeg ik lachend. “Hopelijk vertonen we geen uiterlijke kenmerken,” repliceert Wannes. Geen slecht woord over The Stones, maar zijn ouders hebben hem genoemd naar Wannes Van de Velde.

 

Het Zesde Metaal werd opgericht in 2005. Knack riep de debuut-cd ‘Akattemets’ uit tot meest onderschatte plaat van 2008. ‘Het kan verkeren,’ voorspelde Bredero want ondertussen zijn twee gouden platen een feit.

 

Ik toon hem een exemplaar van de Gintergazet en voeg eraan toe dat het interview nadien een eigen leven leidt via muziekwebsites als Musiczine. Jean-Marie Aerts genereerde zo 1 300 extra lezers en Cockney Rebel meer dan 1 700. Beeld je in, dat zijn 35 autobussen. “Dan gaan wij voor 2 000,” antwoordt hij kurkdroog.

 

Zijn groep Het Zesde Metaal krijgt wat mij betreft de Nobelprijs voor meest originele groepsnaam. Je kunt het de best geoliede band van het moment noemen. Het zijn stuk voor stuk supermuzikanten en het klikt. De camaraderie kan je van hun gezicht lezen. Het geheim? Ik vermoed dat ze na ieder optreden samen onder de douche staan. Zo belanden we naadloos bij de ecologische klassieker van André Van Duin: ‘Samen in bad. Ja, gezellig is dat. Het brengt je aan de kook en spaart nog water ook… ‘

 

Om de ijsbreker van wal te laten, haal ik een cd van onder het stof.

 

Herinner jij je Old Dog Yet?

 

Waar heb je dit op de kop getikt? Tjonge, dat was mijn allereerste cd. Ikzelf aan de elektrische piano en op zang. Eigen Engelstalige nummers, een instrumental en twee covers: ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen en ‘Suds & soda’ van dEUS. Inderdaad, een sobere pianoversie. Ik herinner me niet dat Tom Barman me ooit bedankt heeft.

 

 

Ik zie je zelden nog achter de toetsen zitten.

 

Na mijn studies aan Studio Herman Teirlinck ben ik overgeschakeld van piano naar gitaar. Dit laatste instrument heeft minder barrière, je kunt meer bewegen. Het is een goedkope oplossing. Voor € 200 heb je al een redelijke gitaar.

 

Wanneer ben je overgeschakeld naar het West-Vlaams?

 

Ik kan je dat exact zeggen. Augustus 2001 toen ik Flip Kowlier bezig zag op het folkfestival van Dranouter. Eigenlijk kon je me al een figuurlijke Obelix noemen die in een vat Willem Vermandere gevallen was. De overdosis Vermandere die ik kreeg in mijn jeugd en de invloed die hij had, is gewoon niet te schatten. Ik ben niet de nieuwe Willem. Dat is nooit mijn ambitie geweest. Maar als ik een deel van zijn oeuvre opzet, denk ik altijd: “Dit is zo goed gemaakt, zo goed geschreven. Een taalvirtuoos.” Dat wordt onderschat. Maar Kowlier trok me over de streep.

 

Droom je van een internationale carrière?

 

Dat is mogelijk, zelfs in het West-Vlaams. Neem nu de IJslandse groep Sigur Ros. Je verstaat geen fluit van hun teksten en toch breken ze wereldwijd door. Om het internationaal te maken, moet je meer moeite doen. Het is geen noodzaak voor mij. Je bent dan veel meer onderweg, weg van thuis. Op de koop toe zit ik de laatste tijd om geen werk verlegen, integendeel.

 

Eigenlijk ben je begonnen als cabaretier.

 

Dit project ontstond in De Kreun in Bissegem, samen met Dries Helsen. Als duo wonnen we de publieksprijs op Humorologie 2002. Mijn eerste nummer in het West-Vlaams, ‘Cowboy en Indiaan’, dateert uit die periode. Vier jaar lang traden we op als Wannes en Dries. In principe mocht je aan de Studio Herman Teirlinck niet optreden na de lesuren maar ze lieten het oogluikend toe. Na die vier jaar moesten we een nieuwe voorstelling maken om af te studeren. Er waren allerlei regeltjes: dit en dat mocht niet. Daarbovenop had je de dwang van de lach. Toen besloot ik om volop voor de muziek te gaan.
In De Kreun heb ik ooit een cursus djembé – je weet wel, zo’n Afrikaanse vaastrommel die aardig op de zenuwen kan werken - gevolgd. Vergeet niet te noteren dat ik naast acteur, scenarist, zanger, toetsenist en gitarist ook een gediplomeerd djembé-speler ben.

 

Naast muziek en teksten schrijf je mee aan scenario’s.

 

Inderdaad, ik was coscenarist voor de succesvolle serie Bevergem. Bart Vanneste alias Freddy De Vadder geloofde keihard in het opzet. De kans dat dit tot een goed einde kwam, was miniem. Het werd uiteindelijk een fantastisch proces en op de koop toe een succesverhaal. Ik speelde Wantje, een onzekere wijkagent. Wist je dat het onbekende woord ‘nurfen’ dat in de reeks gebruikt werd, het tot het meest gegoogelde woord van 2015 schopte. Er komt helaas geen vervolg op de serie. De spontaniteit zou verdwenen zijn.
Momenteel schrijf ik aan een nieuwe tv-reeks. Daar mag ik nog niks over vertellen.

 

Is een zekere filantropie je niet vreemd?

 

Eén van de nummers op ‘Calais’, ons laatste album, draagt de titel ‘Onderbemand’. Ik schreef het nummer voor Buddywerking Vlaanderen, waar ik peter van ben. Deze werking koppelt vrijwilligers aan mensen met een psychische kwetsbaarheid, om hen uit hun sociaal isolement te halen. Een buddy is geen wonderdokter, wel iemand die z’n hand uitsteekt en zegt: “Laten we met z’n tweeën iets doen”. Dat verandert levens, zowel dat van de vrijwilliger als dat van de persoon met psychische problemen. Beiden hebben iets aan de Buddywerking, ze maken elkaars leven waardevoller.
Ik citeer hierbij graag professor Dirk De Wachter. ‘Hoog gevoeligheid vormt niet het probleem maar veeleer ongevoeligheid.’ Onze maatschappij is niet aangepast aan mensen met psychische aandoeningen.

 

Laten we het hebben over ‘Ploegsteert’, jouw succesnummer bij uitstek.

 

Ik schreef dit nummer in opdracht van het Wielermuseum in Roeselare. Ze vroegen aanvankelijk om ‘My way’ van Frank Sinatra te coveren, het favoriete nummer van Frank Vandenbroucke. Ik maakte een nieuw lied gebaseerd op zijn biografie. Lach niet, naast djembé speler was ik ooit Belgisch kampioen triatlon. Ik moest vaak trainen en zo heb ik Frank persoonlijk gekend. Tijdens zijn trainingen in het zwembad van Menen kwam VDB vaak meezwemmen.
Je zou kunnen stellen dat Frank aan een bipolaire stemming leed. Het was alles of niks, komen of gaan. Hij bleek zeer bevlogen in zowel goede als slechte dingen. Je moet eens zijn biografie lezen: ontroerend door de openheid en het zelfinzicht.
‘Ploegsteert’ is op één avond geschreven. Het moment dat ik de zin bedacht ‘Ge waart nog kind, ge ving nog nie veel wind’, dacht ik: “Wow, nu ben ik vertrokken.”
Het nummer slaat aan want 16.500 Radio 1-luisteraars stemden erop en zo werd het koploper in de ‘100 op 1’. Mijn pensioen lijkt verzekerd.
En zeggen dat we het nummer eerst niet op de plaat zouden zetten…

 

Hoe ga je te werk?

 

Ik zet me aan de piano of neem mijn gitaar en begin te improviseren. Ik neurie of zing en laat de woorden komen. Ik laat alle remmen los en ga erop door. Eigenlijk ga ik op zoek naar het kind in mezelf. Zo kom je op dingen die je niet met je verstand bedenkt maar met gevoelens. Ik zat eens aan de piano met mijn neefje van 3 jaar op mijn schoot. Het was verbazingwekkend hoe hij meedeed. Hij heeft nog geen enkele filter. Zoals Picasso zei: ‘Ieder kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er een te blijven als je groot wordt.’
Ik denk hierbij aan het nummer ‘Ier bie oes es ‘t goed’. Dat is gelijk een beeldhouwer met een stuk steen. Het zit erin, nu nog kappen. Zo kwam de zinsnede ‘Zoe ze gediend zin met een kartje?’ als een spontane vondst.

 

Mijn parrain heette Henri en had van die menten voor de asem.  Als hij er eentje nam, kon hij die na twee uur van onder zijn tong halen. Vertel eens over jouw ‘Arrie’.

 

Eigenlijk heette hij ook Henri maar iedereen zei Arrie. Hij was niet mijn peter maar mijn directe buur. Wij woonden in nummer 16, hij in 14. Eigenlijk zat er nog een bewoner tussen op 15. Dat was aan de overkant. Zoals wel meer voorkwam in deze streek was Arrie vlasbewerker. Een intelligente man die niet gestudeerd had. Zeer godsvruchtig. Hij deelde in de kerk de boekjes rond en stak de kaarsen aan. Ik was de zoon die Arrie nooit gehad had. Een wijze mens. Als hij over iemand niks goed kon zeggen, dan zweeg hij er liever over.
Toen ik aan de Erasmushogeschool studeerde, werd Arrie opgenomen in de kliniek. Door mijn studies had ik niet veel tijd om afscheid te nemen. Maar ik heb een liedje voor hem geschreven dat hij nog gehoord heeft voor zijn dood.

 

Krieg ik nu min mente voor den asem?
'k Zitte zonder van mie 't haasten.
De laatste keer ip strate a' j' mie nie herkend.
Ik zeie ‘Dag Arrie’. Gie zei ‘Wien es die vent?’

 

Dat lijkt me een mooi verhaal om af te ronden. Een laatste vraag: wat heb je gedaan met de twee gouden platen?

 

Eentje hangt boven de vier wasmanden in het waskot omdat ze past bij de kleurtinten. De andere zit nog in de verpakking.

 

Met nummers als ‘Naar de wuppe’, ‘Calais’ of ‘De vrede’ kan je Het Zesde Metaal een ethisch verantwoorde groep noemen. Ze staan achter het goede doel, drinken koffie van de Wereldwinkel en… douchen samen. Al was het maar voor het milieu.

 

Dirk Ghys

 

Het Zesde Metaal
voorprogramma: Higher Octane
vrijdag 6 juli 2018 om 20 uur

toegang € 5
info 059 27 98 71 of cultuur@gistel.be

Meer lezen...

Interview: JOANNE SHAW TAYLOR

18 FEB 2017

 

JOANNE SHAW TAYLOR
 

Blues, nothing but the blues

TINY LEGS TIM

In het Nederlands noemen ze deze emotie een dipje, alsof het om iets gastronomisch gaat. In het Frans bekt het wat stoerder. Daar gaat men voor le cafard. Amerikanen en Engelsen prefereren een kleur: the blues. Dit is van oorsprong het melancholische gevoel dat zwarte slaven hadden toen ze zich een bult moesten werken op de plantages. Door het zingen van de blues hoopten ze troost te vinden.
N.a.v. het Blueprint bluesfestival op 26 maart checken we even bij een nieuwe generatie bluesmuzikanten, zowel bij een mannelijk als vrouwelijk exemplaar. Geen van beiden is op een katoenveld geboren maar is blank en jong. Naast hun voorliefde voor hetzelfde muziekgenre hebben ze een drieledige artiestennaam als gelijkenis.

TINY LEGS TIM

Tim, jij hebt West-Vlaamse roots.

Inderdaad, ik ben afkomstig uit het dorpje Westouter in de Westhoek. Hoop en al 1500 inwoners, tegen de Franse grens. Na mijn humaniora studeerde ik biologie in Gent en ben daar blijven plakken.

Waarom koos je muziek als beroep? Geen evidente keuze.

Vanaf mijn elfde heb ik altijd muziek gespeeld. Thuis werd gezegd dat ik eerst mijn studies moest afmaken en werk vinden. Daarna mocht muziek aan bod komen. Op mijn 23ste ben ik zwaar ziek geworden. Een aangeboren probleem met mijn lever. Na de eerste transplantatie volgde er een tweede. Ik ben zes jaar immobiel geweest. Ik beloofde mezelf dat als ik hier door raakte ik me 100% op de muziek zou richten. Momenteel gaat alles goed met mijn gezondheid. Ik neem medicatie tegen afstoting en ben ernstig vermagerd. Maar ik voel me gelukkig. Mijn artiestennaam Tiny Legs Tim is een grappige woordspeling op mijn tengere benen. Je hebt nog artiesten die dit doen zoals Blind Willie Johnson die, nogal wiedes, stekeblind was.

Vanwaar de liefde voor de blues?

Mijn ouders leefden volgens het gedachtengoed van mei ’68. Er werd veel muziek gedraaid thuis: zowel klassiek, jazz als Bob Dylan en blues. Er zaten zes echte bluesplaten, van die obscure, in de collectie. Zoals Lightnin’ Hopkins. Ik vond de sfeer en de klank van die muziek mysterieus en aanlokkelijk. Ondertussen ken ik de geschiedenis van de blues. Vroeger verstond ik geen Engels zodat enkel de muziek naar binnen kwam. Door mijn ziekte raakte ik ten volle gefascineerd door de blues. Ik had dingen om over te schrijven. De minder mooie kant van het leven… Tiny Legs Tim heeft een dubbele bodem. Iets negatiefs omtoveren tot iets positiefs. Ik heb parttime les gegeven maar dat zoog me op. Nu leid ik het leven dat ik wil leven: als muzikant. Weliswaar zonder alcohol en met voldoende slaap. Rock ’n roll, nietwaar.

Je opteert voor Deltablues. Geef eens wat uitleg hierover.

Dat verwijst naar het zuiden van de Verenigde Staten, meer bepaald de Mississipi Delta bekend om zijn katoenvelden, de bakermat van de blues. Eén persoon die zingt én akoestisch speelt. In die stijl zijn de bekendste namen Robert Johnson, Charley Patton en Son House. Een favoriet uitpikken kan ik niet. Ik vind ze elke op hun manier even goed.

Je verzorgde het voorprogramma van enkele grootheden. Tijd voor roddels.

Het concert van Pete Dorothy stelde niks voor. Hij was volledig gedrogeerd. Niemand trok er zich wat van aan. Zelfs zijn tourmanager was er gerust in. Richard Thompson daarentegen is een grappige gemoedelijke man. Hij gaf me complimenten. John Mayall heeft heel mijn optreden bijgewoond en raadde het publiek aan mijn cd te kopen.

In februari komt je nieuwe cd uit.

Mijn vierde plaat is een akoestische geworden in duo met Steven Troch, jarenlang de frontman van Fried Bourbon. We hebben twee dagen live opgenomen in de Yellow Tape studio met één klassieke micro van het merk Melodium. Zonder technische snufjes. Het klinkt eerlijk en bijzonder goed.

Hoe ziet jouw ideale groep er uit?

Aan de drumkit plaats ik Fred Below, Willie Dixon op bas en Hubert Sumlin op gitaar. Little Walter leeft zich uit op mondharmonica. Helaas, al deze muzikanten zijn gestorven.
Mijn band bestaat uit een aantal blanke negers als Frederik Van den Berghe (ex Arno) op drums, Steven Troch op mondharmonica en René Stock of Karel Algoed op contrabas.

Welke anekdote blijft je het meest bij?

Tijdens de opnames van mijn album Stepping Up zaten we vijf dagen met de groep in de studio. Tijdens het uitladen geraakten mijn vingers tussen een van de zware studio deuren. Shit, mijn linkerhand was gezwollen. Ondanks deze handicap hebben we toch opgenomen.

Luister je ook naar andere muziek?

Jawel hoor. Bob Dylan, Neil Young en Leonard Cohen bekoren me zeker. Ik volg ook de zaken van de collega’s. Ik moet toegeven, 90% van mijn aandacht gaat naar blues. Bij de hedendaagse muziek ben ik onder de indruk van Warhaus. Dit is het zijproject van Maarten Devoldere, frontman van Balthazar. Het jazzcombo Taxiwars rond Tom Barman vind ik straf. De Amerikaanse singersongwriter Kurt Vile staat eveneens hoog aangeschreven. Het moet mij raken en genoeg diepgang hebben.

 

Uw favoriete gitaar?

Ik lijd aan G.A.S. wat staat voor Gear Acquisition Syndrome. Het zorgt ervoor dat de spullen die bij de gitaar worden gebruikt slechts van korte duur bevredigend zijn. Er moeten altijd meer attributen of gitaren gekocht worden. Ik beken, ik koop veel gitaren. Maar ik heb er onlangs twee verkocht. Die ene ideale gitaar die alle andere kan vervangen ben ik nog niet tegengekomen.

Wat vind je van het Blueprint bluesfestival?

Het is een mooi samengestelde affiche die redelijk breed gaat. Van de hardere bluesrock tot het akoestische werk. Dat zal heel wat mensen aanspreken. Samen met Steven Troch stel ik er mijn nieuwe cd voor.

Is er nog iets dat je kwijt wilt?

Ik ben zeer tevreden van het parcours van Tiny Legs Tim na de donkere ziekteperiode. Ik ben altijd blijven doordoen. Traag maar gestaag. Ik bruis van de ideeën en heb nog veel om naar toe te werken. Kijk naar onze godfather Roland, 72 geworden. Die blijft verder doen op zijn eigenzinnige manier. Daar neem ik mijn hoed voor af.

JOANNE SHAW TAYLOR (U.K.)

Nog maar 30 jaar en Joanne heeft al zes cd’s op haar palmares. Haar albums staan hoog genoteerd in de US Billboard Top Blues. In 2010 won ze de onderscheiding van beste zangeres bij The British Blues Awards. Het jaar erop haalde ze de prijs als Songwriter of the Year binnen. Joanne speelt zeer expressief gitaar en haar enigszins hese stem past perfect bij de muziek die zij speelt. Stergitarist Joe Bonamassa noemt haar ‘A superstar in waiting’.
Het had wat voeten in de aarde voor we de blonde gitariste aan de lijn kregen. Na diverse mails naar haar manager kregen we haar nummer. Maar… ofwel nam ze niet op, ofwel sloeg de voicemail aan. Uiteindelijk kreeg ik contact via haar roadmanager. Het interview kon plaatsvinden tussen de soundcheck en het avondmaal. Helaas, een buitenlandse gsm-lijn is niet altijd even duidelijk. Op de koop toe spreekt ze met een zwaar Brits accent… en ze heeft weinig tijd. Om dit gitaarwonder, ook wel het nieuwe gezicht van de blues genoemd, te spreken neem ik er de ambetantigheden bij.

Je bent ontdekt door Dave Stewart van Eurythmics. Hoe is dat verlopen?

Ik was pas 16 toen ik hem een cassette overhandigde na een liefdadigheidsconcert. Dave bleek danig onder de indruk. Ik werd uitgenodigd om mee te spelen in zijn supergroep D.U.P. met onder meer Candy Dulfer en Jimmy Cliff. Later stond ik met Annie Lennox op het podium voor zo’n 12.000 toeschouwers.

 

 

Hou je van Let’s Dance van David Bowie?

Sure I do. Het was de zoveelste switch in zijn carriere en het werd zijn best verkochte album. Het zal je niet verwonderen dat ik er gek op ben omdat Stevie Ray Vaughn, één van mijn helden, er leadgitaar op speelt. David had Stevie ontdekt op Montreux Jazz. Op de singles Let’s Dance, China Girl en Cat People hoor je duidelijk Stevie’s zeer herkenbare Albert King-stijl.

Jimi Hendrix is ook één van je favorieten. Vertel.

Zijn debuutalbum Are You Experienced heeft me werkelijk van mijn sokken geblazen. Het nummer Manic Depression staat bij mij op kop. Hendrix schreef de song nadat zijn manager Chas Chandler op een persconferentie verteld had dat Jimi klonk als een manisch depressieveling.

Herinner jij je optreden zo’n 10 jaar terug in een Bredense kroeg vlakbij Oostende?

Oh my god. Neen, dat zegt me niks meer. Ik ben zowat constant aan het toeren en niet alles blijft me bij. Ik ken ook geen Belgische muzikanten want ik speel slechts sporadisch in je land. Voor en na mijn shows schiet er niet zoveel tijd over.

Al je concerten in het Verenigd Koninkrijk zijn uitverkocht. Is dit een gevolg van je verschijning in ‘Later… with Jools Holland’?

Dat heeft ermee te maken. Maar ik krijg ook lovende recensies, mijn cd’s scoren super, collega’s als John Mayall en Stevie Wonder apprecieren me, en ik speel onnoemelijk veel. Zo krijg je faam.
Sorry mate, I’ve got to go. Daar gaat mijn goede reputatie. See you at the festival.

Dirk Ghys

BLUEPRINT BLUESFESTIVAL
-Joanne Shaw Taylor (U.K.)
-Marino Noppe band
-Tiny Legs Tim
-Ed De Smul
zondag 26 maart 2017, 16 uur
cc Zomerloos Gistel, cultuur@gistel.be, 059 27 98 71, € 18

 

Meer lezen...

Interview: Jean - Marie Aerts

05 SEP 2016

 

Gitarist en producer met wereldfaam
 

Jean-Marie Aerts
 

“Oh la la la, Jean-Marie est magnifique!”

 

Jean-Marie Aerts of afgekort JMX is een invloedrijk gitarist en producer. Hij speelde bij Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud maar kreeg vooral bekendheid door zijn rol bij TC Matic en Arno. Als producer scoorde hij internationaal met de debuutplaat van Urban Dance Squad.

Harelbeke ‘84. Na een stomend concert van TC Matic plassen Jean-Marie en ik broederlijk naast elkaar tegen de haag. Plots zie ik het tourbusje richting Frankrijk vertrekken… zonder hun gitarist. Al multitaskend en met open rits loop ik de camionette achterna om dit duidelijk te maken.

Jean-Marie lacht. Hij herinnert zich het voorval niet maar wel het concert. Dat was de ‘Choco’-tournee met Nacht und Nebel als voorprogramma. Tijdens de nachtelijke rit kwam bassist Ferre Baelen met de verzuchting dat hij uit de groep wilde stappen.

 

Als opwarmer: je bent van Zeebrugge. Kom je er soms?

 

Ik woon nu in Brabant en ga zelden naar de kust. Toegegeven, ik mis de zeelucht. Ik heb er nog contact met een goede kameraad.

 

Je vader was arts en je hebt ooit doktersstudies aangevat.

 

Aan de univ in Gent. Dat was totaal niks voor mij. Ik ben gestopt en verhuisd naar Brussel. Chance voor de mensen (lacht).

 

Midden jaren ’70 ging je de baan op met Raymond & Bien Servi. Heb je nog contact met je collega’s?

 

Mich Verbelen en Stoy Stoffelen kwamen onlangs naar een try-out. In Bien Servi verving Raymond me door Jean Blaute. De cirkel is rond, nietwaar. Jean zie ik geregeld.

 

Eind jaren ’70 speelde je bij Johan Verminnen. Was de overstap naar TC Matic een sprong in het ongewisse?

 

Ik had de groep gezien toen Paul Couter er nog bij was met Serge Feys al aan de toetsen. De band pakte me. Couter had er genoeg van. Bij hen voelde ik me als een vis in het water. Ik speelde bij Verminnen tot hij een nieuwe gitarist vond: Eric Melaerts. Voilà, de cirkel is opnieuw rond.
Begin ’80 ging de bal bij TC Matic stilaan aan het rollen met de dubbele single White rhythm opgenomen in Londen. Er was geen enkele platenfirma die ons wilde tekenen wegens oncommercieel. Onze toenmalige manager heeft dan zelf een label opgericht: Parsley (peterselie).

 

TC Matic heeft meer invloed op mij gehad dan The Beatles. Op welke van de vier TC Matic platen ben je het meest trots?

 

Het derde album: Choco. We waren uitstekend op elkaar ingespeeld en verlegden grenzen. Mijn favoriete nummer is Being somebody else.
De daaropvolgende cd Yé Yé leverde, afgezien van de single Elle adore le noir, leverde niet het gewenste resultaat op. We waren wat verward de productie door Howard Gray (Apollo 440). Hou er rekening mee dat het digitale tijdperk nog niet bestond. Welke nummers ervan hoor jij graag?

Afgezien van de single ben ik zot van Act like a dog en Get wet.

 

Choco is de favoriet van Piet Goddaer (Ozark Henry). Alain Tant, zanger van Luna Twist, is verknocht aan je gitaarpartij op de single Willie.

 

(Hoorbaar tevreden) Ook Patrick Riguelle is te vinden voor de gitaar op Willie. Patrick en ik hebben later samen die single live gespeeld. Er zitten verschillende lijnen in het gitaarspel.

 

Waarom brak TC Matic internationaal niet door?

 

Ik vind dat we wel doorbraken. We toerden veel in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Scandinavië… Een ervaren management op dat vlak bestond hier nog niet. Via een Engels agency deden we het voorprogramma van Simple Minds. PIL, de groep rond Johnny Rotten, was geïnteresseerd. Die haakten af omdat ze wellicht bang waren dat we hen naar huis zouden spelen.

 

Heb je nog contact met je TC Matic buddies?

 

Het meest met Rudy. We bellen wekelijks om bij te kletsen. Hij drumt nog iedere dag om zijn vorm te behouden. Ik zou begot niet weten waar Ferre uithangt. Met Serge sprak ik onlangs over het gebruik van muziek door Telenet. Met Arno heb ik niet veel contact. Ik kwam hem laatst tegen in 2009 op Theater Aan Zee. Hij was curator en ik mocht er spelen. But, no hard feelings.

 

Kan je leven van de royalties? Ik denk aan Putain putain, Elle adore le noir, Bathroom singer…

 

Je krijgt enerzijds royalties op de platenverkoop. Verwaarloosbaar vandaag. Je hebt anderzijds de auteursrechten omdat je iets geschreven hebt. Dat is oké. Daarmee word je niet rijk maar overleef je.

 

Hoe omschrijf je een producer?

 

Hij is verantwoordelijk voor het eindresultaat. Hij let op de performance van de groep. Hij zorgt dat er binnen het budget gebleven wordt. Hij moet plannen en problemen oplossen. George Martin, de vijfde Beatle, was zelfs meer dan een producer. Daarnaast was hij een begenadigd arrangeur.
Mijn belangrijkste productiewerk was ontegensprekelijk de debuut-lp van Urban Dance Squad. Dat was nu eens een superplaat. Er werd een stap gezet in de toekomst. Mental floss for the globe had een impact op de muziekwereld. Het nummer Deeper Shade of Soul werd een hit in Europa en Amerika. Hun crossover was een originele combinatie van rockmuzikanten met een rapper en een dj. Een frisse mix van hip hop, heavy metal, funk en soul. De lp won een Edison Award en werd door muziekblad Oor uitgeroepen tot beste Nederlandse album ooit. Omdat ze het eerst waren, had de plaat en de groep zonder twijfel een belangrijke invloed op Red Hot Chili Peppers en Rage Against The Machine. Ik ben nog altijd apetrots op mijn bijdrage.

 

In mijn top drie van jouw producties staan Sit On It van Big Bill, Concorde van Jo Lemaire en The Ship van Luc Van Acker.

 

Ik ben blij dat je Big Bill vermeldt. De plaat werd opgenomen in de befaamde Matrix Studio in Londen. Het titelnummer heeft een opgewekte reggae vibe. In het achtergrondkoortje zaten Liza Strike en Barry St.-John. Niet van de minste want ze verzorgden de background vocals op Dark Side of the Moon van Pink Floyd.
Vandaag is een productie moeilijk geworden. Er zijn geen budgetten meer. Nochtans heb je een goeie opname nodig. Ik erger me dood aan het ineenstorten van de cd-markt. Mensen betalen niet meer voor muziek. Bij de bakker betaal je toch je brood. Spotify is een oneerlijk systeem omdat de rechten belachelijk laag zijn. Gelukkig is de vinylmarkt aan een heropleving toe hoewel dat niet veel voorstelt. De klank is tenminste fantastisch.

 

Over naar de gitaristen.

 

Degene die me het meest beïnvloedde, was Jan Akkerman. Simpel, ik kon die man aan het werk zien. Een eigenaardig karakter, tot daar aan toe. In ‘73 werd hij door de lezers van het Engelse muziektijdschrift Melody Maker uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld. Nota bene vóór Eric Clapton en Jimmy Page. Hij is niet alleen een technisch hoogstaande gitarist, maar ook eentje die blijft experimenteren met zowel apparatuur als spel.
Eric Clapton ten tijde van Cream vond ik straf. En natuurlijk het natuurwonder Jimi Hendrix. Niet alleen zijn gitaarspel, maar hoe hij een nummer maakte, hoe hij zong, zijn presence… De lp Electric Ladyland, da’s verplichte kost.

 

Verzamel je gitaren?

 

Dat is een misvatting. Ik bezit in totaal 13 stuks, waarvan 3 akoestische met nylon snaren, 2 bassen en 8 elektrische gitaren. Vroeger was zo’n instrument betaalbaar.

 

Naar het schijnt staat je versterker altijd op het maximum.

 

Dat is een andere miskleun. In mijn beginperiode had ik een kleine Fender versterker. Die moest je wel opengooien. Bij TC Matic stond mijn versterker maximum drie kwart open. Ik had wel extra speakers en veel pedalen. Dat zorgde voor power. Ik kan gerust tegenspreken dat ik last zou hebben van doofheid.

Wat is het grootste compliment dat je kreeg?

 

Je gelooft me niet: als de mensen ‘dank je’ zeggen na een optreden.

 

Hoe ben je bij Blaute & Melaerts geraakt?

 

In 2012 werd ik door Jean en Eric gevraagd bij Jazz Bilzen Tribute. Het klikte meteen. We repeteren in de living van Jean. Het is waarlijk een plezier om samen muziek te maken. Daarvoor doe je het. Het zijn aangename heren. We respecteren elkaar. We hebben een paar try-outs achter de rug. We amuseren ons en we worden beter en beter.

Ah ja, de beste Nederlandstalige song? Terug naar De Kust van Maggie McNeal. Ik word iedere maal week als ik het nummer hoor. Dat zijn mijn roots, zeker?

De topgitaristen Blaute, Melaerts en Aerts spelen in Gistel. Gelukkig staat er geen taxushaag aan de achterkant van de Zomerloos. De tijden gaan erop vooruit want er zijn voldoende toiletten backstage. Geen enkele muzikant zal het busje missen.

Bestaat toeval? Toen ik een paar dagen geleden een bericht op Facebook postte dat ik Jean-Marie Aerts geïnterviewd had, gebruikte ik het Oh La La La hoesje. Ik kreeg onverwacht volgend bericht: “De single hoes van Oh La La La heb ik in Berlijn gebricoleerd. Ik woonde er toen in met mijn ex. We waren naar een 3D-film gaan kijken, vandaar het idee. Achteraan staat een zwart-wit zelfportret van ons tweeën met brilletje op. Letters uit de Berliner Zeitung geknipt, logo getekend in Chinese inkt en klaar, 1981.” Danny Willems (fotograaf en Arno’s beste vriend)

 

Dirk Ghys

Wat: Concert Jean Blaute, Eric Melaerts & Jean-Marie Aerts
Wanneer: Zaterdag 5 november – 20u
Locatie: cc Zomerloos Gistel
Info: 059 27 98 71, cultuur@gistel.be
Toegang: € 15 - caféstijl

 

Meer lezen...

Interview: Dyscordia

10 APR 2016

 

Interview met Dyscordia

 

 

Vissen op een Zweeds meer

 

 

De overdaad aan veelkleurige lichtjes en het gillende forevolk was bij onze aankomst in de Kortrijkse binnenstad bijzaak. Om 19.10u stipt hadden we een afspraak met de helft van de nieuwe Belgische metalsensatie van het moment, Dyscordia. We hadden tien kaartjes met thema’s mee om als gespreksonderwerpen naar voor te schuiven. De volgorde werd bepaald door lottrekking. De sfeer backstage was ongedwongen. Guy Commeene (lead gitarist), Wouter Nottebaert (basgitaar) en Stefan Segers (grunts en gitaar) waren op hun gemak en de verwelkoming was hartelijk, waarvoor dank.

 

De Zwaarste Lijst

 

Stefan: ‘We waren eigenlijk te laat en hebben het niet gehoord dat Chthonic Star erin stond. Ik heb de gewoonte om alleen naar de laatste twee uur van de lijst te luisteren. Via verschillende sms’en en berichtjes van vrienden en familie werden we op de hoogte gebracht.’

 

Wouter: ‘We kregen felicitaties toegestuurd en we wisten niet waarom. Gelukkig kun je op de site van Studio Brussel alles herbeluisteren.’

 

Stefan: ‘Er is wel wat actie rond onze notering gekomen. Studio Brussel belde ons op voor een interview wat natuurlijk altijd leuk meegenomen is.’

 

Guy: ‘We waren eigenlijk echt verbaasd dat we erin stonden. Want we hadden met de band geen speciale oproep gedaan om op een bepaald nummer te stemmen. We hebben alleszins geen campagne gevoerd.’

 

Stefan: ‘Je kan altijd wel een paar Belgische bands (Channel Zero, Diablo Blvd., Ostrogoth, Steak Number Eight, Evil Invaders…) verwachten die hoog zullen scoren. Voor de rest verwacht je van eigen bodem eigenlijk weinig groepen dat ze bij de beste zesenzestig eindigen. Het is fantastisch dat er zoveel mensen op ons gestemd hebben. Het bevestigt eigenlijk dat we toch nog niet zo slecht bezig zijn (lacht).’

Wouter: ‘Het is een bewijs dat er toch wel support is voor hetgeen dat we doen. Misschien voeren we volgend jaar wel wat campagne en proberen we alle fans achter één nummer te scharen (lacht).’

 

 

Het Buitenland/De festivalzomer

 

Wouter: ‘Volgende week zitten we in Nederland om te spelen. Altijd leuk.’

 

Stefan: ‘Dat is Dijkrock. Normaal was er nog een optreden aan gekoppeld maar dat is jammer genoeg weggevallen. Deze zomer gaan we naar Duitsland en gaan we proberen om daar nog enkele concerten bij te doen. Met Words in Ruin willen we eerst België en de omringende landen doen en dan zien wat de reacties zijn. We hebben leuke vooruitzichten.’

Wouter: ‘Door onze interviews in Aardschok en Rock Tribune hebben we bij onze Noorderburen al wat meer naambekendheid verworven. We hopen dat Words in Ruin de rest doet maar het blijft hard werken. Een beetje met te keer.’

Guy: ‘Er mogen van ons gerust nog meer optredens gepland worden komende festivalzomer.’

 

 

Dyscordia (in één woord)

 

Stefan: ‘Een zootje ongeregeld!’

 

Wouter: ‘Dat is wel niet in één woord é Fane (lacht).’

 

Guy: ‘Schrijf het anders aan elkaar (lacht).’

 

Wouter: ‘Dyscordia is een beleving, een rollercoaster…’

 

Stefan: ‘Vele bands ontstaan uit een groep vrienden die muziek willen maken. Bij Dyscordia is dat een klein beetje anders gelopen. Guy en Wouter Debonnet, onze drummer, zijn beginnen mensen selecteren niet uit vriendschap maar op basis van ingesteldheid. We zitten alle zes op dezelfde golflengte en dat heeft Dyscordia gevormd tot wat het nu is.’

 

Guy: ‘Dyscordia is ontstaan uit vroegere frustraties. We waren allemaal al lang met muziek bezig en we geraakten er nergens mee. We hadden het gevoel dat we toch beter konden doen. Uit de problemen en frustraties die we in vorige projecten en bands hadden ervaren hebben we geleerd en Dyscordia uitgebouwd.’

 

Stefan: ‘Bij het begin hebben we verscheidene platencontracten voorgeschoteld gekregen. Maar we hebben beslist om dat zelf in handen te nemen met ons eigen label Road Marks Productions. We houden onze boekhouding zelf goed bij. Zo blijft er geen geld plakken bij mensen waar het niet hoort. Alcatraz doet onze bookings en management, Suburban doet de distributie en merchandise is ook in goeie handen. We hebben alles in huis om de toekomst van de band te garanderen.’

 

Guy: Onze volgende plaat moet aan minimum dezelfde kwaliteit kunnen afgeleverd worden, daar streven we naar. Met drie gitaren, onze drukke drummer, de synths en de uiteenlopende vocalen is een goede mix en mastering nodig. Daarvoor zijn we ook twee keer naar Zweden getrokken om alles perfect uit te werken.’

 

Wouter: ‘We willen zonder druk en met gezond verstand onze eigen zaken regelen. Zo kunnen we af en toe ook eens doen voor onze fans en de fanclub. In toekomst gaan we misschien zelfs beginnende bands helpen en ondersteunen.’

 

 

Sacred Soil of Souls

Guy: ‘Dat is een specialeke. We hebben doelbewust gekozen om deze song op de plaat te zetten. Er moest iets bij zijn dat anders was dan de rest. Het idee kwam van Piet Overstijns (zang) die al een heel eind geleden de tekst voor dit lied had gemaakt.

Wouter: Het bekte niet direct om zijn lyrics op een harde gitaarlijn te zetten en in een hard metalnummer te verwerken.’

 

Guy: ‘We hadden verschillende invalshoeken uitgeprobeerd om uiteindelijk alles weer te strippen en bij een akoestisch en vocaal nummer te komen. De riff komt van Martijn (gitarist) en live komt de basgitaar van Wouter erbij. Vanavond gaan we het ook spelen. Ik kan dan samen met Stefan en Wouter (drummer) één gaan drinken of vlug eens naar de wc lopen (lacht).’

 

 

De nieuwe plaat

 

Stefan: ‘De titel is er gekomen door een brainstorm. Het moest passen bij de plaat en meteen aanslaan bij de luisteraars. De nummers en artwork liggen allebei in dezelfde lijn. Het plaatje klopt.’

 

Guy: ‘Het moest catchy klinken! Alles van de plaat werd opgenomen in België en dan verder verwerkt en gemasterd in Zweden door Jens Bogren (Opeth, Amorphis, Paradise Lost, Amon Amarth…). Hij deed ook onze vorige plaat Twin Symbiosis. Een echte krak, fijn om met dit soort mannen samen te werken.’

 

Wouter: We kunnen misschien ook vermelden dat Bogren naast zijn muzikale job ook bezig is met een zijprojectje ‘Fascination Street Sports Fishing’. We mochten tijdens ons verblijf in Zweden ook eens proeven van deze leuke hobby. We zijn met hem een dagje meegeweest om te gaan vissen op een groot meer in de buurt.

 

Stefan: ‘Het was een hele leuke ervaring (toont foto’s op smartphone). Het was machtig om na die twee dagen in de studio eens in de natuur van Zweden te vertoeven. Het was een meer ter grote van West-Vlaanderen.‘

 

Wouter: ‘Op de kaart kun je het wel bijna niet zien liggen (lacht).’

 

Stefan: ‘We hebben niets gevangen maar dat deed er eigenlijk niet toe (lacht).’

 

Wouter: ‘We zijn met drie naar Zweden geweest. Bogren was al een eindje bezig met de mixing. In drie dagen hebben we alle tracks doorlopen tot de plaat volledig kon gemasterd worden door Tony Lindgren (Paradise Lost, Kreator, Katatonia…). Met de rest van de band stonden we dagelijks via Skype in contact zodat zij ook konden mee beslissen over hoe de nummers af moesten klinken.

 

Guy: ‘Die manier van werken liep heel goed. Bogren wil geen studio vol mensen omdat je dan minder vlot kan doordoen. Alle aandacht moet naar de kwaliteit van de muziek kunnen gaan.’

 

 

Album artwork

 

Stefan: ’Ah hier Guy’tje, right up your alley!’

 

Wouter: ‘Guy hier doet trouwens al ons artwork.’

 

Guy: ‘Al van bij Twin Symbiosis proberen we met ons album artwork de verhaallijn van de plaat uit te beelden. Nu hebben we met enkele tips geprobeerd om de hoes commercieel te laten opvallen. Zodat ze tussen een heleboel platen in een cd-winkel opvalt en eruit springt. We hebben heel goed gelet op de kleuren en het concept. Aan de hand van de lyrics die geschreven worden door Piet werd het album artwork samengesteld. Zijn teksten zitten vol tegenstellingen, een harlekijn met verdriet bijvoorbeeld (Harlequin’s Grief). Op de hoes moest er dus ook veel contrast zitten. Een engel met zwarte vleugels op een lichtblauwe achtergrond. En natuurlijk de afbrokkelende ruïnes in de verte die een verwijzing zijn naar de titel.’

 

Stefan: ‘We willen de teloorgang weergeven met toch ergens een tikkeltje hoop in verwerkt.’

 

 

Invloeden/Inspiratie

 

Wouter: ‘We zijn met z’n zessen en we hebben allemaal verschillende interesses. Op muzikaal vlak kan dat gaan van stonerrock tot death metal.’

 

Guy: ‘Vooral Opeth en Nevermore zijn bands die bij alle zes redelijk hoog scoren.’

 

Stefan: Als ik één voorbeeld moet kiezen dan is het Maurizio Lacono van Kataklysm. Zelf heb ik nog nooit geprobeerd om een zanger van één van mijn favoriete bands te kopiëren. Onze inspiratie proberen we ook altijd verder te zoeken dan alleen in muziek. Dat kan uit films, literatuur, het dagelijkse leven, jamsessies samen… Je mag dat echt heel ruim zien.

 

 

Dump: ‘Bedankt voor jullie tijd en veel succes vanavond.’

 

 

 

(BG)

 

 

 

 

 

 

Meer lezen...

Interview: Graham Gouldman - 10CC

15 FEB 2016

 

10cc frontman Graham Gouldman

 

Songsmid pur sang 

 

Met spilfiguur Graham Gouldman bracht 10cc tien studioalbums uit waarvan een goeie 30 miljoen exemplaren over de toonbank gingen. Tien tijdloze singles haalden de hitparade. “Cijfers die tellen,” zou mijn wiskundeleraar gezegd hebben.

 

Gouldman is stichtend lid, bezieler en songschrijver van 10cc. Ik interview Mr. Gouldman om 10 uur ’s morgens. Hiermee ontkrachten we het cliché dat artiesten tot ’s middags in hun vlooienbak liggen. Als introductie vertel ik hem: “Ik leerde je kennen via James Last. De LP Non stop dancing, volume 11, niet stuk te krijgen.” Hij lacht smakelijk.


“Natuurlijk ken ik James Last. Wie niet? De slechtste versie van één van onze songs – I’m not in love – staat zonder twijfel op naam van Petula Clarck. Een discoversie, verdorie. Check het op YouTube. Afgrijselijk en tegelijkertijd om je een breuk te lachen.”

 

Op 19- en 20-jarige leeftijd schreef je 3 hits: For Your Love (The Yardbirds), No Milk Today (Herman’s Hermits) en Bus Stop (The Hollies). Dacht je niet dat je genoeg royalty’s ontving om al te rentenieren?

 

(Zonder aarzelen). Nee! Ik schrijf nooit songs om het geld. Wel omwille van het plezier en om het te doen. Kortom, het is een passie.

 

Vanwaar de naam 10cc?

 

Voorheen heten we Hotlegs en scoorden een hit met Neanderthal Man. Het was producer Jonathan King die afkwam met 10cc. Hij had gedroomd over een wereldbekende groep met die naam. Hij bedacht ook de naam Genesis voor de groep rond Peter Gabriel en Phil Collins. Het verhaal gaat dat 10cc haar naam ontleent aan de hoeveelheid sperma die de gemiddelde man kwijtraakt per zaadlozing (9cc). Aangezien wij net iets meer waren dan de gemiddelde man, moest de naam 10cc worden. Maar, dat is een verzinsel.

 

De meeste nummers zoals Dreadlock Holiday, The Wall Street Shuffle, I’m not in love, Art for Art’s Sake, I’m mandy fly me … schreef je samen met Eric Stewart. Wie schreef de muziek en wie de teksten?

 

Het was een samenwerking, we schreven die samen. Dreadlock Holiday van het album Bloody Tourists gaat over een toerist die in Jamaica doorlopend wordt lastiggevallen door mensen die geld van hem willen. Het verhaal is deels geïnspireerd op de ervaring van Eric Stewart tijdens een vakantie op Barbados. Ik neem de lead vocals voor mijn rekening plus bas en gitaar. Eric zit aan de toetsen. Het nummer werd een wereldsucces.
The Wall Street Shuffle gaat over de economie, de dollar en andere valuta en de teloorgang van het Britse pond. Inspiratie kwam via Lol Creme. We reden na het succes van Rubber Bullets in een limousine over Wall Street. Creme dacht meteen aan de titel Wall Street Shuffle.

 

Ik val nog altijd voor het basintermezzo halverwege I’m not in love.
Thank you very much, my friend.

 

Toen ik 16 was zong ik I’m so in love. Tijdens mijn vakantiejob aan de kust raakte ik tot over mijn oren verliefd op de caissière van de Unic. Helaas, het werd niks.

 

Dat is jammer. I’m not in love is origineel in bossanovastijl geschreven met percussie. But that was crap. Het kwam uiteindelijk in balladevorm uit. Het nummer is befaamd geworden vanwege het veelvuldig dubben van de zangstemmen, nog in het analoge tijdperk. Kevin Godley kwam aandraven met het idee om geen instrumenten te gebruiken maar enkel stemmen. A wall of sound met stemmen, ongeveer 250. Eric verzorgde de lead vocals. We voegden er nog wat toetsen, gitaar en Moog synthesizer aan toe. De stem die fluistert Be quiet, big boys don’t cry komt van onze secretaresse Kathy. Trouwens, wat was de naam van je vlam? (lacht)

 

Voel je op voorhand welk nummer een hit wordt?

 

Helaas niet. Het is onvoorspelbaar. Soms ben je overtuigd dat het een giller wordt en het raakt in de vergetelheid. Het omgekeerde gebeurt gelukkig ook.

 

Heb je nog altijd de behoefte om songs te schrijven?

 

Dit gaat niet over. Ik schrijf voortdurend nieuwe songs. Het is mijn gave, zo ben ik. Het zit in mijn DNA.

 

Is er nog contact met je vroegere kompanen Stewart, Godley & Creme?

 

Met Kevin Godley klikt het nog altijd. Hij is muziekvideoregisseur en maakt clips voor bijvoorbeeld U2, Sting, Eric Clapton… We schreven een album en toerden samen. Een fantastische kerel.

 

Naast muzikant ben je ook producer. Je produceerde in 1981 het album Pleasant Dreams van The Ramones.

 

Jawel. Een leuke ervaring. The Ramones waren wie ze waren. Beleefde gentlemen in leren jekkers en gescheurde jeans. Zowel getalenteerd als origineel, professioneel als punctueel. Jammer genoeg was de rivaliteit tussen Joey en Johnny Ramone al merkbaar. Een dispuut over de muzikale richting en een vrouwenkwestie zoals gewoonlijk.

 

Welke is de meest vreemde plaats waar je optrad?

 

Noord-Vietnam. Ik was daar op trektocht en had een gitaar bij me. Ik speelde nummers rond het kampvuur en de arme plaatselijke bevolking kwam uit hun tent gewikkeld in dekens. Dan merkte ik dorpsbewoners op met verbazingwekkende rode kapsels. Dat was het vreemdste publiek waarvoor ik ooit gespeeld heb. Na mijn optreden liepen ze geruisloos van waar ze gekomen waren. Vreemd, heel vreemd.

 

The Beatles of The Stones?

 

Zonder twijfel The Beatles.

 

Of ga je eerder voor The Beach Boys?

 

Euh, jawel. Wat een stemmen en wat een productie! Zo’n geweldige songschrijvers. Weet je wat? Momenteel draai ik hun cd Smile in mijn wagen.

 

Wat is volgens jou de definitie van een perfecte popsong?

 

Een lied dat je pakt en verbindt, je doet bewegen of huilen.

 

Wat mogen we verwachten van de komende optredens?

 

Voor mezelf wordt dat de camaraderie van een groep en het plezier om met een team vrienden te werken. Het publiek mag zich verwachten aan een hechte en met plezier spelende band. Naast mezelf (bas & zang) staan op het podium PAUL BURGESS (drums, mee op tour sinds het begin), RICK FENN (gitaar & zang sinds Dreadlock Holiday), MIKE STEVENS (sax, keyboards, zang sinds 1999) en MICK WILSON (gitaar, percussie, zang ook sinds 1999). We brengen alle hits aangevuld met een resem albumtracks. Eén song kreeg zelfs een ander arrangement mee.

 

Zoveel is duidelijk, Graham Gouldman is een gentleman. In 2014 werd hij meer dan terecht opgenomen in de Songwriters Hall of Fame. De herinneringen aan de kassierster van de Unic gelardeerd met een James Last soundtrack worden met de spreekwoordelijke mantel der liefde bedekt. We go for the real thing… en hopen van jou hetzelfde.

 

Foto - Interview:

 

Dirk Ghys

 

 

Wat: concert 10cc
Wanneer: zaterdag 27 februari – 20 uur
Waar: cc Zomerloos Gistel
Toegang: 28 euro
Info & reservaties: cultuur@gistel.be of 059 27 98 71

 

Meer lezen...
Page 1 of 2
Goto page: [1], 2,