Avatar – Feathers & Flesh (3,5/5)
Circus Avatar is terug
Vorig jaar deden ze de Kortrijkse kasseien nog uit de grond daveren met hun passage op de Grote Markt, die gratis werd aangeboden door onze vrienden van Alcatraz Music. Dit jaar staat er een vers geschminkt schijfje te popelen vol ongeduld om gelost worden op de hongerige fans. Feathers & Flesh is al de zesde zoever van de Zweedse metalformatie rond Johannes Eckerström die voor de gelegenheid zijn clowneske tronie wederom met de nodige lagen make-up omtoverde in een angstaanjagende ceremoniemeester.
Voor de opnames werden maar liefst drie Europese studio’s aangedaan. Castle Studios in Rohrsdorf (Duitsland), Finnvox Studios in Helsinki en Spinroad Studios in hun thuishaven Lindome werden ten volle gebruikt om nieuw materiaal te fabriceren. Dat het resultaat er mag wezen wisten we al door de verscheidene singles die in 2016 met de nodige digitale toeters en bellen afgevuurd werden. Circus Avatar is terug en we zullen het geweten hebben. De snedige portie heavy speed metal die we na de intro Regret met House Of Eternal Hunt voorgeschoteld krijgen, jaagt de plaat van begin af gedwee op. Met The Eagle Has Landed is er opnieuw ook plaats voor een ferme scheut groove. De volle sound vult moeiteloos ieder onbewaakt hoekje van de Dumpredactie. Er werd hier zelfs voldoende tijd genomen voor een uitvoerige outro. Met Tooth, Bleak & Claw en New Land zoeken Eckerström en co andere horizonten op. Beide tracks liggen ook mijlenver uit elkaar en zijn niet te vergelijken met het voorgaande. For The Swarm, één van de vooraf geloste songs, drijft de crazyness, met de volumeknop open, losjes door. Er staat geen maat op deze krankzinnige Scandinaviërs en we zitten nog niet halverwege. Moest Cirque Avatar een echt circus zijn dan was Fiddler’s Farewell de ideale achtergrondmuziek voor de pauze. Dit riedeltje brengt rust in ons opgefokte lijf en staat als vederlichte ballad los van de rest. Met One More Hill en Black Waters steekt deel twee van Feathers & Flesh van wal. Night Never Ending is dan weer een stuk minder, maar de plaat zakt niet geheel weg. Onder andere Pray The Sun Away zorgt er voor dat de zon als een oude metalige dieselmotor blijft schijnen over dit album. Grunts en cleane zanglijnen worden vlotjes afgewisseld. When The Snow Lies Red is misschien, op deze veertien tracks tellende schijf, één van de songs te veel. Moest kwaliteit primeren over kwantiteit dan houden wij tweederde van de liedjes over. Er mag hier dus gerust gesneden worden in het vlees.
Live zijn deze kornuiten met zotskap nog steeds niet te versmaden en dat zal deze zomer niet anders zijn.
(BG)