Seether - Si Vis Pacem Para Bellum
Reckless! - Not As Think As You Drunk
Valkyrie – Fear
BEAR – Propaganda
Elder - Omens
Nightwish - Human. :II: Nature.
Agenda
09 AUG
Festival Dranouter 2020
18 SEP
Rock Beats Cancer
26 SEP
Devils Rock For An Angel 2020
19 OKT
Peter Hook
29 OKT
Kensington
29 MEI
Waregemse Metal Day 2021
29 MEI
Annisokay
15 AUG
Alcatraz 2021

The odd man

Halfvolle Maatregelen


 

 

“Give me back my handdoek, or no koffiekoek for you é!”

 

Hoewel ik even tevreden ben met de versoepeling van de maatregelen als de menig Brussels jeugd zonder pleinvrees (in tegenstelling tot hen kan ik echter wel mijn enthousiasme de baas), zijn er toch enkele facetten van de lockdown die ik mis. Ja, je hebt het goed gehoord. Ik mis de lockdown soms, maar voor jullie mij compleet mis begrijpen en met de hooivorken komen aandraven, wil ik me even verduidelijken. Ik wil zeker niet insinueren dat die hele Covid toestand positief was. In deze tijden moeten we toch trachten het glas halfvol te zien. En voor wie toch een pessimistische, melancholische Debby Downer is, niet erg! Je mocht toch niet buiten, dus kon ik je niet zien! Ha!

 

Ten eerste waren onze weekends zo volgepropt met plannen als Maggie haar maag bij een all-you-can-eat-buffet, dus was het tot op een zekere hoogte rustgevend om thuis te moeten blijven. Zelfs de groeiende afstandelijkheid heeft zijn voordeel bewezen. Hoe kut is het niet om ergens als laatste te arriveren en de hele tafel te moeten aflopen om een bende wijven te gaan muilen en hun venten datzelfde hand te schudden waar ze enkele uren eerder hun piemels mee hebben opgeblonken. Nu kan ik eindelijk gewoon zwaaien en de alom bekende woorden “Ik ga zwaaien, want de corona’s é!” te gebruiken. Omdat er niets open en niets te doen was, had ik ook het perfecte excuus om een nieuwe Nintendo Switch te kopen, zonder enig schuldgevoel. Van Zelda tot lekker nostalgisch met Pokémon (Gotta catch’em all, behalve corona!).

 

En wie kon nu de rust en stilte op de openbare weg niet appreciëren? Wat er voornamelijk niet op de openbare weg te vinden was, waren de Fransen. Nooit was ik, als grensbewoner, zo blij om die kaasfrettende baguette-muilen niet te moeten aanschouwen. De constante grensbewaking, die iedere naderende Fransman een pain, vin et boursin op hun kont gaf, omdat hij zonder geldig formulier naar de Floralux trachtte te gaan, bracht niet alleen rust en verminderde criminaliteit in de buurt, maar ook properheid. Er werd in mijn buurt opvallend veel minder gesluikstort en er was minder zwerfvuil langs de straten te vinden. Daarbovenop voelde ik me ook een heel stuk veiliger in mijn auto, wetende dat er nu een hoger percentage aan deftig gekeurde auto’s rond reden. Als kers op de taart mocht ik ook enkele amusante taferelen aanschouwen zoals toen enkele Fransmannen tussen de struiken aan de Match van Halluin kropen om in België goedkope sigaretten te kunnen kopen (Nu ja, als ik zeg sigaretten, bedoel ik eigenlijk de “succesvoller’ ogende variant: emmers tabak en lege hulzen). Nooit gedacht dat het Tweede Wereldoorlogse fenomeen van ‘blauwen’ terug in zou zijn. En ik maar wachten om een Belg te zien terugkomen met boter aan de billen geplakt.

 

Maar net zoals bij het eten van taart, komt aan alle lekkere verhalen een eind; een bruin, fecaal einde om precies te zijn. Het bevoorradingshuis der margi’s terug open, ‘den Action’ en voor ik het wist stonden ‘les Ch’tis’ daar aan te schuiven voor Poolse afgedankte shampoo en goedkope wasmanden vervaardigd uit Oekraïense asbest. En niet alleen ik heb me geërgerd aan de terugkeer van deze chauvinistische klootzakken. Toen een melancholische Debby Downer vorig weekend op het strand van Oostende ging vertoeven, werd ze geconfronteerd met een handdoekloze Fransman die het op haar gemunt had. Voor wie het filmpje heeft gezien. Wie was naast gechoqueerd ook onder de indruk van de transformatie naar ‘Directe Dulle Dubby’? You go girl!

 

Dus, zoals de Piet Huysen-trut zou zeggen: “Wat hebben we vandaag geleerd?” Ten eerste: dat we zeker niet op Debby haar handdoek mogen gaan liggen. Ten tweede: dat de Franse autokeuring minderwaardig is aan de Belgische. En ten derde: dat ik helemaal niets beter had om deze maand over te schrijven.

 

This is The Odd Man saying: inspiratieloosheid is een excuus om te gaan lullen.

Meer lezen...

Interview: Wannes Capelle

25 JUN 2018
Interview: Wannes Capelle


 

Geen metaalmoeheid

bij Wannes Cappelle
(Het Zesde Metaal)

 

Het interview heeft wat voeten in de aarde, een subtiele verwijzing naar de single ‘Dag zonder schoenen’.
Na tien mails met het management prikken we eindelijk een datum. “Dit lijkt op Mick Jagger allures,” zeg ik lachend. “Hopelijk vertonen we geen uiterlijke kenmerken,” repliceert Wannes. Geen slecht woord over The Stones, maar zijn ouders hebben hem genoemd naar Wannes Van de Velde.

 

Het Zesde Metaal werd opgericht in 2005. Knack riep de debuut-cd ‘Akattemets’ uit tot meest onderschatte plaat van 2008. ‘Het kan verkeren,’ voorspelde Bredero want ondertussen zijn twee gouden platen een feit.

 

Ik toon hem een exemplaar van de Gintergazet en voeg eraan toe dat het interview nadien een eigen leven leidt via muziekwebsites als Musiczine. Jean-Marie Aerts genereerde zo 1 300 extra lezers en Cockney Rebel meer dan 1 700. Beeld je in, dat zijn 35 autobussen. “Dan gaan wij voor 2 000,” antwoordt hij kurkdroog.

 

Zijn groep Het Zesde Metaal krijgt wat mij betreft de Nobelprijs voor meest originele groepsnaam. Je kunt het de best geoliede band van het moment noemen. Het zijn stuk voor stuk supermuzikanten en het klikt. De camaraderie kan je van hun gezicht lezen. Het geheim? Ik vermoed dat ze na ieder optreden samen onder de douche staan. Zo belanden we naadloos bij de ecologische klassieker van André Van Duin: ‘Samen in bad. Ja, gezellig is dat. Het brengt je aan de kook en spaart nog water ook… ‘

 

Om de ijsbreker van wal te laten, haal ik een cd van onder het stof.

 

Herinner jij je Old Dog Yet?

 

Waar heb je dit op de kop getikt? Tjonge, dat was mijn allereerste cd. Ikzelf aan de elektrische piano en op zang. Eigen Engelstalige nummers, een instrumental en twee covers: ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen en ‘Suds & soda’ van dEUS. Inderdaad, een sobere pianoversie. Ik herinner me niet dat Tom Barman me ooit bedankt heeft.

 

 

Ik zie je zelden nog achter de toetsen zitten.

 

Na mijn studies aan Studio Herman Teirlinck ben ik overgeschakeld van piano naar gitaar. Dit laatste instrument heeft minder barrière, je kunt meer bewegen. Het is een goedkope oplossing. Voor € 200 heb je al een redelijke gitaar.

 

Wanneer ben je overgeschakeld naar het West-Vlaams?

 

Ik kan je dat exact zeggen. Augustus 2001 toen ik Flip Kowlier bezig zag op het folkfestival van Dranouter. Eigenlijk kon je me al een figuurlijke Obelix noemen die in een vat Willem Vermandere gevallen was. De overdosis Vermandere die ik kreeg in mijn jeugd en de invloed die hij had, is gewoon niet te schatten. Ik ben niet de nieuwe Willem. Dat is nooit mijn ambitie geweest. Maar als ik een deel van zijn oeuvre opzet, denk ik altijd: “Dit is zo goed gemaakt, zo goed geschreven. Een taalvirtuoos.” Dat wordt onderschat. Maar Kowlier trok me over de streep.

 

Droom je van een internationale carrière?

 

Dat is mogelijk, zelfs in het West-Vlaams. Neem nu de IJslandse groep Sigur Ros. Je verstaat geen fluit van hun teksten en toch breken ze wereldwijd door. Om het internationaal te maken, moet je meer moeite doen. Het is geen noodzaak voor mij. Je bent dan veel meer onderweg, weg van thuis. Op de koop toe zit ik de laatste tijd om geen werk verlegen, integendeel.

 

Eigenlijk ben je begonnen als cabaretier.

 

Dit project ontstond in De Kreun in Bissegem, samen met Dries Helsen. Als duo wonnen we de publieksprijs op Humorologie 2002. Mijn eerste nummer in het West-Vlaams, ‘Cowboy en Indiaan’, dateert uit die periode. Vier jaar lang traden we op als Wannes en Dries. In principe mocht je aan de Studio Herman Teirlinck niet optreden na de lesuren maar ze lieten het oogluikend toe. Na die vier jaar moesten we een nieuwe voorstelling maken om af te studeren. Er waren allerlei regeltjes: dit en dat mocht niet. Daarbovenop had je de dwang van de lach. Toen besloot ik om volop voor de muziek te gaan.
In De Kreun heb ik ooit een cursus djembé – je weet wel, zo’n Afrikaanse vaastrommel die aardig op de zenuwen kan werken - gevolgd. Vergeet niet te noteren dat ik naast acteur, scenarist, zanger, toetsenist en gitarist ook een gediplomeerd djembé-speler ben.

 

Naast muziek en teksten schrijf je mee aan scenario’s.

 

Inderdaad, ik was coscenarist voor de succesvolle serie Bevergem. Bart Vanneste alias Freddy De Vadder geloofde keihard in het opzet. De kans dat dit tot een goed einde kwam, was miniem. Het werd uiteindelijk een fantastisch proces en op de koop toe een succesverhaal. Ik speelde Wantje, een onzekere wijkagent. Wist je dat het onbekende woord ‘nurfen’ dat in de reeks gebruikt werd, het tot het meest gegoogelde woord van 2015 schopte. Er komt helaas geen vervolg op de serie. De spontaniteit zou verdwenen zijn.
Momenteel schrijf ik aan een nieuwe tv-reeks. Daar mag ik nog niks over vertellen.

 

Is een zekere filantropie je niet vreemd?

 

Eén van de nummers op ‘Calais’, ons laatste album, draagt de titel ‘Onderbemand’. Ik schreef het nummer voor Buddywerking Vlaanderen, waar ik peter van ben. Deze werking koppelt vrijwilligers aan mensen met een psychische kwetsbaarheid, om hen uit hun sociaal isolement te halen. Een buddy is geen wonderdokter, wel iemand die z’n hand uitsteekt en zegt: “Laten we met z’n tweeën iets doen”. Dat verandert levens, zowel dat van de vrijwilliger als dat van de persoon met psychische problemen. Beiden hebben iets aan de Buddywerking, ze maken elkaars leven waardevoller.
Ik citeer hierbij graag professor Dirk De Wachter. ‘Hoog gevoeligheid vormt niet het probleem maar veeleer ongevoeligheid.’ Onze maatschappij is niet aangepast aan mensen met psychische aandoeningen.

 

Laten we het hebben over ‘Ploegsteert’, jouw succesnummer bij uitstek.

 

Ik schreef dit nummer in opdracht van het Wielermuseum in Roeselare. Ze vroegen aanvankelijk om ‘My way’ van Frank Sinatra te coveren, het favoriete nummer van Frank Vandenbroucke. Ik maakte een nieuw lied gebaseerd op zijn biografie. Lach niet, naast djembé speler was ik ooit Belgisch kampioen triatlon. Ik moest vaak trainen en zo heb ik Frank persoonlijk gekend. Tijdens zijn trainingen in het zwembad van Menen kwam VDB vaak meezwemmen.
Je zou kunnen stellen dat Frank aan een bipolaire stemming leed. Het was alles of niks, komen of gaan. Hij bleek zeer bevlogen in zowel goede als slechte dingen. Je moet eens zijn biografie lezen: ontroerend door de openheid en het zelfinzicht.
‘Ploegsteert’ is op één avond geschreven. Het moment dat ik de zin bedacht ‘Ge waart nog kind, ge ving nog nie veel wind’, dacht ik: “Wow, nu ben ik vertrokken.”
Het nummer slaat aan want 16.500 Radio 1-luisteraars stemden erop en zo werd het koploper in de ‘100 op 1’. Mijn pensioen lijkt verzekerd.
En zeggen dat we het nummer eerst niet op de plaat zouden zetten…

 

Hoe ga je te werk?

 

Ik zet me aan de piano of neem mijn gitaar en begin te improviseren. Ik neurie of zing en laat de woorden komen. Ik laat alle remmen los en ga erop door. Eigenlijk ga ik op zoek naar het kind in mezelf. Zo kom je op dingen die je niet met je verstand bedenkt maar met gevoelens. Ik zat eens aan de piano met mijn neefje van 3 jaar op mijn schoot. Het was verbazingwekkend hoe hij meedeed. Hij heeft nog geen enkele filter. Zoals Picasso zei: ‘Ieder kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er een te blijven als je groot wordt.’
Ik denk hierbij aan het nummer ‘Ier bie oes es ‘t goed’. Dat is gelijk een beeldhouwer met een stuk steen. Het zit erin, nu nog kappen. Zo kwam de zinsnede ‘Zoe ze gediend zin met een kartje?’ als een spontane vondst.

 

Mijn parrain heette Henri en had van die menten voor de asem.  Als hij er eentje nam, kon hij die na twee uur van onder zijn tong halen. Vertel eens over jouw ‘Arrie’.

 

Eigenlijk heette hij ook Henri maar iedereen zei Arrie. Hij was niet mijn peter maar mijn directe buur. Wij woonden in nummer 16, hij in 14. Eigenlijk zat er nog een bewoner tussen op 15. Dat was aan de overkant. Zoals wel meer voorkwam in deze streek was Arrie vlasbewerker. Een intelligente man die niet gestudeerd had. Zeer godsvruchtig. Hij deelde in de kerk de boekjes rond en stak de kaarsen aan. Ik was de zoon die Arrie nooit gehad had. Een wijze mens. Als hij over iemand niks goed kon zeggen, dan zweeg hij er liever over.
Toen ik aan de Erasmushogeschool studeerde, werd Arrie opgenomen in de kliniek. Door mijn studies had ik niet veel tijd om afscheid te nemen. Maar ik heb een liedje voor hem geschreven dat hij nog gehoord heeft voor zijn dood.

 

Krieg ik nu min mente voor den asem?
'k Zitte zonder van mie 't haasten.
De laatste keer ip strate a' j' mie nie herkend.
Ik zeie ‘Dag Arrie’. Gie zei ‘Wien es die vent?’

 

Dat lijkt me een mooi verhaal om af te ronden. Een laatste vraag: wat heb je gedaan met de twee gouden platen?

 

Eentje hangt boven de vier wasmanden in het waskot omdat ze past bij de kleurtinten. De andere zit nog in de verpakking.

 

Met nummers als ‘Naar de wuppe’, ‘Calais’ of ‘De vrede’ kan je Het Zesde Metaal een ethisch verantwoorde groep noemen. Ze staan achter het goede doel, drinken koffie van de Wereldwinkel en… douchen samen. Al was het maar voor het milieu.

 

Dirk Ghys

 

Het Zesde Metaal
voorprogramma: Higher Octane
vrijdag 6 juli 2018 om 20 uur

toegang € 5
info 059 27 98 71 of [email protected]