The Sore Losers - Gracias Senor
Soulfly – Ritual
Behemoth - I loved You At Your Darkest
Editors - Violence
Avenged Sevenfold - The Stage Deluxe edition
Cd-review: Stereophonics – Scream Above The Sounds
Agenda
29 NOV
The Dead Daisies
09 DEC
Clawfinger
13 DEC
Nits
29 DEC
Richie Hawtin - Kompass Club
11 JAN
Architects
26 JAN
Persistence Tour 2019
28 JAN
Monster Magnet
31 JAN
Massive Attack
03 FEB
Behemoth
20 FEB
Tears for Fears
Fotogalerij
Festival review: Cactus 2015
Festival review: Cactus 2015
Kokopelli Festival 2014
Kokopelli Festival 2014
Concert report: Moshroomfest
Concert report: Moshroomfest
Photo report: Matt Bianco
Photo report: Matt Bianco
Photo report: Wovenhand
Photo report: Wovenhand
Paaspop 2016
Paaspop 2016
Twenty Dozen - Dirty Dozen Brass Band US
Twenty Dozen - Dirty Dozen Brass Band US
Concert report: Y&T
Concert report: Y&T
Photo report: Rock op het plein
Photo report: Rock op het plein
Photo report:  Danko Jones
Photo report: Danko Jones
Concert report: John Fogerty
Concert report: John Fogerty
Grensrock 2014 - Menen
Grensrock 2014 - Menen
Interview Evil Invaders
Interview Evil Invaders
Photo report: Tjens Matic
Photo report: Tjens Matic

The odd man

Het grote sinterklaas complot


 

 

Het is weer bijna zover. De magische winterperiode waarbij alle mama's en papa's van de Benelux hun lieve, perfecte oogappeltjes een onzichtbaar “braaf zijn of anders krijg je de roe”-halsbandje kunnen aandoen. Op hun beurt stellen die voorbeeldige jongens en meisjes een peperduur, kapitalistisch lijstje op, dat de goede meneer Sinterklaas (Sint-Maarten in de Westhoek) zal brengen op voorwaarde dat ze het hele jaar door braaf zijn geweest. Zo kunnen ze triomfantelijk de ogen uitsteken van hun klasgenootjes die jammergenoeg tot de klasse der ‘helaasheid der dingen’ behoren en die zelfs omwille van de kansarme situatie helemaal geen lijstje kunnen maken omwille van de dure papierkosten! (De cara-pint-voor-sint staat daar echter vast wel iedere avond op de schouw.)

 

Ikzelf kijk nostalgisch terug naar deze periode vol pracht en praal, samen met mijn Action Man-helikopter, Thunderbirds-eiland en VHS-cassette van ‘The Lost World Of Jurassic Park’. Aan deze gloriedagen kwam echter abrupt een einde, zo rond mijn negende levensjaar. Ik kreeg het te horen van een mede gedupeerde klasgenoot. Andere kinderen kregen het te horen via een broer of zus. Nog andere kinderen vonden het opeens verdacht dat Sinterklaas Nike Air Classics droeg of kregen hun twijfels wanneer de goedheilig man al tien jaar lang bij opa op bezoek kwam terwijl opa telkens weer toevallig genoeg op de porseleinen droltroon zat.

 

Ikzelf had een ‘homeschooled’ vriendje, die op twaalfjarige leeftijd van mij te horen kreeg dat zijn geliefde Sint en Piet een verdomde leugen zijn van zijn ouders om hem mooi in het gareel te doen lopen als een hamster in zijn radje. Ik zag zijn laatste sprankeltje fantasie ontsnappen als een hevig flatuleus kontconcert na een intense Mexicaanse avond. En wie werd met alle zonden van Israël beladen? IK! Die klootzakken hadden hun bloedeigen zoon jarenlang voorgelogen, maar ik werd aanzien als de duivel in eigenste persoon. Where’s the logic in that?

 

Eénmaal dit infantiele kindercomplot aan het licht was gekomen, kwam natuurlijk al snel de vraag “wil dat dan zeggen dat we nu geen speelgoed meer krijgen?”. Gelukkig werden de meesten onder ons gerustgesteld met een positief antwoord. Face it, we waren allemaal kleine hoeren. Met het feit dat we werden voorgelogen konden we leven, zolang we nog cadeautjes kregen. Het resultaat is dat we ons jaren later als cooping mechanisme nog steeds volproppen met chocolade en nog maar eens onze VISA bovenhalen om nog meer kleren en andere brol die we eigenlijk helemaal niet nodig hebben te kopen. En dit allemaal onder de kutnoemer YOLO…

 

Je ouders hebben je bedrogen en belogen, terwijl jij zelf behoorlijk gestraft zou worden moest je hetzelfde doen. Hypocrisie ten top. Toch zal ik (en ik vermoed de meesten onder ons), wanneer ik gezegend ben met het wonder der reproductie, me ook schuldig maken aan dit bedrog. Waarom? Het is leuk voor de kindjes, maar als je er goed over nadenkt is het toch vooral plezant voor onszelf. Ik vind het fantastisch om alle sinterklaasboekjes te doorbladeren en mezelf in te beelden wat mijn 10-jarige geest in dit 30-jarige lijf zou vragen aan de heilige man (gelukkig niet Roger Vangheluwe). Daarbovenop mogen wij de avond ervoor, terwijl we ons volsteken met mariatjes, chocolade en piknikken, alles klaarzetten (wees nu eerlijk, stiekem spelen we zelf nog graag met die brol). Kindjes blij, mama en papa blij, middenstand blij, iedereen blij. Het is een vicieuze cirkel van christelijk plezier. Dat we ons kinderen ‘in’t zak zetten’, nemen we er graag bij. 

 

 

The Odd Man Out!

 

Meer lezen...

Interview: Wannes Capelle

25 JUN 2018
Interview: Wannes Capelle


 

Geen metaalmoeheid

bij Wannes Cappelle
(Het Zesde Metaal)

 

Het interview heeft wat voeten in de aarde, een subtiele verwijzing naar de single ‘Dag zonder schoenen’.
Na tien mails met het management prikken we eindelijk een datum. “Dit lijkt op Mick Jagger allures,” zeg ik lachend. “Hopelijk vertonen we geen uiterlijke kenmerken,” repliceert Wannes. Geen slecht woord over The Stones, maar zijn ouders hebben hem genoemd naar Wannes Van de Velde.

 

Het Zesde Metaal werd opgericht in 2005. Knack riep de debuut-cd ‘Akattemets’ uit tot meest onderschatte plaat van 2008. ‘Het kan verkeren,’ voorspelde Bredero want ondertussen zijn twee gouden platen een feit.

 

Ik toon hem een exemplaar van de Gintergazet en voeg eraan toe dat het interview nadien een eigen leven leidt via muziekwebsites als Musiczine. Jean-Marie Aerts genereerde zo 1 300 extra lezers en Cockney Rebel meer dan 1 700. Beeld je in, dat zijn 35 autobussen. “Dan gaan wij voor 2 000,” antwoordt hij kurkdroog.

 

Zijn groep Het Zesde Metaal krijgt wat mij betreft de Nobelprijs voor meest originele groepsnaam. Je kunt het de best geoliede band van het moment noemen. Het zijn stuk voor stuk supermuzikanten en het klikt. De camaraderie kan je van hun gezicht lezen. Het geheim? Ik vermoed dat ze na ieder optreden samen onder de douche staan. Zo belanden we naadloos bij de ecologische klassieker van André Van Duin: ‘Samen in bad. Ja, gezellig is dat. Het brengt je aan de kook en spaart nog water ook… ‘

 

Om de ijsbreker van wal te laten, haal ik een cd van onder het stof.

 

Herinner jij je Old Dog Yet?

 

Waar heb je dit op de kop getikt? Tjonge, dat was mijn allereerste cd. Ikzelf aan de elektrische piano en op zang. Eigen Engelstalige nummers, een instrumental en twee covers: ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen en ‘Suds & soda’ van dEUS. Inderdaad, een sobere pianoversie. Ik herinner me niet dat Tom Barman me ooit bedankt heeft.

 

 

Ik zie je zelden nog achter de toetsen zitten.

 

Na mijn studies aan Studio Herman Teirlinck ben ik overgeschakeld van piano naar gitaar. Dit laatste instrument heeft minder barrière, je kunt meer bewegen. Het is een goedkope oplossing. Voor € 200 heb je al een redelijke gitaar.

 

Wanneer ben je overgeschakeld naar het West-Vlaams?

 

Ik kan je dat exact zeggen. Augustus 2001 toen ik Flip Kowlier bezig zag op het folkfestival van Dranouter. Eigenlijk kon je me al een figuurlijke Obelix noemen die in een vat Willem Vermandere gevallen was. De overdosis Vermandere die ik kreeg in mijn jeugd en de invloed die hij had, is gewoon niet te schatten. Ik ben niet de nieuwe Willem. Dat is nooit mijn ambitie geweest. Maar als ik een deel van zijn oeuvre opzet, denk ik altijd: “Dit is zo goed gemaakt, zo goed geschreven. Een taalvirtuoos.” Dat wordt onderschat. Maar Kowlier trok me over de streep.

 

Droom je van een internationale carrière?

 

Dat is mogelijk, zelfs in het West-Vlaams. Neem nu de IJslandse groep Sigur Ros. Je verstaat geen fluit van hun teksten en toch breken ze wereldwijd door. Om het internationaal te maken, moet je meer moeite doen. Het is geen noodzaak voor mij. Je bent dan veel meer onderweg, weg van thuis. Op de koop toe zit ik de laatste tijd om geen werk verlegen, integendeel.

 

Eigenlijk ben je begonnen als cabaretier.

 

Dit project ontstond in De Kreun in Bissegem, samen met Dries Helsen. Als duo wonnen we de publieksprijs op Humorologie 2002. Mijn eerste nummer in het West-Vlaams, ‘Cowboy en Indiaan’, dateert uit die periode. Vier jaar lang traden we op als Wannes en Dries. In principe mocht je aan de Studio Herman Teirlinck niet optreden na de lesuren maar ze lieten het oogluikend toe. Na die vier jaar moesten we een nieuwe voorstelling maken om af te studeren. Er waren allerlei regeltjes: dit en dat mocht niet. Daarbovenop had je de dwang van de lach. Toen besloot ik om volop voor de muziek te gaan.
In De Kreun heb ik ooit een cursus djembé – je weet wel, zo’n Afrikaanse vaastrommel die aardig op de zenuwen kan werken - gevolgd. Vergeet niet te noteren dat ik naast acteur, scenarist, zanger, toetsenist en gitarist ook een gediplomeerd djembé-speler ben.

 

Naast muziek en teksten schrijf je mee aan scenario’s.

 

Inderdaad, ik was coscenarist voor de succesvolle serie Bevergem. Bart Vanneste alias Freddy De Vadder geloofde keihard in het opzet. De kans dat dit tot een goed einde kwam, was miniem. Het werd uiteindelijk een fantastisch proces en op de koop toe een succesverhaal. Ik speelde Wantje, een onzekere wijkagent. Wist je dat het onbekende woord ‘nurfen’ dat in de reeks gebruikt werd, het tot het meest gegoogelde woord van 2015 schopte. Er komt helaas geen vervolg op de serie. De spontaniteit zou verdwenen zijn.
Momenteel schrijf ik aan een nieuwe tv-reeks. Daar mag ik nog niks over vertellen.

 

Is een zekere filantropie je niet vreemd?

 

Eén van de nummers op ‘Calais’, ons laatste album, draagt de titel ‘Onderbemand’. Ik schreef het nummer voor Buddywerking Vlaanderen, waar ik peter van ben. Deze werking koppelt vrijwilligers aan mensen met een psychische kwetsbaarheid, om hen uit hun sociaal isolement te halen. Een buddy is geen wonderdokter, wel iemand die z’n hand uitsteekt en zegt: “Laten we met z’n tweeën iets doen”. Dat verandert levens, zowel dat van de vrijwilliger als dat van de persoon met psychische problemen. Beiden hebben iets aan de Buddywerking, ze maken elkaars leven waardevoller.
Ik citeer hierbij graag professor Dirk De Wachter. ‘Hoog gevoeligheid vormt niet het probleem maar veeleer ongevoeligheid.’ Onze maatschappij is niet aangepast aan mensen met psychische aandoeningen.

 

Laten we het hebben over ‘Ploegsteert’, jouw succesnummer bij uitstek.

 

Ik schreef dit nummer in opdracht van het Wielermuseum in Roeselare. Ze vroegen aanvankelijk om ‘My way’ van Frank Sinatra te coveren, het favoriete nummer van Frank Vandenbroucke. Ik maakte een nieuw lied gebaseerd op zijn biografie. Lach niet, naast djembé speler was ik ooit Belgisch kampioen triatlon. Ik moest vaak trainen en zo heb ik Frank persoonlijk gekend. Tijdens zijn trainingen in het zwembad van Menen kwam VDB vaak meezwemmen.
Je zou kunnen stellen dat Frank aan een bipolaire stemming leed. Het was alles of niks, komen of gaan. Hij bleek zeer bevlogen in zowel goede als slechte dingen. Je moet eens zijn biografie lezen: ontroerend door de openheid en het zelfinzicht.
‘Ploegsteert’ is op één avond geschreven. Het moment dat ik de zin bedacht ‘Ge waart nog kind, ge ving nog nie veel wind’, dacht ik: “Wow, nu ben ik vertrokken.”
Het nummer slaat aan want 16.500 Radio 1-luisteraars stemden erop en zo werd het koploper in de ‘100 op 1’. Mijn pensioen lijkt verzekerd.
En zeggen dat we het nummer eerst niet op de plaat zouden zetten…

 

Hoe ga je te werk?

 

Ik zet me aan de piano of neem mijn gitaar en begin te improviseren. Ik neurie of zing en laat de woorden komen. Ik laat alle remmen los en ga erop door. Eigenlijk ga ik op zoek naar het kind in mezelf. Zo kom je op dingen die je niet met je verstand bedenkt maar met gevoelens. Ik zat eens aan de piano met mijn neefje van 3 jaar op mijn schoot. Het was verbazingwekkend hoe hij meedeed. Hij heeft nog geen enkele filter. Zoals Picasso zei: ‘Ieder kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er een te blijven als je groot wordt.’
Ik denk hierbij aan het nummer ‘Ier bie oes es ‘t goed’. Dat is gelijk een beeldhouwer met een stuk steen. Het zit erin, nu nog kappen. Zo kwam de zinsnede ‘Zoe ze gediend zin met een kartje?’ als een spontane vondst.

 

Mijn parrain heette Henri en had van die menten voor de asem.  Als hij er eentje nam, kon hij die na twee uur van onder zijn tong halen. Vertel eens over jouw ‘Arrie’.

 

Eigenlijk heette hij ook Henri maar iedereen zei Arrie. Hij was niet mijn peter maar mijn directe buur. Wij woonden in nummer 16, hij in 14. Eigenlijk zat er nog een bewoner tussen op 15. Dat was aan de overkant. Zoals wel meer voorkwam in deze streek was Arrie vlasbewerker. Een intelligente man die niet gestudeerd had. Zeer godsvruchtig. Hij deelde in de kerk de boekjes rond en stak de kaarsen aan. Ik was de zoon die Arrie nooit gehad had. Een wijze mens. Als hij over iemand niks goed kon zeggen, dan zweeg hij er liever over.
Toen ik aan de Erasmushogeschool studeerde, werd Arrie opgenomen in de kliniek. Door mijn studies had ik niet veel tijd om afscheid te nemen. Maar ik heb een liedje voor hem geschreven dat hij nog gehoord heeft voor zijn dood.

 

Krieg ik nu min mente voor den asem?
'k Zitte zonder van mie 't haasten.
De laatste keer ip strate a' j' mie nie herkend.
Ik zeie ‘Dag Arrie’. Gie zei ‘Wien es die vent?’

 

Dat lijkt me een mooi verhaal om af te ronden. Een laatste vraag: wat heb je gedaan met de twee gouden platen?

 

Eentje hangt boven de vier wasmanden in het waskot omdat ze past bij de kleurtinten. De andere zit nog in de verpakking.

 

Met nummers als ‘Naar de wuppe’, ‘Calais’ of ‘De vrede’ kan je Het Zesde Metaal een ethisch verantwoorde groep noemen. Ze staan achter het goede doel, drinken koffie van de Wereldwinkel en… douchen samen. Al was het maar voor het milieu.

 

Dirk Ghys

 

Het Zesde Metaal
voorprogramma: Higher Octane
vrijdag 6 juli 2018 om 20 uur

toegang € 5
info 059 27 98 71 of [email protected]