Review: Hippotraktor – Annihilist
Release 2 Oktober via Pelagic Records
Zwaar, technisch en compromisloos, maar verrassend gevoelig: met Annihilist laat Hippotraktor horen hoe indrukwekkend groot een band kan klinken zonder zichzelf te verliezen in pure bombast.
Wie Hippotraktor uitsluitend kent als een progressieve metalband met een voorliefde voor loodzware riffs, doet de Mechelse groep tekort. Natuurlijk is er op Annihilist geen gebrek aan gewicht. De gitaren klinken alsof ze muren willen neerhalen, de ritmesectie dendert met een bijna fysieke intensiteit door de nummers en de vocalen van De Graef schuren, brullen en grommen zich een weg door het geheel. Maar onder die massieve buitenkant zit een band die minstens zoveel aandacht besteedt aan nuance, ruimte en dynamiek.
Sinds hun ontstaan in Mechelen heeft Hippotraktor zich steeds verder verwijderd van een eenduidig genreprofiel. Post-metal, sludge en progressieve metal zijn bruikbare vertrekpunten, maar geen van die labels vangt volledig wat de band op Annihilist doet. Hun muziek draait niet zozeer om het combineren van stijlen, maar om het manipuleren van contrasten. Zwaarte wordt afgewisseld met verstilling, gecontroleerde passages maken plaats voor erupties en complexe structuren krijgen voortdurend een instinctieve tegenhanger.
Dat spanningsveld is meteen een van de sterkste kwaliteiten van het album. Hippotraktor begrijpt dat een muur van geluid pas echt indrukwekkend wordt wanneer er ruimte omheen bestaat. De band heeft dan ook geen haast om iedere seconde met volume of technische hoogstandjes te vullen. Integendeel: juist de momenten waarop de muziek zich inhoudt, maken de daaropvolgende uitbarstingen zo effectief.
De drums spelen daarin een cruciale rol. Krachtig zonder voortdurend op maximale intensiteit te staan. Ritme niet alleen als motor, maar ook als middel om spanning op te bouwen en weer los te laten. Explosieve passages worden afgewisseld met subtielere patronen, waardoor de nummers blijven ademen. Het resultaat is een ritmische dynamiek die de muziek voortdurend vooruitduwt zonder haar in een voorspelbaar keurslijf te dwingen.
Het baswerk sluit daar naadloos op aan. De bas zorgt voor de noodzakelijke massa, maar is veel meer dan een laagfrequente fundering onder de gitaren. Groove en melodie lopen voortdurend door elkaar, waardoor zelfs de meest complexe ritmische passages verrassend natuurlijk aanvoelen. Het is precies dat gevoel voor beweging dat voorkomt dat Annihilist verzandt in een demonstratie van technische bekwaamheid.
Ook de gitaristen kiezen niet voor de gemakkelijkste weg. Hun partijen stapelen niet simpelweg riff op riff. Soms klinkt hun samenspel massief en bijna industrieel, dan weer verschijnen er ijle, glinsterende texturen die de muziek plotseling een bijna filmische dimensie geven. De twee gitaren lijken voortdurend met elkaar in gesprek: ze vullen elkaar aan, botsen, verdwijnen naar de achtergrond en nemen vervolgens opnieuw de voorgrond over.
Die wisselwerking geeft Annihilist een opmerkelijk gevoel van schaal. De band kan groot klinken zonder dat de muziek log wordt. Monumentale riffs kunnen plaatsmaken voor fragiele melodische fragmenten, waarna de spanning opnieuw wordt opgebouwd richting een crescendo. Vooral die overgangsmomenten behoren tot het sterkste materiaal van het album. Hippotraktor weet precies hoe lang een passage moet duren voordat ze haar maximale effect bereikt.
De vocalen vormen de menselijke tegenhanger van dat instrumentale geweld. Rauwe screams en diepe grommen passen uitstekend bij de zwaarste passages, maar het zijn juist de momenten waarop deze zich inhouden die het meeste blijven hangen voor mij. Wanneer de stem minder agressief wordt, krijgt de muziek een kwetsbaarheid die voorkomt dat Annihilist een uitsluitend fysieke ervaring wordt. De emotionele impact ontstaat niet uit sentimentaliteit, maar uit de voortdurende botsing tussen beheersing en loslaten.
Die aanpak is al vroeg hoorbaar. Builder of Eden opent met een brute kracht die weinig aan de verbeelding overlaat, maar Hippotraktor blijft niet in die modus hangen. Het album ontvouwt zich geleidelijk en laat zich niet reduceren tot een verzameling zware passages. Thema's keren terug, veranderen van vorm en worden soms bijna volledig afgebroken. Tegen het einde, met Courageous Apathy, is duidelijk hoeveel afstand de band heeft afgelegd.
Daarin zit misschien wel de grootste verdienste van Annihilist: het album klinkt ambitieus zonder voortdurend te willen bewijzen hoe ambitieus het is. De technische kwaliteiten van de vijf muzikanten zijn evident, maar worden zelden als een doel op zichzelf uitgespeeld. Er is geen behoefte aan gratuit vertoon. Complexiteit staat hier in functie van sfeer, ritme en emotionele lading.
Dat maakt Annihilist ook toegankelijker dan de massieve productie en progressieve structuren aanvankelijk doen vermoeden. De muziek vraagt aandacht, maar beloont die aandacht met steeds nieuwe details. Onder de eerste laag van riffs, distortion en brute vocalen zitten subtiele verschuivingen in ritme, textuur en melodie die pas na meerdere luisterbeurten volledig zichtbaar worden.
Vergeleken met eerder werk voelt Hippotraktor hier zelfverzekerder aan. De band lijkt beter te weten wanneer ze moet versnellen, wanneer ze moet uitbarsten en — misschien nog belangrijker — wanneer ze niets moet doen. Dat gevoel voor timing maakt Annihilist overtuigender dan een album dat uitsluitend op technische complexiteit zou vertrouwen.
Conclusie na 3 deftige luisterbeurten:
Het is een plaat geworden die zwaar is zonder monotoon te worden, progressief zonder nodeloze complexiteit en atmosferisch zonder zijn directe impact te verliezen. Hippotraktor zoekt de extremen op, maar begrijpt dat extremen alleen betekenis krijgen door contrast.
Annihilist is daarmee geen album dat zich gemakkelijk laat consumeren. Het wil niet op de achtergrond verdwijnen en vraagt om een zekere overgave van de luisteraar. Wie bereid is zich erin onder te dompelen, krijgt daar echter veel voor terug: een voortdurend verschuivend landschap van geweld, melancholie, groove en verstilling.
Hippotraktor klinkt op Annihilist groter dan ooit, maar vooral ook doelgerichter. En precies daarin schuilt de kracht van deze plaat: achter al het ‘lawaai’ zit een band die haar ‘stiltes’ minstens zo goed begrijpt.
Dit is topklasse!
Vanaf 2 oktober beschikbaar via Pelagic Records