Reckless! - Not As Think As You Drunk
Valkyrie – Fear
BEAR – Propaganda
Elder - Omens
Nightwish - Human. :II: Nature.
Cd-review: Stereophonics – Scream Above The Sounds
Agenda
09 AUG
Festival Dranouter 2020
18 SEP
Rock Beats Cancer
26 SEP
Devils Rock For An Angel 2020
19 OKT
Peter Hook
29 OKT
Kensington
29 MEI
Waregemse Metal Day 2021
29 MEI
Annisokay
15 AUG
Alcatraz 2021

The odd man

Halfvolle Maatregelen


 

 

“Give me back my handdoek, or no koffiekoek for you é!”

 

Hoewel ik even tevreden ben met de versoepeling van de maatregelen als de menig Brussels jeugd zonder pleinvrees (in tegenstelling tot hen kan ik echter wel mijn enthousiasme de baas), zijn er toch enkele facetten van de lockdown die ik mis. Ja, je hebt het goed gehoord. Ik mis de lockdown soms, maar voor jullie mij compleet mis begrijpen en met de hooivorken komen aandraven, wil ik me even verduidelijken. Ik wil zeker niet insinueren dat die hele Covid toestand positief was. In deze tijden moeten we toch trachten het glas halfvol te zien. En voor wie toch een pessimistische, melancholische Debby Downer is, niet erg! Je mocht toch niet buiten, dus kon ik je niet zien! Ha!

 

Ten eerste waren onze weekends zo volgepropt met plannen als Maggie haar maag bij een all-you-can-eat-buffet, dus was het tot op een zekere hoogte rustgevend om thuis te moeten blijven. Zelfs de groeiende afstandelijkheid heeft zijn voordeel bewezen. Hoe kut is het niet om ergens als laatste te arriveren en de hele tafel te moeten aflopen om een bende wijven te gaan muilen en hun venten datzelfde hand te schudden waar ze enkele uren eerder hun piemels mee hebben opgeblonken. Nu kan ik eindelijk gewoon zwaaien en de alom bekende woorden “Ik ga zwaaien, want de corona’s é!” te gebruiken. Omdat er niets open en niets te doen was, had ik ook het perfecte excuus om een nieuwe Nintendo Switch te kopen, zonder enig schuldgevoel. Van Zelda tot lekker nostalgisch met Pokémon (Gotta catch’em all, behalve corona!).

 

En wie kon nu de rust en stilte op de openbare weg niet appreciëren? Wat er voornamelijk niet op de openbare weg te vinden was, waren de Fransen. Nooit was ik, als grensbewoner, zo blij om die kaasfrettende baguette-muilen niet te moeten aanschouwen. De constante grensbewaking, die iedere naderende Fransman een pain, vin et boursin op hun kont gaf, omdat hij zonder geldig formulier naar de Floralux trachtte te gaan, bracht niet alleen rust en verminderde criminaliteit in de buurt, maar ook properheid. Er werd in mijn buurt opvallend veel minder gesluikstort en er was minder zwerfvuil langs de straten te vinden. Daarbovenop voelde ik me ook een heel stuk veiliger in mijn auto, wetende dat er nu een hoger percentage aan deftig gekeurde auto’s rond reden. Als kers op de taart mocht ik ook enkele amusante taferelen aanschouwen zoals toen enkele Fransmannen tussen de struiken aan de Match van Halluin kropen om in België goedkope sigaretten te kunnen kopen (Nu ja, als ik zeg sigaretten, bedoel ik eigenlijk de “succesvoller’ ogende variant: emmers tabak en lege hulzen). Nooit gedacht dat het Tweede Wereldoorlogse fenomeen van ‘blauwen’ terug in zou zijn. En ik maar wachten om een Belg te zien terugkomen met boter aan de billen geplakt.

 

Maar net zoals bij het eten van taart, komt aan alle lekkere verhalen een eind; een bruin, fecaal einde om precies te zijn. Het bevoorradingshuis der margi’s terug open, ‘den Action’ en voor ik het wist stonden ‘les Ch’tis’ daar aan te schuiven voor Poolse afgedankte shampoo en goedkope wasmanden vervaardigd uit Oekraïense asbest. En niet alleen ik heb me geërgerd aan de terugkeer van deze chauvinistische klootzakken. Toen een melancholische Debby Downer vorig weekend op het strand van Oostende ging vertoeven, werd ze geconfronteerd met een handdoekloze Fransman die het op haar gemunt had. Voor wie het filmpje heeft gezien. Wie was naast gechoqueerd ook onder de indruk van de transformatie naar ‘Directe Dulle Dubby’? You go girl!

 

Dus, zoals de Piet Huysen-trut zou zeggen: “Wat hebben we vandaag geleerd?” Ten eerste: dat we zeker niet op Debby haar handdoek mogen gaan liggen. Ten tweede: dat de Franse autokeuring minderwaardig is aan de Belgische. En ten derde: dat ik helemaal niets beter had om deze maand over te schrijven.

 

This is The Odd Man saying: inspiratieloosheid is een excuus om te gaan lullen.

Meer lezen...

 

Versari – Sous La Peau

 

Na “Ostinato” en “Jour Après Jour” volgt hier hun derde full album “Sous La Peau”. Versari is een Franse band en wordt omschreven als post-punk band. Alle songs worden gebracht in hun moedertaal. Persoonlijk vind ik het een mix tussen alternatieve rock en dark new wave. De songs zijn doordacht en hoe simpel sommige klinken bezorgen ze u toch kippenvel. Opener ‘Des Images’ is een koele sterke song en klinkt als een mix van The National met Joy Division. Deze laatste band is nooit ver weg. Deze song is een hit op YouTube.

 

Het brein achter deze band is Jean-Charles Versari, zanger, tekstschrijver en creatieve doe-al. In ‘Brûle’ klinkt hij als Nick Cave. Een meeslepende song met sterk gitaarwerk. ‘Rose’ is een gedreven song met een ‘pratende zanger’ en simpele gitaarmelodie die een echte oorwurm is. Bas- en drumwerk is top. Op ‘Reviens’ zijn de zangpartijen ondersteunt door een gebroken drumritme. Er wordt in het terugkerend instrumentaal gedeelte rechttoe rechtaan een versnelling hoger geschakeld. Een Hammondklank opent ‘La Peur Au Ventre’. Alweer een meeslepende gitaarmelodie en een Sisters Of Mercy zangstem grijpt u bij uw nekvel. De plaat eindigt met ‘Plus De Tristesse’, een zwartgallige trage song met simpel maar uitstekend gitaarwerk.

 

Er staan acht songs op de schijf. De muziek van Versari is slim en doordacht. Er wordt werk gemaakt aan de inkleuring van de songs. De gitaareffecten, de nooit storende achtergrondzang en galm op de leadzang zijn echte kwaliteitstroeven. Alweer is bewezen dat goede muziek niet ingewikkeld hoeft te zijn. Eenvoud siert. Fans van dark wave en gothic- toestanden moeten dit album zeker beluisteren.

 

Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

THE Empty Hearts – The Second Album

 

Wat verwacht je als je een paar doorwinterde musici bijeen brengt? Vuurwerk! Helaas moet ik jullie ontgoochelen.

 

“The Second Album” is dus hun tweede schijf na hun debuut “The Empty Hearts” uit 2014. Wat drummer Clem Burke (ex-Blondie, ex- The Romantics), Elliot Easton (ex-The Cars), Wally Palmar (ex-The Romantics) en Andy Babiuk (The Chesterfield Kings) hier ten hore brengen is pure Amerikaanse soft rock voorzien van alle clichés die het genre lief is. Iedere song heeft zijn achtergrondkoortje met tientallen opeengeplakte stemmetjes. De plaat opent met “Coat Trailer”. Een eenvoudige song met een meezingrefrein en achtergrond ooh’s en aah’s plus een voorzichtig traditioneel rock ’n roll gitaarsolootje. Bij “Remember Days Like These” ruilt Clem Burke zijn zitje voor Ringo Starr. Dan worden uw verwachtingen hoger ingeschat. Alweer helaas. Deze song heeft een hoog Tom Petty en Traveling Wilburys gehalte maar haalt nooit dit niveau. In “Well Look At You” worden de koperblazers bovengehaald. “Jonathan Harkers Journal” krijgt ondersteuning (?) van een mondharmonica. Bruce Springsteen meets Los Lobos kan je zeggen bij “Sometimes Shit Happens For A Reason” . Bij “The Best That I Can” dacht ik eventjes dat we de échte rocktoer opgingen maar alweer helaas..En het wordt erger: “If I could Change Your Mind” en “Come On And Try It” zijn zeer poppy en je kan uit volle borst meezingen met aangrijpende tekstlijnen zoals Na..Na..Na. En zo kabbelt deze plaat verder tot en met song nummer dertien. En dat is verdorie lang..zeer lang.

 

Het positieve aan deze schijf is dat de songs zeer kort zijn. Ze zijn voorspelbaar saai maar afgewerkt in een topproductie. Om toch ietsje positief te eindigen.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

Code Orange – Underneath (4/5)

 

Nu metal 2.0

 

De Remco Evenepoel van Roadrunner Records heeft zijn vierde voltreffer uit en iedereen zal het geweten hebben. Code Orange is een raspaardje die reeds door heel wat bands met naam en faam werd meegevraagd op tournee. Hun laatste worp, Underneath, is vilein op zijn best. Het Amerikaanse vijftal uit Pittsburgh zalft terwijl hun vlijmscherp breekmes nog onder de opperhuid kotert.

 

Na de verknipte prelude (deeperthanbefore), die zo onder iedere trailer van een onheilspellende kaskraker naar keuze kan geplakt worden, laat Underneath al zijn hondsdolle loebassen los. Swallowing the Rabbit Whole neemt ons mee in een wonderland van rauwe metalriffs en wij huppelen met onze flukse beentjes als een opgefokte Alice van de ene riedel naar de andere. Het refrein van Who I Am is aanstekelijker dan COVID-19 en dat is maar goed ook. Want in tegenstelling tot het virus maakt deze topsong genoeg dopamines vrij om op quarantaine-trip te gaan in je eigen brein. Daarna laten Cold.Metal.Place en Sulfur Surrounding niets aan het toeval over. Vooral de laatste is een melancholische brok nu metal die heel wat in zijn mars heeft om het tot cultklassieker in zijn genre te schoppen. The Easy Way drukt op zijn beurt met wat beats en blieps de juiste oorwurm uit. Op het einde braken deze pientere Pittsburghers nog wat rauwe hompen metalcore uit om deze wonderbaarlijke worp tot stilstand te laten komen met de titeltrack.

 

Code Orange is voor de vooruit en zorgt met het vernieuwende Underneath voor code rood in metalland.

(BG)

Meer lezen...

 

H3KTOR – Sensus.

 

West-Vlaanderen slaat weer toe! H3KTOR brengt zijn tweede EP uit. Dit trio uit Oekene bracht in 2017 hun eerste EP ‘Enjoy Your Innocence’ uit. Nu is er dus Sensus. Wat meteen opvalt is het drum- en baswerk. Hier is meer aandacht aan besteed vergeleken bij ‘Enjoy Your Innocence’. Dat betekent dat drummer Hans Brakke en bassist Sebastien Decock de handen vol hebben met timing en combinatiespel. Ook is de sound voller. De schijf heeft drie songs. Opener ‘Sensus’ start met een goed in het oor liggende gitaarriff. Het is een up-tempo song met cleane zang. Radiovriendelijk rocknummer.

 

‘Broken’ start mysterieus met een basmelodie vol effect en diepe zang. Na 1’20” valt de gitaar in zijn we vertrokken met een meeslepende riff . Op minuut 2’40” volgt een andere riff met zang en de song draait naar een up-tempo ritme. Op minuut 3’50” krijgen we een herhalende ‘Sabbath’ riff die naar het einde toe versneld. Live moet deze song inslaan als een bom.

 

Er wordt afgesloten met een instrumentaal post-rock nummer. Een simpele riff maar het drumwerk tilt deze song de hoogte in. Het ritme wisselt geregeld op en af. Gitarist Bram Vanhalst schudt hier de ene riff na de andere uit zijn mouw. Een kort krachtig nummer.

 

Deze EP is goed opgenomen en met deze drie songs geeft de band een duidelijk beeld waar ze voor staan.

 

www.h3ktor.com 

 

Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

Heisa – Joni

 

Het gaat hard in ons Belgenland. Hier is de nieuwe schijf van HEISA.

 

Wie? Geloof me, uw vraag zal in de nabije toekomst snel beantwoord worden.

 

HEISA is Jacques Nomdefamille  (vocals keys bass) (dus Jacques is de familienaam?), Koen Castermans (guitars backing vocals) en Jonathan Frederix (drums backing vocals). 

 

Ze brengen een soort indierock met experimentele uitstapjes. De zangpartijen galmen op de achtergrond op een paar uitzonderingen na zoals o.m. ‘Serenity Now’. Hier wordt een diepe rustige zang naar de voorgrond gebracht. De schijf start met ‘Let Go’. Een song met nogal wat breaks en aparte drumritmes. Eén van de kenmerken van deze schijf blijkt later. De songs zijn stuk voor stuk avonturen.

 

Ze hebben gemeen dat de zangpartijen met veel effecten zijn opgenomen en de structuren van de songs niets weghebben van de indierock die we vandaag kennen.

 

In ‘A March’ wordt het aangegeven ritme van de gitaar bijgestaan door een  gebroken drumritme. Gewaagd maar het plaatje klopt. Naarmate de plaat vordert, hoe beter het wordt.  Er komt zowaar gitaargeweld aan te pas in ‘Keep It’.

 

Mijn favoriete songs zijn ‘Cloudpresser’, een noisy song met swingende riff en ‘Detach Mend’, een sterk nummer met een knipoog naar Tool.

 

HEISA is een band dat songs schrijft die we in ons land m.i. nog niet zijn tegengekomen. De aparte ritmes zijn hun uithangbord. Aan de mix moet je wennen.

 

Guido Grymonprez.

 

 

www.maywayrecords.com/artists/heisa

 

 

 

Meer lezen...

 

TARMAK – Plow (EP)

 

Dit Belgisch drietal brengt hoofdzakelijk instrumentale post-rock met progressieve inslag. Er werden vier nummers opgenomen waarvan in opener Kraterongeveer twee minuten wordt gezongen. Gitarist Sander neemt de zang voor zijn rekening. De zanglijn is tweestemmig opgenomen met een octaaf verschil. Het klinkt alsof de zangpartij in een lege sporthal is opgenomen. Vreemd en apart.

 

De eerste minuten van ‘Krater’ doen me denken aan het Duitse Rotor. Zeker wat het baswerk betreft. De zanglijn wordt ondersteund door wat Alice In Chains-achtig gitaarwerk. De resterende songs zijn volledig instrumentaal. ‘Petanque’ , ‘Krampus’ en ‘Toton’ zijn typerende songs voor het genre. Alle ingrediënten zijn aanwezig. De muziek is een mengelmoes van Toundra, Tool, If These Trees Could Talk en Opeth.

Complexe structuren met onverwachte ritmeveranderingen zijn geen uitzondering.

 

Het baswerk van Geert en het drumwerk van Simon is van hoog niveau. Het samenspel is top. Het bij momenten zweverige gitaarwerk past perfect in het geheel. Het is wat wennen aan de gitaarklank wanneer er harder gespeeld wordt.  

 

Het wordt snel duidelijk dat de muzikanten zeer goed op elkaar zijn ingespeeld. MIAVA, Locus Control e.d. krijgen er een muzikaal teamgenoot bij. Dit is een debuut dat ons doet uitkijken naar meer.  Maar dan van hogere opnamekwaliteit.

 

Guido Grymonprez.

 

 

 

 

Meer lezen...

 

The Black Legacy – Black Flower

 

Deze Italianen brengen hun eerste album uit. Dit viertal brengt heavy classic hardrock met een ferme knipoog naar Black Sabbath en Zakk Wylde.

 

Hun artiestennamen zijn -hopelijk voor hen - bedoeld als grap: Die: lead zanger, Alberto T.: gitaar, M.Pepper: basgitaar en Joe Von Taine: drums.

 

Het album telt negen nummers. De muziek is goed gebracht. Afgewerkte sterke riffs en een strakke ritmesectie. Maar je voelt waarschijnlijk de bui al hangen?

 

De zang is hier echt het minpunt. Men krijgt de indruk dat er gewerkt is onder tijdsdruk. Tijdens sommige songs lijkt het of Die meerdere glazen achterover heeft gekapt. Een mooi voorbeeld is The Race’.De afwerking van de zangpartijen is alles behalve.Songs als ‘Get Loose’ en ‘Queen of Green Hill’ gaan compleet de mist in. Nochtans zit de groove goed. Het voorlaatste nummer Chains of Pride’ geeft ons plots hoop. Hier werd blijkbaar wél aandacht aan de zang besteed. Daarbij wordt hier bewezen dat zanger Die over talent beschikt.  

 

Waarom dat dit talent niet uitgespeeld wordt bij de andere songs is mij een raadsel. ‘Dying Every Night’ is dan weer op het randje. Gitaren, drums en bas staan als een huis. De productie valt best mee.

 

Origineel? Neen. Maar wel stevige Rock ’n’ roll. Hier zat veel meer in.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

Astodan – Bathala.

 

Dit is een Belgische band die uit vijf leden bestaat. Drums, basgitaar en drie(!) gitaren. Wat zeker om heel wat muzikale vernuftigheid vraagt om dit met elkaar te combineren zonder chaos te creëren. En dat lukt hen aardig. Toch zijn er heel wat synths te horen. Deze band brengt instrumentale postrock. Deze plaat is de opvolger van ‘Ameretat’. Hun sound kan je een mix noemen van “If These Trees Could Talk”, Pg.lost, Toundra en AmenRa

 

Er staan zes nummers op en duurt ongeveer zesenveertig minuten. De songs zijn één voor één werken die alle typische klanken voor dit genre bevatten. De studio-engineer heeft een prachtproduct afgeleverd. De gitaristen Bert Quinten, Nick Buelens en Tim Moens zorgen voor een muur van geluid die op geen enkel moment het basgitaarwerk van Tom Verryken  en de drums van Tom Overloop naar de achtergrond verwijzen.

 

Je hoort de opbouwende nummers  evolueren van atmosferische soundscapes naar explosieve uitbarstingen waarbij je kippenvel krijgt. Opener ‘Hukluban’ start met synths om na een minuut plaats te maken voor gitaargetokkel met basgitaaraanslagen. Na twee minuten valt alles in. ‘Katalonan’ kan je best vanuit je luie zetel beluisteren. Iets kalmer en in de vierde minuut vallen alle instrumenten in.

 

Likha’ is het langste nummer op de schijf. Je bent zoet voor meer dan elf minuten. Alle songs hebben dezelfde kenmerken: opbouwen naar een climax om vervolgens opnieuw te beginnen. Daar is niks mis mee. Het is zeer avontuurlijk. De songs zijn gewoonweg prachtig.

 

Emotie en drama gaan hand in hand. Dit is topklasse die je volgens mij het best beleeft met een kwalitatieve hoofdtelefoon in een duistere omgeving.  

 

Ik popel om deze band live aan het werk te zien. En het liefst in een zaal.

 

 

Ik blijf het herhalen: grote klasse!

 

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

DRUMS ‘N’ GUNS – Hail Hail

 

Deze Drum ‘n’ Guns zijn landgenoten. De band heette ooit Mogul en de stijl lag in het stonerrockgenre. Anno 2020 is er dus een andere naam én een andere stijl. We horen hier een mengelmoes van rock ’n roll, punk, indierock en wat new-wave.

 

Het eerste wat opvalt is dat het vooruit gaat. Negen van de elf songs zijn up-temponummers wat niet wil zeggen dat de overige twee traag zijn. Met de opener Foot Up Your Ass’ krijg je meteen wat je verder mag verwachten. Goede gedreven songs met cleane gitaren (= no distortion) en aparte akkoorden. De leadzang lapt geregeld de toonhoogte van de gitaren aan zijn laars en komt daar goed mee weg. In ‘Oceans Splits In Two’ verrast hij zelfs met hoge uithalen. De titelsong Hail Hail’ is iets trager en is weird. Prisoner In Tide’ is een stuwende song met dreunende bas en drum tot ongeveer halfweg. Dan valt het stuwende weg en bas en drum brengen een sterk staaltje samenspel met op de voorgrond mooi gitaarwerk met echo-effect.  Een uitschieter.

 

De vreemde eend in de bijt blijkt ‘Nubian Lions’ te zijn. Het ondersteunende drumwerk komt pas na anderhalve minuut de song uit zijn startblokken duwen. ‘Vermin Plant’ zet er vaart achter en met de aanwezige roffelsnaredrum krijg je de indruk dat het sneller en sneller gaat. Met het zeer variërende ‘Split Second’ wordt er afgesloten. Ons Belgenland heeft er een straffe band bij. ‘Hail Hail’ is het bewijs. Hopelijk mogen we deze talentvolle band gauw op een podium zien. Als het dit jaar niet lukt door bijvoorbeeld één of ander virus, volgend jaar dan zeker.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

Mirek Coutigny - The Further We Ventured  (4/5)

 

“Dergelijke muziek staat niet open voor interpretatie, het eist het van jou als denkend mens”

 

Ik leerde Mirek een klein jaar geleden kennen met zijn eerste EP ‘Revisions #1’ en ik ben meer dan verheugd dat er een vervolg gekomen is op het Coutigny verhaal: ‘The Further We Ventured’. De titel spreekt voor zich. Dit is een verderzetting van zijn melodieuze reis. Mijn mening is zowat dezelfde als bij zijn eerste plaat: prachtige muziek die een sterke sfeer schept, met een betekenis die iedereen zelf kan invullen. Mirek opent enkel de poorten naar zijn tuin en laat ons zelf de ruimte om op ontdekkingstocht te gaan. Over een ongelofelijke groei na de eerste plaat kunnen we niet echt spreken, omdat die debuutplaat al zo sterk doordacht en gedefinieerd was. We kunnen wel spreken over een vervolg op het al sterke verhaal, dat nu een nieuwe wending neemt. Waar ‘Revisions’ voor mij een jeugdige introductie was, bevat ‘The Further We Ventured’ de acceptatie en wijsheden van de middelbare leeftijd, wat ook zeer duidelijk wordt in de opbouw van de plaat.

 

De EP opent met ‘Colorful Danger’, een rustige opbouw naar wat komen zal. Bij ‘Atlas’ valt de sluier van dit hoofdstuk verder af om bij het derde nummer, ‘The Stairs’, helemaal tot zijn recht te komen. Dit is voor mij zijn magnum opus. ‘Atlas’ laat ons nog reflecteren over het verleden, terwijl ‘The Stairs’ ons een terugblik geeft op een leven dat al voorbij is, met al zijn positieve en negatieve facetten. Tegelijkertijd is het de acceptatie van wat is en nog komen zal. Het laat een nostalgische en melancholische indruk op mij na. Deze plaat is meer dan een grown-up fase. Ze bevat al levenswijsheden. Met het nummer ‘Ripples’ voel ik me alleen maar gesterkt in mijn analyse.

 

Het is moeilijk om een review te schrijven die nummer per nummer vertelt wat je kan horen. Deze muziek is een verhaal die voor iedereen anders zal klinken en ingevuld zal worden. Wat wel vast staat, is dat deze reis je zowel rust als bezinning zal bieden. Iets wat we in Covid tijden goed kunnen gebruiken. Dit is muziek voor de denkers en de dromers.

 

Ik hef het glas op Mirek en zijn collega’s en het meesterwerk dat ze gecreëerd hebben. Terwijl de song ‘Safe Grey’ nog na zindert in mijn hoofd, kan ik enkel nog afsluiten met de vraag: What’s next? 

 

This is The Odd Man saying: Blijf in uw kot en luister hier naar, ze zeggen dat het gezond (verstand) is.

Meer lezen...

 

Big Fat Toddlers - Beach Toddlers  (4/5)

 

“Ik kijk er al lang naar uit om deze review te schrijven... 8==D - - - (.)(.)”

 

Op 15 februari van het jaar van Corona tintelde mijn piemel. Ditmaal niet doordat mijn vrouw haar radio begon te spelen, maar door de nieuwste plaat van mijn favoriete onderbroekenlol-band ‘Big Fat Toddlers’. ‘The Kings of piemelpop presenteren ‘Beach Toddlers’, de follow-up van ‘Space Toddlers’. Deze prachtige plaat weet het niveau van zijn voorganger te overstijgen zonder in te boeten aan infantiliteit. Bovenop de gekende smaakmakers werd deze plaat overgoten met een ska-sausje, waardoor we dit toch wel de friet rombout van de Belgische platen mogen noemen. Deze caloriebom die smaakt naar cardiale complicaties en er uit ziet als culinaire kots maakt mij even gelukkig als een South Park-marathon!

 

De plaat opent met ‘Friday Night’. Deze perfecte opwarmer voor wat we de komende 22 minuten en 11 seconden mogen verwachten, bevat terug een sterke Rancid/Offspring-vibe waarin alle elementen perfect gebalanceerd zijn. ‘East End’ bouwt lekker verder op dit elan en geeft ons een waar party-nummer dankzij de trompetten en het peppy drumbeatje. Hiermee gepaard brengen ze een romantisch intermezzo, wat dit nummer tot één van de beste van de plaat maakt. Hierop volgt het korte ‘Ssii’, een nummer dat het perfecte tempo aanstuurt om te masturberen voor een poster van Nina Derwael in spreidstand. Vanaf 0.50 minuten barst dit nummertje orgasmisch open met een kleverige poster tot gevolg. Dit hoeft trouwens niet per sé Nina te zijn, Maggie mag ook (des goûts et des couleurs, on ne discute pas mijn beste gore-vrienden).

 

Iets verder botsen we dan op de eerste single van de plaat, ‘Snowman’, een catchy Blink-ish (Dude Ranch era) nummer met een echte meezinger als refrein. Over het nummer ‘Pita’ heb ik niet heel veel te zeggen: zoals het etenswaar zelf, hoe zatter je bent, hoe meer je het kan appreciëren. Doet me denken aan ‘Death Metal Pizza’ van ‘Jared Dines’. Ik ben geen superfan, maar snap de noodzakelijkheid. Het nummer ‘69’ was een vanzelfsprekende aanvulling aan deze berg van volwassenheid. Leuk allemaal, maar rond het midden van de plaat begint de vis iets minder fris te ruiken. Laten we duidelijk zijn, de plaat is zot! Zalig! Hemels! Maar het verliest toch een beetje kwaliteit na het midden. Gelukkig hebben ze met ‘Pirate Punk’ de paal recht getrokken en de vis gespoeld, want dit visje ruikt naar een ochtendboeketje van verse pintjes aan de toog. Om nom nom nom!

 

I can only say: “They did it again!” Machtige plaat, vooral voor wie nog steeds Tom Greens ‘Freddy Got Fingered’ in hun top 10 van beste films ever heeft staan. De albumhoes is terug een easter egg hunt en hadden ze nu enkel nog een nummer geschreven over de “Blue Waffle” en deze dan ook lekker opgedragen aan mezelf, hadden ze de volle 5/5 gekregen. Any-whore, zalige plaat. Deze band wordt door mij al hoger in het vaandel gedragen dan mijn jeugdidolen Blink 182, and that is saying a lot. Een dikke proficiat en de kleuters en zet deze zeker op repeat!

 

 

This is The Odd Man saying: fap fap fap fap...

Meer lezen...

 

TONIGHT WE STAND – New World Disorder

 

Dit is het debuut voor deze Italiaanse band. Ze brengen een mix van death- met modern metal.

 

De plaat verschijnt op vrijdag 13 maart 2020. Is dit goed of slecht nieuws? Dat laat ik in het midden. Feit is dat deze plaat twaalf songs bevat en het er zeer heftig aan toe gaat.

 

De plaat start met een intro die als filmmuziek bij een horrorprent niet zou misstaan. Daarna volgt Phobia. Een hakkende gitaar ondersteund door synths met koorsamples en dubbele basdrums. De leadzang gaat van brulzang naar cleane zang, naar schreeuwzang. ‘Darkest Times is snel en met brulzang. Een stuk trager gaat het met End Of The Road’. Schreeuwzang wordt afgewisseld met cleane zang en het refrein klinkt ietsje poppy. Er volgt een supersnel tussenstuk waarvan ik niet begrijp welke meerwaarde dat geeft. In iedere song is de dubbele basdrum aanwezig en dat is lastig en vermoeiend luisteren. Er staan twaalf nummers op de schijf en het moet gezegd: niets blijft bij mij hangen. Er wordt technisch gehakt en zeer snel gespeeld dat men de song over het hoofd ziet.

 

De schijf sluit af met IWRYWFA. Aanvankelijk dacht ik dat het om een hidden track ging maar na één minuut stilte wordt dan toch afgetrapt met ..een tikkende huisklok. Na twee minuten getik breekt de hel los en volgt supersnelle deathmetal.

 

Deze schijf is niet het ideale geschenk bij uw eerste ontmoeting met uw aanstaande schoonmoeder.

 

Guido Grymonprez.

 

Meer lezen...

 

Gomorra – Divine Judgement

 

Deze vijfkoppige Duitse band brengt een eerste schijf uit die bol staat van agressieve trash.

 

Na de intro Canaan’ , wat gitaargetokkel met effect, krijg je meteen een lel tegen je oren: Gomorra’. Supersnelle trash met sporadisch wat Maidenachtige twingitaren. Het stemgeluid en stijl van zanger Jonas Ambühl heeft veel weg van de oude Crimson Glory. Veel octaafverschillen tegelijkertijd. Bij ‘Hope For The Righteous’ kom je in de eighties terecht.

 

Alles klinkt snel door de dubbele basdrums. Een verademing komt er met Out Of Control’. Het ritme, de gitaarriff en melodie doet u onmiddellijk denken aan een Dio-song. In Flames of Death en ‘Brother, We Are Damned’ zijn de dubbele basdrums alweer present.

 

Deze schijf telt elf songs en wordt afgesloten met alweer een supersnelle trasher: ‘Never Look Back’. Gomorra houdt er van om het trashgeweld een twist te geven met een melodieus iets. Dat kan zowel van de gitaren of van de leadzang komen. De productie is af. De plaat verschijnt in april 2020.

Benieuwd hoe dat live zal klinken.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Candlemass – The Pendulum

 

Kijk eens wie terug is.

 

Onze Zweedse doomvrienden van Candlemass.

En we mogen het letterlijk nemen. We hebben o.m. oprichter bassist-songwriter Leif Edling, gitarist Mats Björkman en zanger Johan Langquist in de gelederen. Die kerels waren er in de eerste bezetting bij in 1984.

 

De plaat dan.

The Pendulum’ is de opener en is een up-tempo doomsong met zeer sterke zang. Snakes of Goliath is een weerspiegeling van Sabbath’s Electric Funeral (Paranoid). Zelfs de versnelling middenin ontbreekt niet. Sub Zero’ is een akoestisch gitaarmelodietje dat iets meer dan één minuut duurt.

 

Anderhalve minuut duurt Aftershock’. Een uitstapje enkel met basgitaar. Hét nummer op de schijf is ‘Porcelain Skull’. Een zeer sterke song met een prachtige zanglijn. Kippenvel.

Afsluiter is ‘The Cold Room. Een tripje met enkel een akoestische gitaar en wat synths. Gelukkig van korte duur: ongeveer anderhalve minuut. Het is goed dat Candlemass terug is. Wat NIET goed is dat deze schijf amper 19:04 minuten muziek geeft.

 

Zes songs waarvan drie die maximum anderhalve minuut duren. De verhouding muziek – kostprijs is niet in verhouding. Jammer.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

Victories At SeaEverybody's Lost And All I Want Is To Leave  (3.5/5) 

 

‘Victories At Sea’ (zeker niet te verwarren met ‘Victory At Sea’ uit Boston), is een band uit het Britse Birmingham met een uitgesproken sound die (zoals ze zelf beweren) een gebalanceerde combo is tussen weerkaatsende gitaren en elektronische haakjes. Ze hebben net hun tweede plaat uit: ‘Everybody’s Lost And All I Want Is To Leave’, het vervolg op hun debuutplaat ‘Everything Forever’. De titel van hun nieuwste album is, net als de Brexit-onderhandelingen, veel te aanslepend. Gelukkig is de inhoud er van veel aangenamer en stoppen daar zowat alle gelijkenissen.

 

Wanneer je de plaat beluistert, waan je je in een zweverige droom, een reis van melancholische gevoelens tot gelukzalige geruststelling. Deze droom start met ‘When The Dark’ (toepasselijk), een dromerig en tegelijk krachtig nummer dat iets weg heeft van een verfijnde Feeder en zeker en vast niks te maken heeft met sodomie. Voor wie deze band nog onbekend terrein is, zal na het horen van dit meesterwerkje al snel verslaafd zijn. De eerste single ‘Quiet House’, die al sinds vorig jaar op Spotify te beluisteren was doet dan eerder denken aan een instumentaal Editors-nummer in combinatie met de eigenwijze stem van de zanger.

 

Het nummer ‘Breath Slowly’ zou dan weer van de hand van Matt Berninger (The National) kunnen zijn en zal je niet enkel helpen met gecontroleerd ademhalen, maar ook je hoofd laten bobben in de juiste ritmische beweging. Ik moet zeker extra lof geven aan dit lied, de centrale parel van deze Dior-ketting. Met hun tweede single ‘Ice Data Centre’ laten ze dan jammer genoeg enkele steken vallen. Deze song is voor mij eerder een plaatvuller die snel verveelt en een wat ordinaire indruk achterlaat. Je kan het niet barslecht noemen, maar dit nummer staat met zijn verstoorde balans toch wat in de schaduw van zijn voorgangers. De plaat komt pas terug op dreef met het nummer ‘Exit’, waarin een consistent tokkelde gitaar de droom begeleid naar het epos der epossen!

 

De plaat sluit af met ‘In My Head’ waarin een robuuste, maar geruststellende piano de geraspte zang begeleid naar een zacht afscheid.

 

Wat ben ik blij dat dit pareltje nog door de barsten van de Brexit-deal is gekropen. Ik sta ervan versteld zo’n veelzijdige, eigenzinnige sound te horen, tot je even wat research doet en beseft hoe groot en divers de music-scene van Birmingham is. Dan is het enkel nog logica. Mijn buikgevoel zegt, naast het feit dat ik honger begin te krijgen, dat we deze band meer en meer zullen horen aan deze kant “of the pond”. Wees dan liever de wind voor. Zo kan je op een hautaine manier zeggen dat je al fan was van voor ze mainstream waren! You twat!

 

This is The Odd Man saying: John Michael “Ozzy” Osbourne is ook afkomstig van Birmingham.

Maar dat is hij vast wel vergeten.

Meer lezen...

 

LOWRIDER – Refractions

 

Dit is het tweede full album van de Zweedse stonerrockers. De band ontstond in de jaren ’90. Een EP verscheen in 1999 en een full album ‘Ode To Lo’ in 2000. Dit album werd opnieuw uitgebracht in 2002 en kreeg toe meer aandacht. Nu is er dus ‘Refractions’. De plaat opent met ‘Red River’, een  bluesy rocker waarin meteen het prachtig combinatiewerk opvalt.  Alles klopt gewoon. Schitterend gitaarwerk met wah-wah effect en helemaal los van structuren die we gewoon zijn. Gewaagd en geslaagd. ‘Ode To Ganymede’ start rustig tot na 1’30” de drive de bovenhand neemt. Na 2’40” wordt niet meer gezongen en volgt nog meer dan 4’ muziek. Gitaren!

 

‘Sernanders Krog’ is een up-temponummer met ruwe klaagzang en een lekkere drive. Na 3’ valt het drumritme weg om te hernemen na 4’ maar een stuk trager. Dan volgt opnieuw gitaarwerk om duimen en vingers af te likken. De gitaarmelodie duurt tot het einde van de song die 8’14” duurt. Let op het fantastisch werk van bas en drum. Wat een song.

 

‘Ol’ Mule Pepe’ heeft een doomy start maar na 48” hebben we opnieuw een swingende drive. Alle zangpartijen bevinden zich in de eerste helft van de song.

 

‘Sun Devil’ is een instrumentaal nummer in mid-tempo. Alweer een indrukwekkend samenspel van deze heren.

 

De plaat sluit af met ‘Pipe Rider’. We zijn vertrokken voor 11’25. Mid-tempo en bij momenten een knipoog naar Kyuss. De gitaarmelodie blijft in uw hoofd hangen.

 

Dit is stoner van de bovenste plank. De songs hebben eigenzinnige structuren. De drums zorgen hier niet alleen voor het ritme. Het is tegelijkertijd een frontinstrument. Alles klikt. Ik vermoed dat deze schijf hoog zal scoren in de lijstjes.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Stereoseat – Heavenly Creatures (3.5/5)

 

Vorig jaar kregen we de single in de bus. Nu is er het nieuwe album ‘Heavenly Creatures’.

 

Dit Vlaamse viertal,  Tom Van Dorpe (gitaar/zang), Maarten De Meyer (keys), Jelle Lefebvre (drums) en David Van Glabeke (gitaar) zijn geen onbekenden in de muziekscene. David was actief bij Kenji Minogue, Jelle bij Celestial Wolves, Maarten bij Vive La fête en Tom bij Chrome Yellow.

 

De muziekstijl  moet je zoeken ergens tussen Raketkanon en Ministry. Zeker wat de sound betreft is er een ferme knipoog naar Raketkanon.  Maar dan zonder de extreme wendingen. Er wordt afgetrapt met ‘Waltz’. Een sterke midtempo song en zeer variërend qua opbouw.  Dan volgt Sluthead’, de eerder besproken single. ‘Secret Hell’  is zeer strak en volgepropt met synths. Mooi melodieus refrein. ‘Wigs’ heeft ferme ritmewisselingen en zou een écht Raketkanonsong kunnen zijn maar dan zonder geschreeuw. ‘Landskin’ is Raketkanon ten voeten uit. Bij ‘Sittard’ ga je eigenlijk de ruimte in, in plaats van naar Sittard. Na 3’30” word je omvergeblazen en wordt de song in een gedreven ritme terug naar de “ruimte” geloodst. 

 

Persoonlijk vind ik ‘November’ een topnummer. Vette gitaren en drumpartijen in tegenritme. ‘Arcade’ is een instrumentaal nummer met goed gitaarwerk . Na 2’30” neemt de song een vreemde wending. Het wordt stil met wat gepraat en gitaargetokkel. Bij ‘Shiver’ neemt de Hammond de bovenhand. De prijs voor de gekste structuur gaat naar ‘Out Of Tune’. Aparte song. ‘Retard’ heeft vreemd gitaargetokkel met mooie zachte zang. Dit blijkt een intro te zijn voor ‘Coda’ . Dit nummer heeft een zeer speciale sfeer zonder drumbeat. Spacy.

 

Heavenly Creatures barst van de kwaliteit. Een zeer goede sound en opname. Retestrak. De synths en gitaren vormen één geheel in een eigen sound. Deze schijf vind ik uitermate geslaagd omdat het geschreeuw achterwege is gebleven. Topschijf.

 

Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

Dyscordia – Delete/Rewrite (4,5/5)

 

Control-Alt-NOT-delete

 

Metalbands van eigen bodem die een maand voor datum het bordje volzet aan de deurklink van De Kreun kunnen hangen, zijn op één opgestoken devilhorn te tellen. Dyscordia deed dit met dezelfde vingers in de neus en dat voor de tweede keer op rij. In 2016 werd hun vorige plaat ook al met een straffe releaseparty gevierd in de Kortrijkse concertclub. Hun laatste pronkstuk Delete/Rewrite staat bol van de onuitwisbare strepen edelmetaal vastberaden om de fanbase, die stilaan de proporties van een volgzaam Romeins legioen heeft, nog wat aan te dikken.

 

De titeltrack opent de debatten, en hoe. Na een onheilspellende intro krijgen we een ontbolstering die zijn gelijke niet kent. Deze loeier van formaat blijft meteen hangen en onthult bij iedere luisterbeurt een nieuw blinkend laagje. Het uiteenlopend stembereik van zanger Piet en gitarist Fane rollen als een kat-en-muis-spel uit de boxen. Bij This House en het daaropvolgende Rage komt de band thuis. Deze twee tracks delen met de regelmaat van de klok rake klappen uit en zijn beide vintage Dyscordia. The Curse Of Mediocracy sluit op zijn beurt met gemak de beste songs van de plaat. Het gepassioneerde gitaarspel en de afwisselende vocaliteit blijven deze hoogoven vol zware metalen aanstoken.

 

Merry Go Round kan op zijn beurt met enige vaderlandse trots naast het betere werk van pakweg Insomnium en Amorphis gezet worden. Het oude kermisdeuntje als in- én outro zorgt voor extra cachet en sfeer. Ook Castle High en The Cards Have Turned blijven hoog spel spelen. Waarom makkelijke platgetreden paden kiezen als de complexe composities ook een weg naar het collectieve metalgeheugen vinden!? Dat is het Dyscordia-devies waar de band tegenwoordig de vruchten van plukt. Onder welke steen moet je als metalfan geleefd hebben als je de potentiële progressie van dit hardwerkend zestal gemist hebt?

 

Met de langste loeder van het pak wordt de eindsprint ingezet. Silent Tears begint als een pakkende ballad naar de 80’s-normen van Journey, dartel en raak tegelijk. Tot Fane halverwege zijn granieten keelgat opentrekt en het gesmeerde samenspel het keurmerk Dyscordia op deze track brandmerkt. Geen traantjes maar een voldaan gevoel is ons deel na deze plaat. Sluitstuk Rise and Try zet de cohesie van dit geestig gezelschap nog een laatste maal in de verf. Deze keer doen ze het niet met hun beproefde recept van overdonderende gitaarlijnen overgoten met een explosieve mix van vocals. We eindigen namelijk tegen de stroom in met een stukje a capella, Dyscordia goes Voice Male en het resultaat mag er wezen.

 

Nu zaterdag te bezichtigen in een hopeloos uitverkochte Kreun. Later dit jaar krijgen de afwezigen een herkansing op de Waregemse Metal Day en natuurlijk ook op Alcatraz. Control-Alt-NOT-Delete, dit is een dijk van een schijf.

(BG)

Meer lezen...

 

Supersuckers – Play That Rock ’n Roll

 

Op 7 februari 2020 verschijnt het 13de (!) album van dit trio uit Arizona. De titel van het album liegt er niet om. ‘Play that rock ‘n’ roll’ is wel degelijk een rock ‘n’ roll album. Het album telt twaalf songs. De deur wordt ingetrapt met ‘Ain’t Gonna Stop’ een echt in your face rock ‘n’ rollsong. Een opener met een meerstemmig gezongen refrein en een heftige gitaarsolo die zich beperkt tot wat akkoorden in hoge tonen maar zeker niet minder krachtig. ‘Gettin’ Into Each Others Pants’ is een mid-temporoller. De zang zit in de lage tonen en de articulatie kan beter. De song zorgt niet om het woord (titel) bij de daad te voegen. ‘Deceptive Expectations’ is een stevige stamper. De zang wordt meermaals ondersteund door een tweede stem. De gitaarsolo steekt vol toffe effecten. Het refrein is alweer in samenzang. ‘You Ain’t The Boss Of Me’ is een kleine knipoog naar Status Quo maar nog meer naar Suzy Quatro’s Can The Can.

 

‘Bringin’ It Back’ is een zeer snelle rock ‘n’ rollsong en ‘Play That Rock ‘N’ Roll’ gaat de boogie-toer op. Er zijn meer cleane gitaren aanwezig. Deze song is een meezinger voor in de bruine kroeg. ‘That’s A Thing’ is een snelle song met punky inslag. Dit klinkt als een snelle ‘Mud’ song. (een legendarische Britse seventies pop-band) ‘Last Time Again’ heeft wat van een brave Motörhead

 

‘Die Alone’ is een mid-tempo rock ‘n’ rollsong met punky voice. ‘Dead Jail Or Rock ‘N’ Roll’ is een cover van Michael Monroe. Een snelle partysong.

 

Kijk eens aan: een cover van Warren Zevon weliswaar geschreven door Allen Toussaint ‘A Certain Girl’. Sorry jongens maar dit is een overbodige track. ‘Ain’t No Day Like Yesterday’ is de afsluiter. Het traagste en langste nummer op de schijf.

 

‘Play That Rock ‘N’ Roll’ is geen schijf om aan één stuk te beluisteren. Het komt te veel op hetzelfde neer. Er mocht meer aandacht worden besteed aan de leadvocals. De refreinen worden altijd gezongen door meerdere stemmen en bestaan meestal uit enkele slagzinnen. Deze band is duidelijk een partyband.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

The Wonder Stuff - Better Being Lucky (3/5)

 

Deze Britse band werd opgericht in 1986. De band werd tussen 1994 en 2000 op non-actief gezet om dan plots een compilatiealbum op de markt te brengen (Love Bites and Bruises) . In 2016 verscheen hun voorlopig laatste werk, het album 30 Goes Around The Sun. En nu zijn ze terug met hun negende studioalbum ‘Better Being Lucky’. De band heeft over de jaren heen zomaar eventjes twaalf formatiewissels ondergaan. Hun muziekstijl blijft ongewijzigd. Licht verteerbare rock-pop met een duidelijke Britse eightiesstempel. Miles Hunt (zang, gitaar)en Mark Thwaite (gitaar) zijn het meest betrokken bij de composities.

 

De opener ‘Feet To The Flames’ is een catchy song en duidelijk bedoeld om de hitparade te bereiken. ‘Lay Down Your Cards’ is een mid-temposong en klinkt meer nineties. Enkel het gebruik van de synths en elektrische viool voelt anders aan. ‘Don’t Anyone Dare Give A Damn’ is een prachtige song met zeer gevoelige zanglijnen en klinkt toch poppy. Dit zou een hit moeten worden.

 

‘No Thieves Among Us’ is een heuse rocksong dat start met een sterke gitaarriff ondesteund door dreunende drums. Het refrein is dan weer poppy maar brengt de kwaliteit van de song niet in gevaar. Alweer prachtige zanglijnen. De titeltrack ‘Better Being Lucky’ brengt u zo terug naar de eighties. ‘Bound’ is iets sneller en zeer melodieus. De samenzang valt op.

 

‘It’s The Little Things’ is een mooie gedreven song waarbij het gitaarwerk wordt bijgestaan door sterk vioolwerk dat nooit overdrijft. Mooi solootje trouwens. Tijdens het refrein wordt het ritme verdubbeld. ‘When All Of This Is Over’ brengt mooie samenzang op een roffelritme. De synths nemen de bovenhand. The Guy With The Gift’ start met een hammondklank en een akoestische gitaar die onmiddellijk wordt bijgestaan door de viool. Een ballade met een apart ritme en mooie melodie.

 

‘Let’s Not Pretend’ is een typische eightiessong. Zo herkenbaar.

De plaat sluit af met ‘Maps & Direction’ . Deze song wordt ingezet met akoestisch klinkende gitaar, lichtjes versterkt en mooi toetsenwerk.

 

Het werk van The Wonder Stuff wordt gekenmerkt door mooie gitaarlijnen en dito zang. De synths en viool zijn alom aanwezig en tillen de songs naar een hoger niveau. De eighties-sound is niet weg te denken. Namen noemen is lastig maar laat het ons houden op: een ferme knipoog naar The Human league meets Cock Robin. Wél zeer mooi afgewerkt.

 

Guido Grymonprez.

 

Meer lezen...

 

Phil Campbell - Old Lions Stil Roar (3/5)

 

Ex-Motörhead gitarist Phil Campbell is terug en deze keer zonder zijn Bastard Sons. Voor zijn nieuwe album ‘Old Lions Still Roar’ heeft Phil enkele gastzangers/muzikanten uitgenodigd zoals o.m. Leon Stanford . Deze geweldige singer-songwriter mag samen met Phil de plaat starten met ‘Rocking Chair’, een geweldige song. Hier druipt de kwaliteit van songwriting er van af. Enkel gitaar en zang. Gewoonweg top!

‘Straight Up’ is andere koek. Dit up-temponummer start met een sterke rockgitaarriff. Zanger met dienst is Rob Halford. Dit is rock van de bovenste plank. Geen Judas Priest screams maar lekkere volle zang. Ben Ward, zanger van Orange Goblin mag ook aantreden. Dit nummer heeft een boogietoets maar krijgt na een dikke twee minuten een geweldige schop tegen het achterwerk om dan iets later terug in boogiemodus te eindigen. Yes!

 

‘Swing It’ is een rock ’n rollsong met Alice Cooper als zanger. Hier hoor je het verschil tussen Britse en Amerikaanse rock ’n roll. Je vindt al gauw een slagzin in het refrein verwerkt. Nev MacDonald van de band Skin mag zijn strot lenen aan ‘Left For Dead’. Een ballade waarbij de schurende stem van Lev perfect past. Phil geeft zijn gitaar de volle laag. Mooie solo. ‘Walk The Talk’ krijgt de stem van Nick Oliveri. Hij is het meest bekend als basgitarist bij Kyuss en Queens Of The Stone Age. Hij hanteert een totaal andere zangstijl dan de voorbijgangers op deze schijf. De song is hard en ruig. Speciaal.

 

Dee Snider mocht blijkbaar ook niet ontbreken. Hij mag ‘These Old Boots’ zingen en dat doet hij met verve. Een typisch dreunende rock ’n rollsong waarbij zijn stem en zangstijl perfect past. Zijn stijl bij dit nummer doet mij denken aan wijlen Buzz Shearman van de legendarische Amerikaanse band Moxy. De gitaarriff kon zo van de hand van Ronnie Montrose zijn geweest. Sterk.

 

‘Dancing Dogs’ wordt gezongen door Whitfield Crane van Ugly Kid Joe. En dat hoor je meteen. Deze song is totaal Ugly Kid Joe.

 

De band Skindred mag zijn zanger Benji Webbe uitlenen voor de ballade ‘Dead Roses’. Mooie stem. De plaat eindigt met ‘Tears From A Glass Eye’. Een rustig instrumentaal nummertje waarbij geen slagwerk aan te pas komt en we een andere Phil horen. Een waardige afsluiten van een lekkere harde rockplaat.

 

Guido Grymonprez.

 

 

 

Meer lezen...

 

 Your Highness – Your Highness

 

Dit is een Belgische metal-sludgeband uit regio Antwerpen. De band werd opgericht in 2011. Ze toerden reeds door Europa en deden bij ons verschillende festivals aan zoals Groezrock, Pukkelpop en Graspop. Deze schijf start met ‘Devil’s Delight’. Een aanstekelijke riff waarbij de drums invallen met geroffel en de song verder zet met een snel ritme. De brulboei met dienst laat zich opmerken. Het snelle ritme wordt in de refreinen onderbroken door het drumgeroffel. De song heeft een korte gitaarsolo die best meevalt. De roffeldrum gaat over in mokerslagen naar het einde toe. Heavy stuff!

 

The flood’ is een mid-temponummer waarbij in de tussenstukken melodieuzer gitaarwerk aan te pas komt. De gitaarsolo heeft een mooi wah-wah effect. Na dit alles volgt een passage met cleane gitaar voor opnieuw alle registers worden opengezet. ‘Born Anew’ start met geroffel op de rand van de snare-drum bijgestaan door cleane gitaar. Wanneer de rest van de band invalt volgt er een gedreven ritme. De song heeft een mooi solootje met twin-gitaareffect. ‘Black Fever’ heeft een trage start met een cleane gitaar die regelmatig opduikt verder in de song. Na vijf minuten gaat de storm wat liggen maar na twee minuten valt alles opnieuw in. ‘To Wood and Stone’ is eigenlijk een mix van de voorgaande nummers. Alle ingrediënten zijn aanwezig.

 

Na ongeveer drie minuten valt alles wat stil om na één minuut ondersteund te worden door de zang. ‘Little to Relate’ heeft een start met bas en drum maar na vijftien seconden valt alles in. Deze song heeft een gedreven tempo. Mooi melodieus gitaarwerk. ‘Rope as a Gift’ start op volle snelheid. De song heeft een sterke gitaarsolo van ongeveer anderhalve minuut. Daarna wordt de snelheid naar het einde toe nog wat opgedreven. Afsluiter ‘Kin’s Blood’ is het langste nummer van de schijf. (14’14”) Deze song start als een soort filmmuziek voor een western. Na vijf minuten volgt er een stille, trage passage met geluiden en onregelmatig ritme. Na tien minuten krijgt de muziek opnieuw de bovenhand. Er wordt ferm gehakt op de snaren om naar het einde toe over te gaan naar akoestisch gitaargetokkel.

 

Deze schijf staat vol loodzware metal-sludge toestanden met een brulboei van een zanger die in ieder nummer zijn stempel drukt. De gitaarklanken hebben een seventiesgeluidje ondersteund door ferme distortionpedaal. De schijf is goed opgenomen.

 

Voor de liefhebbers.

 

Guido G.

 

Meer lezen...

 

Michael Monroe – One Man Gang

 

Deze Fin heeft al heel wat watertjes doorzwommen. Uiteraard is Hanoi Rocks een mijlpaal. Deze band legde het bijltje er bij neer in 1985. Plots dook Hanoi Rocks opnieuw op in 2002. Samen met gitarist Andy McCoy werkte Michael Monroe aan nieuw materiaal. Er werden drie albums uitgebracht tot de band er mee ophield in 2009. Monroe hield zich nog wat bezig met allerlei projecten tot in 2010 The Michael Monroe Band werd opgericht. Deze band bracht twee studioalbums en één live-registratie uit. Deze albums deden het zeer goed in Noord-Europa.

 

Nu is Michael terug met een nieuw album ‘One Man Gang’. De opener ‘One Man Gang’  is een aanstekelijke supersnelle punksong. Tijdens het refrein wordt het ritme gehalveerd en gesteund door samenzang. ‘Last Train To Tokyo’ is een up-tempo glamrocksong met poppunkrefrein maar het blijft boeien. ‘Junk Planet’ start even snel met een dreunende bas en mondharmonica. Dit is een pure rock ’n rollsong. ‘Midsummer Nights’ start een versnelling lager. Een popsong met hoog meezinggehalte. ‘The Pitfalls Of Being An Outsider’ is poprockpunk zoals we het van de man gewoon zijn. ‘Waysted Years’ neigt wat naar southern rock ’n roll. De mondharmonica duikt opnieuw op maar gelukkig nooit overdreven. ‘In The Tall Grass’ is een soort mix van een Bon Jovi met Foo Fighterssong. Een up-temporitme onderbroken door toevoeging van stille passages waar de zang op de voorgrond treedt. ‘Black Ties and Red Tape’ start supersnel en mindert ietsje vaart tijdens het refrein maar het blijft vooruit gaan. ‘Hollywood Paranoia’ is een dertien in een dozijn rocksong. ‘Heaven is a Free State’ start met een deuntje met blazers op zijn Mexiaans. Een zwalpende uptemposong. De blazers blijven verrassen. ‘Helsinki Shakedown’ is een knipoog naar de gitaarriffs van Foo Fighters. ‘Low Life In High Places’ sluit de schijf af. Met een beetje fantasie kon deze song van de hand van onze The Scabs zijn. Deze song heeft geen glam- of punkgehalte. Jammer van de vervelende zanglijn die het nummer naar het einde leidt. Overbodig.

 

We kunnen besluiten dat zo goed als alle songs op deze schijf een groot poppunkgehalte hebben met een dikke glamsaus er bovenop. Live zal dat zeker gesmaakt worden. Party!

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

My Dog Is Radioactive - E.P. More Than This

 

Dit trio is afkomstig uit Leuven (B) en brengt een soort indierock waarin je o.m. The Wombats en Jimmy Eat World kan onderbrengen. Hun geluid is loepzuiver en perfect opgenomen. Hun single ‘Stay’ kan zo op de radio worden gedraaid. Dit is voer voor zowel Radio 1 als Studio Brussel. De samenzang is af en in combinatie met de muziek komt de song volledig tot zijn recht.

 

Idem voor ‘Home’. Een song met een refrein dat onmiddellijk in uw hoofd blijft hangen. En alweer een topopname. Klasse. De ineenvloeiing van de verschillende klanken is subliem.
Hun E.P. More Than This verschijnt op 30 oktober 2019 en heeft naast de bovengenoemde singles ook nog ‘More’ die een intro blijkt te zijn voor ‘Chase’ waarbij alle registers worden opengegooid.
Tijdens de zangpartij wordt het gitaargeweld wat naar de achtergrond geduwd zodat de basgitaar de perfecte ondersteuning kan geven. De effectjes op de backings zijn een meerwaarde voor het geheel. ‘Run’ start met keyboards en klinkt poppy. De zang wordt opnieuw ondersteund door de basgitaar en wat synths om dan tijdens het refrein de volledige band te laten losbarsten.

 

Dit is duidelijk een kenmerk in hun songs.

 

‘Stay’,’Chase’ en ‘Run’ zijn up-temposongs. Bij ‘Home’ wordt nog een versnelling hoger geschakeld maar er is nooit gevaar dat de band de controle verliest.

 

Dit is tot in de puntjes afgewerkte brave rock ’n roll. De opnames kunnen m.i. niet worden verbeterd. Hopelijk krijgen deze kerels een eerlijke kans op de radio.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Michaël Schenker Fest – Revelation

 

Eén van de beste muzikale producten ooit uit Duitsland verrast ons met een nieuwe schijf. ‘Revelation’ is een soort collectief muzikaal gebeuren waarin alle zangers die ooit in Michaël Schenker Group actief waren hun steentje bijdragen. Opener ‘Rock Steady’ start als een balade maar gaat snel over naar een matige rocksong waarin Gary Barden, Graham bonnet, Robin McAuley en Doogie White worden voorgesteld. Hun leeftijd heeft blijkbaar weinig impact op hun stem. Het refrein stelt niet zo veel voor dan enkel wat samenzang in slagzinnen gevolgd door een korte gitaarsolo waarmee het nummer ook eindigt.

 

Bij ‘Under a Blood Red Sky’ wordt het gaspedaal ingedrukt. Doogie White neemt hier de leadzang voor zich. “Silent Again” houdt de snelheid aan. Robin McAuley haalt makkelijk de hoge noten. Een lekker rockende song met een zeer melodieus refrein. Bij ‘Sleeping With The Light On’ zijn alle zangers opnieuw actief. Een tragere song en wat de opbouw betreft werd er goed geluisterd naar Whitesnake. Het gitaarwerk is uiteraard subliem. ‘The Beast In The Shadows’ schakelt onmiddellijk in hoge versnelling. Hier worden de oude tradities van hardrocksongs in ere gehouden. ‘Behind The Smile’ heeft een start zoals Ierse folklore. Maar dat geldt enkel voor de intro. Doogie White zingt zoals het hoort in dit genre. Gary Barden mag aantreden in ‘Crazy Daze’ . De piano van Steve Mann komt regelmatig op de voorgrond tijdens de aanloop naar het refrein. Een traditionele rocksong.

 

‘Lead Your Astray’ is een snelle rocker waar Robin McAuley nogmaals laat horen in welke vorm hij zich bevindt. ‘We Are The Voice’ is nog een stuk sneller. Doogie White is Rock ’n Roll! En de motor blijft op volle toeren draaien bij ‘Headed for the Sun’. Graham Bonnet zingt hier een prachtige melodie op zijn dooie gemak. De vier zangers nemen samen ‘Old Man’ voor hun rekening. Een trager footstompin’ ritme. De gitaarriff is een knipoog naar AC/DC. ‘Still In The Fight’ is alweer supersnel met zeer melodieuze zang van Graham Bonnet. ‘Ascension’ is de afsluiter van de schijf waar Michaël alle registers opentrekt. En hij heeft het voor het zeggen want er komt geen zang aan te pas. ‘Revelation’ brengt niets nieuws onder de zon. Het is Britse melodieuze hardrock met achterhaalde zangpartijen en té eenvoudige refreintjes. Gelukkig maakt het gitaarwerk veel goed en op zijn vierenzestigste is Michaël nog steeds top.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Feeder - Tallulah  2.5/5

 

“Feeder is van Wales?”

 

Het meerendeel van de bierbuik-dertigers van vandaag zullen zich de band Feeder voornamelijk herinneren dankzij het Playstation 2-spel ‘Gran Turismo 3’. Niet lullen. Iedereen had wel een kopie of kende iemand die er eentje had (samen met Fifa’98). Geen excuus dus om niet te weten waar ik het over heb... Tenzij je die zielige loser was die niks kreeg van mams en paps natuurlijk... Nu, back to topic!

 

Feeder heeft al heel wat meer uitgebracht in de jaren na ‘Buck Rogers’, maar in mijn ogen en oren hebben ze de platen ‘Echo Park’ en ‘Pushing The Senses’ nooit kunnen evenaren in kwaliteit. Met een nostalgische hoop dat deze Welsh-mannen me terug zouden brengen naar de jaren zonder werk en hypothecaire lening, beluisterde ik hun nieuwste studioplaat ‘Tallulah’; de twaalfde al in het rijtje. Jammergenoeg hebben ze mijn wens amper voor de helft kunnen verwezenlijken. De eerste twee nummers van de plaat zijn structureel wel vast, maar voelen levenloos en lui aan. Een goedkope mix en weinig lagen zorgen hier voor de ondergang. Vanaf ‘Daily Habit’ is van de goedkope sound gelukkig niks meer te merken. Toch komen de nummers bijlange niet in de buurt van het oude kwaliteitswerk. Net zoals mijn jeugdliefdes Blink 182 en co, die niet de juiste evolutie konden maken tijdens hun carrière, moet ook deze band weten wanneer hun tijd gekomen is.

 

Gelukkig konden ‘Fear Of Flying’ en de titelsong ‘Tallulah’ de plaat nog doen drijven en redden van de verdrinkingsdood der verveling. Vooral ‘Tallulah’ klinkt meesterlijk en origineel. Een volwassen Muse-like nummer waar de Feeder-kern nog in te herkennen valt. De zang danst mooi rond de tokkelende gitaarriff en de ritme-sectie weet hoever ze kan gaan. Een must-listen!

 

Een andere song waar ik het nog over wil hebben is de vreemde pekingeend ‘Kyoto’. Het nummer begint als een soort Mad Max Fury Road-gebrul, slaat na 27 seconden over in een sterk experimenteel nummer, om dan op 52 seconden te switchen naar het gekende Feeder-werk. Dit alles nog eens herhalen en er een vette bridge in plakken en we hebben het nummer ‘Kyoto’. Ik kan niet toegeven dat ik het echt mooi vind, maar het heeft zeker en vast mijn interesse geprikkeld en daarom kan ik het wel appreciëren. Is dit de experimentele kant die Feeder op gaat? Een noodzakelijke evolutie voor toekomstige platen om relevant te blijven? Who knows...

 

This is the odd man saying: God zij dank voor de deliberaties! 2,5/5

Meer lezen...

 

Leo Kottke - My Feet Are Smiling (4/5)

 

“Leo, Leéeooo... Iedereen houdt zijn bakkes wanneer Leo Kottke speelt!”

 

Tot op heden zijn er twee momenten geweest dat ik stikjaloers was op mijn vader. De eerste keer wanneer hij erfde van zijn dode ouders en de tweede keer toen hij met pensioen ging. Dat laatste is enkele weken geleden gebeurd, uiteraard met bijhorend feest. Een aangenaam gesprek met de rijpere overburen resulteerde als snel in een uitwisseling van muzikale kennis. Er rezen echter enkel vraagtekens wanneer de desbetreffende vrouw het over ‘Leo Kottke’ had. De dame kwam al snel aandraven met een live EP van Kottke, getiteld ‘My Feet Are Smiling’ en de opdracht om die zeker eens te beluisteren.

 

De matig amusante hoes gevuld met 180 gr vinyl bleef even onaangeroerd bij mij thuis liggen, tot ik besliste om er toch maar eens werk van te maken. Met mijn ‘Swiffer Duster’ in de hand legde ik de plaat op. Wat volgde was een ongeswifferd huis en een stomverbaasde, kersverse Kottke-fan in de zetel.

 

Tweemaal heeft deze plaat van kant A naar B gedraaid. De gitaarkunst van Leo, een duidelijke fingerpicking stijl die zowel blues, jazz als folk bevat, is zo veelzijdig als de emoties van een vrouw tijdens de menopauze: van dromerige Dylan-riffs tot top bottleneck gespeel waar zelfs Seasick Steve nooit aan zal kunnen tippen. De focus ligt duidelijk op het muzikale en de bron waar deze rivier ontspringt, ligt vast ergens in de buurt van de delta blues. Soms worden we getrakteerd op een honingzoete stem, die ons het gevoel geeft dat we in een western beland zijn. En dit allemaal door een gast die gedeeltelijk doof werd, toen hij als kind wat te dom deed met een firecracker. Liefste kinderen, speel dus enkel met die dingen als je een goede gitarist wil worden (no guarantee though). *

 

‘My Feet Are Smiling’, dat het levenslicht zag in ‘73, start met ‘Hear The Wind Howl’. Een prachtige nummer die mij aan de zetel kluisterde. Andere parels die mijn Swiffer twee uur lang op dezelfde tegel lieten liggen zijn ‘June Bug’, een soort funky Seasick Steve-ish nummer, ‘The Fishermen’ (één van de beste 2:43 minuten van mijn leven!), waar Eddie Vedder waarschijnlijk de volledige soundtrack van ‘Into The Wild’ op baseerde en ‘Easter’. Het razendsnelle vingerwerk is op sommige momenten echt verbazingwekkend. Zijn echtgenote is vast gelukkig met dit talent, als je begrijpt wat ik bedoel. Indien niet geef ik je een hint: Finding Nemo.

 

Leo Kottke heeft nog tot 2005 platen uitgebracht. Ik heb dus nog veel luisterwerk voor de boeg. Ik geef je alvast ‘My Feet Are Smiling’ om te ontdekken. Mijn advies: play, listen, turn and repeat. Voor de digitale luisteraars, gewoon repeat is voldoende.

 

This is The Odd Man saying: If your feet start smiling at you, go see a dokter. Get professional help.

 

* Dump Magazine is niet verantwoordelijk voor wat je debiele nageslacht uitvreet. Don’t blame us. Leer die mormels zelf opvoeden, achterlijke trut.

Meer lezen...

 

The Dead Daisies– Locked and Loaded

 

 

Dit is het zesde album van de band. Het gaat hier om een album vol covers met zowel live als studiowerk.  Door de jaren heen zijn er heel wat muzikanten de revue ‘The Dead Daisies’ gepasseerd. Op dit album zijn er in totaal tien muzikanten te horen die ooit of nog deel uitmaken van de band. Het album staat bol van rock ’n roll, bluesy hard-rock en een paar gewaagde versies van songs van supersterren.

 

Het album opent met ‘Midnight Moses’ van The Sensational Alex Harvey Band. Alex Harvey schreef deze song in 1969 en verscheen op het album ‘Framed’.  Het is een goede versie. Een volle sound en een sterke drive compleet met percussie in een goede productie. ‘Evil’ is origineel een bluestrack geschreven door Willie Dixon in de fifthties. Howlin’ Wolf maakte het nummer bekend. Het is een mid-temposong waarbij naar het einde toe het gaspedaal wordt ingedrukt. ‘Fortunate Song’ wordt vandaag de dag nog steeds live gebracht door de creëerder John Fogerty zelf. Met zijn toenmalige band Creedence Clearwater Revival werd dit uitgebracht in 1969. Het is een typische rock ’n rollsong. De intro werd iets gewijzigd. Er wordt geopteerd voor een volle bas en drum. Geen slechte keuze.  De spelvreugde van de gitaristen valt zeker op.

 

 ‘Join Together’ , origineel van The Who, wordt gebracht met groot enthousiasme.  Mooie stemmetjes overigens.  Het meezingmoment op het einde lijkt me overbodig.

 

 ‘The Beatles’ konden niet ontbreken. ‘Helter Skelter’ is een krachtige bluesrocker met headbangersgehalte geworden. Mooie versie.  Als je The Beatles selecteert mogen The Rolling Stones niet ontbreken. ‘Bitch’ ,te vinden op het album ‘Sticky Fingers’  uit 1971, rockt als de beesten.  ‘American Band’ is een livesong en ook te vinden op hun album ‘Live & louder'. Het is origineel van Grand Funk Railroad. Deze song heeft een hoog meezinggehalte en van iets mindere kwaliteit.

 

Hier zijn The Beatles terug! ‘Revolution’ was een b-kant van hun single ‘Hey Jude’. Persoonlijk vind ik deze versie niet geslaagd. Het origineel had iets swingend en dat vind ik hier niet terug. Het wordt zelfs ietsje vervelend.

 

Nog een livenummer: ‘Rockin’ in the Free World’, origineel van Neil Young. Deze versie is apart. De band wordt bijgestaan door het Poolse Gorzów Philharmonic Orchestra. Zestig muzikanten rijk. De aanwezigheid van het orchestra valt het meest op tijdens het refrein. Het klinkt allemaal een beetje rumoerig maar het is een mooi aandenken aan dit Woodstockfestival in Polen in 2017.

 

Er wordt afgesloten met een ultiem livenummer: ‘Highway Star’ van Deep Purple. Een registratie uit Zagreb tijdens hun Live & Louder-tour 2017.

Deze ‘Locked and Loaded’ is twijfelachtig. De studioversies van de covers zijn best te pruimen. Stuk voor stuk sterke producties. Ik had liever meer studiowerk dan liveregistraties op deze schijf gehad. Maar de bedoeling is duidelijk: aantonen dat The Dead Daisies een échte liveband zijn en hun  optredens een feest.

 

Guido Grymonprez

 

 

 

Meer lezen...

 

Thy Art Is Murder – Human Target (4,5/5)

 

Agressie verheven tot kunstvorm

 

Het laatste decennium is er heel wat overgewaaid vanuit het machtig mooie land Australië. Het paradijs bij uitstek voor backpackers heeft naast zijn beeldschone natuur en energieke steden op muzikaal vlak uiteenlopende kalibers van formaat in de aanbieding. En dan hebben we het voor één keer niet over de AC/DC’s en INXS’s van deze wereld maar over de vele edelmetalen die Down Under, iets dieper onder het oppervlak van al wat mainstream is, gedijen.

 

We leerden Thy Art is Murder voor het eerst kennen toen ze samen met Architects in 2016 in het voorprogramma van Parkway Drive geposteerd stonden om de kolkende massa van een uitverkochte AB op te warmen. Begin dit jaar mochten ze dit kunstje nog eens overdoen in Vorst Nationaal en hadden we ons al iets meer verdiept in het vijftal. Deze vegetariërs weten dat er eerst eieren moeten gebroken worden voor de omelet kan gebakken worden. Na vier dijken van platen is Human Target hun vijfde schot in de roos.

 

De titeltrack, die in april als voorsmaakje op ons werd afgevuurd, opent de debatten. Zanger CJ McMahon vliegt er met de twee voeten vooruit in en laat zijn rauwe vocals schuren in ons gehoorkanaal. Ook Death Squad Anthem en Make America Hate Again, die vooraf gelost werden, behoren reeds tot het betere TAIM-gerief. Om extra aandacht te genereren werd die laatste op de 4th of July als een kleurrijke vuurwerkpijl afgeschoten. Thy Art verheft agressie moeiteloos tot een kunstvorm en bewijst dat deathcore very much alive and kicking is. Atonement en Voyeurs into Death missen hun doel niet en slaan vrijwel meteen aan. Het is overduidelijk dat McMahon en zijn gevolg het volhardende instinct hebben van een kudde wilde dingo’s en nog lang niet aan het einde van hun latijn zitten. Deze band is wereldwijd door zowel collega-muzikanten als festivalorganisatoren zeer geliefd. Human Target zal daar met zekerheid een overdonderend gevolg aan breien.

 

Op vrijdag 9 augustus zal TAIM Kortrijk onveilig maken met hun passage op Alcatraz. Check et ut.

(BG)

Meer lezen...

 

Ed Sheeran - N0.6 Collaborations project    3/5

 

Wie nog durft ontkennen dat een roodharige dwerg die goud schijt bestaat, heeft blijkbaar nog nooit van little Ed Sheeran gehoord. Die gast is zo rijk als de zee diep is en getalenteerder met zijn mond dan Hot Marijke! Voor alle duidelijkheid, ik zinspeel hier op Ed’s zangtalenten, niet zijn zuigtalenten. Nu, back to topic... Ed heeft een indrukwekkend en veelzijdig repertoire. Waar ik in de vroege dagen vooral fan was van zijn diepe en treurige nummers als ‘A-Team’, die je achterlaten met kippenvel, moet ik ook bekennen dat zijn 2017-plaat met ‘Shape Of You’ vanuit een popstandpunt pure genialiteit was. De plaat werd overal, en terecht ook, plat gespeeld en nog steeds vervelen de nummers niet. Je mag me dus een stiekeme fan noemen van de man die, als je Stu Bru’s ochtendprogramma mag geloven, in de laatste drie jaar vanwege zijn roem geen brood meer kon gaan kopen bij de bakker. Well crap on a dead hooker!

 

In 2015 bracht den Ed een leuk, klein plaatje uit, ‘No.5 Collaborations Project’. Hij heeft sindsdien nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij zich hier nog wel eens aan wilde wagen en dat is er nu ook eindelijk van gekomen. ‘No.6 Collaborations Project’ staat, met een dubbele kwantiteit in vergelijking met zijn voorganger, mooi tussen zijn discografie. Jammergenoeg met een cover zo saai als missionaris op Valentijn. Any-Ginger... Zoals iedere morbide obese persoon met een half binnen gewerkte éclair er kortademig zou uitlullen: “Het is de binnenkant die telt!”.

 

Het merendeel van de artiesten op de plaat ken ik van toeten noch blazen (dat zal aan mijn gezegende leeftijd liggen), maar namen als bitchy-Bieber, Skrillex, Eminem, 50 Cent en Bruno Mars deden toch wel een serieuze bel rinkelen. Deze grote variëteit aan artiesten zorgen dan ook voor nummers die sterk wisselen qua stijl en kwaliteit en een plaat die ongetwijfeld iedereen een beetje zal boeien, maar nooit helemaal (een beetje zoals all-season banden). Vanuit business perspectief is dit natuurlijk een geniale zet. De nummers die mij het meeste konden prikkelen waren ‘Blow’ (met Bruno Mars en Chris Stapelton), dat lekker hard gaat, het amusante ‘Remember Me’ (samen met Slim Shady en halve euro), maar bovenal ‘Best Part Of Me’ (feat. YEBBA) maakt duidelijk dat gingers wel degelijk een ziel hebben. Het Justin Bieber-lied heb ik gemeden als de afwas... I have principles...

 

Een leuk plaatje, maar het bevat geen gouden ei-schijtende, cash-generende meestersongs die hem tot een klasse A-ster maken. Ed wou dit overduidelijk ook niet. Deze plaat was gewoon voor de fun, net zoals mijn reviews.

 

 

The Odd Man out!

Meer lezen...

 

Whitesnake – Flesh & Blood

 

Een nieuw Whitesnake album en een tour in 2019. David Coverdale heeft zich laten omringen door muzikanten met een sterk muzikaal verleden. O.a. in de gelederen: drummer Tommy Aldridge (Black Oak Arkansas, Ted Nugent, Pat Travers, Ozzy, Gary Moore, Thin Lizzy…), Reb Beach (Winger, Dokken..), Joel Hoekstra : (neen, geen Nederlander) deze Amerikaan was gitarist bij Cher, Nightranger en Trans Siberian Orchestra.

 

Het album ‘Flesh & Blood’ lonkt naar de Amerikaanse markt. De teksten van alle songs gaan over liefde, verliefdheid en relaties. Uw maag zou er van keren. Typisch aan de songs is dat de refreinen of slagzinnen  veel te soft overkomen en het nummer sterk verzwakken. ‘Good To See You’ is een mid-temposong en start met een sterke riff. Het refrein is meerstemmig en melig. Een korte krachtige gitaarsolo redt de opener. ‘Gonna Be Alright’ is opnieuw een mid-temposong die opent met een gitaarriff die ietwat vreemd is voor een Whitesnakesong. Jimmy Page verleende zijn medewerking. Topriff. De meerstemmige backingzang doet de song geen goed. In het hitgevoelige ‘Shut Up & Kiss Me’ is Coverdale alweer verliefd. Het ritme is sneller en de song leunt het meest aan bij de jaren 80.   

 

‘Hey You’ (You make me rock) is een slow-temposong dat muzikaal knipoogt naar Sabbath en voor de zang naar Def Leppard. Bij ‘Always & Forever’ is Coverdale alweer verliefd (wat dacht je?) en drukt dit uit in een hitparadegevoelige poppy song. ‘When I Think Of You’ (Color me Blue) is meer van hetzelfde maar iets trager. ‘Trouble Is My Middle Name’ is een nummer over een relatie. (??) Over vrouwelijk gezelschap met een hoek af. Het refrein bestaat uit meezingzinnetjes. De titeltrack ‘Flesh & Bones” is een bluesy mid-tempo song met alweer een meerstemmig refrein (waarom toch?).

 

In ‘Well I Never’ is geen gitaarriff te bespeuren. De song wordt ondersteund door gitaar akkoorden. Het refrein (ik word er moedeloos van!) is alweer een meerstemmig melig gedoe.  ‘ Heart Of Stone’ is een slow-bluestune. De gitaarsolo redt de song. ‘Get Up’ start verrassend met bluesy getokkel die omslaat in een snelle rock ’n rollsong. Spelbreker zijn de oh..oh..oh-stemmetjes op de achtergrond.

 

‘After All’ heeft geen slagwerk. Een akoestische gitaar met wat synths en rustige zang maken dit geheel tot een adempauze. ‘Sands Of Time’ gaat over twee personen op hetzelfde moment geboren  maar ver van elkaar verwijderd zijn. De wind en het zand brengt daar verandering in. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Verder is dit een beukend slow-temposong met een poppy refrein. De bonustrack ‘Can’t Do Right For Doing Wrong’ is een rustige slow-bluesy tune. De tweede bonustrack ‘If I can’t Have You’ is traag met agressieve blueszang en een te zacht refrein. Verder op de schijf nog 3 remixen van ‘Gonna Be Alright’, ‘Shut Up & Kiss Me’ en ‘ Sands Of Time’.

 

Er is heel wat werk verricht in de studio. Coverdale klinkt ‘anders’ .Benieuwd hoe dat live overkomt.

 

Persoonlijk had ik meer verwacht van dit Whitesnake. Kwaliteit van de songs (arrangementen) én de erbarmelijke teksten stellen mij teleur. Volgende keer beter. 

 

Rev: Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

Carneia – Voices Of The Void (5/5)

 

This is Carneia!

 

Drie jaar na hun vorige EP Symmetry of Mind worden we bij Voices Of The Void op een uitgebreider rondje Carneia getrakteerd en wat voor één. De band bestaat tien jaar en kon doorheen de jaren en positiewissels een stevige live-reputatie opbouwen. Ook bij de release van deze schijf worden de optredens binnen en buiten de West-Vlaamse provinciegrenzen opgevoerd. De kansen om hen in levende lijve aan het werk te zien, liggen voor het grijpen, wat ons betreft een absolute aanrader. Zoals Carnea 2500 jaar geleden een groot festival was voor de Spartanen, is deze nieuwe verschroeiende schijf van Carneia een feest voor de zintuigen, met het gehoorkanaal voorop, van iedere metalliefhebber.

 

Voices Of The Void begint strakker dan de getuite lippen van Daniel Craig (aka James Bond). The Making Of The Universe is een ware metal-opus die inslaat als een bom. De gebalde kracht die ervan uit gaat is als een oorverdovende oerknal, conservatieve creationisten zouden ons durven tegenspreken maar tot op vandaag nog steeds dé nummer 1 in het maken van universa. Frontman Jan Coudron gromt als nooit tevoren en heft zijn stem naar een nog hoger niveau. Blood & Candy werd enkele weken terug al gelost als zoethoudertje voor de vele ongeduldige Carneianen onder ons. De pompende drumpartijen van Joppe Vandewalle doen ons bloed sneller stromen dan dat het geval was bij de sprint van ene van der Poel in de enige Nederlandse voorjaarsklassieker. Black Coffee is op zijn beurt dan weer helemaal iets anders maar minstens even goed. Het zwarte goud dat ons dagelijks bij het ochtendgloren mens maakt, wordt hier vervangen door onheilspellende sounds met prikkelende effecten. Uit goede bron vernamen we dat deze Twin Peaks-achtige tonen gestreamd worden uit het grote Thomas Combes-brein, ook wel de brede schouders waar het moederbord van Carneia op rust. Deze dreigende klanken luiden een drieste brok ongebreidelde energie in die gelijk staat aan een ad fundum van tien espresso’s. Daarna is The Hangman misschien nog de grootste shot cafeïne van de plaat. De riffs van Jille Vandromme houden hier op hun heerlijke hoogtepunt ergens het midden tussen Meshuggah en Tool. Na vier loeiers van tracks hebben ze bij Shadow Man wat rust verdiend in de lommer van een wiegende palmboom met een frisse pint bij de hand. Er wordt wat vaart geminderd om na deze goed afgemeten bocht bij Alter Ego nog eens, met het gaspedaal diep ingedrukt, verschroeiend uit te halen. We hebben nog gezocht in onze fichebak maar hier houden alle mogelijke gelijkenissen en parallellen met eender welke concullega of genregenoot op. We zouden nog een kaarsje willen branden in een Notre Dame naar keuze voor Jan want deze tour de force kan niet gezond zijn voor de stembanden. Op het einde krijgen we nog de meest atypische streep Carneia voorgeschoteld bij Anthem For The Wasted. Maar het zou niet de eerste keer zijn dat een solide song waarbij de band zich zijn comfortzone laat hijsen, kan laten uitstijgen boven zichzelf. Voices Of The Void is een dikke kanshebber op metalplaat van het jaar dat nog niet eens halverwege is.

 

‘This is not Sparta, this is Carneia!’ (bij voorkeur te lezen met een stoere koning Leonidas-stem met bijhorende gebleachte tanden en stoere plak-hipsterbaard)

(BG)

Meer lezen...

 

Kolos – Grooveyard (4/5)

 

Radiovriendelijke noise

 

Stubru werd onlangs in een nieuw kleedje gestopt en zou zich meer focussen op gitaarmuziek. Maar dat er in ons kleine landje soms te weinig aandacht besteed wordt aan oerdegelijke hardrock van eigen bodem, is nog steeds een pertinent probleem. Desalniettemin zijn er alleen al in onze streek voldoende bonkige bands genoeg die oorverdovende airplay verdienen. Kolos uit Zwevegem is daar zeker één van. Hun nagelnieuwe EP is een ambachtelijk staaltje noise rock van het betere allooi.

 

Grooveyard biedt ons vijf gebalde tracks aan die bol staan van het testosteron. Not A Freak laat zich als eerste kanonschot gelden. Geen franjes, toeters of bellen maar wel een brok bezeten ba-ro(c)k die zijn doel niet mist. Ook The Great Escape is er niet naast en ontsnapt niet aan onze aandacht. Maar het is uiteindelijk Start To Boogie die voor ons part als hoogste nieuwkomer meteen de hotlist ingejakkerd mag worden. Deze streep radiovriendelijk noise is reeds al langer als voorsmaakje op Spotify terug te vinden, de kolossale kers op de Grooveyard-taart. Daarna zorgen These Days en The Sun nog voor een mooie finale van deze korte maar des te krachtigere EP waarbij het artwork op de verpakking minstens even mooi is.

 

Kolos lost de verwachtingen ruimschoots in.

(BG)

Meer lezen...

 

Raketkanon – RKTKN#3  4/5

 

Ik val meteen met de deur in huis: dit is pure klasse! De Belgische rock- en popscene heeft een topband in zijn gelederen.

 

De schijf telt negen songs met als titel een voornaam. Er wordt afgetrapt met ‘Ricky’ een geweldige song met dito videoclip. Op zich is de muziek niet zo hevig maar het headbangen kan je niet nalaten. Je moet mee in het ritme. Het stemgeluid in de song neigt met momenten naar dit van Perry Farrel (Jane’s Addiction). Deze song vermengt gekke toestanden met muzikaal vernuft. ‘Fons’ is gekker dan gek. Bij de intro lijk je te worden verpletterend door de sound maar dat duurt maar even. Dan glijdt de song af in een speciale sfeer tot op het einde waar alweer de registers worden opgetrokken.

 

‘Mélody’ start met akoestische gitaar dat bijgestaan wordt door een baslijntje waarbij de zang enkele stukken van de baslijn als zanglijn gebruikt. De synths zijn alweer zeer dreigend en zorgen voor een ingetogen en beklemmende sfeer. ‘Hannibal’ is een song die je zelfs niet zou willen als nachtmerrie. Schreeuwzang bijgestaan door een klopgeest. ‘Robin’ start als een popdeuntje en gaat over in een zweverige song tot het einde. De song is tevens het langste nummer op de schijf: 05:39”. ‘Lou’ is een traag, rustig nummer met een zeer dreigende opbouwende sfeer. Een knipoog naar Amenra qua opbouw. Sterke song. ‘Harry’ start dansbaar, heeft een elektronische stem en de synths zorgen voor een prachtig geluidstapijt op de achtergrond. ‘Ernest’ is een strak mid-tempo nummer waarbij halfweg het ritme wordt vertraagd. Afsluiter ‘Mido’ is een rustig nummer in een donkere sfeer.

 

RKTKN#3 heeft geen nodeloze langgerekte songs. Er is minder chaos dan bij de vorige platen maar er is meer dreiging. Dat maakt de schijf iets toegankelijker. Alle nummers zijn kwalitatief van zeer hoogstaand niveau. De productie is super. Als de media het eerlijk speelt dan moet deze plaat overladen worden met prijzen. Tot bij de MIA’s, heren!

 

 

Guido Grymonprez

 

 

 

Meer lezen...

 

Stab – Rats//Snakes (4,5/5)

 

Vlijmscherp addergebroed

 

Wie H8000 zegt, denkt vooral aan optredens van Congress en Liar in aftandse achterafzaaltjes ergens te lande in het midden van de jaren ‘90. Maar de hardcore-scene van weleer is nooit echt verdwenen en maar goed ook. De ene na de andere forse formatie werd ook na de jaren negentig uit West-Vlaamse klei opgetrokken. Sinds 2006 krijgen we met de regelmaat van de klok een vlijmscherpe messteek tussen de ribben van Stab. Hun kakelverse schijf is addergebroed van het hoogste H8000 heavy hardcore niveau.

 

As Real As It Gets is meteen een statement, een loeiharde definiëring over waarvoor het Kortrijkse zestal staat. Het daaropvolgende Pura Vida houdt het tempo levendig en doet puur en onversneden door. Stab vindt de perfecte balans tussen rauwe en ‘radiovriendelijke’ hardcore. Rats//Snakes is een gebalde vuist in de lucht die door de toegankelijkheid heel wat nieuwe rekruten bij het al aanwezige legertje fans zal voegen. Propaganda zet, net voor de verkiezingen, de zintuigen nog wat scherper. We worden overspoeld met vranke lyrics en rake riffs die het ritme stevig in handen hebben. Op het moment dat we denken alles gehoord te hebben, gooit Stab hun eerste verrassing in de strijd, Black Snow. Deze strakke single, die als voorbode op de plaat werd afgevuurd, is er eentje met de allure van Terror en Madball. We betwijfelen ten stelligste dat ze met deze plaat zwarte sneeuw zullen zien. Vervolgens krijgen we meteen verrassing nummer twee voorgeschoteld. Bij Agony krijgen ze gezelschap in de studio van niemand minder dan Sal LoCoco (Sworn Enemy). Het zoveelste bewijs dat Stab niet zomaar één uit een West-Vlaams H8000-dozijn is, maar reeds doelen bereikt heeft die respect afdwingen. Ook bij Dear Nemesis en Unstoppable blijft de nijdigheid uit de boxen spatten zonder in herhaling te vallen. Thorn In My Side heeft de derde verrassing van formaat in petto. Hier wordt een heuse samenwerking met Fleddy Melculy op poten gezet. Ook al is dit niet het meest voor de hand liggende genre en zijn ze daar hoogstwaarschijnlijk ook niet naar op zoek, een beetje mainstreame aandacht kan nooit kwaad. Bij Cooking Bones is hun hoge hoed nog niet leeg. Met featuring M-Dot, een hip hop-fenomeen uit Boston, wordt een frisse rap-crossover ten berde gebracht. Het is zonneklaar dat dit niet de doorsnee hardcore-schijf is om de platenkast mee te vullen, maar ééntje die eruit springt om met weerhaakjes te blijven hangen.

 

En zo neemt Kortrijk in het zoveelste muziekgenre het Belgische voortouw om Europa en misschien wel de wereld te veroveren.

(BG)

Meer lezen...

 

Cocaine Piss – Passionate & Tragic

 

Deze Belgische band (Luik) brengt een mix van noise-punk-rock’n roll. Deze ‘Passionate & Tragic’ is hun derde worp na ‘The Pool’ uit 2015 en ‘The Dancer’ uit 2016.

 

De muziek kan je omschrijven als snel gespeeld gitaargeweld ondersteund door een snelle snarebeat. De zang(?) heeft niks te maken met de muziek. Het geroep is op de muziek ‘geplakt’ en is totaal verschillend met de toonaard van de song. Zangeres Aurelie laat haar frustraties klinken als iemand die op de vlucht is voor alles en nog wat. Haar stemgeluid wordt vervelend daar er geen variatie aan te pas komt. Qua teksten kan ik kort zijn. Ik kan ze niet verstaan. Ik weet van geen enkele song waar het over gaat.

 

De schijf heeft 12 songs en ééntje steekt er boven uit want ‘Body Euphoria’ duurt 03:18’. ‘My Cake’ duurt 45 seconden en is compleet van de pot gerukt. ‘Pretty Pissed’ leunt het dichtst aan bij de Britse punk. In ‘Fake Tears’ hoor je een tweede (mannen)stem en bij aanvang lijkt deze song een andere weg in te slaan. Maar na twintig seconden gaat men opnieuw dezelfde weg op zoals in de andere songs.

 

Cocaine Piss zit onder de vleugels van Steve Albini (Shellac). Deze schijf is in één van zijn studio’s opgenomen. Punk: je houdt er van of niet maar live zal deze band een ferme indruk nalaten. Dat ben ik zeker.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Motsus – Oumuamua (4/5)

 

Ruige riffs rollen over het hete asfalt

 

Op hun facebookpagina omschrijven ze zichzelf als ‘het riffmonster uit de West-Vlaamse polders’. Zelf konden we geen betere introductie bedenken om dit drietal uit Oudenburg te omschrijven. Om hun instrumentale stonerrock gestalte te geven wordt vooral uit de aloude vaatjes van Kyuss en Black Sabbath getapt, de juiste invloeden om een oerdegelijke identiteit mee op te bouwen. Hun debuutplaat Oumuamua zal met zekerheid gegeerd worden in internationale stonermiddens.

 

Wanneer we de opvallende naam ‘Oumuamua’ door de zoekmachine jagen, komen we enkele interessante weetjes tegen. Volgens Wikipedia is ‘1I/2017 U1 of 'Oumuamua,[1] eerder bekend onder de namen A/2017 U1 en C/2017 U1, een interstellair object en ‘Er wordt verondersteld dat 'Oumuamua al honderden miljoenen jaren in alle eenzaamheid door de Melkweg zou zwerven… Ook YouTube en zelfs HLN hebben online content die over het ruimtefenomeen handelt. Google er gerust zelf eens op los.

 

De plaat zelf begint veelbelovend. Kings & Queens start met autosleutels die de motor van een nader te bepalen vehikel aan de praat krijgen. Vrijwel meteen ontplooien zich groovy riffs die vintage early Sabbath zijn. Ook al heeft Ozzy Motsus waarschijnlijk nog nooit gespotified, de woorden: ‘it’s fucking brilliant’ zouden zeker uit zijn mond rollen. Warm en Freddy houden Motsus op koers en ook al bevinden we ons op sferisch vlak in een woestijn, is er bij Exploder, Pt 1 nog steeds geen sprake van zand in de machine. Op het einde krijgen we nog Hoochy Woochy en Tin Men voorgeschoteld; twee stonerrock-tracks van het zuiverste allooi. En zo komt deze helse roadtrip langs ruige rotsformaties en dorre wastelands, met een uitgebreide uitleg over de albumtitel, tot een intergalactisch einde.

 

Hou Motsus in de mot, Suspense verzekerd!

(BG)

 

Meer lezen...

 

Beuk - Dynamiet 3.5/5

 

Boem boem boem boem, patatten met andjoen”

 

Op 15 maart jongstleden stond de Brugse ‘Beuk’ (de band, niet de boom) vroeg in bloei. Maar in plaats van een dom, groen blaadje krijgen we iets veel beter: hun nieuwste plaat, getiteld ‘Dynamiet’.

 

Voor wie ‘Beuk’ nog niet kent, kan ik een korte, maar accurate beschrijving geven: beschouw ze als ‘De Kreuners’ die onder invloed van een berg coke beslisten om Ben Crabbé met zijn debiele Duplo blokken buiten te sjotten en als kers op de hard-rock-neuk-je-oma-taart een groepje hamsters met een hamer dood te Beuk-en (ha!). Even een auditieve visualisatie en TADA: Beuk!

 

Hun jongste plaat ‘Dynamiet’ werd geproportioneerd in de bekende Jupiler-configuratie: een sixpack aan harde muziek die ons een bierbuik zal bezorgen om trots op te zijn (zo één van het soort dat je uw eigen ‘flieter’ niet meer kan zien). Onze Belgische wonderdrummer Ace Zec (King Hiss, Spoil Engine) heeft dan ook in deze pap te brokken gehad. De master van de plat werd door Grammy Award-winnaar Alan Douches (Monster Magnet, Mastodon, Aerosmith) bestegen en dit is te merken.

 

De EP opent en explodeert met de titelsong ‘Dynamiet’, een krachtige power/speed-song over de power van vinyl. Al vanaf het begin voel je de invloeden van ‘Peter Pan Speedrock’ en ‘Motörhead’ op je afrazen en kan je een eerste bierboer lossen. Het derde blikje, getiteld ‘Turbotine’, is een vette song over één of ander ros wijf dat blijkbaar goed kan wippen in het gras. Ik ben ook nog met twee rosse samen geweest. Ze deden het jammergenoeg niet graag in het gras en deden het zeker ook niet goed. Ze heetten ook niet Tine en vermoedelijk ligt hier de problematiek. Enkele drieëndertigers later komen we aan bij het geniale ‘Geniale Gypsy’. De titel van de song zegt genoeg; ga luisteren! Het nummer ‘Tijdbom’ is het laatste blikje pils waar we van mogen genieten. Deze “dikke tijdbom in je kop” is inderdaad een bom van een lied dat met veel kracht de laatste stoot aan deze rockpartij geeft. Hiervan wil ik zeker de allerlaatste druppel uit het blikje persen.

 

De hele plaat is een wilde rockrit met bulderlachwekkende lyrics en smaakt naar veel meer! Op naar de nachtwinkel dus voor meer van dat elixir, zodat we de hele nacht kunnen door Beuk-en op deze plaat vol vettigheid!

 

Op 13 april staat Beuk samen met ‘The Glücks’, ‘H3KTOR’, ‘Liquid Therapy’ en nog vele anderen op Music4Charity in De Verlichte Geest te Roeselare City. De opbrengst van dit evenement gaat naar Clinidogs. Ik zal alvast de intrede van Turbotine afwachten. See you there f*ckers!

 

The Odd Man out, Peace!

Meer lezen...

 

Ultraphonix – Original Human Music

 

Dit is het debuut van deze uitzonderlijke band. Zanger Corey Glover (Living Color) en gitarist George Lynch (Lynch Mob, Dokken) hebben de handen in elkaar geslagen en brengen dit tot iets apart en uniek. De muziek is moeilijk onder één noemer te brengen. De hoofdnoot is rock. Metal komt er niet aan te pas. Veel harde funky stuff en stevige rock met krachtige zanglijnen in het typische stemgeluid van Corey vullen deze schijf.

 

Het album opent met ‘Baptism’. De song heeft  een traag ritme maar beukt er lekker op los. De stem van Corey is nog niet ‘verouderd’. Hij klinkt top. ‘Another day’ is zowaar een melodieuze popsong dat tussen uw oren blijft hangen. Catchy en prachtig gezongen. G.Lynch laat horen dat hij één van de betere snarenplukkers is.

 

De single ‘Walk Run Crawl’ is een perfecte mix van Lynch (Mob) stijl en Glover (L.Color). De riff grijpt je onmiddellijk bij de keel.  Met een meezinger als refrein. Sterk. ‘Counter Culture’ is heerlijk traag swingend met sterk funky drumwerk van Chris Moore, die trouwens een gegeerd studiodrummer is.

 

‘Heart Full of Rain’ is een traag nummer waar Corey laat horen dat hij er nog steeds staat. Dit werkje is bestemd voor een breed publiek. ‘Free’ start met trage funky riff en een diepe stem. Het meerstemmige refrein wordt ondersteund door zware gitaarakkoorden. ‘Wasteland’ is een slow-tempo song met alweer een sterk refrein. Halfweg trekt George alle registers open. Niet zoals we van hem gewoon zijn maar met geluiden en effecten. Dit schept een aparte sfeer. Jammer dat het einde van het nummer ‘uitsterft’. ‘Take a Stand’ kan zo op een Living Color-album. Heavy funky (jazzy?) song met schitterend gitaarwerk en een ritmesectie om ‘U’ tegen te zeggen. ‘Ain’t too Late’ is een rariteit en heeft ook een hoog Living Color gehalte.  ‘Soul Control’ is de speeltuin van bassist Pancho Tomaselli. Funky bas en dito drums. ‘What You Say’ herbergt twin gitaren in de achtergrond maar funkt door en door. ‘Powertrip’ is de afsluiter. Bassist Pancho voelt zich hier in zijn nopjes. Hier een knipoogje naar de song ’21 century schizoid man’ maar dan de versie van April Wine. Op het einde van de schijf schreeuwt Corey zich de longen uit het lijf. Precies kwaad dat de schijf afgelopen is.

 

‘Original Human Music’ is een sterke schijf vol variatie gespeeld door topmuzikanten. De co-productie was in handen van Bob Daspit (SAMMY HAGAR) en levert hier prachtwerk.

 

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Tiny Legs Tim - Elsewhere Bound 3.5/5

 

Begin februari kwam de vijfde studioplaat van één van dé beste blues artiesten van België en omstreken uit. Ik heb het natuurlijk over niemand anders dan ‘Tiny Legs Tim’, die met ‘Elsewhere Bound’ een dijk van een album heeft gefabriceerd!

 

Tim heeft al een hele weg afgelegd sinds hij zijn eerste album ‘One Man Blues’ op ons heeft losgelaten, maar ondanks de experimentele evolutie in zowel nummers als sound heeft Tim nog niets van zijn ‘Sun House’-roots verloren. Sterk om vernieuwend uit de hoek te komen zonder te vergeten waar je vandaan komt. Iets waar Seasick Steve nog iets van kan leren, want ‘Elsewhere Bound’ geeft ‘Can U Cook?’ een ‘run for his money’ (zoals ze dat in Trumpland zeggen).

 

‘Elsewhere Bound’ geeft je een vol gevoel, zonder de souplesse van de blues te verliezen. Dit mede dankzij een goede bodem die door Tim geleverd wordt en waar de rest van de band kan op steunen. Het gitaarwerk is fenomenaal en je krijgt het gevoel dat hier een grote productie doorheen is geraasd. De prachtige klanken en compositie worden vergezeld door de juiste lyrics die vol emotie en echtheid gebracht worden.

 

Dit totaalplaatje begroet je al van bij de start met de titelsong ‘Elsewhere Bound’, waardoor je weet dat dit een plaat is die het verdient om van kop tot teen te worden uitgekleed. De nummers ‘Still In love’, ‘Don’t Be Sorry’ en ‘The Game’ zijn parels in een doos gevuld met parels. Het album eindigt met ‘I Ain’t Ready’ en hij heeft gelijk! Ik ben ook nog niet klaar om dit verhaal te beëindigen. Dus zetten we de plaat maar op repeat.

 

‘Elsewhere Bound’ is hét beste album in het genre, zowel nationaal als internationaal, dat ik in jaren door mijn trommelvliezen kon laten glijden. Petje af en een welgemeend dankjewel aan meneer De Graeve. Voor wie deze Tiny Legs aan het werk wil zien: op 29 maart speelt hij een set in de 4AD-tempel te Diksmuide. Hierbij wordt hij ondersteund door Miguel Verschaeve met zijn ‘One With The Blues’-project, een ruwe diamant van de Westhoekse blues-wereld

 

The Odd Man out.

Meer lezen...

 

Proleter - Bubbles 4/5

 

“Bubbles in bad zijn scheten… #instanthappiness”

 

Op twee juli 2018, tijdens mijn rondreis in Bretagne, kwam de laatste plaat van mijn favoriete producer ‘Proleter’ (Benjamin Roca) tevoorschijn op mijn Spotify-scherm. Dit werd onmiddellijk zonder pardon de soundtrack van de volledige reis. Deze Franse meester der beats was al een tijdje aan het klimmen in the scene toen hij ‘Bubbles’ op ons lanceerde. Een goed half jaar later brengt hij deze plaat in een beperkte oplage uit op vinyl. Een uitgesproken moment om ‘Bubbles’ eens in de verf te zetten.

 

Zoals bij alle platen van Proleter werd er gretig gebruik gemaakt van old school samples om al dit lekkers een 40’s/50’s vibe te geven. Het resultaat: leuke, zomerse, dromerige en speelse nummers, met ‘What Lana Says’, ‘Miss Her’ en ‘The Precious Hours’ als uitblinkers van de zesdelige plaat. Of het nu om te cruisen is in de auto, of te gebruiken in je volgende Gopro-vakantiefilmpje, ‘Bubbles’ is een machtig album die de Proleter-badge met trots mag dragen.

 

Het enige wat me teleurstelt… is dat deze vinyl-editie razend snel uitverkocht was. Jammergenoeg voor ik de kans kreeg er eentje op de kop te tikken om aan mijn eigen platencollectie toe te voegen. Hopelijk komt Proleter nog terug op zijn beslissing deze plaat gelimiteerd op vinyl te releasen. Indien niet hebben we gelukkig nog altijd Spotify. Waar ik echter nog meer van droom is een coalitie met onze eigen Belgische ‘Beats & Breakfast’ (hint, hint). En voor wie me zegt dat ik niet te veel mag dromen: F U b*tch! Pleeg zelfmoord. Niemand houdt van jou!

 

This is The Odd Man saying: een korte review is als een vluggertje; kort.

Meer lezen...

 

Habibeats & Hummus by Beats & Breakfast

 

Onze goede vriend Tim Alexandre van Beats & Breakfast,heeft nog maar net zijn eerste kindje  ‘Over Morgen’ gebaard en hij komt al met iets nieuws op de proppen. Het is overduidelijk dat deze hip- en soms ook hop-vogel veel noten op zijn zang heeft.

 

Tim verbleef voor een maand in Amman, Jordanië, om als vrijwilliger aan de slag te gaan bij de organisatie ‘Make Life Skate Life’. Hij bouwde zo mee aan het skatepark ‘7 Hills’, dat de bedoeling heeft vluchtelingen en lokale inwoners te verenigen via de skate filosofie (skate, niet schijt) en de kloof tussen verschillende sociale klassen, culturen, religies en andere achtergronden te overbruggen. Concreet worden kinderen uit vluchtelingenkampen en achtergestelde wijken naar het skatepark gebracht, waar ze lessen kunnen volgen en gebruik kunnen maken van boards en veiligheidsmateriaal.

 

Na deze ervaring besliste Tim om zijn muzikale talent te gebruiken en een Arabisch geïnspireerd album uit zijn hoed te toveren. Bedoeling was om de 12 nummers die het album zal tellen te streamen via allerhande platformen als Youtube, iTunes en Spotify en met de opbrengst het 7 Hills-project te steunen. Maar gezien grote stukken van de taart op die manier blijven plakken aan verschillende bedrijven, werd een nieuw plan op tafel gegooid. Tim zal een sponsor zoeken om een fysieke CD te produceren, zodat zoveel mogelijk opbrengst naar het project kan gaan in plaats van in de zakken van multinationals die de centen zouden gebruiken om seksfeestjes en what-not te financieren. Of was dat nu Oxfam? Any-f*ck, in afwachting worden we getrakteerd op drie nummers op Soundcloud, een voorsmaakje van het komende album.

 

Net zoals toen ik 15 was en van enkele vrienden te horen kreeg dat de paspoppen van de Hunkemöller nieuwe setjes hadden gekregen met kant en jarretellen, stormde ik naar ‘le internet’ om deze drie nummers te beluisteren. Zoals verwacht krijgen we hiphop/triphop te horen die overduidelijk van de hand is van onze Mechelse Beats & Breakfast. Dit alles werd overgoten met een sterk aromatische, Arabische saus, vergezelt met krokante samples gepaneerd in awesomeness. Ear-porn! De drie nummers vervelen niet, zijn elk vernieuwend en blijven toch het vooropgestelde thema trouw. Als de overige negen nummers van dezelfde kwaliteit zijn, is dit een monsterplaat in wording, die naar mijn mening hoog zal scoren bij de fans van dergelijke muziek/kunst.

 

De naam van de plaat komt van het Arabische woord ‘habibi’, wat ‘lieveling’ wil zeggen. Hiermee zint Tim op de kameraadschap en liefde die Make Life Skate Life met 7 Hills tracht te creëren. De hummus in de titel is nog simpeler te verklaren. In Amman hadden ze immers volgens Tim de beste hummus ter wereld.

 

De plaats is opnieuw, net als ‘Over Morgen’, vergezelt van een prachtige en veelzeggende cover. Ik hoop, zowel voor 7 Hills als voor mijn persoonlijke cd-collectie, dat de nodige sponsoring snel komt aandraven om dit project te backen.

 

This is The Odd Man saying: Een goed doordachte naam is ook belangrijk, vraag het maar aan de ‘Kenji’s’ en ‘Shania’s’ van de wereld.

 

De drie nummers kan je vinden op de link: https://soundcloud.com/habibeatsandhummus

 

Link organisatie: https://makelifeskatelife.org/projects/jordan

Meer lezen...

 

Queensryche – The Verdict

 

De nieuwe schijf van Queensrÿche is een schot in de roos. Alle typische Queensrÿche- ingrediënten zijn aanwezig met als uitschieter zanger Todd La Torre.

 

Bij de openingssong ‘Blood of the Levant’ hoor je onmiddellijk wat ik bedoel. Deze stuwende song steekt vol meerstemmige zang. Wat een strot heeft die man. Bepaalde uithalen kan je bijna onmenselijk noemen. Uitzonderlijk? Jazeker. Een meerwaarde voor de song? Da’s iets anders. Maar in ieder geval kan niet getwijfeld worden aan zijn talent. En dat geldt niet enkel voor de zang want Todd heeft ook het drumwerk op dit album voor zijn rekening genomen. En hij drumt uitstekend als je het mij vraagt. Officieel heeft drummer Scott Rockenfield de band niet verlaten maar het doet wenkbrauwen fronsen: Scott is niet betrokken bij deze plaat. Wordt vervolgd.

 

‘Man The Machine’ wordt gepromoot als uithangbord voor het album. Hier kopieert  Queensrÿche zichzelf een beetje. Een ferme knipoog naar ‘Operation: Mindcrime 1’. ‘Light Years’ begint zeer sterk maar vervalt in een goedkoop refreintje. Dat breekt de sfeer. Gelukkig houdt het drumwerk de song recht. ‘Inside Out’ kent een mysterieuze start maar telt overbodige versnellingen. ‘Propaganda Fashion’ is een snel nummer met afwisselende tragere passages. Deze song steekt vol technische (geluids)snufjes en zangeffecten. ‘Dark Reverie’ doet het rustiger aan en heeft interessant drum- en baswerk. ‘Bent’ is een zangdemonstratie. Geweldig wat Todd hier brengt. En opnieuw handig gebruik makend van de effecten. ‘Inner Unrest’ heeft een refrein met oorwurmgehalte. ‘Launder the Conscience’ is een snelle song met de typische Queensrÿche gitaarloopjes. Afsluiter ‘Portrait’ is een traag nummer in een rustige sfeer met alweer prachtig drum- en baswerk. Een sterke song met een melodieus refrein.

 

‘The Verdict’ is het resultaat van hard werk. Dat hoor je onmiddellijk aan de ritmesectie. Klasse.  Het geluid is loepzuiver. De mix is de max. Er is veel gebruik van effecten maar geeft meerwaarde.  De originele Queensrÿchesound is nooit ver weg. Benieuwd wat dit live zal geven.

 

Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

Rotting Christ – The Heretics (4/5)

 

Rottingslucht en maneschijn

 

Ketters allerlande verenigt u, de nieuwe plaat van Rotting Christ is een ode aan u. Wat het Parthenon voor historici is, is dit Griekse metalmonument voor menig liefhebber van het genre. Met dat verschil dat er bij frontman Sakis Tolis en co nog geen sprake is van verval. The Heretics is een zoveelste inquisitie voor alles die maar in de buurt van vrome devotie komt, een nieuw hoofdstuk in een lange carrière vol controverse gehuld in rottingslucht en maneschijn.

 

Wat Behemoth deed met The Satanist (2014) en I Loved You At Your Darkest (2018) doet Rotting Christ de laatste jaren ook. De donkerste facetten van de metal worden gecombineerd en toegankelijk gemaakt voor een breder publiek. Met de klinkende titel In The Name Of God, die we waarschijnlijk niet al te serieus moeten nemen, wordt het album op gang geblazen. Gregoriaanse gezangen en onheilspellend getrommel bouwen geleidelijk een decor waarin de gewenste sfeer kan gevormd worden. Met Heaven Hell and Fire barst de hel helemaal los. Deze instant-klassieker is er eentje die in deze dagen van verkoudheden en snotvallingen de sinussen danig open zet. Dies Irea en Fire God & Fear trekken het solide niveau stevig door. De zanglijnen met een kerkelijk kantje hangen als een wierookgordijn over de songs om af en toe verstoord te worden door de vocals van Tolis die als toxisch wijwater door de speakers spatten. Ook als het einde van plaat nadert geeft Rotting Christ niet af. The Voice Of The Universe en The New Messiah kunnen kant en klaar ingeschakeld worden als oecumenische omzendbrief ter ere van het verheven genre in Europa en ver daar buiten. The Raven is het orgelpunt van een voortreffelijke metalplaat vol vuur.

 

Naast Alcatraz is nu al geweten dat deze Griekse heerschappen in het najaar samen met het machtige Moonspell de Trix in Antwerpen opzoeken.

(BG)

Meer lezen...

 

Nailed To Obscurity – Black Frost (4,5/5)

 

Nagels met koppen

 

Januari zit al ruim over de helft, hoog tijd om uit onze grot van donkere post-feestdagen melancholie te kruipen. De eerste maand van het nieuwe jaar is traditiegetrouw eentje dat op muzikaal vlak traag op gang komt. En toch deden bescheiden pareltjes her en der een lichtje branden. Het Duitse Nailed To Obscurity slaagde er als eerste van 2019 in om onze moeilijk onderhoudbare aandacht bij de les te houden. Black Frost liet ons aan de grond genageld achter.

 

De titeltrack gooit meteen alle troeven op tafel. Zweverige gezangen worden afgewisseld met grauwe grunts. Gojiraiaanse riffs en apocalyptisch gedrum vervolledigen het geheel. Met een oerdegelijke opbouw à la Opeth gaan frontman Raimund Ennenga en zijn gevolg Mannschaft-gewijs recht op hun doel af. Ook Tears Of The Eyeless en The Aberrant Host maken indruk en blijven vrijwel meteen hangen. De uitvoerige composities van gemiddeld 6 minuten worden breed opgehangen. Er is geen plaats voor snel verteerbare huppelmetal, hier moet je uitvoerig de tijd voor nemen. Tot en met de laatste streep onverbloemde progressieve metal, Road To Perdition, wordt er een meer dan onderhoudend niveau aangehouden. Nailed To Obscurity  is momenteel op tournee door Europa met Amorphis en Soilwork, met deze nieuwe plaat zullen ze live voor heel wat vrolijke metalheads zorgen ook al moet je wat geduld hebben om Black Frost volledig te kunnen verorberen.

 

Op deze schijf worden edelmetalen nagels met koppen geslagen. Een doorbraak naar het brede publiek zal vroeg of laat een feit zijn.

(BG)

Meer lezen...

 

Fleddy Melculy - Live @ Graspop Metal Meeting ’18:

 

Next up, Fleddy on ice - The Musical, en ik word ook altijd kwaad als ik een Fiat Multipla zie”.

 

Enkele jaren gelden vroeg een vriend me voor de eerste keer: “Hé, moet je de nieuwe van Fleddy Melculy eens horen?”. Ik dacht meteen: “Say what motherf*cker?” Ik schrok me rot wetende dat de conspiracy theoristen gelijk hadden. Freddy Mercury leeft nog! En dus ook Elvis, Kurt Cobain en noem maar op! Alle hoop vervloog echter nog sneller dan het vervagende aroma van mijn flatus (synoniem voor scheet, voornamelijk gebruikt door Knack abonnees) toen het nummer ‘Brood’ door de speakers knalde. In plaats van de gesnorde meesterzanger hoorde ik deze metalband die de wens van Radio 2 om meer Vlaamse muziek te spelen ter harte had genomen en dat zonder afscheid te nemen van hun harde gitaren en dito drums. Dit alles afgewerkt met een hilarisch sausje op basis van de ‘dikke pisse’ van Freddy De Vadder en Alex Agnew. Kort samengevat: Vlaamse metal die je, net als de zatte nonkel op het familiefeest, totaal niet serieus mag nemen. Hun eerste twee platen ‘Helgië’ en ‘De Kerk Van Melculy’ (een kleine “wink” richting de Amun-Ra beweging) maakten dit al overduidelijk.

 

Eerder dit jaar gaven de mannen nog een spetterend optreden op Graspop Metal Meeting. Een perfect moment om een live cd op te nemen vonden ze en dus hebben ze één of andere zatlap aangesteld om het volledige optreden met zijn iPhone 7 op te nemen. Die opnames hebben ze bewerkt zoals die keer dat mijn broer mijn gezicht had bewerkt toen ik zijn volledige cd-collectie had geruild voor flippo’s in de lagere school et voilà: een live plaat zodat de mensen die te geïntoxiceerd waren om het zich te herinneren de mogelijkheid hebben om het volledige optreden te herbeleven. Ook handig voor de arme stakkers die moesten thuis blijven van het vrouwtje of de mama.

 

Het optreden begint met die zelfde oorverdovende klank als ik die net ejaculeer: duizenden mensen die juichen en mijn naam roepen. Hierna volgt een overdreven hilarische intro die al snel duidelijk maakt wat je kan verwachten. De set opent met de nummers ‘Varken’, ‘Foto Van Uw Hoofd’ en ‘Feestje In Uw Huisje’. (Een review van de nummers zelf zal er niet inzitten gezien ze al meer onder de loep zijn genomen dan Paris Hilton’s you-know-what-video.) Daarna volgen nog een 12-tal nummers waaronder ‘Brood’ en ‘668’. Dat laatste is het nummer in coalitie met ‘King Hiss’. Fun fact: wanneer je de (zalige) cover van het album goed bekijkt kan je hun gitaar tech en tevens bassist van King Hiss ontdekken.

 

De laatste twee nummers op de plaat zijn beide ’T-shirt Van Metallica’. En neen ze hebben je niet in het zak gezet, dus houd uw advocaten met hooivorken maar op stal! Er is een verschil tussen de twee. De eerste is de live versie van het gekende nummer. Bij de opnames moet er op dit moment echter iets zijn misgegaan waardoor de basgitaar power verliest in de bridge van het nummer. Hoewel het allemaal wel meevalt, wordt je er op voorhand toch voor gewaarschuwd. Voor het nummer aanvangt komt Fleddy namelijk met een fantastische uitleg op de proppen waardoor je er van kan uitgaan dat deze mannen het in de lagere school ook al goed konden uitleggen aan de geile juf Joke. De tweede versie is ’T-shirt From Metallica’, een Engelstalige versie dus. Leuk, maar geef me toch maar het origineel.

 

Lang zal je niet meer moeten wachten op de herbeleving van uw Desselse zomerdagen. De dag nadat sinterklaas alle brave ettertjes van ons land heeft bezocht zal Fleddy ons een aangenaam bezoekje brengen met deze creatie. Je moet er geen pint en wortel voor klaar zetten maar eerder een bak bier. Goed om te weten is dat de plaat niet op vinyl zal gereleased worden en de cd maar in beperkte oplage beschikbaar zal zijn. Snel zijn is dus de boodschap want op is op! In een videoboodschap zei de band dat ze wel bereid waren om er meer te drukken indien de massa het eist. De plaat zal ook te streamen zijn voor wie het graag digitaal houdt.

 

This is The Odd Man saying: mijn buur is niet de duivel, maar gewoon Dirk.

 

(The Odd Man)

Meer lezen...

 

Unearth – Extinction(s) (5/5)

 

Rauwer dan wildvlees

 

Het begin van deze eeuw werd ingeluid door een nieuwe golf van harde edelmetalen. Deze oerdegelijke formaties waren vooral een antwoord op het soms overgeproduceerde nu-metal-geweld dat als zoete broodjes hun weg naar het jonge volkje vond. Unearth was bij deze verse lavastroom metaal meteen één van de voortrekkers die op hun eigengebouwde tank sprongen om nietsontziend een spoor van vernieling achter zich te laten. Twintig jaar later bewijst deze metalcoremastodont met Extinction(s) dat ze nog lang niet uitgestorven zijn. Hun zevende langspeler is naast de beeldschone hoes nu al een voltreffer van formaat.

 

De stem van frontman/brulboei Trevor Phillips klinkt nog rauwer dan voorheen. Bij de eerst geloste single/opener Incenerate zoekt hij zelfs vocale contreien op waarbij de vraag rijst of het voor onzen Trev wel nog allemaal gezond is. Maar deze eerste ongepolijste brok energie komt bij de gewone burger binnen als een politieke ontslagpremie. ‘Not on our watch, we won’t be bound to your prison’, misschien wel de beste anti-Trump song tot op heden. Ook Dust en Survivalist doen zonder enige moeite het stof en de gebleekte coupe van Donald T. nog wat hoger waaien. In een metalwereld waarin oerbands zoals Slayer stoppen en jonge wolven van Parkway Drive en Architects de plak zwaaien, blijft Unearth trots met de borst vooruit rechtop. Waar doorsnee metalcore-platen halverwege inzakken blijft dit bont gezelschap uit Boston stevig door jakkeren. Cultivation Of Infection, The Hunt Begins en King Of The Arctic zijn allesbehalve plaatvullers maar drieste klauwende uithalen van een hongerige ijsbeer die opbokst tegen de opwarming van onze planeet. Op het einde krijgen we een zoveelste ode aan de zon. Maar tussen alle liedjes over onze schitterende supernova is One With The Sun toch een buitenbeentje dat blijft hangen als een zinderende zonneslag.

 

Geen arena’s ergens in het voorprogramma van een ‘grote naam’ voor Phillips en co maar wel een tournee langs Europese clubs met enkele oerdegelijke genregenoten als ruggensteun. 22 maart 2019 houden ze halt in Het Entrepot te Brugge, allen daarheen.

(BG)

Meer lezen...

 

KING BUFFALO – Longing To Be The Mountain 

 

Deze band uit New-York werd opgericht in 2013. Ze brengen psychedelische stonerrock. ‘ Longing to be the mountain’ is hun tweede full album. Hun eerste ‘Orion’ verscheen in 2016.

 

LTBTM telt amper zes nummers. Maar uw geld wordt goed besteed. Het album opent met ‘Morning Song’ . Een traag opbouwende song met typische sleepzang eigen aan het genre. Uw geduld wordt ietwat op de proef gesteld. De eerste vijf minuten brengen een mooi liedje met strak drumwerk. Vervolgens blijven we in hetzelfde ritme maar worden de fuzzpedaaltjes ingedrukt en drummer Scott Donaldson begint te meppen zonder verlies van controle. De song glijdt af naar een apotheose die blijft nazinderen. Dit na 09:51 minuten. Wat een climax. Als we stilaan terug op adem komen wordt ‘Sun Shivers’ ingezet.  Hier wordt het ritme wat opgedreven. Na een dikke twee minuten laat gitarist Sean Mcvay zijn instrument janken tot je kippenvel krijgt.  ‘Cosmonaut’ start met een cleane gitaar en een goed in het gehoor liggende zanglijn. Dezelfde formule wordt gebruikt. Opbouwend naar een climax. Het valt op dat het gitaarwerk (solo?) dicht aanleunt bij de zangstructuur. Op die manier komt de melodie van de song helemaal tot zijn recht. ‘Quickening’ start spacey maar drum en bas steken daar een stokje voor. Prachtig samenspel. En ja hoor, na 03:30 minuten worden opnieuw alle registers open getrokken tot het einde. Super. Voor de titelsong worden de synths bovengehaald en zijn we vertrokken voor een tiental minuten. Na twee minuten worden de synths al de deur gewezen.  De typische slepende zang werkt perfect op het aparte ritme van drum en bas. Het nummer wisselt af van cleane naar fuzzgitaren. Bij het laatste nummer ‘Eye Of The Storm’ zijn we 09:51 minuten zoet. We worden alweer verwend met een prachtige song.  Voor de ontdekkers onder jullie: de zangpartijen zullen uw wenkbrauwen doen fronsen maar je zal merken dat deze manier van zingen perfect past in het geheel. Deze schijf is een echte aanrader en ideaal voor muziekliefhebbers die het genre willen ontdekken.

 

Guido Grymonprez

 

 

Meer lezen...

 

Tephrosis - Reform  (3.5)

 

No LSD needed. It’s trippy enough as it is!

 

De alom bekende Roger van ‘Doe-het-zelf met Roger’, sprak ooit de wijze woorden die weerklonken als waren het de filosofische gedachtenspinsels van Socrates himself: “Wat je zelf doet, doe je meestal beter!”. Een slogan die negentig procent van mijn generatiegenoten interpreteerde als een groen licht om massaal te gaan masturberen. Maar Kenji Olivier, een jonge knaap uit de Westhoek (enèh), waar zelfs de andere West-Vlamingen vragen voor ondertiteling, gaf daar als zijn alter-ego Tephrosis een iets productievere draai aan. Nee, hij heeft geen kut-vogelkastje gemaakt, maar zijn debuutplaat ’Reform’, een waardige opvolger voor zijn eerste muzikale onderneming, de ‘Clouded Minds EP’.

 

Wie/wat is die Tephrosis nu? Mijn waardige sletten en slettinnen wees niet bevreesd! Dit is niet weer zo’n nieuw en hip vegetarisch humusgoedje voor op dat gluten-kust-mijn-kloten-vrije brood. Kenji was voor zijn Tephrosis-project zanger van enkele Ieperse bands als ‘Somnium’, ‘Utopain Purpose’ en ‘Exit Hubris’. Wanneer deze hoofdstukken werden afgesloten, verdiepte hij zich in verschillende instrumenten en de kunst van het recorden. Het resultaat was een 100% puur progressief post-metal biefstuk, waarbij de zang zodanig schrok van de verkrachtende duisternis dat hij wegrende en nooit meer durfde terug te keren… ‘Tephrosis’, een one man instrumental band, was geboren.

 

In 2017 kwam zijn eerste EP, ‘Clouded Minds’, ter wereld. Het plaatje sprong al snel in het oog én het oor van Meneer F. Vanhee van ‘Dust & Bones Records’. Hij sprong met Kenji in de spreekwoordelijke zee om Tephrosis’ debuutplaat ‘Reform’ te baggeren.

 

‘Reform’ is een lichter en meer dromerig vervolg op de duistere en zwarte EP. Dit is ook het gevoel dat de artiest wil overbrengen. De plaat heeft voor hem een dubbele betekenis: enerzijds weerspiegelt het de evolutie van zichzelf en zijn project en anderzijds is het een creatie van een fictieve wereld, waarin de realiteit wordt hervormt en je wordt meegenomen in de droom der dromen. Dit alternatieve universum ontplooit zich tijdens het luisteren beetje bij beetje waarna je vervolgens zelf wordt hervormd. De cover van het album doet, nog voor je één noot gehoord hebt, al een deel van het werk.

 

De plaat werd mede gemixt door een goede vriend van Kenji, ‘Sir Freak’ (Bram Debouvere). De gitaren zijn fenomenaal en doen je met verstomming slaan wanneer je beseft dat dit het werk is van één enkele persoon! De drums zijn via keyboard ingebracht en digitaal getweakt. Dit is vaak duidelijk te horen, maar bij momenten klinkt het ook verbazingwekkend ondigitaal en kon de drum evengoed live zijn opgenomen met een akoestische drumkit. It blows my mind! Soms zijn er wel enkele imperfecties hoorbaar waardoor je merkt dat dit project nog in volle groei is. Deze zijn echter zeldzaam en vervagen snel in de droom waaraan je wil blijven vastklampen.

 

Het eerste nummer op de plaat, ‘Discoveries’, zet het album perfect in. De epische intro drukt je onder lichte dwang tegen de leuning van je stoel en maakt je duidelijk dat de droom begint en je deze reis niet zomaar kan afbreken. Tegen de tijd dat je dit beseft, wil je het ook niet meer. Je enige gedachten zijn nog: “Beam me up, Scotty!”.

 

‘Aphelion’ kon me dan wat minder bekoren, maar het volgende nummer, ’Defraction’, zorgde ervoor dat ik hier niet te lang kon over reflecteren en nam mij vlug verder mee in deze langzaam ontluikende fantasiewereld.

 

Het titelnummer ‘Reform’ is zijn positie meer dan waardig. Het is het nummer die de plaat ondersteunt en ook een goede voedingsbodem geeft aan de songs die volgen, zodat die optimaal kunnen groeien en bloeien. ‘Eclipse’, ‘Nova’ en ‘Collapsar’ laten ons zo nog verder in het konijnenhol glijden.

 

Helaas moeten dromen ook een einde hebben. ‘Departure’ staat je met zijn toepasselijke en welgekozen naam op het perron richting realiteit uit te zwaaien. Een rustige piano solo bouwt instrumentaal op tot de extase van een hartverscheurend afscheid. Het nummer zakt uiteindelijk weg in een stilte waarin je achterblijft met de vraag wanneer die juiste setting er zal zijn om wijselijk terug te keren naar deze droomwereld.

 

Voor de fans van het genre kan ik ‘Reform’ en zijn duistere broertje ‘Clouded Minds’ dus zeker aanraden. Je kan een duidelijke evolutie horen in het werk van Tephrosis en hopelijk ontwikkelt Kenji zich nog verder richting perfectie (terwijl alle gasten die het hele doe-het-zelf gedoe van Roger nog steeds mis interpreteren verder aan hun piet blijven snokken). Aan de creator vraag ik vriendelijk om te blijven hervormen, zodat wij kunnen blijven dromen in nieuwe en adembenemende dimensies die nog heerlijker zijn dan een Häagen-Dazs-momentje.

 

The Odd Man Out!

 

P.S. Can we get this on vinyl ?! ASAP!

 

Meer lezen...

 

Black Box Revelation – Tattooed Smiles (3,5/5)

 

Blues zonder rock

 

Net zoals The Black Keys maken Black Box Revelation na tien jaar een transformatie door. Enkel de nasale stem van Paternoster blijft onveranderd verder kwelen. Dat het na vier platen met twee soms te nauw werd, heeft er voor gezorgd dat Black Box Revelation op hun vijfde langspeler de composities met wat synths en orgeltjes aandikten. Tattooed Smiles is bijlange niet het magnum opus van Jan en Dries, maar er staan enkele songs ongeduldig klaar om zich te ontpoppen tot belpop-anthems.

 

Het eerste trio songs - Kick The Habbit, Blown Away en Mama Call Me, Please – zijn, tegen de natuur van Black Box Revelation in, heel afwachtend. De blues geeft voorlopig zonder veel rock de toon aan. Bij de titeltrack aangekomen, komt de plaat voor de eerste keer echt tot ontploffing. Een strakke riff tijdens de strofes, een knipoog naar één van de beste bands (The War On Drugs) van het moment en een energiek refrein. Meer is er soms niet nodig om simpele zielen zoals ons te bekoren. Wat deze schijf iets interessanter maakt dan de gemiddelde tricoloren rockplaat is een gastzanger met naam en faam. Niemand minder dan Seasick Steve keuvelt mee op Built To Last. Dit lied heeft potentieel en kan misschien een oh zo gedroomde internationale doorbraak forceren. Ook Yellow Belly en Damned Body mogen er wezen. Al wordt er hier ook niet in overdrive gegaan door de chef van de peleton, wat vroeger veel meer het geval is. Op het einde is er nog ruimte voor een streepje français op aangeven van Roméo Elvis. Dat maakt de kans dat Wallonië en grote broer Frankrijk ook overstag zullen gaan voor dit nog steeds oerdegelijke duo.

 

Black Box Revelation maakt deze keer geen vuist maar dient ons een zacht blueskussen aan om op een koele matin mee wakker te worden.

(BG)

Meer lezen...
Page 1 of 6
Goto page: 1, 2, 3 ...