The Dead Daisies - Holy Ground
Trixie Whitley - Lacuna
Elder Brother - I won't Fade On You
Seether - Si Vis Pacem Para Bellum
Reckless! - Not As Think As You Drunk
Valkyrie – Fear
Agenda
29 MEI
Annisokay
29 MEI
Waregemse Metal Day 2021
04 JUL
Indochine
15 AUG
Alcatraz 2021
17 SEP
Exhorder

The odd man

The Final Rant


 

 

“Lees deze laatste wijze woorden... ’

 

De meeste wijven in mijn omgeving hebben altijd beweerd dat de tijd zo snel gaat eens je kinderen hebt. En dat blijkt dus nog f*cking te kloppen ook. Ik ben dus genoodzaakt de drie à vier losers die dit lezen teleur te stellen. Deze column, die meer weg heeft van een zelftherapeutische ‘rant’ dan van een hoogwaardige literaire prestatie, kent hier zijn eindstation. Om dit hoofdstuk af te sluiten vroeg mijn hoofdredacteur of ik nog een laatste universele column uit mijn aars kon persen. Dus voor de laatste keer ‘all aboard the poopoo train!’ Na lang (half geïnteresseerd) na te denken over deze moeilijke opgave, werd het thema in mijn schoot geworpen door niemand anders dan die covid A-hole himself.

 

Sinds woensdag is de Belgische covid-tracking app, ‘Coronalert’ (how cleaver) online. Tot niemands verbazing heeft slechts een fractie van de Belgische bevolking deze reeds geïnstalleerd. Dus ofwel wil niemand deze app gebruiken, ofwel zijn er meer ‘bapple oogphones’ in omloop dan dat er schaamluizen in Hot Marijke haar kelderbos zitten. Na een uitvoerige bespreking met al mijn vrienden, zijn we alle drie tot de conclusie gekomen dat het de eerste optie moet zijn.

 

Als je dan eens gaat rondvragen waarom men de app niet wil gebruiken krijg je meestal hetzelfde debiele standaard antwoord: “Ik moet niet weten dat Vaderke Staat weet wat ik zoal doe. Ik hou van mijn privacy.” Een standpunt dat ik enigszins begrijp. Je kan dan de discussie voeren of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Misschien kan deze app de versoepelingen van onze “competente” (ex-)regering uitbalanceren? De echte absurditeit van dit verhaal komt echter naar boven wanneer je gaat doorvragen naar die zogezegde privacy. De regering mag niet aan mijn gewaardeerde privacy zitten hoor, maar internetgiganten mogen uw privacy wel volproppen met Rohipnol en lekker verkrachten. Say wutt?! Ik verduidelijk even.

 

Het blijkt dat de meeste mensen ‘Google’ als standaard search engine gebruiken. De ruwe versie dan nog, waarvan ze de privacy-gegevens van hun account nog nooit bekeken, laat staan gewijzigd hebben. Met andere woorden: Google mag alle verkregen informatie van zaken als ‘Google Maps’, zoekopdrachten, internetgedrag, ... morgen doorverkopen aan derden. Bovendien worden de opnames van hun ‘Google-assistant’ die ze in huis hebben, naar echte mensen geoutsourcet om te analyseren. En laten we het dan zeker nog eens hebben over Suckerberg en zijn Smoelboek, die niet alleen hetzelfde doet, maar nog zoveel meer. Zoals bijvoorbeeld video-opnames en foto’s naar derden (meestal in lage loonlanden) sturen om ze te laten analyseren. Dankzij Face-fuck en Insta-kak zit er dus ergens in Somalië een gozer naar jouw vakantiefoto’s te gluren, zodat Facebook nog beter informatie kan verzamelen over jou, zodat ze “hun producten nog beter kunnen maken”. But, who cares wanneer je veel likes kan halen, hé... Maar dat Big Brother jou zou kunnen volgen in tijden van een pandemie, “No way, José”.

 

Please, curb your narcissism! We zijn ruw geschat met zo’n 11,5 miljoen belgen. In de begroting is er nog geen plaats voor essentiële zaken. Denk je dan dat ze geld en middelen over hebben om 11 miljoen Belgen te begluren? Denk je nu echt dat JIJ, uitgesproken JIJ, zooooooo belangrijk bent voor de staat dat ze per sé jouw doen en laten willen volgen? De meesten onder ons zijn grijze muizen en val jij vandaag dood, kan dat de staat geen zier schelen. En moest je nu toch zo stout zijn, dat je toch wel een beetje interessant bent voor de regering, hebben ze heus geen Covid-app nodig om jou te volgen. Dus opnieuw: curb your narcissism. Jij bent niemand en totaal niet relevant of speciaal. Een ‘niemand’ zijn kan trouwens nog zijn voordelen hebben. Denk maar aan het verhaal van Odyseus en de cycloop: “Niemand heeft mijn oog uitgestoken en is ontsnapt!”. Stop dus met janken bende Calimero’s en installeer die app. De staat is niet geïnteresseerd in een niemand zoals jij. Het kan alleen maar het collectief ten goede komen.

 

Mijn eindboodschap zou dus eigenlijk moeten zijn: wees rationeel als mens (en gebruik uw richtingsaanwijzers). Maar ik mag ook niet teveel verwachten van onze maatschappelijke evolutie. Het heeft ons ruw geschat zo’n 150.000 jaar gekost om deftig onze handen te leren wassen. Laat staan mens te worden.

 

This is The Odd Man saying: bye bye sletjes. Bye bye. X

 

 

Meer lezen...

 

DESTROY HUMANITY – Hypnopompia

 

Uit Beerzel (B) komt dit trio als een pletwals in volle vaart onze richting uit. Koen Vlerick (Guitar, Vocals) - Sander Bellekens  (Bass) en Thierry Verstraeten (Drums) brengen moderne metal die tot in de puntjes is afgewerkt. Alle ingrediënten zijn aanwezig. Een sterke ritmesectie, geweldige hakkende gitaren en typische zang, precies waar het genre om vraagt. Het stemgeluid moet je zoeken in een mix van o.a. Phil Anselmo, in zijn Pantera tijdperk, Randy Blythe (Lamb Of God) en Bjorn Strid (Soilwork). Opener ‘Saint Of Killers’ is een headbanger van formaat. Opzwepend en catchy beginriff. Daarna wordt een versnelling hoger geschakeld. De strot van Koen brult de ziel uit zijn lijf. Halfweg valt het stil. Een mooie gitaarmelodie en zanglijn brengen u in een andere sfeer. Niet voor lang. Een lekkere gitaarsolo in een ander arrangement verrast ons. Naar het einde toe wordt opnieuw versneld.

 

Bij ‘Grabbing The Cow By Its Tail’ pakken ze onmiddellijk de koe bij de horens. Een sterke gitaarriff wordt bijgestaan door een heftige ritmesectie. Hier hoor je hoe goed die kerels op mekaar ingespeeld zijn. In de zeer agressieve zangpartij hoor je een melodieuze twist die net niet clean wordt gebracht. (Ik vermoed dat Koen over een mooi clean stemgeluid beschikt.) Verder in het nummer krijgen we een knipoog naar RATM.

 

Een rustige intro van twee minuten brengt ons naar ‘Broken’. Een opbouwende heavy song met ietwat nu-metal in een zware uitvoering en met een verrassende versnelling.

 

De songs ‘Crossroads’, ‘ Hereditary’ en ‘Killing Yourself To Live’ (nee, geen cover) zijn hoofdzakelijk snelle nummers met veel variërende ritmes. ‘Hereditary’ start met een snelle bas waarbij het ritme wordt vertraagd wanneer de hakkende gitaar invalt.

 

‘Frozen Windows’ start als een ballade maar na anderhalve minuut wordt in zesde versnelling geschakeld. ‘Hypnopompic Hallucinations’ heeft iets minder schreeuwzang en is goed opgebouwd.

 

DESTROY HUMANITY zal potten breken in Belgisch metalmiddens. De productie is top. De muzikanten zijn top. Hun stijl is harde metal met typische hakkende gitaren (Core?) en trashy drumwerk met heel veel ritmeveranderingen. Persoonlijk vind ik dat de zangstijl meer mocht variëren. Maar het kenmerkt naar wie deze kerels opkijken op muzikaal gebied.

 

Guido Grymonprez.

 

Luisterlink Destroy Humanity

 

Meer lezen...

SIMON VANHAUTE – Overload.

 

Multi-instrumentalisten. Het is iets aparts. De meesten maken met hun werk duidelijk dat ze de instrumenten beheersen maar daarmee ben je nog geen songwriter. Daar kunnen jaren overgaan. Deze jonge snaak blijkt daar geen last van te hebben. SIMON VANHAUTE liep al muziekschool vanaf zijn zevende levensjaar. Daar volgde hij tien jaar lang pianoles. Op zijn veertiende begon hij met gitaar en sinds een paar jaar neemt hij ook plaats achter het drumstel.

 

Op het instrumentale ‘Overload’ krijgen we ongeveer vierentwintig minuten lang iets voorgeschoteld om vingers en duimen af te likken. Dit éénentwintigjarig talent heeft ook de skills om zijn opnames met precisie te mixen zodat de songs niets van hun kwaliteit verliezen. De intro ‘The Arrival’ geeft wat geluiden weer, vermoedelijk uit de kosmos, waarbij op een laag volume een gitaar met een sterke distortion passeert. Die geluiden worden verder gezet in ‘Extraterrestrial March’ tot ze abrupt worden overmeesterd door een geweldige gitaarriff met uitstekend geluid. De riff wordt ondersteund, eerst nog met een trage beat en basgitaar maar daarna wordt de beat verdubbeld voor vijftien seconden lang om weer over te gaan naar een traag gedeelte waarbij een soort elektronische sitar weerklinkt. Hier zou in deze song perfect een zanglijn kunnen worden geplaatst maar moet dat?

 

‘Inferno’ trapt af met gitaargeweld op een traag ritme. Er komt een kerkorgel aan te pas. De synths vormen een muzikale muur. Deze song is een mix van post-rock en hakkende headbangende riffs.

’73 Days’ heeft een rustige intro waarbij de basgitaar een sterke melodie naar voor brengt. De hakkende gitaar keert terug op een traag ritme. Een gitaarsolo volgt naar het einde toe.

‘New Plan’ heeft een gitaarintro met drums in tegenritme. Hier is alles opnieuw aanwezig. Synths, rustige passages en mooie melodieën. Veel variatie in deze song.

Titeltrack ‘Overload’ is een melodieus avontuur met sterke gitaar en de typische ondersteunende synths. Hoor ik daar een Moog?  Alweer een prachtige muzikale trip met een knipoog naar MIAVA.

Afsluiter ‘Gravity Flaw’ is de langste song op de schijf. De intro doet mij denken aan ‘The King Will Come’ (Wishbone Ash) Deze melodie keert verrassend terug in de song. Het drumwerk krijgt een post-rock stempel. Deze song eindigt met een spacey hammond sound.

 

De gitaren op ‘Overload’ klinken laag gestemd en terecht. Deze soort muziek vraagt daar om. De slimme synths passen perfect in deze songs vol gevoel. De gitaarklank is geweldig. De songs hebben drama, gemixt met post-rock en een stoner-metal ziel. Het zijn geen uitgesponnen nummers en er steekt geen enkele miskleun tussen. Dit is een ijzersterk debuut. Benieuwd wat de toekomst brengt voor dit groot talent.

 

Guido Grymonprez.

 

 

Luisterlink :  Simon Vanhaute - Overload op Spotify

 

 

Meer lezen...

 

YAWNING SONS – Sky Island

 

Yawning Sons is eigenlijk ontstaan in een studio (Joshua Tree). Producer GARY ARCE werkte er aan een album met de band Sons of Alpha Centauri. Er ontstond een muzikale klik en er werden meerdere muzikanten aangetrokken zoals Scott Reeder (van o.m. Kyuss), Mario Lally (van o.m. Desert Sessions) en Wendy Rae Fowler (van o.m. Mark Lanegan Band).

 

Yawning Sons wordt als stonerrock bestempeld. Daar ben ik het niet mee eens. De band brengt zeer melodieuze muziek waarbij het gitaarwerk clean blijft maar toch bewerkt wordt met allerhande effecten zoals delay. De band brengt een mix van post-rock en alternatieve rock met progressieve invloeden. De zanglijnen zijn niet van de poes. Het stemgeluid heeft met momenten iets weg van Bowie.

 

‘Adrenaline Rush’ start met een stevige baslijn. De song mixt wat new wave en progrock.

‘Low In The Valley’ heeft iets doomy maar met cleane gitaren.

‘Cigarette Footsteps’ spiegelt zich aan de openingstrack.

‘Passport Beyond The Tides’ en afsluiter ‘Limitless Artifact’ zijn instrumentale nummers. De delaygitaren en synths stelen de show. Om bij weg te dromen.

‘Shadows And Echoes’ is een up-tempo song waarbij de zang zweeft op een gedreven ritme. Wendy Rae Fowler mag hier haar gang gaan. De song heeft een sterke new wave touch.

De zangpartijen zijn het belangrijkste ingrediënt bij ‘Digital Spirit’. De opeengeplakte stemmen klinken van begin tot einde zeer harmonieus. De drummer wordt het hier niet lastig gemaakt. Er wordt enkel gebruik gemaakt van de basdrum.

‘Gravity Underwater’ is een trage song waarbij uitstekend gezongen wordt. Na twee minuten komt de gitaar helemaal vooraan met een eenvoudige sterke melodie, een earwurm. Hier hoor je flarden Alice In Chains en Opeth maar zwaar gitaargeluid wordt gemeden. Zeer sterke song. 

 

Yawning Sons brengt zweverige, kwalitatieve songs. Er doen zich geen muzikale uitbarstingen voor. Als de drummer moe zou worden dan moet het van de concentratie zijn. De zangpartijen hebben nooit heftige uithalen. Er is nergens een hevige gitaardistortion te bespeuren. De delaygitaren zijn een beetje te veel van het goede. De productie is uitstekend en duidelijk een uithangbord.

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

NUTSHELL – Tidal Waves (EP)

 

Deze vijfkoppige Vlaamse bende brengt hun eerste EP uit. Deze kerels brengen een mix van Amerikaanse en Britse punk met garagerock. En het gaat vooruit!

 

Stan Blomme (Vocals), Jonas Van Malder (Bass,Vocals), Jasper Vanhecke (Drums),

Jeroen Vanhecke (Guitar, Vocals) en Manuel Van den Notelaer (Guitar) geven het beste van zichzelf.

Opener ‘Forgot The Car’ neigt meer naar hevige garagerock dan punk door een sterke gitaarriff die regelmatig terugkeert. Midden in de song klinkt plots een verstilling maar zonder aan ritme in te boeten. Sterke start van de schijf.

 

‘Florida Man’ is een rechttoe-rechtaan song. Er wordt afgetrapt met een ongewone intro. Na twee minuten wordt wat afgeremd maar dit slechts voor dertig seconden.

In ‘Jams’ wordt dit zelfde ritme aangehouden. Hier hoor je een achtergrondkoortje met de titelsong. Een zeer aanstekelijke song.

 

Met ‘Malthussian Trap’ blijft de trein verder denderen. Deze song verscheen eerder als single. (zie archief)

 

Bij afsluiter ’PBS’ krijgen we bij aanvang lekkere valse zang die nooit stoort. De song heeft een muur van gitaren waarbij het drumwerk ietwat wordt weggedrukt. 

De songs van NUTSHELL hebben alle ingrediënten waar het genre om vraagt. Schandeerzang zowel als lead of achtergrond, hevige ritmes en rammende gitaren. De plaat steekt vol energie.

 

Hopelijk kunnen ze die snel kwijt op een podium. Dit wordt feesten.

 

Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

Thunder Horse – Chosen One

 

Dit is het tweede album na hun debuut ‘Thunder Horse’ uit 2018. Dit viertal uit Texas brengt zware stuff. Het is een mix van doom, classic en psychedelische rock. De gitaarriffs klinken zoals Tony Iommi’s sound in de beginjaren van Black Sabbath.

 

De schijf start met ‘Let Them Bleed’. Een traag slepend nummer. De cleane schreeuwerige zang komt sterk over door het gebruik van nagalm. Halfweg weerklinkt een eenvoudige prachtige gitaarsolo op een rustige achtergrond die stilaan zijn weg naar de gitaarriff terugvindt. Daarna gaat het wat sneller tot het einde. Goeie start.

 

‘Among The Dead’ heeft als intro een eenvoudige gitaarriff met felle distortion. Deze song doet mij denken aan onze Scandinamische vrienden van Monolord. Zeker wat de zanglijn betreft.

Klokkengelui leidt ‘Rise Of The Heathens’ in. Sterk gitaarspel. Na vier minuten wordt het gaspedaal ingedrukt. Een gitaarsolo brengt ons naar het einde van de song. (hallo Iommi?)

 

Bij ‘Chosen One’ hoor je de kwaliteiten van de drummer. Alle accenten worden in de verf gezet. Opnieuw wordt het gaspedaal ingedrukt naar het einde toe.

‘Broken Dreams’ blijkt een echt doomnummer te worden maar na een dikke drie minuten gaat het plots vooruit. Hier werd er goed naar Black Sabbath geluisterd. Idem voor ‘Song For The Ferrymen’ .

 

Het bluesy ‘Texas’ start met een cleane flangergitaar. Naast wat nagalm zijn de ruige effecten uit de zangpartij gehaald. Hier horen we hoe de stem van de zanger écht klinkt. Drum en bas komen er niet aan te pas. Mooie song.

‘Halfway To Hell’ is zoals de titel doet vermoeden geen aria. Een doomsong met een diepe tweede stem in de achtergrond.  De schijf sluit af met ‘Remembrance’. Een korte song met gitaar en hammondorgel.

 

We worden verwend met twee bonustracks: ‘Dear Mr. Fantasy’, waarbij ik de indruk krijg dat hier een andere zanger aan het werk is. Er wordt anders gezongen en andere effecten worden toegepast. Ook op de muziek. Of word ik op het verkeerde been gezet? Geen idee. Gedetailleerde info over de songs is niet te vinden. De volgende bonustrack is een langere vreemdere versie van het eerdere ‘Texas’ .

 

Thunder Horse begeeft zich op het pad van de Sabbathdoom. Daarmee word je automatisch in een hokje geplaatst. De productie is niet zo denderend. De effecten op de zang vervelen u al na het beluisteren van een viertal nummers. Persoonlijk vind ik de productie van de bonustrack

‘Dear Mr.Fantasy’ beter. Maar wie ben ik?

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

SHOCKER – SHOCKER

 

Het lijkt er op dat deze Belgische band stabiliteit heeft gevonden. Na verschillende probleempjes werd er duchtig gewisseld wat musici betreft. Deze EP zou moeten bewijzen dat dit achter de rug is en er volop verder kan gewerkt worden. SHOCKER is een heavy metalband. Hun muziek ruikt naar de eighties. Om één naam te noemen wordt het moeilijk maar mix een doorsnee Britse heavy metalband met Crimson Glory en je komt al aardig in de buurt. Zeker wat de leadzanger betreft. Wat een stembereik heeft die man. De EP opent met ‘Thrillseeker’. De structuur is wat ongewoon. Een beetje van de hak op de tak. Het is wennen. De stem wordt gedubd en dat is goed. Constant naar zo’n hoog stemgeluid luisteren is anders lastig.

 

‘Twisted Shape of Man’ heeft ook ritmeveranderingen en rare wendingen. Er wordt afgetrapt met een baslijntje, getik op de hi-hat en het geluid van de gitaren is precies alsof ze met een strijkstok bewerkt worden. Hier wordt sterk gezongen. Zeer variërend. Ongeveer halfweg valt alles stil. Akoestische gitaar en pianogetokkel worden erbij gehaald. Naar het einde toe komt men terug op snelheid. De dubbele basdrum overheerst gelukkig niet. Alles klinkt zeer avontuurlijk.

 

Bij ‘The Genuine Falls’ wordt een tweede stemgeluid erbij gehaald. Na twee minuten wordt deze song een totaal ander nummer. Een sterke gitaarriff breekt door. Dan denk je: hier zijn we vertrokken! Maar na vijftig seconden wordt men alweer meegesleurd in een andere song.

 

Afsluiter ‘Breaking The Silence’ kan mij het meest bekoren. De song klinkt soulvol met een swingende zangpartij. Als je de zanglijnen wegdenkt hoor je een funky Red Hot Chili Peppers. Maar vrees niet, metalheads: na tachtig seconden is het afgelopen en ga je terug op avontuur.

 

SHOCKER zit vol talent. De opname klinkt zeer goed.  Wat de songs betreft mag je geen meestampers verwachten. De structuren en ritmeveranderingen laten dit niet toe. Hopelijk kunnen deze Vlamingen meegenieten van de huidige heavy metal revival

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

Tribulation – Where The Gloom Becomes Sound (4/5)

 

Het geluid van hoop in sombere dagen

 

De titel van de kersverse worp van Tribulation is een hele mond vol. Hij zal dan ook de komende maanden, naar ons aanvoelen, gewillig over de tongen gaan. Dit viertal weet als geen ander een sombere sfeer om te zetten in een hoopgevend geluid. Where The Gloom Becomes Sound is een fakkel die ons in deze donkere wintermaanden uit de donkere covid-tunnel zal leiden.

 

Eind annus horribilis 2020 nam Tribulation nog afscheid van founding father Jonathan Hultèn die het solo wil proberen. Het gemis van Hultèns metier hangt allesbehalve als een dreigende schaduw boven deze dijk van een plaat. Er wordt onheilspellend uit de startblokken gevlogen met In Remembrance. Het toegankelijke geluid benadert dat van hun landgenoten van Ghost. Zonder een hitmachine van Papa Emeritus te willen imiteren weet men een breedvoerige prelude neer te zetten en de eerste strofe in de moedertaal zet de aandacht op scherp. Hour Of The Wolf zet het niveau vastberaden verder. Een opgewekte gitaarlijn staat hier in een schril contrast met de zwartgallige lyrics. Deze song blijft zoals het gros van zijn gevolg meteen hangen. Ook bij Leviathans huppelen de hoopgevende riedels en de grommende uithalen van frontman Johannes Anderson hand in hand. Halverwege krijgen we een licht verteerbaar streepje piano waar wij direct enkele beelden bij fantaseren van een bevrijdingsfeest post-covid. In ‘deel 2’ scheren Daughter of The Djinn en Funeral Pyre de hoogste toppen. Vooral de laatste is recht voor de raap en valt op een kort intermezzo na geen seconde stil. We horen nu al hoe deze rauwe homp oculte metal meegekweeld wordt op één van de vele verlossingsfestiviteiten.

 

Zweden fabriceert, naast zelfbouwpakketten van IKEA, ook heel wat selfmade metalbands. Langharige formaties die vikinggewijs hun posities in de maatschappij der edelmetalen op eigen kracht verwerven zonder platgestampte paden te be-raiden. Tribulation is daar één van.

(BG)

 

 

Meer lezen...

 

ELEPHANT TREE – Habits

 

Na Theia en Self Titled is Habits het derde full-album van deze Britse band. Een zekere John Slattery heeft zich bij de band gevoegd als tweede gitarist en neemt ook de synths voor zijn rekening. Verder zijn Jack Townley (gitaar), Peter Holland (zang, bas) en Sam Hart (drums) nog steeds van de partij. Riley Macintyre heeft plaats geruimd voor Slattery. Toch is Macintyre nog betrokken bij de band o.m. als producer. Soms verschijnt hij zelfs mee op het podium als extra gitarist.

 

Na de intro ‘Wake Repeat’ start de schijf met ‘Sails’, een slow-temposong. Over structuur is vermoedelijk niet lang nagedacht. Het is allemaal wat voorspelbaar. Maar door de geweldige sound en productie klinkt dit super. Het gitaargeluid is werkelijk top. De cleane zang past perfect op de laag gestemde gitaarsound. De synths vormen op de achtergrond een muur van geluid. Met ‘Faceless’ zitten we in hetzelfde ritme. De refreinen hebben meerdere stemmen. Halfweg krijgen we plots een snel tegenritme door de drum maar niet voor lang. De doomsound neemt weer de bovenhand. De song sleept zich voort en ik ga gewillig mee. ‘Exit The Soul’  zit volledig in dezelfde sfeer. Ongeveer halfweg volgt er een passage met akoestische gitaar en worden er tapijtjes gelegd door de synths met daar bovenop een rustige zanglijn die abrupt wordt be-eindigd door een zware, logge Sabbathgitaar.

 

‘The Fall Chorus’ start met een akoestische gitaar en samenzang verder ondersteund door synths. Na enige tijd wordt het ritme opgedreven door de gitaar en krijgen zelfs enkele country-violen te horen. Geen doomsound te bespeuren hier.

 

Bij ‘Bird’ krijgen we weer de vertrouwde sound en sfeer. Idem voor ‘Wasted’. Afsluiter ‘Broken Nails’ is iets aparts. Na een dikke twee minuten zang en akoestische gitaar verandert de song in een post-metalachtige song doch met cleane zang. De apocalyps blijkbaar.

 

 

Elephant Tree brengt een soort progressieve, doom, post-rock als hoofdnoot. De teksten zijn niet bepaald vrolijk te noemen. De songs gaan over verlies, verlating, de controle verliezen…en ga zo maar door. De cleane zang is telkens met grote nagalm opgenomen. Door dit steeds te herhalen in de verschillende songs is het wat lastig om de schijf aan één stuk te beluisteren. Ook het trage ritme doet er geen goed aan. Maar dat is nu eenmaal hun stijl. De productie en de (gitaar)sound is verbluffend. Naarmate de schijf vordert, hoe meer kwaliteit we te horen krijgen. Interessante schijf.

 

 

Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

IDIOTS – Chapter 2 – Fall

 

Je moet lef hebben om in deze tijden muziek uit te brengen die je onmogelijk kan promoten met live-optredens. Maar kijk: IDIOTS blijken zich daar niet aan te storen. Het tweede luik van de vier jaargetijden is een feit. Minco De Bruin (drums), Wouter Spaens (gitaar), Dick Descamps (basgitaar) en Luc Dufourmont (zang) schenken ons een zeer aantrekkelijke EP met zes songs. Er wordt afgetrapt met ‘Hong Kong’. Een groovy song met de kenmerkende praatzang van Luc die ons toch verrast met een lekker in het oor liggend refreintje. Muzikaal zeer sterk en strak gebracht.

 

‘Elephant’ start met een gitaarlick die onmiddellijk in uw hoofd blijft hangen. Ook het refrein is cathy. ‘Underground’ is wat wennen door het tegenritme van de drum. De basgitaar zorgt dat het nummer blijft stuwen. De wijze raad van nonkel Luc: “You can’t swim so you better drown..”

.

‘Nervous Breakdown’ is een soort afterpunk met wat countrytrekjes. Na het beluisteren van ‘Let’s get drunk’  ben je wat typsy. De dagelijkse sleur wordt weggedronken met een ferme fles wijn.

 

‘Black Out pt. 2’ zet u terug met beide voeten op de grond.  Een heerlijke sfeermaker door het toffe gitaarwerk en dito ritme. Het refrein schandeer je mee. De mondharmonica zit perfect. Groove!

 

Deze EP zou wel eens kunnen zorgen voor dé doorbraak. Zeker drie songs kunnen probleemloos op de radio.  Er wordt strak gespeeld en de opnames zijn zeer geslaagd. Luc heeft zijn typische zangstijl maar toch is gezorgd dat de refreinen hapklare brokken zijn geworden. En dat is goed. Nu nog die corona wegwerken en de podia kunnen worden opgebouwd.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

HIKKUP 

 

3 nieuwe releases: Down the rabbit holeHiccup, en Cornerstone

 

Na de eerdere besprekingen van ‘Death March’, ‘Falling’ en Too Fast zijn we trots dat we opnieuw drie meesterwerkjes op jullie mogen loslaten. HIKKUP brengt ‘Cornerstone’, ‘Down The Rabbithole’ en ‘Hiccup’ uit.

 

‘Cornerstone’ heeft een jazzy touch met perfect ritmewerk tussen gitaar en drums. Daarachter een muur van synths en prachtige melodieuze zang. Verder een bluesy piano en een gitaarsolo.

 

‘Down The Rabbithole’ is wat ongewoon. Het ritme bestaat uit roffelende jazzy drums. De song bevat de ingrediënten die we bij HIKKUP kennen.  Verder tijdens het nummer slaat de sfeer plots om. De band wordt precies wat boos. WTF?..Is It Real? Ik geloof het wel.

 

‘Hiccup’ is een heerlijke avontuurlijke song met alweer prachtig gitaar- en pianowerk. Het refrein is sterk gebracht en overgoten met een rock-saus.

 

Bij het werk van HIKKUP merk je op dat het drumwerk zeer variërend is. Het wijkt af van de normale patronen en toch is de jazzy sfeer nooit ver weg. Ook speelt de piano een grote rol. De productie is alweer top.

 

Ik val in herhaling maar ik kan het niet helpen: HIKKUP is een topband!

 

www.facebook.com/realhikkup

 

Instagram: @hikkupmusic 

 

Spotify HIKKUP 

 

www.hikkup.be

 

 

Guido Grymonprez.

 

 

Meer lezen...

 

THE SMASHING PUMPKINS – Cyr

 

Kijk eens aan. De Coronastilte wordt doorbroken door een nieuwe schijf van The Smashing Pumpkins.

 

‘CYR’ bevat zo maar eventjes twintig songs! Ik val meteen met de deur in huis: verwacht geen Pumpkins zoals in de tijd van Mellon Collie and the Infinite Sadness. Deze Pumpkins laten een ander geluid horen. Het gitaargeweld is er uit. Het hoofdinstrument is de synthesizer geworden. De plaat start met The Colour Of Love’ . Een radiovriendelijke melodieuze up-temposong met een vernieuwde Billy Corgan-stem. De hoge snijdende uithalen zijn verdwenen. Wat niet afneemt dat Corgan een geweldige zanger is. Hij is rustiger geworden. De titeltrack ‘Cyr’ ligt in het verlengde van de openingstrack maar dan iets trager. Een popsong met alles er op en er aan. Vrouwelijke achtergrondzang die het refrein ondersteund.

 

‘Dulcet In E’ en ‘Black Forest, Black Hills’ zijn door het drumwerk een knipoog naar hun vroegere werk maar veel ingetogener en uiteraard zonder het hevig gitaarwerk.

 

‘Wrath’ is een echte popsong met achtergrondzang a la Stevie Nicks en C.McVie destijds.

 

‘Purple Blood’ heeft iets maar de magere beat wordt meermaals onderbroken.

 

Een uitschieter in schoonheid is Anno Satana’. Een mid-temposong met een prachtige zanglijn.

 

The Smashing Pumpkins zijn braaf geworden. Voor zoverre dat die aanwezig was, is de grungetouch er volledig uit. Het zijn allemaal mooie songs maar afgelikt. Dat komt door Corgan’s productie. Het agressief drum- en gitaarwerk is weg. De drums klinken zeer commercieel en toegankelijk. Blijkbaar volstaat een snare en bassdrum voor Corgan. Elektronica heeft de Pumpkins ingepalmd.

 

De plaat heeft dus twintig nummers. Dat is van het goede teveel.  Maar gelukkig klokt de langstdurende song af op 04:43 minuten. Oef.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

DIRK. – Cracks In Common Sense

 

DIRK. is een Belgische band uit regio Gent. DIRK. is niet zomaar een band. DIRK. behaalde ooit de derde plaats in Humo’s Rock Rally. DIRK. stond afgelopen zomer met drie songs in De Afrekening van Studio Brussel. ‘Cracks In Common Sense’ is hun tweede full album. Hun eerst worp met originele titel ‘Album’ stond in 2018 op plaats 1 in de lijst van de beste Belgische albums. En ik vermoed dat dít album deze prestatie zal evenaren. ‘Priceless’ is de opener. Een simpele riff zonder ondersteuning van basgitaar of drums maar wel met een zanglijn die in uw hoofd blijft hangen. Almost nothing is priceless.

 

Na deze zeer korte kennismaking ontploft ‘Counterfeit’. Een melodieuze song in een mix van indie met alternatieve rock overgoten met een lichte grungesaus.

 

‘Hit’ is een slag in uw gezicht. Tenminste daar zorgt de basgitaar voor. Deze song heeft wat Pixiesgehalte maar betere zang. (Sorry Frank.) Het refrein blijft alweer hangen. Sterk.

 

‘Small Life’ zet u bij aanvang op het verkeerde been. Gitaargetokkel dat plots overgaat in een explosie. Hier klinkt het stemgeluid zoals een jonge Ray Davies (The Kinks). Deze song heeft kracht en gewaagde uitstapjes. Prachtig.

 

Terwijl ‘Artline’ bij aanvang muzikaal wat naar The Cure ruikt zorgt de zanglijn voor de verrassende wending.  Daar zijn die geslaagde aparte uitstapjes weer.

 

‘Golly’ is een slow temposong met mooie arrangementen. Gedurfd en geslaagd. Gek gitaarwerk.

 

‘My Dog’s Dead/The Only Way Is Out’ heeft een sterke volle sound en doet wat denken aan Manic Street Preachers. Na een kort tussendoortje ‘Come On TV’ (hallo Hans Teeuwen?) en de up temposong ‘Komrad Shoes’ krijgen we ‘Toulouse’, een mooie woordspeling op to lose it all. Een snelle poprocksong.

 

Met ‘Pastine’ gaan we er nog eens tegen aan. Een snelle rocksong. Gitaren!

 

Er staan twaalf songs op deze plaat. Ze eindigt met het bizarre ‘Mother’. Hier wordt zo onschuldig gezongen dat ik onmiddellijk geloof dat Jelle zijn moeder niet vermoord heeft.

 

Jelle Denturck, Pieter Willem-Lauwers, Frederik Desmedt en Robin Wille hebben een zeer sterk album gemaakt. De songs boeien en blijven hangen. Laat ons hopen dat we snel Covid 19 verslaan. Het podium wacht.

 

 

Guido Grymonprez.

 

Meer lezen...

 

Arcadian Child – Protopsycho (4/5)

 

Mag ik U presenteren: Arcadian Child. Rockmuziek uit Cyprus zowaar. Panagiotis I.G (Vocals, Guitars), Stathis Hadjicharalambous (Guitars), Andreas Kerveros (Bass-Backing Vocals) en Constantinos Pavlides (Drums) brengen zeer melodieuze rock met psychedelische inslag en cleane zang. Soms doet het stemgeluid u denken aan Cat Stevens. ‘Snakecharm’ opent deze schijf. Een mid-tempo song met een mooie zangmelodie die oosters beïnvloed is. De gitaristen leveren topwerk. ‘Wave High’ is eveneens mid-tempo waarbij het gitaarwerk voorzien wordt van een lichte distortion.

 

‘Sour Grapes’ start in een slow-tempo maar na vier minuten wordt het Fuzzpedaaltje ingedrukt en krijgt de song een andere wending. ‘The Well’ is apart door de roffeldrum. Pas na een dikke drie minuten wordt samen met de Fuzzgitaar de song vooruit gestuwd. ‘Bittertea’ heeft een headbanginggroove meegekregen. Top.

 

‘Bodies Of Men’ is een lichte rhythm & blues song met een apart effect op de zang. ‘Raising Fire’ is een trage song en zeer boeiend. De zang heeft flangereffect en past perfect. Prachtige arrangementen. Na vier minuten krijgt de song door de drums een boost tot het einde. Bij afsluiter ‘Protopsycho’ krijg je de indruk dat het drumwerk verschilt van het werkelijke ritme door het permanent gebruik van alle toms. Een trage song met zeer melodieuze zang in een soort phasereffect.

 

Arcadian Child brengt geen metal, hard-rock of stonerrock. Het is een mix van psychedelische rock met oosterse muzikale elementen in geluid en melodie. Het gaat in de richting van My Sleeping Karma maar dan ook weer niet helemaal. Het gitaarwerk is meestal clean maar uitstekend. Het is een prachtige luisterplaat. Alle songs zijn opbouwend. Benieuwd wat de toekomst brengt voor deze mannen.

 

Guido Grymonprez.

 

Snakecharm video

 

Arcadian Child on Spotify

 

 

 

Meer lezen...

 

MOTOR!K – Motor!k 2

 

Het zijn interessante tijden voor bands die instrumentale muziek brengen. Maar de concurrentie is hard en groot. Je vindt in Rock en Metal tal van afsplitsingen en mixen. Toch proberen de bands hun eigen sound te specifiëren en eigenheid te creëren. Het Belgische Motor!k brengt hun tweede album uit. Het trio Joeri Dobbeleir (Guitars / Synths),  Dirk Ivens (Guitars,Fx) en Dries D'Hollander (Drums) maakt spacey instrumentale rock met een psychedelische kwinkslag. Ze laten zich niet verleiden door ingewikkelde ritmestructuren. Op die manier wordt de luisteraar meegenomen in een baan om de aarde op klanken van gitaren en synths bol van effecten en een drijvende drumbeat. Opener ‘Tyrants’ is een duidelijk voorbeeld. De synths geven, in een simpel melodietje, het ritme aan met een gitaar vol delay die invalt en een drumcadans die je het gevoel geeft alsof je in een rijdende trein zit. ‘Headlights’ brengt meer van dat maar krijgt ondersteuning van spacey synths. ‘Memoria’ is een luisterlied. Gitaren en toetsen creëren een speciale sfeer zonder achtergrondritme. Bij ‘Sundown’ en ‘Ritual’ vertoeven we weer in dezelfde sfeer als ‘Tyrants’ en ‘Headlights’. De hoofdrol is weggelegd voor de effecten en synths. Afsluiter ‘Penta’ stapt af van het gebruikelijke ritme. Hevige synths leggen zware accenten. Sterke song.

 

De muziek van MOTOR!K is sterk beïnvloed door bands zoals NEU! en het meer recentere Monkey3. De meeste nummers hebben duidelijke herkenningspunten zoals starten met synths, die ook het ritme bepalen, en het drumwerk dat later aanvat. Breaks vallen er niet te bespeuren maar hoeft dat?

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

Crackups – Greetings From Earth. (4/5)

 

Terug van weggeweest! Deze Belgische band geraakte tot in de finale van Humo’s Rock Rally 2010.

 

Net na het verschijnen van hun debuut ‘Animals On Acid’ ging ieder zijn eigen weg. Maar kijk, ze zijn terug. CRACKUPS brengt stevige snelle garagepunk als hoofdnoot.

 

Thomas Valkiers (vocals/guitars), Toon Van Looy (guitars), Siebe LeDuc (bass) en Niels Meukens (drums) brengen nu ‘Greetings From Earth’ uit. Er wordt afgetrapt met ‘Wet Sheets’ . Een in your face punksong met korte vreemde wendingen. Het gaspedaal wordt volledig ingeduwd bij ‘White Fruit’. Een snelle bas en drums beuken de deur in. Zoals het hoort zijn de songs kort en krachtig. ‘Television Screen’ is een mix van garagerock met de new-wave sound van weleer. ‘Getting The Vibes’ doet ons denken aan de after-punk periode. Iets na halfweg gaan we de garagerocktoer op.

 

Het geluid van de Britse punk krijgen we bij ‘Floor’. Typische dreunende basgitaarsound met rechttoe/rechtaan drums. In ‘Trainstation’ worden alle riemen losgegooid. Gekke toestanden. Afsluiter ‘Liar’ swingt er lekker op los. Zanger Thomas beweert dat hij een leugenaar genoemd wordt. Ik zou niet weten waarom. De muziek op ‘Greetings From Earth’ klinkt zeker oprecht. Ongeveer achttien minuten lang word je overdonderd door rauwe schreeuwzang, scheurende gitaren en heftige snelle, strakke ritmes. In het najaar staan optredens gepland. Het publiek zal zich de longen uit het lijf (mee)zingen met ‘Liar’. Daar ben ik van overtuigd.

 

 

Guido Grymonprez.

 

Meer lezen...

 

And Also The Trees – And Also The Trees

 

Opgepast: dit is geen nieuw album van deze Britse post-punkband. Dit is een ge-remasterde editie van hun debuutalbum uit 1983. Wél zijn de a en b-kantjes van hun singletjes, die toen onder eigen beheer werden uitgebracht, er aan toegevoegd. Dit zowel op de CD of de dubbele vinyl uitvoering. Weetje: het debuutalbum werd destijds geproducet door Laurence Torhurst, de man achter de knoppen bij The Cure

.

“And Also The Trees” wordt door de media in het “post-punk”vakje gestopt. Ik noem het eerder New Wave. Opener ‘So This Is Silence’ is typerend voor het genre. De donkere zangstem die de juiste tonen vermijdt, een gebroken ritme op de snare-drum en de gitaar die het zeer simpel houdt. Idem voor de bas. ‘Talk Without Words’ begint zeer toegankelijk. Mooie zanglijn op een flangergitaar deuntje. Radiovriendelijke song. Synths en gitaar zetten ‘Midnight Garden’ in. De song heeft iets mysterieus. Een mid-temposong met ongewone wendingen. Drums starten ‘The Tease, The Tear’, alweer een eigenaardig ding. ‘Impulse Of Man’ is een warboel van gitaarslagen op een roffelende drum. De zangpartijen hebben niets te zien met de muziek. Bas en synths volgen beurtelings de gitaarlicks. ‘Shrine’ is een zeer melodieuze song. Dit kon echt wat worden maar een vervelende vertellende stem duwt de song de dieperik in. Een elektronische hoornklank luidt de start van ‘Twilights Pool’ in. Het drumwerk is vervangen door een soort elektronische percussie. En op de achtergrond zorgt de flangergitaar voor de nodige herrie. Afsluiter ‘Out Of The Moving Life Of Circles’ kan niet snel genoeg afgelopen zijn. Van begin tot einde hoor je constant hetzelfde melodietje. Deze song is onmogelijk aandachtig volgen. Het stemgeluid op deze volledige plaat doet mij denken aan Neil Arthur, zanger van BlancMange. Met dit verschil dat Neil toonvast zingt.

 

Deze schijf is gedateerd. Het vraagt lef om dit opnieuw uit te brengen. We hebben een revival gehad van de  traditionele Heavy Metal. Niet onsuccesvol trouwens. Misschien probeert men het nu met post punk new wave. Deze schijf zorgt alvast niet voor een duwtje in de rug. Men zal uit een ander vaatje moeten tappen denk ik.

 

Guido Grymonprez.

 

Meer lezen...

 

MOTORPSYCHO – The All Is One.

 

Motorpsycho bestaat sinds 1989 en heeft al heel wat muzikale watertjes doorzwommen. Deze veelzijdige band heeft twee zekerheden: Bent Saether (bas) en Hans Magnus Ryan (gitaar). ‘The All Is One’ is hun tweeëntwintigste (!!) album. Deze Noormannen muzikaal omschrijven is moeilijk. Door de jaren heen is hun muziek ge-evolueerd. Hun albums zijn zeer verschillend. In hun beginperiode leunde hun muziek aan bij heavy metal maar bevatte reeds psychedelische invloeden. Later werd zelfs grunge en indierock in hun muziek gemengd. Nu hoor je o.m.  jazzinvloeden en laat de band een experimentje niet links liggen. Vast staat dat The Beatles een grote invloed hebben op deze band. Zeker de seventiesperiode. De plaat dan. Deze start met de titeltrack. Een acht minuten en vijftig seconden durende song die je meteen duidelijk maakt waar dit heen gaat. Een prachtnummer met uitstekende zangpartijen en avontuurlijke wendingen. Dit verveelt geen seconde. ‘The Same Old Rock’ is ook zo’n pareltje. Hier komt Wishbone Ash (soms) even piepen. Idem voor ‘The Magpie’. Led Zep meets W.Ash zeg maar.

 

Met N.O.X pt. I – II – III – IV en V gaan we psychedelische toer op. Ritmeveranderingen en spacetoestanden volgen elkaar op. Het klinkt soms als progressieve psyche. Vreemde toetsenklanken en mysterieuze muzikale wendingen. ‘A Little Light’ is een instrumentaal gitaarnummertje. Hans laat hier horen hoe hij zichzelf laat begeleiden door zijn eigen werk. Twee gitaren en een einde vol keyboardgeluiden. Zo mooi. ‘Dreams Of fancy’ is een mix van alternatieve melodieuze rock en poppy-psyche-melodieën.  De steeds terugkerende riff is top. In ‘The Dowser’ steekt geen slagwerk. Prachtige meerstemmige zangpartijen ondersteund door keys en gitaren. ‘Like Chrome’ is de afsluiter van deze schijf. Een traag nummer maar opnieuw opbouwend en verrassend. Halfweg doet heftig gitaarwerk je opschrikken.

 

Motorpsycho brengt hier een prachtig muzikaal onvoorspelbaar avontuur. De zangpartijen en de structuren van de songs zijn subliem. Persoonlijk vind ik opener ‘The All Is One’ en ‘Dreams Of Fancy’ uitschieters.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

EP-review: Endnote – Traces (4,5/5)

 

Tussen Daizle en Moorslee èt Endnote under gewèrd, minsn ga gan kiekn want tist kiekn wèrd,…

 

Ergens te velde tussen Moorslede en Dadizele bevindt zich een repetitiekot/opnamestudio. Een stek die door MoshRoom vzw werd ingericht voor beginnende bands en andere artiesten die willen repeteren of hun eigengereide riedels op tape willen zetten. Endnote bestaat uit Wouter Vandamme (gitaar), Miguel De Meulenaere (zang), Lucas Opsomer (gitaar), Roel Ghesquiere (drums) en Bjorn Demeyer (bas). Met vier van de vijf leden in het MoshRoom-bestier was het dan ook vanzelfsprekend dat hun eerste muzikale kronkels op deze idyllische locatie zouden worden opgenomen.

 

Endnote is de zoveelste metalband, uit Zuid-Westvlaamse klei getrokken, die met nodige lef zijn neus aan het spreekwoordelijke venster van de scene steekt. Hun eerste EP Traces trekt met drie bulderende asfaltwalsen een spoor van vernieling door deze corona-crazed world. Met Matthijs Quaars (drummer Spoil Engine) achter de knoppen hadden ze niet de eerste de beste meegenomen in de studio. Het artwork samen met het bandnaamlettertype straalt bokkige ruwheid uit, iets wat nog het best bij hun muziek past. Cold Heart komt recht uit het edelmetalen hart. Na een prelude met flarden van een conversatie tussen Russische gevechtspiloten trekt het vijftal ten strijde. Frontman Miguel zet zijn rauwe strot open en grossiert met zijn vocale mogelijkheden. De drums van Roel komen binnen als een tank die in de frontlinie van de tegenstand beukt. Het opzwepende gesnaar van Wouter en Lucas wordt ook bij Walk Away goed in de verf gezet. Deze tweede track is een kat-en muisspel van tempowissels, grunts en cleane zanglijnen. De derde in de rij hakt er met een gezonde mélange van thrash en hardcore gewillig in. Ook al wil Endnote genregewijs geen etiket opgeplakt krijgen.

 

Er gingen drie jaren van noeste arbeid, twee verschroeiende optredens en enkele afzeggingen (dankzij Covid-19) aan vooraf om de eerste vette strepen Endnote aan de wereld te laten horen. Mocht Alcatraz volgend jaar in hun vier dagen durende programma nog ergens een gaatje willen vullen met talent van eigen bodem, dan weten ze waar ze moeten aankloppen, tussen Daizle en Moorslee!

 

(BG)

 

Orken doe je Hier!

 

 

Meer lezen...

 

Versari – Sous La Peau

 

Na “Ostinato” en “Jour Après Jour” volgt hier hun derde full album “Sous La Peau”. Versari is een Franse band en wordt omschreven als post-punk band. Alle songs worden gebracht in hun moedertaal. Persoonlijk vind ik het een mix tussen alternatieve rock en dark new wave. De songs zijn doordacht en hoe simpel sommige klinken bezorgen ze u toch kippenvel. Opener ‘Des Images’ is een koele sterke song en klinkt als een mix van The National met Joy Division. Deze laatste band is nooit ver weg. Deze song is een hit op YouTube.

 

Het brein achter deze band is Jean-Charles Versari, zanger, tekstschrijver en creatieve doe-al. In ‘Brûle’ klinkt hij als Nick Cave. Een meeslepende song met sterk gitaarwerk. ‘Rose’ is een gedreven song met een ‘pratende zanger’ en simpele gitaarmelodie die een echte oorwurm is. Bas- en drumwerk is top. Op ‘Reviens’ zijn de zangpartijen ondersteunt door een gebroken drumritme. Er wordt in het terugkerend instrumentaal gedeelte rechttoe rechtaan een versnelling hoger geschakeld. Een Hammondklank opent ‘La Peur Au Ventre’. Alweer een meeslepende gitaarmelodie en een Sisters Of Mercy zangstem grijpt u bij uw nekvel. De plaat eindigt met ‘Plus De Tristesse’, een zwartgallige trage song met simpel maar uitstekend gitaarwerk.

 

Er staan acht songs op de schijf. De muziek van Versari is slim en doordacht. Er wordt werk gemaakt aan de inkleuring van de songs. De gitaareffecten, de nooit storende achtergrondzang en galm op de leadzang zijn echte kwaliteitstroeven. Alweer is bewezen dat goede muziek niet ingewikkeld hoeft te zijn. Eenvoud siert. Fans van dark wave en gothic- toestanden moeten dit album zeker beluisteren.

 

Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

THE Empty Hearts – The Second Album

 

Wat verwacht je als je een paar doorwinterde musici bijeen brengt? Vuurwerk! Helaas moet ik jullie ontgoochelen.

 

“The Second Album” is dus hun tweede schijf na hun debuut “The Empty Hearts” uit 2014. Wat drummer Clem Burke (ex-Blondie, ex- The Romantics), Elliot Easton (ex-The Cars), Wally Palmar (ex-The Romantics) en Andy Babiuk (The Chesterfield Kings) hier ten hore brengen is pure Amerikaanse soft rock voorzien van alle clichés die het genre lief is. Iedere song heeft zijn achtergrondkoortje met tientallen opeengeplakte stemmetjes. De plaat opent met “Coat Trailer”. Een eenvoudige song met een meezingrefrein en achtergrond ooh’s en aah’s plus een voorzichtig traditioneel rock ’n roll gitaarsolootje. Bij “Remember Days Like These” ruilt Clem Burke zijn zitje voor Ringo Starr. Dan worden uw verwachtingen hoger ingeschat. Alweer helaas. Deze song heeft een hoog Tom Petty en Traveling Wilburys gehalte maar haalt nooit dit niveau. In “Well Look At You” worden de koperblazers bovengehaald. “Jonathan Harkers Journal” krijgt ondersteuning (?) van een mondharmonica. Bruce Springsteen meets Los Lobos kan je zeggen bij “Sometimes Shit Happens For A Reason” . Bij “The Best That I Can” dacht ik eventjes dat we de échte rocktoer opgingen maar alweer helaas..En het wordt erger: “If I could Change Your Mind” en “Come On And Try It” zijn zeer poppy en je kan uit volle borst meezingen met aangrijpende tekstlijnen zoals Na..Na..Na. En zo kabbelt deze plaat verder tot en met song nummer dertien. En dat is verdorie lang..zeer lang.

 

Het positieve aan deze schijf is dat de songs zeer kort zijn. Ze zijn voorspelbaar saai maar afgewerkt in een topproductie. Om toch ietsje positief te eindigen.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

Code Orange – Underneath (4/5)

 

Nu metal 2.0

 

De Remco Evenepoel van Roadrunner Records heeft zijn vierde voltreffer uit en iedereen zal het geweten hebben. Code Orange is een raspaardje die reeds door heel wat bands met naam en faam werd meegevraagd op tournee. Hun laatste worp, Underneath, is vilein op zijn best. Het Amerikaanse vijftal uit Pittsburgh zalft terwijl hun vlijmscherp breekmes nog onder de opperhuid kotert.

 

Na de verknipte prelude (deeperthanbefore), die zo onder iedere trailer van een onheilspellende kaskraker naar keuze kan geplakt worden, laat Underneath al zijn hondsdolle loebassen los. Swallowing the Rabbit Whole neemt ons mee in een wonderland van rauwe metalriffs en wij huppelen met onze flukse beentjes als een opgefokte Alice van de ene riedel naar de andere. Het refrein van Who I Am is aanstekelijker dan COVID-19 en dat is maar goed ook. Want in tegenstelling tot het virus maakt deze topsong genoeg dopamines vrij om op quarantaine-trip te gaan in je eigen brein. Daarna laten Cold.Metal.Place en Sulfur Surrounding niets aan het toeval over. Vooral de laatste is een melancholische brok nu metal die heel wat in zijn mars heeft om het tot cultklassieker in zijn genre te schoppen. The Easy Way drukt op zijn beurt met wat beats en blieps de juiste oorwurm uit. Op het einde braken deze pientere Pittsburghers nog wat rauwe hompen metalcore uit om deze wonderbaarlijke worp tot stilstand te laten komen met de titeltrack.

 

Code Orange is voor de vooruit en zorgt met het vernieuwende Underneath voor code rood in metalland.

(BG)

Meer lezen...

 

H3KTOR – Sensus.

 

West-Vlaanderen slaat weer toe! H3KTOR brengt zijn tweede EP uit. Dit trio uit Oekene bracht in 2017 hun eerste EP ‘Enjoy Your Innocence’ uit. Nu is er dus Sensus. Wat meteen opvalt is het drum- en baswerk. Hier is meer aandacht aan besteed vergeleken bij ‘Enjoy Your Innocence’. Dat betekent dat drummer Hans Brakke en bassist Sebastien Decock de handen vol hebben met timing en combinatiespel. Ook is de sound voller. De schijf heeft drie songs. Opener ‘Sensus’ start met een goed in het oor liggende gitaarriff. Het is een up-tempo song met cleane zang. Radiovriendelijk rocknummer.

 

‘Broken’ start mysterieus met een basmelodie vol effect en diepe zang. Na 1’20” valt de gitaar in zijn we vertrokken met een meeslepende riff . Op minuut 2’40” volgt een andere riff met zang en de song draait naar een up-tempo ritme. Op minuut 3’50” krijgen we een herhalende ‘Sabbath’ riff die naar het einde toe versneld. Live moet deze song inslaan als een bom.

 

Er wordt afgesloten met een instrumentaal post-rock nummer. Een simpele riff maar het drumwerk tilt deze song de hoogte in. Het ritme wisselt geregeld op en af. Gitarist Bram Vanhalst schudt hier de ene riff na de andere uit zijn mouw. Een kort krachtig nummer.

 

Deze EP is goed opgenomen en met deze drie songs geeft de band een duidelijk beeld waar ze voor staan.

 

www.h3ktor.com 

 

Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

Heisa – Joni

 

Het gaat hard in ons Belgenland. Hier is de nieuwe schijf van HEISA.

 

Wie? Geloof me, uw vraag zal in de nabije toekomst snel beantwoord worden.

 

HEISA is Jacques Nomdefamille  (vocals keys bass) (dus Jacques is de familienaam?), Koen Castermans (guitars backing vocals) en Jonathan Frederix (drums backing vocals). 

 

Ze brengen een soort indierock met experimentele uitstapjes. De zangpartijen galmen op de achtergrond op een paar uitzonderingen na zoals o.m. ‘Serenity Now’. Hier wordt een diepe rustige zang naar de voorgrond gebracht. De schijf start met ‘Let Go’. Een song met nogal wat breaks en aparte drumritmes. Eén van de kenmerken van deze schijf blijkt later. De songs zijn stuk voor stuk avonturen.

 

Ze hebben gemeen dat de zangpartijen met veel effecten zijn opgenomen en de structuren van de songs niets weghebben van de indierock die we vandaag kennen.

 

In ‘A March’ wordt het aangegeven ritme van de gitaar bijgestaan door een  gebroken drumritme. Gewaagd maar het plaatje klopt. Naarmate de plaat vordert, hoe beter het wordt.  Er komt zowaar gitaargeweld aan te pas in ‘Keep It’.

 

Mijn favoriete songs zijn ‘Cloudpresser’, een noisy song met swingende riff en ‘Detach Mend’, een sterk nummer met een knipoog naar Tool.

 

HEISA is een band dat songs schrijft die we in ons land m.i. nog niet zijn tegengekomen. De aparte ritmes zijn hun uithangbord. Aan de mix moet je wennen.

 

Guido Grymonprez.

 

 

www.maywayrecords.com/artists/heisa

 

 

 

Meer lezen...

 

TARMAK – Plow (EP)

 

Dit Belgisch drietal brengt hoofdzakelijk instrumentale post-rock met progressieve inslag. Er werden vier nummers opgenomen waarvan in opener Kraterongeveer twee minuten wordt gezongen. Gitarist Sander neemt de zang voor zijn rekening. De zanglijn is tweestemmig opgenomen met een octaaf verschil. Het klinkt alsof de zangpartij in een lege sporthal is opgenomen. Vreemd en apart.

 

De eerste minuten van ‘Krater’ doen me denken aan het Duitse Rotor. Zeker wat het baswerk betreft. De zanglijn wordt ondersteund door wat Alice In Chains-achtig gitaarwerk. De resterende songs zijn volledig instrumentaal. ‘Petanque’ , ‘Krampus’ en ‘Toton’ zijn typerende songs voor het genre. Alle ingrediënten zijn aanwezig. De muziek is een mengelmoes van Toundra, Tool, If These Trees Could Talk en Opeth.

Complexe structuren met onverwachte ritmeveranderingen zijn geen uitzondering.

 

Het baswerk van Geert en het drumwerk van Simon is van hoog niveau. Het samenspel is top. Het bij momenten zweverige gitaarwerk past perfect in het geheel. Het is wat wennen aan de gitaarklank wanneer er harder gespeeld wordt.  

 

Het wordt snel duidelijk dat de muzikanten zeer goed op elkaar zijn ingespeeld. MIAVA, Locus Control e.d. krijgen er een muzikaal teamgenoot bij. Dit is een debuut dat ons doet uitkijken naar meer.  Maar dan van hogere opnamekwaliteit.

 

Guido Grymonprez.

 

 

 

 

Meer lezen...

 

The Black Legacy – Black Flower

 

Deze Italianen brengen hun eerste album uit. Dit viertal brengt heavy classic hardrock met een ferme knipoog naar Black Sabbath en Zakk Wylde.

 

Hun artiestennamen zijn -hopelijk voor hen - bedoeld als grap: Die: lead zanger, Alberto T.: gitaar, M.Pepper: basgitaar en Joe Von Taine: drums.

 

Het album telt negen nummers. De muziek is goed gebracht. Afgewerkte sterke riffs en een strakke ritmesectie. Maar je voelt waarschijnlijk de bui al hangen?

 

De zang is hier echt het minpunt. Men krijgt de indruk dat er gewerkt is onder tijdsdruk. Tijdens sommige songs lijkt het of Die meerdere glazen achterover heeft gekapt. Een mooi voorbeeld is The Race’.De afwerking van de zangpartijen is alles behalve.Songs als ‘Get Loose’ en ‘Queen of Green Hill’ gaan compleet de mist in. Nochtans zit de groove goed. Het voorlaatste nummer Chains of Pride’ geeft ons plots hoop. Hier werd blijkbaar wél aandacht aan de zang besteed. Daarbij wordt hier bewezen dat zanger Die over talent beschikt.  

 

Waarom dat dit talent niet uitgespeeld wordt bij de andere songs is mij een raadsel. ‘Dying Every Night’ is dan weer op het randje. Gitaren, drums en bas staan als een huis. De productie valt best mee.

 

Origineel? Neen. Maar wel stevige Rock ’n’ roll. Hier zat veel meer in.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

Astodan – Bathala.

 

Dit is een Belgische band die uit vijf leden bestaat. Drums, basgitaar en drie(!) gitaren. Wat zeker om heel wat muzikale vernuftigheid vraagt om dit met elkaar te combineren zonder chaos te creëren. En dat lukt hen aardig. Toch zijn er heel wat synths te horen. Deze band brengt instrumentale postrock. Deze plaat is de opvolger van ‘Ameretat’. Hun sound kan je een mix noemen van “If These Trees Could Talk”, Pg.lost, Toundra en AmenRa

 

Er staan zes nummers op en duurt ongeveer zesenveertig minuten. De songs zijn één voor één werken die alle typische klanken voor dit genre bevatten. De studio-engineer heeft een prachtproduct afgeleverd. De gitaristen Bert Quinten, Nick Buelens en Tim Moens zorgen voor een muur van geluid die op geen enkel moment het basgitaarwerk van Tom Verryken  en de drums van Tom Overloop naar de achtergrond verwijzen.

 

Je hoort de opbouwende nummers  evolueren van atmosferische soundscapes naar explosieve uitbarstingen waarbij je kippenvel krijgt. Opener ‘Hukluban’ start met synths om na een minuut plaats te maken voor gitaargetokkel met basgitaaraanslagen. Na twee minuten valt alles in. ‘Katalonan’ kan je best vanuit je luie zetel beluisteren. Iets kalmer en in de vierde minuut vallen alle instrumenten in.

 

Likha’ is het langste nummer op de schijf. Je bent zoet voor meer dan elf minuten. Alle songs hebben dezelfde kenmerken: opbouwen naar een climax om vervolgens opnieuw te beginnen. Daar is niks mis mee. Het is zeer avontuurlijk. De songs zijn gewoonweg prachtig.

 

Emotie en drama gaan hand in hand. Dit is topklasse die je volgens mij het best beleeft met een kwalitatieve hoofdtelefoon in een duistere omgeving.  

 

Ik popel om deze band live aan het werk te zien. En het liefst in een zaal.

 

 

Ik blijf het herhalen: grote klasse!

 

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

DRUMS ‘N’ GUNS – Hail Hail

 

Deze Drum ‘n’ Guns zijn landgenoten. De band heette ooit Mogul en de stijl lag in het stonerrockgenre. Anno 2020 is er dus een andere naam én een andere stijl. We horen hier een mengelmoes van rock ’n roll, punk, indierock en wat new-wave.

 

Het eerste wat opvalt is dat het vooruit gaat. Negen van de elf songs zijn up-temponummers wat niet wil zeggen dat de overige twee traag zijn. Met de opener Foot Up Your Ass’ krijg je meteen wat je verder mag verwachten. Goede gedreven songs met cleane gitaren (= no distortion) en aparte akkoorden. De leadzang lapt geregeld de toonhoogte van de gitaren aan zijn laars en komt daar goed mee weg. In ‘Oceans Splits In Two’ verrast hij zelfs met hoge uithalen. De titelsong Hail Hail’ is iets trager en is weird. Prisoner In Tide’ is een stuwende song met dreunende bas en drum tot ongeveer halfweg. Dan valt het stuwende weg en bas en drum brengen een sterk staaltje samenspel met op de voorgrond mooi gitaarwerk met echo-effect.  Een uitschieter.

 

De vreemde eend in de bijt blijkt ‘Nubian Lions’ te zijn. Het ondersteunende drumwerk komt pas na anderhalve minuut de song uit zijn startblokken duwen. ‘Vermin Plant’ zet er vaart achter en met de aanwezige roffelsnaredrum krijg je de indruk dat het sneller en sneller gaat. Met het zeer variërende ‘Split Second’ wordt er afgesloten. Ons Belgenland heeft er een straffe band bij. ‘Hail Hail’ is het bewijs. Hopelijk mogen we deze talentvolle band gauw op een podium zien. Als het dit jaar niet lukt door bijvoorbeeld één of ander virus, volgend jaar dan zeker.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

Mirek Coutigny - The Further We Ventured  (4/5)

 

“Dergelijke muziek staat niet open voor interpretatie, het eist het van jou als denkend mens”

 

Ik leerde Mirek een klein jaar geleden kennen met zijn eerste EP ‘Revisions #1’ en ik ben meer dan verheugd dat er een vervolg gekomen is op het Coutigny verhaal: ‘The Further We Ventured’. De titel spreekt voor zich. Dit is een verderzetting van zijn melodieuze reis. Mijn mening is zowat dezelfde als bij zijn eerste plaat: prachtige muziek die een sterke sfeer schept, met een betekenis die iedereen zelf kan invullen. Mirek opent enkel de poorten naar zijn tuin en laat ons zelf de ruimte om op ontdekkingstocht te gaan. Over een ongelofelijke groei na de eerste plaat kunnen we niet echt spreken, omdat die debuutplaat al zo sterk doordacht en gedefinieerd was. We kunnen wel spreken over een vervolg op het al sterke verhaal, dat nu een nieuwe wending neemt. Waar ‘Revisions’ voor mij een jeugdige introductie was, bevat ‘The Further We Ventured’ de acceptatie en wijsheden van de middelbare leeftijd, wat ook zeer duidelijk wordt in de opbouw van de plaat.

 

De EP opent met ‘Colorful Danger’, een rustige opbouw naar wat komen zal. Bij ‘Atlas’ valt de sluier van dit hoofdstuk verder af om bij het derde nummer, ‘The Stairs’, helemaal tot zijn recht te komen. Dit is voor mij zijn magnum opus. ‘Atlas’ laat ons nog reflecteren over het verleden, terwijl ‘The Stairs’ ons een terugblik geeft op een leven dat al voorbij is, met al zijn positieve en negatieve facetten. Tegelijkertijd is het de acceptatie van wat is en nog komen zal. Het laat een nostalgische en melancholische indruk op mij na. Deze plaat is meer dan een grown-up fase. Ze bevat al levenswijsheden. Met het nummer ‘Ripples’ voel ik me alleen maar gesterkt in mijn analyse.

 

Het is moeilijk om een review te schrijven die nummer per nummer vertelt wat je kan horen. Deze muziek is een verhaal die voor iedereen anders zal klinken en ingevuld zal worden. Wat wel vast staat, is dat deze reis je zowel rust als bezinning zal bieden. Iets wat we in Covid tijden goed kunnen gebruiken. Dit is muziek voor de denkers en de dromers.

 

Ik hef het glas op Mirek en zijn collega’s en het meesterwerk dat ze gecreëerd hebben. Terwijl de song ‘Safe Grey’ nog na zindert in mijn hoofd, kan ik enkel nog afsluiten met de vraag: What’s next? 

 

This is The Odd Man saying: Blijf in uw kot en luister hier naar, ze zeggen dat het gezond (verstand) is.

Meer lezen...

 

Big Fat Toddlers - Beach Toddlers  (4/5)

 

“Ik kijk er al lang naar uit om deze review te schrijven... 8==D - - - (.)(.)”

 

Op 15 februari van het jaar van Corona tintelde mijn piemel. Ditmaal niet doordat mijn vrouw haar radio begon te spelen, maar door de nieuwste plaat van mijn favoriete onderbroekenlol-band ‘Big Fat Toddlers’. ‘The Kings of piemelpop presenteren ‘Beach Toddlers’, de follow-up van ‘Space Toddlers’. Deze prachtige plaat weet het niveau van zijn voorganger te overstijgen zonder in te boeten aan infantiliteit. Bovenop de gekende smaakmakers werd deze plaat overgoten met een ska-sausje, waardoor we dit toch wel de friet rombout van de Belgische platen mogen noemen. Deze caloriebom die smaakt naar cardiale complicaties en er uit ziet als culinaire kots maakt mij even gelukkig als een South Park-marathon!

 

De plaat opent met ‘Friday Night’. Deze perfecte opwarmer voor wat we de komende 22 minuten en 11 seconden mogen verwachten, bevat terug een sterke Rancid/Offspring-vibe waarin alle elementen perfect gebalanceerd zijn. ‘East End’ bouwt lekker verder op dit elan en geeft ons een waar party-nummer dankzij de trompetten en het peppy drumbeatje. Hiermee gepaard brengen ze een romantisch intermezzo, wat dit nummer tot één van de beste van de plaat maakt. Hierop volgt het korte ‘Ssii’, een nummer dat het perfecte tempo aanstuurt om te masturberen voor een poster van Nina Derwael in spreidstand. Vanaf 0.50 minuten barst dit nummertje orgasmisch open met een kleverige poster tot gevolg. Dit hoeft trouwens niet per sé Nina te zijn, Maggie mag ook (des goûts et des couleurs, on ne discute pas mijn beste gore-vrienden).

 

Iets verder botsen we dan op de eerste single van de plaat, ‘Snowman’, een catchy Blink-ish (Dude Ranch era) nummer met een echte meezinger als refrein. Over het nummer ‘Pita’ heb ik niet heel veel te zeggen: zoals het etenswaar zelf, hoe zatter je bent, hoe meer je het kan appreciëren. Doet me denken aan ‘Death Metal Pizza’ van ‘Jared Dines’. Ik ben geen superfan, maar snap de noodzakelijkheid. Het nummer ‘69’ was een vanzelfsprekende aanvulling aan deze berg van volwassenheid. Leuk allemaal, maar rond het midden van de plaat begint de vis iets minder fris te ruiken. Laten we duidelijk zijn, de plaat is zot! Zalig! Hemels! Maar het verliest toch een beetje kwaliteit na het midden. Gelukkig hebben ze met ‘Pirate Punk’ de paal recht getrokken en de vis gespoeld, want dit visje ruikt naar een ochtendboeketje van verse pintjes aan de toog. Om nom nom nom!

 

I can only say: “They did it again!” Machtige plaat, vooral voor wie nog steeds Tom Greens ‘Freddy Got Fingered’ in hun top 10 van beste films ever heeft staan. De albumhoes is terug een easter egg hunt en hadden ze nu enkel nog een nummer geschreven over de “Blue Waffle” en deze dan ook lekker opgedragen aan mezelf, hadden ze de volle 5/5 gekregen. Any-whore, zalige plaat. Deze band wordt door mij al hoger in het vaandel gedragen dan mijn jeugdidolen Blink 182, and that is saying a lot. Een dikke proficiat en de kleuters en zet deze zeker op repeat!

 

 

This is The Odd Man saying: fap fap fap fap...

Meer lezen...

 

TONIGHT WE STAND – New World Disorder

 

Dit is het debuut voor deze Italiaanse band. Ze brengen een mix van death- met modern metal.

 

De plaat verschijnt op vrijdag 13 maart 2020. Is dit goed of slecht nieuws? Dat laat ik in het midden. Feit is dat deze plaat twaalf songs bevat en het er zeer heftig aan toe gaat.

 

De plaat start met een intro die als filmmuziek bij een horrorprent niet zou misstaan. Daarna volgt Phobia. Een hakkende gitaar ondersteund door synths met koorsamples en dubbele basdrums. De leadzang gaat van brulzang naar cleane zang, naar schreeuwzang. ‘Darkest Times is snel en met brulzang. Een stuk trager gaat het met End Of The Road’. Schreeuwzang wordt afgewisseld met cleane zang en het refrein klinkt ietsje poppy. Er volgt een supersnel tussenstuk waarvan ik niet begrijp welke meerwaarde dat geeft. In iedere song is de dubbele basdrum aanwezig en dat is lastig en vermoeiend luisteren. Er staan twaalf nummers op de schijf en het moet gezegd: niets blijft bij mij hangen. Er wordt technisch gehakt en zeer snel gespeeld dat men de song over het hoofd ziet.

 

De schijf sluit af met IWRYWFA. Aanvankelijk dacht ik dat het om een hidden track ging maar na één minuut stilte wordt dan toch afgetrapt met ..een tikkende huisklok. Na twee minuten getik breekt de hel los en volgt supersnelle deathmetal.

 

Deze schijf is niet het ideale geschenk bij uw eerste ontmoeting met uw aanstaande schoonmoeder.

 

Guido Grymonprez.

 

Meer lezen...

 

Gomorra – Divine Judgement

 

Deze vijfkoppige Duitse band brengt een eerste schijf uit die bol staat van agressieve trash.

 

Na de intro Canaan’ , wat gitaargetokkel met effect, krijg je meteen een lel tegen je oren: Gomorra’. Supersnelle trash met sporadisch wat Maidenachtige twingitaren. Het stemgeluid en stijl van zanger Jonas Ambühl heeft veel weg van de oude Crimson Glory. Veel octaafverschillen tegelijkertijd. Bij ‘Hope For The Righteous’ kom je in de eighties terecht.

 

Alles klinkt snel door de dubbele basdrums. Een verademing komt er met Out Of Control’. Het ritme, de gitaarriff en melodie doet u onmiddellijk denken aan een Dio-song. In Flames of Death en ‘Brother, We Are Damned’ zijn de dubbele basdrums alweer present.

 

Deze schijf telt elf songs en wordt afgesloten met alweer een supersnelle trasher: ‘Never Look Back’. Gomorra houdt er van om het trashgeweld een twist te geven met een melodieus iets. Dat kan zowel van de gitaren of van de leadzang komen. De productie is af. De plaat verschijnt in april 2020.

Benieuwd hoe dat live zal klinken.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Candlemass – The Pendulum

 

Kijk eens wie terug is.

 

Onze Zweedse doomvrienden van Candlemass.

En we mogen het letterlijk nemen. We hebben o.m. oprichter bassist-songwriter Leif Edling, gitarist Mats Björkman en zanger Johan Langquist in de gelederen. Die kerels waren er in de eerste bezetting bij in 1984.

 

De plaat dan.

The Pendulum’ is de opener en is een up-tempo doomsong met zeer sterke zang. Snakes of Goliath is een weerspiegeling van Sabbath’s Electric Funeral (Paranoid). Zelfs de versnelling middenin ontbreekt niet. Sub Zero’ is een akoestisch gitaarmelodietje dat iets meer dan één minuut duurt.

 

Anderhalve minuut duurt Aftershock’. Een uitstapje enkel met basgitaar. Hét nummer op de schijf is ‘Porcelain Skull’. Een zeer sterke song met een prachtige zanglijn. Kippenvel.

Afsluiter is ‘The Cold Room. Een tripje met enkel een akoestische gitaar en wat synths. Gelukkig van korte duur: ongeveer anderhalve minuut. Het is goed dat Candlemass terug is. Wat NIET goed is dat deze schijf amper 19:04 minuten muziek geeft.

 

Zes songs waarvan drie die maximum anderhalve minuut duren. De verhouding muziek – kostprijs is niet in verhouding. Jammer.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

Victories At SeaEverybody's Lost And All I Want Is To Leave  (3.5/5) 

 

‘Victories At Sea’ (zeker niet te verwarren met ‘Victory At Sea’ uit Boston), is een band uit het Britse Birmingham met een uitgesproken sound die (zoals ze zelf beweren) een gebalanceerde combo is tussen weerkaatsende gitaren en elektronische haakjes. Ze hebben net hun tweede plaat uit: ‘Everybody’s Lost And All I Want Is To Leave’, het vervolg op hun debuutplaat ‘Everything Forever’. De titel van hun nieuwste album is, net als de Brexit-onderhandelingen, veel te aanslepend. Gelukkig is de inhoud er van veel aangenamer en stoppen daar zowat alle gelijkenissen.

 

Wanneer je de plaat beluistert, waan je je in een zweverige droom, een reis van melancholische gevoelens tot gelukzalige geruststelling. Deze droom start met ‘When The Dark’ (toepasselijk), een dromerig en tegelijk krachtig nummer dat iets weg heeft van een verfijnde Feeder en zeker en vast niks te maken heeft met sodomie. Voor wie deze band nog onbekend terrein is, zal na het horen van dit meesterwerkje al snel verslaafd zijn. De eerste single ‘Quiet House’, die al sinds vorig jaar op Spotify te beluisteren was doet dan eerder denken aan een instumentaal Editors-nummer in combinatie met de eigenwijze stem van de zanger.

 

Het nummer ‘Breath Slowly’ zou dan weer van de hand van Matt Berninger (The National) kunnen zijn en zal je niet enkel helpen met gecontroleerd ademhalen, maar ook je hoofd laten bobben in de juiste ritmische beweging. Ik moet zeker extra lof geven aan dit lied, de centrale parel van deze Dior-ketting. Met hun tweede single ‘Ice Data Centre’ laten ze dan jammer genoeg enkele steken vallen. Deze song is voor mij eerder een plaatvuller die snel verveelt en een wat ordinaire indruk achterlaat. Je kan het niet barslecht noemen, maar dit nummer staat met zijn verstoorde balans toch wat in de schaduw van zijn voorgangers. De plaat komt pas terug op dreef met het nummer ‘Exit’, waarin een consistent tokkelde gitaar de droom begeleid naar het epos der epossen!

 

De plaat sluit af met ‘In My Head’ waarin een robuuste, maar geruststellende piano de geraspte zang begeleid naar een zacht afscheid.

 

Wat ben ik blij dat dit pareltje nog door de barsten van de Brexit-deal is gekropen. Ik sta ervan versteld zo’n veelzijdige, eigenzinnige sound te horen, tot je even wat research doet en beseft hoe groot en divers de music-scene van Birmingham is. Dan is het enkel nog logica. Mijn buikgevoel zegt, naast het feit dat ik honger begin te krijgen, dat we deze band meer en meer zullen horen aan deze kant “of the pond”. Wees dan liever de wind voor. Zo kan je op een hautaine manier zeggen dat je al fan was van voor ze mainstream waren! You twat!

 

This is The Odd Man saying: John Michael “Ozzy” Osbourne is ook afkomstig van Birmingham.

Maar dat is hij vast wel vergeten.

Meer lezen...

 

LOWRIDER – Refractions

 

Dit is het tweede full album van de Zweedse stonerrockers. De band ontstond in de jaren ’90. Een EP verscheen in 1999 en een full album ‘Ode To Lo’ in 2000. Dit album werd opnieuw uitgebracht in 2002 en kreeg toe meer aandacht. Nu is er dus ‘Refractions’. De plaat opent met ‘Red River’, een  bluesy rocker waarin meteen het prachtig combinatiewerk opvalt.  Alles klopt gewoon. Schitterend gitaarwerk met wah-wah effect en helemaal los van structuren die we gewoon zijn. Gewaagd en geslaagd. ‘Ode To Ganymede’ start rustig tot na 1’30” de drive de bovenhand neemt. Na 2’40” wordt niet meer gezongen en volgt nog meer dan 4’ muziek. Gitaren!

 

‘Sernanders Krog’ is een up-temponummer met ruwe klaagzang en een lekkere drive. Na 3’ valt het drumritme weg om te hernemen na 4’ maar een stuk trager. Dan volgt opnieuw gitaarwerk om duimen en vingers af te likken. De gitaarmelodie duurt tot het einde van de song die 8’14” duurt. Let op het fantastisch werk van bas en drum. Wat een song.

 

‘Ol’ Mule Pepe’ heeft een doomy start maar na 48” hebben we opnieuw een swingende drive. Alle zangpartijen bevinden zich in de eerste helft van de song.

 

‘Sun Devil’ is een instrumentaal nummer in mid-tempo. Alweer een indrukwekkend samenspel van deze heren.

 

De plaat sluit af met ‘Pipe Rider’. We zijn vertrokken voor 11’25. Mid-tempo en bij momenten een knipoog naar Kyuss. De gitaarmelodie blijft in uw hoofd hangen.

 

Dit is stoner van de bovenste plank. De songs hebben eigenzinnige structuren. De drums zorgen hier niet alleen voor het ritme. Het is tegelijkertijd een frontinstrument. Alles klikt. Ik vermoed dat deze schijf hoog zal scoren in de lijstjes.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Stereoseat – Heavenly Creatures (3.5/5)

 

Vorig jaar kregen we de single in de bus. Nu is er het nieuwe album ‘Heavenly Creatures’.

 

Dit Vlaamse viertal,  Tom Van Dorpe (gitaar/zang), Maarten De Meyer (keys), Jelle Lefebvre (drums) en David Van Glabeke (gitaar) zijn geen onbekenden in de muziekscene. David was actief bij Kenji Minogue, Jelle bij Celestial Wolves, Maarten bij Vive La fête en Tom bij Chrome Yellow.

 

De muziekstijl  moet je zoeken ergens tussen Raketkanon en Ministry. Zeker wat de sound betreft is er een ferme knipoog naar Raketkanon.  Maar dan zonder de extreme wendingen. Er wordt afgetrapt met ‘Waltz’. Een sterke midtempo song en zeer variërend qua opbouw.  Dan volgt Sluthead’, de eerder besproken single. ‘Secret Hell’  is zeer strak en volgepropt met synths. Mooi melodieus refrein. ‘Wigs’ heeft ferme ritmewisselingen en zou een écht Raketkanonsong kunnen zijn maar dan zonder geschreeuw. ‘Landskin’ is Raketkanon ten voeten uit. Bij ‘Sittard’ ga je eigenlijk de ruimte in, in plaats van naar Sittard. Na 3’30” word je omvergeblazen en wordt de song in een gedreven ritme terug naar de “ruimte” geloodst. 

 

Persoonlijk vind ik ‘November’ een topnummer. Vette gitaren en drumpartijen in tegenritme. ‘Arcade’ is een instrumentaal nummer met goed gitaarwerk . Na 2’30” neemt de song een vreemde wending. Het wordt stil met wat gepraat en gitaargetokkel. Bij ‘Shiver’ neemt de Hammond de bovenhand. De prijs voor de gekste structuur gaat naar ‘Out Of Tune’. Aparte song. ‘Retard’ heeft vreemd gitaargetokkel met mooie zachte zang. Dit blijkt een intro te zijn voor ‘Coda’ . Dit nummer heeft een zeer speciale sfeer zonder drumbeat. Spacy.

 

Heavenly Creatures barst van de kwaliteit. Een zeer goede sound en opname. Retestrak. De synths en gitaren vormen één geheel in een eigen sound. Deze schijf vind ik uitermate geslaagd omdat het geschreeuw achterwege is gebleven. Topschijf.

 

Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

Dyscordia – Delete/Rewrite (4,5/5)

 

Control-Alt-NOT-delete

 

Metalbands van eigen bodem die een maand voor datum het bordje volzet aan de deurklink van De Kreun kunnen hangen, zijn op één opgestoken devilhorn te tellen. Dyscordia deed dit met dezelfde vingers in de neus en dat voor de tweede keer op rij. In 2016 werd hun vorige plaat ook al met een straffe releaseparty gevierd in de Kortrijkse concertclub. Hun laatste pronkstuk Delete/Rewrite staat bol van de onuitwisbare strepen edelmetaal vastberaden om de fanbase, die stilaan de proporties van een volgzaam Romeins legioen heeft, nog wat aan te dikken.

 

De titeltrack opent de debatten, en hoe. Na een onheilspellende intro krijgen we een ontbolstering die zijn gelijke niet kent. Deze loeier van formaat blijft meteen hangen en onthult bij iedere luisterbeurt een nieuw blinkend laagje. Het uiteenlopend stembereik van zanger Piet en gitarist Fane rollen als een kat-en-muis-spel uit de boxen. Bij This House en het daaropvolgende Rage komt de band thuis. Deze twee tracks delen met de regelmaat van de klok rake klappen uit en zijn beide vintage Dyscordia. The Curse Of Mediocracy sluit op zijn beurt met gemak de beste songs van de plaat. Het gepassioneerde gitaarspel en de afwisselende vocaliteit blijven deze hoogoven vol zware metalen aanstoken.

 

Merry Go Round kan op zijn beurt met enige vaderlandse trots naast het betere werk van pakweg Insomnium en Amorphis gezet worden. Het oude kermisdeuntje als in- én outro zorgt voor extra cachet en sfeer. Ook Castle High en The Cards Have Turned blijven hoog spel spelen. Waarom makkelijke platgetreden paden kiezen als de complexe composities ook een weg naar het collectieve metalgeheugen vinden!? Dat is het Dyscordia-devies waar de band tegenwoordig de vruchten van plukt. Onder welke steen moet je als metalfan geleefd hebben als je de potentiële progressie van dit hardwerkend zestal gemist hebt?

 

Met de langste loeder van het pak wordt de eindsprint ingezet. Silent Tears begint als een pakkende ballad naar de 80’s-normen van Journey, dartel en raak tegelijk. Tot Fane halverwege zijn granieten keelgat opentrekt en het gesmeerde samenspel het keurmerk Dyscordia op deze track brandmerkt. Geen traantjes maar een voldaan gevoel is ons deel na deze plaat. Sluitstuk Rise and Try zet de cohesie van dit geestig gezelschap nog een laatste maal in de verf. Deze keer doen ze het niet met hun beproefde recept van overdonderende gitaarlijnen overgoten met een explosieve mix van vocals. We eindigen namelijk tegen de stroom in met een stukje a capella, Dyscordia goes Voice Male en het resultaat mag er wezen.

 

Nu zaterdag te bezichtigen in een hopeloos uitverkochte Kreun. Later dit jaar krijgen de afwezigen een herkansing op de Waregemse Metal Day en natuurlijk ook op Alcatraz. Control-Alt-NOT-Delete, dit is een dijk van een schijf.

(BG)

Meer lezen...

 

Supersuckers – Play That Rock ’n Roll

 

Op 7 februari 2020 verschijnt het 13de (!) album van dit trio uit Arizona. De titel van het album liegt er niet om. ‘Play that rock ‘n’ roll’ is wel degelijk een rock ‘n’ roll album. Het album telt twaalf songs. De deur wordt ingetrapt met ‘Ain’t Gonna Stop’ een echt in your face rock ‘n’ rollsong. Een opener met een meerstemmig gezongen refrein en een heftige gitaarsolo die zich beperkt tot wat akkoorden in hoge tonen maar zeker niet minder krachtig. ‘Gettin’ Into Each Others Pants’ is een mid-temporoller. De zang zit in de lage tonen en de articulatie kan beter. De song zorgt niet om het woord (titel) bij de daad te voegen. ‘Deceptive Expectations’ is een stevige stamper. De zang wordt meermaals ondersteund door een tweede stem. De gitaarsolo steekt vol toffe effecten. Het refrein is alweer in samenzang. ‘You Ain’t The Boss Of Me’ is een kleine knipoog naar Status Quo maar nog meer naar Suzy Quatro’s Can The Can.

 

‘Bringin’ It Back’ is een zeer snelle rock ‘n’ rollsong en ‘Play That Rock ‘N’ Roll’ gaat de boogie-toer op. Er zijn meer cleane gitaren aanwezig. Deze song is een meezinger voor in de bruine kroeg. ‘That’s A Thing’ is een snelle song met punky inslag. Dit klinkt als een snelle ‘Mud’ song. (een legendarische Britse seventies pop-band) ‘Last Time Again’ heeft wat van een brave Motörhead

 

‘Die Alone’ is een mid-tempo rock ‘n’ rollsong met punky voice. ‘Dead Jail Or Rock ‘N’ Roll’ is een cover van Michael Monroe. Een snelle partysong.

 

Kijk eens aan: een cover van Warren Zevon weliswaar geschreven door Allen Toussaint ‘A Certain Girl’. Sorry jongens maar dit is een overbodige track. ‘Ain’t No Day Like Yesterday’ is de afsluiter. Het traagste en langste nummer op de schijf.

 

‘Play That Rock ‘N’ Roll’ is geen schijf om aan één stuk te beluisteren. Het komt te veel op hetzelfde neer. Er mocht meer aandacht worden besteed aan de leadvocals. De refreinen worden altijd gezongen door meerdere stemmen en bestaan meestal uit enkele slagzinnen. Deze band is duidelijk een partyband.

 

Guido Grymonprez.

Meer lezen...

 

The Wonder Stuff - Better Being Lucky (3/5)

 

Deze Britse band werd opgericht in 1986. De band werd tussen 1994 en 2000 op non-actief gezet om dan plots een compilatiealbum op de markt te brengen (Love Bites and Bruises) . In 2016 verscheen hun voorlopig laatste werk, het album 30 Goes Around The Sun. En nu zijn ze terug met hun negende studioalbum ‘Better Being Lucky’. De band heeft over de jaren heen zomaar eventjes twaalf formatiewissels ondergaan. Hun muziekstijl blijft ongewijzigd. Licht verteerbare rock-pop met een duidelijke Britse eightiesstempel. Miles Hunt (zang, gitaar)en Mark Thwaite (gitaar) zijn het meest betrokken bij de composities.

 

De opener ‘Feet To The Flames’ is een catchy song en duidelijk bedoeld om de hitparade te bereiken. ‘Lay Down Your Cards’ is een mid-temposong en klinkt meer nineties. Enkel het gebruik van de synths en elektrische viool voelt anders aan. ‘Don’t Anyone Dare Give A Damn’ is een prachtige song met zeer gevoelige zanglijnen en klinkt toch poppy. Dit zou een hit moeten worden.

 

‘No Thieves Among Us’ is een heuse rocksong dat start met een sterke gitaarriff ondesteund door dreunende drums. Het refrein is dan weer poppy maar brengt de kwaliteit van de song niet in gevaar. Alweer prachtige zanglijnen. De titeltrack ‘Better Being Lucky’ brengt u zo terug naar de eighties. ‘Bound’ is iets sneller en zeer melodieus. De samenzang valt op.

 

‘It’s The Little Things’ is een mooie gedreven song waarbij het gitaarwerk wordt bijgestaan door sterk vioolwerk dat nooit overdrijft. Mooi solootje trouwens. Tijdens het refrein wordt het ritme verdubbeld. ‘When All Of This Is Over’ brengt mooie samenzang op een roffelritme. De synths nemen de bovenhand. The Guy With The Gift’ start met een hammondklank en een akoestische gitaar die onmiddellijk wordt bijgestaan door de viool. Een ballade met een apart ritme en mooie melodie.

 

‘Let’s Not Pretend’ is een typische eightiessong. Zo herkenbaar.

De plaat sluit af met ‘Maps & Direction’ . Deze song wordt ingezet met akoestisch klinkende gitaar, lichtjes versterkt en mooi toetsenwerk.

 

Het werk van The Wonder Stuff wordt gekenmerkt door mooie gitaarlijnen en dito zang. De synths en viool zijn alom aanwezig en tillen de songs naar een hoger niveau. De eighties-sound is niet weg te denken. Namen noemen is lastig maar laat het ons houden op: een ferme knipoog naar The Human league meets Cock Robin. Wél zeer mooi afgewerkt.

 

Guido Grymonprez.

 

Meer lezen...

 

Phil Campbell - Old Lions Stil Roar (3/5)

 

Ex-Motörhead gitarist Phil Campbell is terug en deze keer zonder zijn Bastard Sons. Voor zijn nieuwe album ‘Old Lions Still Roar’ heeft Phil enkele gastzangers/muzikanten uitgenodigd zoals o.m. Leon Stanford . Deze geweldige singer-songwriter mag samen met Phil de plaat starten met ‘Rocking Chair’, een geweldige song. Hier druipt de kwaliteit van songwriting er van af. Enkel gitaar en zang. Gewoonweg top!

‘Straight Up’ is andere koek. Dit up-temponummer start met een sterke rockgitaarriff. Zanger met dienst is Rob Halford. Dit is rock van de bovenste plank. Geen Judas Priest screams maar lekkere volle zang. Ben Ward, zanger van Orange Goblin mag ook aantreden. Dit nummer heeft een boogietoets maar krijgt na een dikke twee minuten een geweldige schop tegen het achterwerk om dan iets later terug in boogiemodus te eindigen. Yes!

 

‘Swing It’ is een rock ’n rollsong met Alice Cooper als zanger. Hier hoor je het verschil tussen Britse en Amerikaanse rock ’n roll. Je vindt al gauw een slagzin in het refrein verwerkt. Nev MacDonald van de band Skin mag zijn strot lenen aan ‘Left For Dead’. Een ballade waarbij de schurende stem van Lev perfect past. Phil geeft zijn gitaar de volle laag. Mooie solo. ‘Walk The Talk’ krijgt de stem van Nick Oliveri. Hij is het meest bekend als basgitarist bij Kyuss en Queens Of The Stone Age. Hij hanteert een totaal andere zangstijl dan de voorbijgangers op deze schijf. De song is hard en ruig. Speciaal.

 

Dee Snider mocht blijkbaar ook niet ontbreken. Hij mag ‘These Old Boots’ zingen en dat doet hij met verve. Een typisch dreunende rock ’n rollsong waarbij zijn stem en zangstijl perfect past. Zijn stijl bij dit nummer doet mij denken aan wijlen Buzz Shearman van de legendarische Amerikaanse band Moxy. De gitaarriff kon zo van de hand van Ronnie Montrose zijn geweest. Sterk.

 

‘Dancing Dogs’ wordt gezongen door Whitfield Crane van Ugly Kid Joe. En dat hoor je meteen. Deze song is totaal Ugly Kid Joe.

 

De band Skindred mag zijn zanger Benji Webbe uitlenen voor de ballade ‘Dead Roses’. Mooie stem. De plaat eindigt met ‘Tears From A Glass Eye’. Een rustig instrumentaal nummertje waarbij geen slagwerk aan te pas komt en we een andere Phil horen. Een waardige afsluiten van een lekkere harde rockplaat.

 

Guido Grymonprez.

 

 

 

Meer lezen...

 

 Your Highness – Your Highness

 

Dit is een Belgische metal-sludgeband uit regio Antwerpen. De band werd opgericht in 2011. Ze toerden reeds door Europa en deden bij ons verschillende festivals aan zoals Groezrock, Pukkelpop en Graspop. Deze schijf start met ‘Devil’s Delight’. Een aanstekelijke riff waarbij de drums invallen met geroffel en de song verder zet met een snel ritme. De brulboei met dienst laat zich opmerken. Het snelle ritme wordt in de refreinen onderbroken door het drumgeroffel. De song heeft een korte gitaarsolo die best meevalt. De roffeldrum gaat over in mokerslagen naar het einde toe. Heavy stuff!

 

The flood’ is een mid-temponummer waarbij in de tussenstukken melodieuzer gitaarwerk aan te pas komt. De gitaarsolo heeft een mooi wah-wah effect. Na dit alles volgt een passage met cleane gitaar voor opnieuw alle registers worden opengezet. ‘Born Anew’ start met geroffel op de rand van de snare-drum bijgestaan door cleane gitaar. Wanneer de rest van de band invalt volgt er een gedreven ritme. De song heeft een mooi solootje met twin-gitaareffect. ‘Black Fever’ heeft een trage start met een cleane gitaar die regelmatig opduikt verder in de song. Na vijf minuten gaat de storm wat liggen maar na twee minuten valt alles opnieuw in. ‘To Wood and Stone’ is eigenlijk een mix van de voorgaande nummers. Alle ingrediënten zijn aanwezig.

 

Na ongeveer drie minuten valt alles wat stil om na één minuut ondersteund te worden door de zang. ‘Little to Relate’ heeft een start met bas en drum maar na vijftien seconden valt alles in. Deze song heeft een gedreven tempo. Mooi melodieus gitaarwerk. ‘Rope as a Gift’ start op volle snelheid. De song heeft een sterke gitaarsolo van ongeveer anderhalve minuut. Daarna wordt de snelheid naar het einde toe nog wat opgedreven. Afsluiter ‘Kin’s Blood’ is het langste nummer van de schijf. (14’14”) Deze song start als een soort filmmuziek voor een western. Na vijf minuten volgt er een stille, trage passage met geluiden en onregelmatig ritme. Na tien minuten krijgt de muziek opnieuw de bovenhand. Er wordt ferm gehakt op de snaren om naar het einde toe over te gaan naar akoestisch gitaargetokkel.

 

Deze schijf staat vol loodzware metal-sludge toestanden met een brulboei van een zanger die in ieder nummer zijn stempel drukt. De gitaarklanken hebben een seventiesgeluidje ondersteund door ferme distortionpedaal. De schijf is goed opgenomen.

 

Voor de liefhebbers.

 

Guido G.

 

Meer lezen...

 

Michael Monroe – One Man Gang

 

Deze Fin heeft al heel wat watertjes doorzwommen. Uiteraard is Hanoi Rocks een mijlpaal. Deze band legde het bijltje er bij neer in 1985. Plots dook Hanoi Rocks opnieuw op in 2002. Samen met gitarist Andy McCoy werkte Michael Monroe aan nieuw materiaal. Er werden drie albums uitgebracht tot de band er mee ophield in 2009. Monroe hield zich nog wat bezig met allerlei projecten tot in 2010 The Michael Monroe Band werd opgericht. Deze band bracht twee studioalbums en één live-registratie uit. Deze albums deden het zeer goed in Noord-Europa.

 

Nu is Michael terug met een nieuw album ‘One Man Gang’. De opener ‘One Man Gang’  is een aanstekelijke supersnelle punksong. Tijdens het refrein wordt het ritme gehalveerd en gesteund door samenzang. ‘Last Train To Tokyo’ is een up-tempo glamrocksong met poppunkrefrein maar het blijft boeien. ‘Junk Planet’ start even snel met een dreunende bas en mondharmonica. Dit is een pure rock ’n rollsong. ‘Midsummer Nights’ start een versnelling lager. Een popsong met hoog meezinggehalte. ‘The Pitfalls Of Being An Outsider’ is poprockpunk zoals we het van de man gewoon zijn. ‘Waysted Years’ neigt wat naar southern rock ’n roll. De mondharmonica duikt opnieuw op maar gelukkig nooit overdreven. ‘In The Tall Grass’ is een soort mix van een Bon Jovi met Foo Fighterssong. Een up-temporitme onderbroken door toevoeging van stille passages waar de zang op de voorgrond treedt. ‘Black Ties and Red Tape’ start supersnel en mindert ietsje vaart tijdens het refrein maar het blijft vooruit gaan. ‘Hollywood Paranoia’ is een dertien in een dozijn rocksong. ‘Heaven is a Free State’ start met een deuntje met blazers op zijn Mexiaans. Een zwalpende uptemposong. De blazers blijven verrassen. ‘Helsinki Shakedown’ is een knipoog naar de gitaarriffs van Foo Fighters. ‘Low Life In High Places’ sluit de schijf af. Met een beetje fantasie kon deze song van de hand van onze The Scabs zijn. Deze song heeft geen glam- of punkgehalte. Jammer van de vervelende zanglijn die het nummer naar het einde leidt. Overbodig.

 

We kunnen besluiten dat zo goed als alle songs op deze schijf een groot poppunkgehalte hebben met een dikke glamsaus er bovenop. Live zal dat zeker gesmaakt worden. Party!

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

My Dog Is Radioactive - E.P. More Than This

 

Dit trio is afkomstig uit Leuven (B) en brengt een soort indierock waarin je o.m. The Wombats en Jimmy Eat World kan onderbrengen. Hun geluid is loepzuiver en perfect opgenomen. Hun single ‘Stay’ kan zo op de radio worden gedraaid. Dit is voer voor zowel Radio 1 als Studio Brussel. De samenzang is af en in combinatie met de muziek komt de song volledig tot zijn recht.

 

Idem voor ‘Home’. Een song met een refrein dat onmiddellijk in uw hoofd blijft hangen. En alweer een topopname. Klasse. De ineenvloeiing van de verschillende klanken is subliem.
Hun E.P. More Than This verschijnt op 30 oktober 2019 en heeft naast de bovengenoemde singles ook nog ‘More’ die een intro blijkt te zijn voor ‘Chase’ waarbij alle registers worden opengegooid.
Tijdens de zangpartij wordt het gitaargeweld wat naar de achtergrond geduwd zodat de basgitaar de perfecte ondersteuning kan geven. De effectjes op de backings zijn een meerwaarde voor het geheel. ‘Run’ start met keyboards en klinkt poppy. De zang wordt opnieuw ondersteund door de basgitaar en wat synths om dan tijdens het refrein de volledige band te laten losbarsten.

 

Dit is duidelijk een kenmerk in hun songs.

 

‘Stay’,’Chase’ en ‘Run’ zijn up-temposongs. Bij ‘Home’ wordt nog een versnelling hoger geschakeld maar er is nooit gevaar dat de band de controle verliest.

 

Dit is tot in de puntjes afgewerkte brave rock ’n roll. De opnames kunnen m.i. niet worden verbeterd. Hopelijk krijgen deze kerels een eerlijke kans op de radio.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Michaël Schenker Fest – Revelation

 

Eén van de beste muzikale producten ooit uit Duitsland verrast ons met een nieuwe schijf. ‘Revelation’ is een soort collectief muzikaal gebeuren waarin alle zangers die ooit in Michaël Schenker Group actief waren hun steentje bijdragen. Opener ‘Rock Steady’ start als een balade maar gaat snel over naar een matige rocksong waarin Gary Barden, Graham bonnet, Robin McAuley en Doogie White worden voorgesteld. Hun leeftijd heeft blijkbaar weinig impact op hun stem. Het refrein stelt niet zo veel voor dan enkel wat samenzang in slagzinnen gevolgd door een korte gitaarsolo waarmee het nummer ook eindigt.

 

Bij ‘Under a Blood Red Sky’ wordt het gaspedaal ingedrukt. Doogie White neemt hier de leadzang voor zich. “Silent Again” houdt de snelheid aan. Robin McAuley haalt makkelijk de hoge noten. Een lekker rockende song met een zeer melodieus refrein. Bij ‘Sleeping With The Light On’ zijn alle zangers opnieuw actief. Een tragere song en wat de opbouw betreft werd er goed geluisterd naar Whitesnake. Het gitaarwerk is uiteraard subliem. ‘The Beast In The Shadows’ schakelt onmiddellijk in hoge versnelling. Hier worden de oude tradities van hardrocksongs in ere gehouden. ‘Behind The Smile’ heeft een start zoals Ierse folklore. Maar dat geldt enkel voor de intro. Doogie White zingt zoals het hoort in dit genre. Gary Barden mag aantreden in ‘Crazy Daze’ . De piano van Steve Mann komt regelmatig op de voorgrond tijdens de aanloop naar het refrein. Een traditionele rocksong.

 

‘Lead Your Astray’ is een snelle rocker waar Robin McAuley nogmaals laat horen in welke vorm hij zich bevindt. ‘We Are The Voice’ is nog een stuk sneller. Doogie White is Rock ’n Roll! En de motor blijft op volle toeren draaien bij ‘Headed for the Sun’. Graham Bonnet zingt hier een prachtige melodie op zijn dooie gemak. De vier zangers nemen samen ‘Old Man’ voor hun rekening. Een trager footstompin’ ritme. De gitaarriff is een knipoog naar AC/DC. ‘Still In The Fight’ is alweer supersnel met zeer melodieuze zang van Graham Bonnet. ‘Ascension’ is de afsluiter van de schijf waar Michaël alle registers opentrekt. En hij heeft het voor het zeggen want er komt geen zang aan te pas. ‘Revelation’ brengt niets nieuws onder de zon. Het is Britse melodieuze hardrock met achterhaalde zangpartijen en té eenvoudige refreintjes. Gelukkig maakt het gitaarwerk veel goed en op zijn vierenzestigste is Michaël nog steeds top.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Feeder - Tallulah  2.5/5

 

“Feeder is van Wales?”

 

Het meerendeel van de bierbuik-dertigers van vandaag zullen zich de band Feeder voornamelijk herinneren dankzij het Playstation 2-spel ‘Gran Turismo 3’. Niet lullen. Iedereen had wel een kopie of kende iemand die er eentje had (samen met Fifa’98). Geen excuus dus om niet te weten waar ik het over heb... Tenzij je die zielige loser was die niks kreeg van mams en paps natuurlijk... Nu, back to topic!

 

Feeder heeft al heel wat meer uitgebracht in de jaren na ‘Buck Rogers’, maar in mijn ogen en oren hebben ze de platen ‘Echo Park’ en ‘Pushing The Senses’ nooit kunnen evenaren in kwaliteit. Met een nostalgische hoop dat deze Welsh-mannen me terug zouden brengen naar de jaren zonder werk en hypothecaire lening, beluisterde ik hun nieuwste studioplaat ‘Tallulah’; de twaalfde al in het rijtje. Jammergenoeg hebben ze mijn wens amper voor de helft kunnen verwezenlijken. De eerste twee nummers van de plaat zijn structureel wel vast, maar voelen levenloos en lui aan. Een goedkope mix en weinig lagen zorgen hier voor de ondergang. Vanaf ‘Daily Habit’ is van de goedkope sound gelukkig niks meer te merken. Toch komen de nummers bijlange niet in de buurt van het oude kwaliteitswerk. Net zoals mijn jeugdliefdes Blink 182 en co, die niet de juiste evolutie konden maken tijdens hun carrière, moet ook deze band weten wanneer hun tijd gekomen is.

 

Gelukkig konden ‘Fear Of Flying’ en de titelsong ‘Tallulah’ de plaat nog doen drijven en redden van de verdrinkingsdood der verveling. Vooral ‘Tallulah’ klinkt meesterlijk en origineel. Een volwassen Muse-like nummer waar de Feeder-kern nog in te herkennen valt. De zang danst mooi rond de tokkelende gitaarriff en de ritme-sectie weet hoever ze kan gaan. Een must-listen!

 

Een andere song waar ik het nog over wil hebben is de vreemde pekingeend ‘Kyoto’. Het nummer begint als een soort Mad Max Fury Road-gebrul, slaat na 27 seconden over in een sterk experimenteel nummer, om dan op 52 seconden te switchen naar het gekende Feeder-werk. Dit alles nog eens herhalen en er een vette bridge in plakken en we hebben het nummer ‘Kyoto’. Ik kan niet toegeven dat ik het echt mooi vind, maar het heeft zeker en vast mijn interesse geprikkeld en daarom kan ik het wel appreciëren. Is dit de experimentele kant die Feeder op gaat? Een noodzakelijke evolutie voor toekomstige platen om relevant te blijven? Who knows...

 

This is the odd man saying: God zij dank voor de deliberaties! 2,5/5

Meer lezen...

 

Leo Kottke - My Feet Are Smiling (4/5)

 

“Leo, Leéeooo... Iedereen houdt zijn bakkes wanneer Leo Kottke speelt!”

 

Tot op heden zijn er twee momenten geweest dat ik stikjaloers was op mijn vader. De eerste keer wanneer hij erfde van zijn dode ouders en de tweede keer toen hij met pensioen ging. Dat laatste is enkele weken geleden gebeurd, uiteraard met bijhorend feest. Een aangenaam gesprek met de rijpere overburen resulteerde als snel in een uitwisseling van muzikale kennis. Er rezen echter enkel vraagtekens wanneer de desbetreffende vrouw het over ‘Leo Kottke’ had. De dame kwam al snel aandraven met een live EP van Kottke, getiteld ‘My Feet Are Smiling’ en de opdracht om die zeker eens te beluisteren.

 

De matig amusante hoes gevuld met 180 gr vinyl bleef even onaangeroerd bij mij thuis liggen, tot ik besliste om er toch maar eens werk van te maken. Met mijn ‘Swiffer Duster’ in de hand legde ik de plaat op. Wat volgde was een ongeswifferd huis en een stomverbaasde, kersverse Kottke-fan in de zetel.

 

Tweemaal heeft deze plaat van kant A naar B gedraaid. De gitaarkunst van Leo, een duidelijke fingerpicking stijl die zowel blues, jazz als folk bevat, is zo veelzijdig als de emoties van een vrouw tijdens de menopauze: van dromerige Dylan-riffs tot top bottleneck gespeel waar zelfs Seasick Steve nooit aan zal kunnen tippen. De focus ligt duidelijk op het muzikale en de bron waar deze rivier ontspringt, ligt vast ergens in de buurt van de delta blues. Soms worden we getrakteerd op een honingzoete stem, die ons het gevoel geeft dat we in een western beland zijn. En dit allemaal door een gast die gedeeltelijk doof werd, toen hij als kind wat te dom deed met een firecracker. Liefste kinderen, speel dus enkel met die dingen als je een goede gitarist wil worden (no guarantee though). *

 

‘My Feet Are Smiling’, dat het levenslicht zag in ‘73, start met ‘Hear The Wind Howl’. Een prachtige nummer die mij aan de zetel kluisterde. Andere parels die mijn Swiffer twee uur lang op dezelfde tegel lieten liggen zijn ‘June Bug’, een soort funky Seasick Steve-ish nummer, ‘The Fishermen’ (één van de beste 2:43 minuten van mijn leven!), waar Eddie Vedder waarschijnlijk de volledige soundtrack van ‘Into The Wild’ op baseerde en ‘Easter’. Het razendsnelle vingerwerk is op sommige momenten echt verbazingwekkend. Zijn echtgenote is vast gelukkig met dit talent, als je begrijpt wat ik bedoel. Indien niet geef ik je een hint: Finding Nemo.

 

Leo Kottke heeft nog tot 2005 platen uitgebracht. Ik heb dus nog veel luisterwerk voor de boeg. Ik geef je alvast ‘My Feet Are Smiling’ om te ontdekken. Mijn advies: play, listen, turn and repeat. Voor de digitale luisteraars, gewoon repeat is voldoende.

 

This is The Odd Man saying: If your feet start smiling at you, go see a dokter. Get professional help.

 

* Dump Magazine is niet verantwoordelijk voor wat je debiele nageslacht uitvreet. Don’t blame us. Leer die mormels zelf opvoeden, achterlijke trut.

Meer lezen...

 

The Dead Daisies– Locked and Loaded

 

 

Dit is het zesde album van de band. Het gaat hier om een album vol covers met zowel live als studiowerk.  Door de jaren heen zijn er heel wat muzikanten de revue ‘The Dead Daisies’ gepasseerd. Op dit album zijn er in totaal tien muzikanten te horen die ooit of nog deel uitmaken van de band. Het album staat bol van rock ’n roll, bluesy hard-rock en een paar gewaagde versies van songs van supersterren.

 

Het album opent met ‘Midnight Moses’ van The Sensational Alex Harvey Band. Alex Harvey schreef deze song in 1969 en verscheen op het album ‘Framed’.  Het is een goede versie. Een volle sound en een sterke drive compleet met percussie in een goede productie. ‘Evil’ is origineel een bluestrack geschreven door Willie Dixon in de fifthties. Howlin’ Wolf maakte het nummer bekend. Het is een mid-temposong waarbij naar het einde toe het gaspedaal wordt ingedrukt. ‘Fortunate Song’ wordt vandaag de dag nog steeds live gebracht door de creëerder John Fogerty zelf. Met zijn toenmalige band Creedence Clearwater Revival werd dit uitgebracht in 1969. Het is een typische rock ’n rollsong. De intro werd iets gewijzigd. Er wordt geopteerd voor een volle bas en drum. Geen slechte keuze.  De spelvreugde van de gitaristen valt zeker op.

 

 ‘Join Together’ , origineel van The Who, wordt gebracht met groot enthousiasme.  Mooie stemmetjes overigens.  Het meezingmoment op het einde lijkt me overbodig.

 

 ‘The Beatles’ konden niet ontbreken. ‘Helter Skelter’ is een krachtige bluesrocker met headbangersgehalte geworden. Mooie versie.  Als je The Beatles selecteert mogen The Rolling Stones niet ontbreken. ‘Bitch’ ,te vinden op het album ‘Sticky Fingers’  uit 1971, rockt als de beesten.  ‘American Band’ is een livesong en ook te vinden op hun album ‘Live & louder'. Het is origineel van Grand Funk Railroad. Deze song heeft een hoog meezinggehalte en van iets mindere kwaliteit.

 

Hier zijn The Beatles terug! ‘Revolution’ was een b-kant van hun single ‘Hey Jude’. Persoonlijk vind ik deze versie niet geslaagd. Het origineel had iets swingend en dat vind ik hier niet terug. Het wordt zelfs ietsje vervelend.

 

Nog een livenummer: ‘Rockin’ in the Free World’, origineel van Neil Young. Deze versie is apart. De band wordt bijgestaan door het Poolse Gorzów Philharmonic Orchestra. Zestig muzikanten rijk. De aanwezigheid van het orchestra valt het meest op tijdens het refrein. Het klinkt allemaal een beetje rumoerig maar het is een mooi aandenken aan dit Woodstockfestival in Polen in 2017.

 

Er wordt afgesloten met een ultiem livenummer: ‘Highway Star’ van Deep Purple. Een registratie uit Zagreb tijdens hun Live & Louder-tour 2017.

Deze ‘Locked and Loaded’ is twijfelachtig. De studioversies van de covers zijn best te pruimen. Stuk voor stuk sterke producties. Ik had liever meer studiowerk dan liveregistraties op deze schijf gehad. Maar de bedoeling is duidelijk: aantonen dat The Dead Daisies een échte liveband zijn en hun  optredens een feest.

 

Guido Grymonprez

 

 

 

Meer lezen...

 

Thy Art Is Murder – Human Target (4,5/5)

 

Agressie verheven tot kunstvorm

 

Het laatste decennium is er heel wat overgewaaid vanuit het machtig mooie land Australië. Het paradijs bij uitstek voor backpackers heeft naast zijn beeldschone natuur en energieke steden op muzikaal vlak uiteenlopende kalibers van formaat in de aanbieding. En dan hebben we het voor één keer niet over de AC/DC’s en INXS’s van deze wereld maar over de vele edelmetalen die Down Under, iets dieper onder het oppervlak van al wat mainstream is, gedijen.

 

We leerden Thy Art is Murder voor het eerst kennen toen ze samen met Architects in 2016 in het voorprogramma van Parkway Drive geposteerd stonden om de kolkende massa van een uitverkochte AB op te warmen. Begin dit jaar mochten ze dit kunstje nog eens overdoen in Vorst Nationaal en hadden we ons al iets meer verdiept in het vijftal. Deze vegetariërs weten dat er eerst eieren moeten gebroken worden voor de omelet kan gebakken worden. Na vier dijken van platen is Human Target hun vijfde schot in de roos.

 

De titeltrack, die in april als voorsmaakje op ons werd afgevuurd, opent de debatten. Zanger CJ McMahon vliegt er met de twee voeten vooruit in en laat zijn rauwe vocals schuren in ons gehoorkanaal. Ook Death Squad Anthem en Make America Hate Again, die vooraf gelost werden, behoren reeds tot het betere TAIM-gerief. Om extra aandacht te genereren werd die laatste op de 4th of July als een kleurrijke vuurwerkpijl afgeschoten. Thy Art verheft agressie moeiteloos tot een kunstvorm en bewijst dat deathcore very much alive and kicking is. Atonement en Voyeurs into Death missen hun doel niet en slaan vrijwel meteen aan. Het is overduidelijk dat McMahon en zijn gevolg het volhardende instinct hebben van een kudde wilde dingo’s en nog lang niet aan het einde van hun latijn zitten. Deze band is wereldwijd door zowel collega-muzikanten als festivalorganisatoren zeer geliefd. Human Target zal daar met zekerheid een overdonderend gevolg aan breien.

 

Op vrijdag 9 augustus zal TAIM Kortrijk onveilig maken met hun passage op Alcatraz. Check et ut.

(BG)

Meer lezen...

 

Ed Sheeran - N0.6 Collaborations project    3/5

 

Wie nog durft ontkennen dat een roodharige dwerg die goud schijt bestaat, heeft blijkbaar nog nooit van little Ed Sheeran gehoord. Die gast is zo rijk als de zee diep is en getalenteerder met zijn mond dan Hot Marijke! Voor alle duidelijkheid, ik zinspeel hier op Ed’s zangtalenten, niet zijn zuigtalenten. Nu, back to topic... Ed heeft een indrukwekkend en veelzijdig repertoire. Waar ik in de vroege dagen vooral fan was van zijn diepe en treurige nummers als ‘A-Team’, die je achterlaten met kippenvel, moet ik ook bekennen dat zijn 2017-plaat met ‘Shape Of You’ vanuit een popstandpunt pure genialiteit was. De plaat werd overal, en terecht ook, plat gespeeld en nog steeds vervelen de nummers niet. Je mag me dus een stiekeme fan noemen van de man die, als je Stu Bru’s ochtendprogramma mag geloven, in de laatste drie jaar vanwege zijn roem geen brood meer kon gaan kopen bij de bakker. Well crap on a dead hooker!

 

In 2015 bracht den Ed een leuk, klein plaatje uit, ‘No.5 Collaborations Project’. Hij heeft sindsdien nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij zich hier nog wel eens aan wilde wagen en dat is er nu ook eindelijk van gekomen. ‘No.6 Collaborations Project’ staat, met een dubbele kwantiteit in vergelijking met zijn voorganger, mooi tussen zijn discografie. Jammergenoeg met een cover zo saai als missionaris op Valentijn. Any-Ginger... Zoals iedere morbide obese persoon met een half binnen gewerkte éclair er kortademig zou uitlullen: “Het is de binnenkant die telt!”.

 

Het merendeel van de artiesten op de plaat ken ik van toeten noch blazen (dat zal aan mijn gezegende leeftijd liggen), maar namen als bitchy-Bieber, Skrillex, Eminem, 50 Cent en Bruno Mars deden toch wel een serieuze bel rinkelen. Deze grote variëteit aan artiesten zorgen dan ook voor nummers die sterk wisselen qua stijl en kwaliteit en een plaat die ongetwijfeld iedereen een beetje zal boeien, maar nooit helemaal (een beetje zoals all-season banden). Vanuit business perspectief is dit natuurlijk een geniale zet. De nummers die mij het meeste konden prikkelen waren ‘Blow’ (met Bruno Mars en Chris Stapelton), dat lekker hard gaat, het amusante ‘Remember Me’ (samen met Slim Shady en halve euro), maar bovenal ‘Best Part Of Me’ (feat. YEBBA) maakt duidelijk dat gingers wel degelijk een ziel hebben. Het Justin Bieber-lied heb ik gemeden als de afwas... I have principles...

 

Een leuk plaatje, maar het bevat geen gouden ei-schijtende, cash-generende meestersongs die hem tot een klasse A-ster maken. Ed wou dit overduidelijk ook niet. Deze plaat was gewoon voor de fun, net zoals mijn reviews.

 

 

The Odd Man out!

Meer lezen...

 

Whitesnake – Flesh & Blood

 

Een nieuw Whitesnake album en een tour in 2019. David Coverdale heeft zich laten omringen door muzikanten met een sterk muzikaal verleden. O.a. in de gelederen: drummer Tommy Aldridge (Black Oak Arkansas, Ted Nugent, Pat Travers, Ozzy, Gary Moore, Thin Lizzy…), Reb Beach (Winger, Dokken..), Joel Hoekstra : (neen, geen Nederlander) deze Amerikaan was gitarist bij Cher, Nightranger en Trans Siberian Orchestra.

 

Het album ‘Flesh & Blood’ lonkt naar de Amerikaanse markt. De teksten van alle songs gaan over liefde, verliefdheid en relaties. Uw maag zou er van keren. Typisch aan de songs is dat de refreinen of slagzinnen  veel te soft overkomen en het nummer sterk verzwakken. ‘Good To See You’ is een mid-temposong en start met een sterke riff. Het refrein is meerstemmig en melig. Een korte krachtige gitaarsolo redt de opener. ‘Gonna Be Alright’ is opnieuw een mid-temposong die opent met een gitaarriff die ietwat vreemd is voor een Whitesnakesong. Jimmy Page verleende zijn medewerking. Topriff. De meerstemmige backingzang doet de song geen goed. In het hitgevoelige ‘Shut Up & Kiss Me’ is Coverdale alweer verliefd. Het ritme is sneller en de song leunt het meest aan bij de jaren 80.   

 

‘Hey You’ (You make me rock) is een slow-temposong dat muzikaal knipoogt naar Sabbath en voor de zang naar Def Leppard. Bij ‘Always & Forever’ is Coverdale alweer verliefd (wat dacht je?) en drukt dit uit in een hitparadegevoelige poppy song. ‘When I Think Of You’ (Color me Blue) is meer van hetzelfde maar iets trager. ‘Trouble Is My Middle Name’ is een nummer over een relatie. (??) Over vrouwelijk gezelschap met een hoek af. Het refrein bestaat uit meezingzinnetjes. De titeltrack ‘Flesh & Bones” is een bluesy mid-tempo song met alweer een meerstemmig refrein (waarom toch?).

 

In ‘Well I Never’ is geen gitaarriff te bespeuren. De song wordt ondersteund door gitaar akkoorden. Het refrein (ik word er moedeloos van!) is alweer een meerstemmig melig gedoe.  ‘ Heart Of Stone’ is een slow-bluestune. De gitaarsolo redt de song. ‘Get Up’ start verrassend met bluesy getokkel die omslaat in een snelle rock ’n rollsong. Spelbreker zijn de oh..oh..oh-stemmetjes op de achtergrond.

 

‘After All’ heeft geen slagwerk. Een akoestische gitaar met wat synths en rustige zang maken dit geheel tot een adempauze. ‘Sands Of Time’ gaat over twee personen op hetzelfde moment geboren  maar ver van elkaar verwijderd zijn. De wind en het zand brengt daar verandering in. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Verder is dit een beukend slow-temposong met een poppy refrein. De bonustrack ‘Can’t Do Right For Doing Wrong’ is een rustige slow-bluesy tune. De tweede bonustrack ‘If I can’t Have You’ is traag met agressieve blueszang en een te zacht refrein. Verder op de schijf nog 3 remixen van ‘Gonna Be Alright’, ‘Shut Up & Kiss Me’ en ‘ Sands Of Time’.

 

Er is heel wat werk verricht in de studio. Coverdale klinkt ‘anders’ .Benieuwd hoe dat live overkomt.

 

Persoonlijk had ik meer verwacht van dit Whitesnake. Kwaliteit van de songs (arrangementen) én de erbarmelijke teksten stellen mij teleur. Volgende keer beter. 

 

Rev: Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

Carneia – Voices Of The Void (5/5)

 

This is Carneia!

 

Drie jaar na hun vorige EP Symmetry of Mind worden we bij Voices Of The Void op een uitgebreider rondje Carneia getrakteerd en wat voor één. De band bestaat tien jaar en kon doorheen de jaren en positiewissels een stevige live-reputatie opbouwen. Ook bij de release van deze schijf worden de optredens binnen en buiten de West-Vlaamse provinciegrenzen opgevoerd. De kansen om hen in levende lijve aan het werk te zien, liggen voor het grijpen, wat ons betreft een absolute aanrader. Zoals Carnea 2500 jaar geleden een groot festival was voor de Spartanen, is deze nieuwe verschroeiende schijf van Carneia een feest voor de zintuigen, met het gehoorkanaal voorop, van iedere metalliefhebber.

 

Voices Of The Void begint strakker dan de getuite lippen van Daniel Craig (aka James Bond). The Making Of The Universe is een ware metal-opus die inslaat als een bom. De gebalde kracht die ervan uit gaat is als een oorverdovende oerknal, conservatieve creationisten zouden ons durven tegenspreken maar tot op vandaag nog steeds dé nummer 1 in het maken van universa. Frontman Jan Coudron gromt als nooit tevoren en heft zijn stem naar een nog hoger niveau. Blood & Candy werd enkele weken terug al gelost als zoethoudertje voor de vele ongeduldige Carneianen onder ons. De pompende drumpartijen van Joppe Vandewalle doen ons bloed sneller stromen dan dat het geval was bij de sprint van ene van der Poel in de enige Nederlandse voorjaarsklassieker. Black Coffee is op zijn beurt dan weer helemaal iets anders maar minstens even goed. Het zwarte goud dat ons dagelijks bij het ochtendgloren mens maakt, wordt hier vervangen door onheilspellende sounds met prikkelende effecten. Uit goede bron vernamen we dat deze Twin Peaks-achtige tonen gestreamd worden uit het grote Thomas Combes-brein, ook wel de brede schouders waar het moederbord van Carneia op rust. Deze dreigende klanken luiden een drieste brok ongebreidelde energie in die gelijk staat aan een ad fundum van tien espresso’s. Daarna is The Hangman misschien nog de grootste shot cafeïne van de plaat. De riffs van Jille Vandromme houden hier op hun heerlijke hoogtepunt ergens het midden tussen Meshuggah en Tool. Na vier loeiers van tracks hebben ze bij Shadow Man wat rust verdiend in de lommer van een wiegende palmboom met een frisse pint bij de hand. Er wordt wat vaart geminderd om na deze goed afgemeten bocht bij Alter Ego nog eens, met het gaspedaal diep ingedrukt, verschroeiend uit te halen. We hebben nog gezocht in onze fichebak maar hier houden alle mogelijke gelijkenissen en parallellen met eender welke concullega of genregenoot op. We zouden nog een kaarsje willen branden in een Notre Dame naar keuze voor Jan want deze tour de force kan niet gezond zijn voor de stembanden. Op het einde krijgen we nog de meest atypische streep Carneia voorgeschoteld bij Anthem For The Wasted. Maar het zou niet de eerste keer zijn dat een solide song waarbij de band zich zijn comfortzone laat hijsen, kan laten uitstijgen boven zichzelf. Voices Of The Void is een dikke kanshebber op metalplaat van het jaar dat nog niet eens halverwege is.

 

‘This is not Sparta, this is Carneia!’ (bij voorkeur te lezen met een stoere koning Leonidas-stem met bijhorende gebleachte tanden en stoere plak-hipsterbaard)

(BG)

Meer lezen...
Page 1 of 7
Goto page: 1, 2, 3 ...