The Sore Losers - Gracias Senor
Soulfly – Ritual
Behemoth - I loved You At Your Darkest
Editors - Violence
Avenged Sevenfold - The Stage Deluxe edition
Cd-review: Stereophonics – Scream Above The Sounds
Agenda
29 NOV
The Dead Daisies
09 DEC
Clawfinger
13 DEC
Nits
29 DEC
Richie Hawtin - Kompass Club
11 JAN
Architects
26 JAN
Persistence Tour 2019
28 JAN
Monster Magnet
31 JAN
Massive Attack
03 FEB
Behemoth
20 FEB
Tears for Fears
Fotogalerij
Photo report: The Haunted
Photo report: The Haunted
Fun Lovin' Criminals 20 jaar debuutalbum.
Fun Lovin' Criminals 20 jaar debuutalbum.
Kasabian @ Vorst Nationaal
Kasabian @ Vorst Nationaal
Photo report: Dog Eat Dog
Photo report: Dog Eat Dog
King Kong Club
King Kong Club
Photo report: Sabaton
Photo report: Sabaton
Concert report: Cancer Bats -  De Kreun
Concert report: Cancer Bats - De Kreun
Photo report: Hardcore Superstar Michael Monroe & Chase the Ace
Photo report: Hardcore Superstar Michael Monroe & Chase the Ace
Concert report: Goose
Concert report: Goose
Concert report: 25 Jaar Den Trap
Concert report: 25 Jaar Den Trap
Photo report: Tjens Matic
Photo report: Tjens Matic
Concert Review: Giant Sand @ Het Depot - Leuven
Concert Review: Giant Sand @ Het Depot - Leuven
Photo report: Hellfest 2016
Photo report: Hellfest 2016
Photo report: Evil or Die Fest 2015
Photo report: Evil or Die Fest 2015

The odd man

Het grote sinterklaas complot


 

 

Het is weer bijna zover. De magische winterperiode waarbij alle mama's en papa's van de Benelux hun lieve, perfecte oogappeltjes een onzichtbaar “braaf zijn of anders krijg je de roe”-halsbandje kunnen aandoen. Op hun beurt stellen die voorbeeldige jongens en meisjes een peperduur, kapitalistisch lijstje op, dat de goede meneer Sinterklaas (Sint-Maarten in de Westhoek) zal brengen op voorwaarde dat ze het hele jaar door braaf zijn geweest. Zo kunnen ze triomfantelijk de ogen uitsteken van hun klasgenootjes die jammergenoeg tot de klasse der ‘helaasheid der dingen’ behoren en die zelfs omwille van de kansarme situatie helemaal geen lijstje kunnen maken omwille van de dure papierkosten! (De cara-pint-voor-sint staat daar echter vast wel iedere avond op de schouw.)

 

Ikzelf kijk nostalgisch terug naar deze periode vol pracht en praal, samen met mijn Action Man-helikopter, Thunderbirds-eiland en VHS-cassette van ‘The Lost World Of Jurassic Park’. Aan deze gloriedagen kwam echter abrupt een einde, zo rond mijn negende levensjaar. Ik kreeg het te horen van een mede gedupeerde klasgenoot. Andere kinderen kregen het te horen via een broer of zus. Nog andere kinderen vonden het opeens verdacht dat Sinterklaas Nike Air Classics droeg of kregen hun twijfels wanneer de goedheilig man al tien jaar lang bij opa op bezoek kwam terwijl opa telkens weer toevallig genoeg op de porseleinen droltroon zat.

 

Ikzelf had een ‘homeschooled’ vriendje, die op twaalfjarige leeftijd van mij te horen kreeg dat zijn geliefde Sint en Piet een verdomde leugen zijn van zijn ouders om hem mooi in het gareel te doen lopen als een hamster in zijn radje. Ik zag zijn laatste sprankeltje fantasie ontsnappen als een hevig flatuleus kontconcert na een intense Mexicaanse avond. En wie werd met alle zonden van Israël beladen? IK! Die klootzakken hadden hun bloedeigen zoon jarenlang voorgelogen, maar ik werd aanzien als de duivel in eigenste persoon. Where’s the logic in that?

 

Eénmaal dit infantiele kindercomplot aan het licht was gekomen, kwam natuurlijk al snel de vraag “wil dat dan zeggen dat we nu geen speelgoed meer krijgen?”. Gelukkig werden de meesten onder ons gerustgesteld met een positief antwoord. Face it, we waren allemaal kleine hoeren. Met het feit dat we werden voorgelogen konden we leven, zolang we nog cadeautjes kregen. Het resultaat is dat we ons jaren later als cooping mechanisme nog steeds volproppen met chocolade en nog maar eens onze VISA bovenhalen om nog meer kleren en andere brol die we eigenlijk helemaal niet nodig hebben te kopen. En dit allemaal onder de kutnoemer YOLO…

 

Je ouders hebben je bedrogen en belogen, terwijl jij zelf behoorlijk gestraft zou worden moest je hetzelfde doen. Hypocrisie ten top. Toch zal ik (en ik vermoed de meesten onder ons), wanneer ik gezegend ben met het wonder der reproductie, me ook schuldig maken aan dit bedrog. Waarom? Het is leuk voor de kindjes, maar als je er goed over nadenkt is het toch vooral plezant voor onszelf. Ik vind het fantastisch om alle sinterklaasboekjes te doorbladeren en mezelf in te beelden wat mijn 10-jarige geest in dit 30-jarige lijf zou vragen aan de heilige man (gelukkig niet Roger Vangheluwe). Daarbovenop mogen wij de avond ervoor, terwijl we ons volsteken met mariatjes, chocolade en piknikken, alles klaarzetten (wees nu eerlijk, stiekem spelen we zelf nog graag met die brol). Kindjes blij, mama en papa blij, middenstand blij, iedereen blij. Het is een vicieuze cirkel van christelijk plezier. Dat we ons kinderen ‘in’t zak zetten’, nemen we er graag bij. 

 

 

The Odd Man Out!

 

Meer lezen...

 

Tephrosis - Reform  (3.5)

 

No LSD needed. It’s trippy enough as it is!

 

De alom bekende Roger van ‘Doe-het-zelf met Roger’, sprak ooit de wijze woorden die weerklonken als waren het de filosofische gedachtenspinsels van Socrates himself: “Wat je zelf doet, doe je meestal beter!”. Een slogan die negentig procent van mijn generatiegenoten interpreteerde als een groen licht om massaal te gaan masturberen. Maar Kenji Olivier, een jonge knaap uit de Westhoek (enèh), waar zelfs de andere West-Vlamingen vragen voor ondertiteling, gaf daar als zijn alter-ego Tephrosis een iets productievere draai aan. Nee, hij heeft geen kut-vogelkastje gemaakt, maar zijn debuutplaat ’Reform’, een waardige opvolger voor zijn eerste muzikale onderneming, de ‘Clouded Minds EP’.

 

Wie/wat is die Tephrosis nu? Mijn waardige sletten en slettinnen wees niet bevreesd! Dit is niet weer zo’n nieuw en hip vegetarisch humusgoedje voor op dat gluten-kust-mijn-kloten-vrije brood. Kenji was voor zijn Tephrosis-project zanger van enkele Ieperse bands als ‘Somnium’, ‘Utopain Purpose’ en ‘Exit Hubris’. Wanneer deze hoofdstukken werden afgesloten, verdiepte hij zich in verschillende instrumenten en de kunst van het recorden. Het resultaat was een 100% puur progressief post-metal biefstuk, waarbij de zang zodanig schrok van de verkrachtende duisternis dat hij wegrende en nooit meer durfde terug te keren… ‘Tephrosis’, een one man instrumental band, was geboren.

 

In 2017 kwam zijn eerste EP, ‘Clouded Minds’, ter wereld. Het plaatje sprong al snel in het oog én het oor van Meneer F. Vanhee van ‘Dust & Bones Records’. Hij sprong met Kenji in de spreekwoordelijke zee om Tephrosis’ debuutplaat ‘Reform’ te baggeren.

 

‘Reform’ is een lichter en meer dromerig vervolg op de duistere en zwarte EP. Dit is ook het gevoel dat de artiest wil overbrengen. De plaat heeft voor hem een dubbele betekenis: enerzijds weerspiegelt het de evolutie van zichzelf en zijn project en anderzijds is het een creatie van een fictieve wereld, waarin de realiteit wordt hervormt en je wordt meegenomen in de droom der dromen. Dit alternatieve universum ontplooit zich tijdens het luisteren beetje bij beetje waarna je vervolgens zelf wordt hervormd. De cover van het album doet, nog voor je één noot gehoord hebt, al een deel van het werk.

 

De plaat werd mede gemixt door een goede vriend van Kenji, ‘Sir Freak’ (Bram Debouvere). De gitaren zijn fenomenaal en doen je met verstomming slaan wanneer je beseft dat dit het werk is van één enkele persoon! De drums zijn via keyboard ingebracht en digitaal getweakt. Dit is vaak duidelijk te horen, maar bij momenten klinkt het ook verbazingwekkend ondigitaal en kon de drum evengoed live zijn opgenomen met een akoestische drumkit. It blows my mind! Soms zijn er wel enkele imperfecties hoorbaar waardoor je merkt dat dit project nog in volle groei is. Deze zijn echter zeldzaam en vervagen snel in de droom waaraan je wil blijven vastklampen.

 

Het eerste nummer op de plaat, ‘Discoveries’, zet het album perfect in. De epische intro drukt je onder lichte dwang tegen de leuning van je stoel en maakt je duidelijk dat de droom begint en je deze reis niet zomaar kan afbreken. Tegen de tijd dat je dit beseft, wil je het ook niet meer. Je enige gedachten zijn nog: “Beam me up, Scotty!”.

 

‘Aphelion’ kon me dan wat minder bekoren, maar het volgende nummer, ’Defraction’, zorgde ervoor dat ik hier niet te lang kon over reflecteren en nam mij vlug verder mee in deze langzaam ontluikende fantasiewereld.

 

Het titelnummer ‘Reform’ is zijn positie meer dan waardig. Het is het nummer die de plaat ondersteunt en ook een goede voedingsbodem geeft aan de songs die volgen, zodat die optimaal kunnen groeien en bloeien. ‘Eclipse’, ‘Nova’ en ‘Collapsar’ laten ons zo nog verder in het konijnenhol glijden.

 

Helaas moeten dromen ook een einde hebben. ‘Departure’ staat je met zijn toepasselijke en welgekozen naam op het perron richting realiteit uit te zwaaien. Een rustige piano solo bouwt instrumentaal op tot de extase van een hartverscheurend afscheid. Het nummer zakt uiteindelijk weg in een stilte waarin je achterblijft met de vraag wanneer die juiste setting er zal zijn om wijselijk terug te keren naar deze droomwereld.

 

Voor de fans van het genre kan ik ‘Reform’ en zijn duistere broertje ‘Clouded Minds’ dus zeker aanraden. Je kan een duidelijke evolutie horen in het werk van Tephrosis en hopelijk ontwikkelt Kenji zich nog verder richting perfectie (terwijl alle gasten die het hele doe-het-zelf gedoe van Roger nog steeds mis interpreteren verder aan hun piet blijven snokken). Aan de creator vraag ik vriendelijk om te blijven hervormen, zodat wij kunnen blijven dromen in nieuwe en adembenemende dimensies die nog heerlijker zijn dan een Häagen-Dazs-momentje.

 

The Odd Man Out!

 

P.S. Can we get this on vinyl ?! ASAP!

 

Meer lezen...

 

Black Box Revelation – Tattooed Smiles (3,5/5)

 

Blues zonder rock

 

Net zoals The Black Keys maken Black Box Revelation na tien jaar een transformatie door. Enkel de nasale stem van Paternoster blijft onveranderd verder kwelen. Dat het na vier platen met twee soms te nauw werd, heeft er voor gezorgd dat Black Box Revelation op hun vijfde langspeler de composities met wat synths en orgeltjes aandikten. Tattooed Smiles is bijlange niet het magnum opus van Jan en Dries, maar er staan enkele songs ongeduldig klaar om zich te ontpoppen tot belpop-anthems.

 

Het eerste trio songs - Kick The Habbit, Blown Away en Mama Call Me, Please – zijn, tegen de natuur van Black Box Revelation in, heel afwachtend. De blues geeft voorlopig zonder veel rock de toon aan. Bij de titeltrack aangekomen, komt de plaat voor de eerste keer echt tot ontploffing. Een strakke riff tijdens de strofes, een knipoog naar één van de beste bands (The War On Drugs) van het moment en een energiek refrein. Meer is er soms niet nodig om simpele zielen zoals ons te bekoren. Wat deze schijf iets interessanter maakt dan de gemiddelde tricoloren rockplaat is een gastzanger met naam en faam. Niemand minder dan Seasick Steve keuvelt mee op Built To Last. Dit lied heeft potentieel en kan misschien een oh zo gedroomde internationale doorbraak forceren. Ook Yellow Belly en Damned Body mogen er wezen. Al wordt er hier ook niet in overdrive gegaan door de chef van de peleton, wat vroeger veel meer het geval is. Op het einde is er nog ruimte voor een streepje français op aangeven van Roméo Elvis. Dat maakt de kans dat Wallonië en grote broer Frankrijk ook overstag zullen gaan voor dit nog steeds oerdegelijke duo.

 

Black Box Revelation maakt deze keer geen vuist maar dient ons een zacht blueskussen aan om op een koele matin mee wakker te worden.

(BG)

Meer lezen...

 

Seasick Steve - Can U Cook?

 

Wanneer je de rocking, redneck hobo Seasick Steve voor het eerst live aan het werk hebt gezien, kan je je voor de rest van je leven perfect herinneren waar en wanneer dat was. Voor mij was dit op Pukkelpop 2010. Ik strompelde wat rond en besliste om maar eens een kijkje te gaan nemen naar de Main Stage. Er ging net een show starten van een voor mij nog onbekende artiest. Een blauwe vlag met een bebaarde man en onderschrift ‘Seasick Steve’ hing te wapperen in de warme middagzon. Een muffe (of zoals ze bij ons zouden zeggen “skoeftie”), bebaarde schooier met een samengeknutseld gitaartje kwam het podium op, gevolgd door een oude, langharige man met zwarte zonnebril, twee drumstokken en vermoedelijk voor 90% met artrose gevulde gewrichten. Licht geamuseerd kwam ik al dichter en toen de eerste noten weerklonken werden mijn trommelvliezen onmiddellijk gegrepen door één van Steves vishaken die mij zonder pardon naar dat podium toe trokken. Dit was voor mij dé Pukkelpop revelatie van 2010! (Toevallig genoeg speelde ‘The Black Box Revelation’ ook dat jaar, die, zoals je kan afleiden uit de naam, technisch gezien ook een revelatie waren).

 

We zijn nu jaren verder, maar Steve heeft, zoals bij vele mensen ongetwijfeld, nog steeds een speciale plaats in mijn hart en in mijn platencollectie. Eind september kwam zijn negende plaat uit en na het lezen van enkele lovende kritieken was ik laaiend enthousiast om mijn oren in te smeren met wat broodnodige blues tunes!

 

Wat ik gepresenteerd kreeg was echter teleurstellend.

De plaat is plat, saai, eentonig en heeft voor mij weinig dynamiek. Qua sound is het wel mooi afgerond, wat juist niet hoort te zijn voor Steve. Is hij depressief? Of is hij lui geworden? Er zijn wel enkele momenten waar mijn voetjes beginnen mee te tikken, maar die zijn zo zeldzaam als mijn spontane wil om te sporten. Begrijp me niet verkeerd. De nummers zijn ook niet volkomen slecht. Steve is en blijft een geweldige artiest, maar als ik deze nummers naast zijn oudere werk leg, missen ze die ‘gonads’, de zogezegde ‘kahoenies’, die Steve er altijd in gooide. (Je weet wel wat ik bedoel.)

 

Het eerste nummer is “Hate Da Winter”. En behalve een fluffy husky die gedropt wordt op de evenaar denk ik dat iedereen zich wel een beetje kan vinden in dit thema… Dit is naar mijn mening één van de betere nummers die de plaat te bieden heeft. Upbeat tempo dat er lekker invliegt, maar mij kon het helaas niet helemààl overtuigen om er volledig op ‘los te gehen’. Hopen dus maar dat het tweede nummer van de plaat mij wel zover zou krijgen… Doet het niet.

 

Op dan maar naar het derde nummer dat tevens ook het titelnummer is. ‘Can U Cook?’ is een nummer dat lekker start, maar ook weeral snel gaat vervelen. De angst slaat wat toe… Tot nu toe kan de elpee mij niet meenemen naar ‘Steve country’ aka ‘The Dog House’. Het vierde nummer op de plaat, ‘Last Rodeo’, kan dat dan weer wel (Oef). Vooral een leuk nummer als je meer aandacht geeft aan de tekst. Het is het verhaal van een wereld die te snel vooruit gaat voor zo’n oude rot als onze Steve. “When everything's electric, can't smell no gasoline. I guess it will be clean. Some say it's clean. What a world that will be. Just ain't for me.” Laat me toch wat lachen, maar tegelijkertijd laat het me ook denken: “Daar gaat dan de Groene fanbase van Steve!” But who cares. Me like. On to the next!

 

Het nummer ‘Chewin’ On Da Blues’ is een traag, slaapverwekkend nummer met weinig variatie. Het laat in 3:58 minuten meer melatonine vrijkomen dan het medicijnkastje van Pete Doherty.

 

Een nummer waarbij je merkt dat er toch wat werd geëxperimenteerd is ‘Lay’. Je hoort duidelijk een elektronische beat en mooie, cleane gitaar. Daardoor mist het echter weer dat vieze, vuile kantje waar ik zo van hou.

 

‘Locked Up And Locked Down Blues’ is er eentje waarvan het hoofdje toch nog eens gaat  schudden. Typisch Seasicks way of doing it. Het melatonine gehalte in de grijze massa gaat terug naar beneden; we worden terug wakker!

 

Maar het is te laat. De plaat sluit af met ‘Company’. Opnieuw een plat nummer waarin ik levendigheid mis.

 

Blijkbaar heeft Steve niet gelogen toen hij zong “You can’t teach an old dog new tricks”. Deze plaat brengt ons niet veel nieuws onder de zon en maakt mij ook niet warm om het op repeat te zetten. Hem onverschillig aan de kant gooien zou ik nu ook niet doen. Enkele nummers zullen wel in mijn Spotify-lijst komen en op de achtergrond spelen tijdens het autorijden. Sommigen zullen vast een leuke tijd beleven aan ‘Can U Cook?’, maar Seasick Steve heeft deze fan (ikke dus) niet aan zijn figuurlijke haak kunnen slaan met deze plaat. Ik kan alleen maar hopen dat Steve terug naar zijn oude, vuile kantje zal grijpen op zijn tiende studioplaat.

 

2.5/5

 

Odd man out!

 

 

Meer lezen...

 

Review: ‘Amir’ – Tamino          4,5/5

 

Hij was net 20 toen hij door het Zesde Metaal uitgenodigd werd op een Radio 1 sessie en een paar maanden was ook Studio Brussel eraan voor de moeite toen hij De nieuwe Lichting won. Ondertussen is Tamino 22, heeft hij al ettelijke zalen en festivals verbouwereerd achtergelaten, heeft DE Jonny Greenwood hem de hand gereikt en is er zijn langverwachte debuut, Amir… Ja verdimme!

 

Zijn uithalen raken ondertussen reeds enkele jaren gevoelige snaren. ‘Habibi’, het wonderlijke ‘Indigo Night’ en ‘Cigar’, de 3 singles werden (volledig terecht) platgedraaid en lieten iedereen vallen voor Tamino. Zeer hoge verwachtingen dus voor een knappe knaap van 22. Maar… hij lost ze volledig in!

 

Het album toont ook andere invloeden en lichte experimenten, wat het album rijker en volmaakter doen aanvoelen. Zo flirt ‘Sun May Shine’ met elektronica en bevat ‘So It Goes’ oosterse invloeden, die het nummer heerlijk doen voortkabbelen. Dat laatste mag geen zo’n verrassing heten gezien zijn roots (Egyptisch) en zijn begeleidingsband ‘Nagham Zikrayat’. Tussenin beide songs vinden we ‘Tummy’, een gedroomde nieuwe single! Een prachtsong waarbij je enkel je ogen dient te sluiten om te weten hoe het voelt om gelukzalig te zweven. Daarna lokt ‘Chambers’ je flirterig terug onder de mensen. Het klinkt aanstekelijk, weemoedig en had evengoed van Balthazar kunnen zijn… Een mens kan het slechter hebben!

 

Ook verder op het album sluimert hij in je ziel met warme, maar tegelijk weemoedige, donkere en slepende songs. ‘Verses’ begint vrolijk en had van Beirut kunnen zijn, maar Tamino maakt het dat tikkeltje kwetsbaarder. Zijn oosterse band doordrenkt ook het fantastische ‘Each Time’ met een mystiekere sound. En bij afsluiter ‘Persephone’ wordt zijn warme stem versterkt door perfect gekozen muzikale toetsen en atmosferische geluiden, waardoor je als een magneet naar dit juweeltje wordt getrokken.

 

Oh ja, en dan is er middenin nog ‘Indigo Night’. Zelden had een breekbaar nummer me zo in zijn grip.

 

 

Al kan dat eigenlijk van ‘Amir’ in zijn geheel gezegd worden ook.

 

 

Robbe Desmet

 

Meer lezen...

 

Alice in Chains – Rainier Fog

 

 

Hier is hij dan. De langverwachte derde schijf met William Duvall als leadzanger is uit. Hun vorige worp “The Devil Put Dinosaurs Here” dateert reeds uit 2013. Alhoewel, een leadzanger is er eigenlijk niet te bespeuren op dit werk. Samenzang met gitarist Jerry Cantrell is goed voor 90% van de songs. Die stemmen klinken perfect.

 

Wat de songs betreft ben ik helaas minder positief. Als neutrale luisteraar vind ik het allemaal een beetje van het goede teveel zeker wat de zangarrangementen betreft. Na één of twee luisterbeurten blijft het moeilijk om iets te herinneren. Er blijft ‘niets’ hangen in mijn hoofd. Misschien moet ik er meer tijd insteken. Ik geef niet op.

 

De productie is glashelder. Machtige gitaarsound en drums.

 

Het openingsnummer “The One You Know” is volledig van de hand van Jerry Cantrell en is geweldig. Strakke beat met een goed chorus. “Rainier Fog” is een typisch AIC-nummer. Midden in het nummer een versnelling lager om dan terug op volle toeren te eindigen. “Red Giant” heeft veel mee uit de Layne Staley-periode. Trager en diepe samenzang. “Fly” van de hand van Cantrell en Kinney (drums) heeft de ingrediënten van hun bescheiden hit “No Excuses” en “Heaven Beside You” uit “Alice In Chains”. “Drone” is een knipoog naar Sabbath-riffs en ritme. “So Far Under” is zo AIC (hallo, Phantom Limb?) dat het bijna een kopie is van zichzelf. Met de afsluiter “All I Am” ben je zoet voor 7’15” en kan je beluisteren vanuit je luie zetel.

 

Ik zal deze schijf persoonlijk zeker nog een kans geven. Ik heb te veel sympathie voor deze band.

 

Maar mijn eerste indruk staat hierboven.

 

 

Guido Grymonprez

Meer lezen...

 

Godsticks– Faces With Rage

 

Bij hun voorganger “Emergence” (2015) bestond deze band uit Wales nog uit een trio. Er is inmiddels een gitarist aan toegevoegd. Deze band brengt een soort power-prog. Alles wordt perfect strak gespeeld en is zeer variërend avontuurlijk. Ze beheersen hun instrumenten in volle zekerheid en dat hoor je.

 

Bij het openingsnummer “Guilt” krijg je onmiddellijk een inzicht wat je mag verwachten.

Perfect gitaarwerk tegen een muur van een ritmesectie. Om van te smullen.

 

“Hard To Face” is een versnelling trager, vol mooie gitaarloopjes en een prachtige zanglijn. Klasse. “Open Your Eyes” kon, met wat fantasie, op een ‘King’s X’ album hebben gestaan.

 

“We Are Leaving” is een zeer rustig nummer maar wat een parel. Het refrein is zo apart en blijft onmiddellijk in uw hoofd hangen. Onder het motto: variatie troef is “Angry Concern” een mooi voorbeeld. Een ongewoon drumritme die je toch weet te boeien en een zeer sterke melodielijn.

“Unforgivable” steekt dan weer vol technische hoogstandjes. De afsluiter “Fame and Silence” start met een funky baslijn en wordt halfweg verrassend mooi door een gitaarsolo om ‘U’ tegen te zeggen.

 

Het is duidelijk. We hebben hier te maken met een band die hoge toppen zal scheren in het proggenre. Hopelijk kunnen we ze snel live aan het werk zien en vooral horen.

 

Guido Grymonprez

 

 

Meer lezen...

 

Cd review: Interpol – Marauder   3/5

 

Interpol is een band die me zeer nauw aan het hart ligt. Ik leerde ze kennen (zoals bijna iedereen) met ‘Evil’ uit het heerlijke Antics. Maar het was vooral hun eerste worp, Turn on the Bright Lights, die me daarna volledig deed vallen voor het gezelschap rond Paul Banks. Ik was 14 en voor het eerst was goede muziek meer dan gewoon enkele goede nummers. De samensmelting van de ijskoude stem van Banks, de stuwende bas van Dengler en de warme, gloeiende gitaar van Kessler deed me muziek voor het eerst voelen, met als gevolg dat je een plaat moeilijk nog grijzer kan draaien. Sindsdien gaan hun albums in mijn opzicht van goed tot middelmatig en zijn ze, in mijn ogen, vooral gedoemd om vergeleken te worden met het ongenaakbare TOTBL. Ook voor dit album hoopte ik diep vanbinnen opnieuw met open mond te luisteren naar geniale moodpieces als ‘Hands Away’ en ‘Untitled’. One can only hope…

 

Met een uiterst objectieve kijk en zonder veel verwachtingen begon ik te luisteren. Het moet gezegd: het album is geregeld goed, bij momenten zelfs zeer goed! Maar slechts zelden ben ik even geprikkeld als bij hun transcendente debuut. ‘Marauder’ bevat enkele goede donkere Indie-rockers (The Rover, Complications) die het album in het begin een bepaalde drang en urgentie meegeven. Nog beter is Flight of Fancy dat gelijkaardig begint, maar in het tweede deel toch wat meer de hoeken van het genre opzoekt. Het daaropvolgende ‘Stay in Touch’ is waarschijnlijk het beste wat het album te bieden heeft. Het komt rustig opborrelen, wringt zich steeds weer in een bocht die je niet verwacht en op het moment dat het op ontploffen staat, brokkelt het weer rustig af om je verlangend achter te laten. Jammer genoeg komt die ongrijpbaarheid maar zelden opdagen en missen ze dat verrassende. ‘NYSMAW’ klinkt weinig creatief en is een afkooksel van enkele andere nummers van het album. ‘Surveillance’ klinkt geforceerd en ook ‘Party’s over’ is in hetzelfde bedje ziek. Het is een album met up’s and downs. Het toont een Interpol dat nog vlagen laat zien van hun eerste noten, maar het mist te vaak ideeën, sfeer en samenhang. Ze maken bij momenten nog sterke nummers, maar ze missen de magie van hun beginperiode.

 

Robbe Desmet

 

Meer lezen...

 

Dee Snider – For The Love Of Metal  4/5

 

De ex-frontman van Twisted  Sister smeedt het ijzer terwijl het heet is. Je kan hem geen ongelijk geven. ‘For The Love Of Metal’ is geproducet door Jamey Jasta, lead zanger van Hatebreed.

Wat krijgen we voorgeschoteld? Een typische Amerikaanse rock-metalplaat met songs die schematisch, op enkele uitzonderingen na, allemaal hetzelfde ingedeeld zijn.

Dat hoef je niet negatief te interpreteren. De fans lusten het wel. Makkelijk verteerbaar en afgewerkt.

Opener ‘Lies Are Business’ start geweldig en in hoge versnelling. De dubbele drums zijn niet constant aanwezig en maar goed ook. Het mag niet vervelen. Naar het einde toe wordt een versnelling lager geschakeld.

 

‘Tomorrow’s No Concern’ is een up-temponummer en een gedreven rock ’n rollsong.

’American Made’ start met een eenvoudige riff in your face! Zeer aanstekelijk maar jammer genoeg komt dat schemaatje weer opduiken.

Van ‘Become The Storm’ is er een promo-video uit. Dit nummer geeft U een idee hoe de plaat over het algemeen klinkt.

De titeltrack is iets apart en valt voor mij tegen. Maar smaken verschillen..

‘Roll Over You’ heeft een sterke riff en opnieuw worden de dubbele drums in toom gehouden.

De verademing blijkt ‘Dead Hearts (Love Thy Enemy) te zijn. De structuur is totaal anders en dit wordt benadrukt door de akoestische gitaren én de fluwelen stem (!!) van Alissa White-Gluz, zangeres bij Arch Enemy. Wat een talent.

 

We kunnen besluiten dat dit een goed klinkende productie is, een typische Amerikaanse metalplaat met de alomgekende twin-gitaren en zal inslaan tijdens live-optredens. Persoonlijk vind ik de stem van Dee té weinig variërend over de verschillende songs. Maar nogmaals: smaken verschillen.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

It It Anita – Laurent

 

It It Anita is een Belgische band uit regio Luik. ‘Laurent’ is hun derde werk na hun EP ‘It It Anita’ en ‘Agaaiin’ (CD).

 

‘Laurent’ staat bol van noisy garagerock dat potten kan breken in het alternatieve circuit. Gekke zangarrangementen, ongewone klankleur en rechtdoor/rechtaan.

 

‘Say No’ werd als eerste uithangbord gekozen voor de promotie van de plaat ‘Laurent’. Er is een officiële video van. ‘User Guide’ is een song dat de gehoorkanalen van menig rocker zal uitblazen. En het gaat vooruit. ‘Another Cancelled Mission’ en ‘God’  hebben dan weer een groot punkgehalte.

 

 ‘Denial’ is een soort mix van dEUS en The Breeders. Kort en swingend. ‘11’ is een noisy experimenteel werkje die live trek- en duwwerk zal ontketenen in de concertzaal. ‘Tanker 2’ bestaat uit twee delen. Het eerste deel is instrumentale doomnoise. Het aansluitende tweede deel bestaat uit een stille passage met akoestische gitaar, traag slagwerk en een vertellende vrouwenstem. Op het einde barst het geweld opnieuw los om snel uit te doven. Wat een contrast. Bij ‘Bored’ (and Outboard) neemt de snelheid wat af om dan over te gaan naar a wall of sound (Outboard).

 

Het is duidelijk dat hier aan gewerkt is. Bij ‘Laurent’ gaat men rariteiten niet uit de weg. Dat maakt It It Anita apart.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Kloot Per W. – Inhale slowly and feel..

 

Kijk eens aan: Kloot Per W met nieuw solowerk. Alhoewel? Nieuw? Dit zijn allemaal songs van en met Lou Reed uit zijn Velvet Undergroundperiode.

 

‘Claude’ heeft al heel wat muzikale watertjes doorzwommen. Ik herinner mij nog zeer goed de energievolle optredens van The Misters waar hij als bassist de lakens uitdeelde.  Hij werkte ook ooit voor Studio Brussel waar hij programma’s als Metalopolis samenstelde. Verder werkte hij met heel veel muzikanten samen in de Belgische rockscene.

 

En nu dus deze ‘Inhale slowly and feel’ . Een titel die niets aan de verbeelding toelaat.

 

De opener ‘Real Good Time Together’ heeft een groot post-punk rock ’n roll gehalte met een meezing Na Na Na. Gelukkig koos Claude voor een korte start van de plaat.

 

Het tweede nummer op de schijf ‘European Son’ . Claude mixt leuke klankeffecten van stem , gitaren en achtergrondsynths  en dit met een ferme knipoog naar de New-Wave van de jaren zeventig-tachtig.

 

De versie van‘Lady Godiva’s Operation’ kon zo van de hand van Nick Cave gekomen zijn.  ‘Foggy Notion’ is een bluesy rock ’n roll nummer met mooi gitaarwerk dat lekker swingt. Wijlen Reed zou gevleid zijn met dit resultaat.

 

Verder kunnen we kort zijn over deze schijf. Mooi herwerkt en goed gebracht. Met dank aan dochter Mona.

 

Guido Grymonprez

 

Meer lezen...

 

Tribulation – Down Below (4,5/5)

 

Tribuleren voor gevorderden

 

Zweden fabriceert, naast zelfbouwpakketen van IKEA, ook heel wat self-made metalbands. Langharige formaties die vikinggewijs hun posities in de maatschappij der edelmetalen op eigen kracht verwerven zonder platgestampte paden te bewandelen. Kwaliteit komt vroeg of laat altijd bovendrijven en bij Down Below is dit in tegenstelling tot de titel meteen duidelijk.

 

Tribulation brengt een mélange van death en black metal die even gemakkelijk binnen gaat als een catchy ABBA-hit. Ook al willen we niets afdoen aan de laatste maar Tribulation speelt het klaar, in hun queeste naar enige mainstreame erkenning, om hun songs niet aan rauwheid te laten inboeten. Dat kan niet van iedere genregenoot gezegd worden. Opener The Lament steekt meteen het vuur aan de lont en geeft je wat je voor de rest van deze puike plaat kan verwachten. Ook Nightbound, Lady Death en Cries From the Underworld behoren tot de beste tracks. Eerlijkheidshalve moeten we wat wennen aan de grofkorrelige vocals van Johannes Anderson, de charismatische frontman. Maar eens we daar door zijn, gaan de gitaarlijnen binnen als köttbullar met frieten. Bij Subterranea wordt zelfs een onheilspellend Halloweenachtig pianowijsje ingezet om het geheel fris en vernieuwend te houden. Down Below zinkt allesbehalve weg in eentonigheid en slaagt er tien keer in om erg verrassend uit de hoek te komen. Het instrumentale Purgatorio kan zo van een soundtrack van een horrorclassic geplukt zijn en loopt allerminst verloren tussen het harde geweld van de rest. Tribulation kan samenvattend gezien worden als een Ghost-alternatief met de scherpe randjes nog aanwezig. Voor fans die naast Minute Maid ook wel eens zin hebben in een koud glaasje versgeperst fruitsap met een stevige scheut vodka. The World en Here Be Dragons, de langste van het pak, laten het op het einde nog eens lekker breed hangen. De verzengende hitte van een Zweedse bosbrand anno 2018 is er niets bij vergeleken. Het sluitstuk Come, Become, to Be blijft als statige zuilengalerij overeind en rondt de boel in schoonheid af.

 

Google leert ons dat tribulatie een beangstiging betekent. Dat is dan ook waar deze heerschappen met hun mix van extremen in slagen.

(BG)

 

 

Meer lezen...

 

Ty Segall & White Fence – Joy   4/5

 

Segall en Fence zijn muzikanten van dezelfde soort. 2 mannen met een liefde voor de stoffige gitaar en een drang om te kijken wat er met dat instrument allemaal te maken valt. 6 jaar geleden resulteerde dat in ‘Hair’, een experiment waarbij ze beiden 1 helft voor hun rekening zouden nemen. Dat bleek zeer goed te klikken en hebben die plaat dan maar samen opgenomen. Nu is er dus ‘Joy’.

                                                                 

Bij Segall moet het vooruitgaan. De man produceert albums aan de lopende band (dit jaar nog ‘maar’ 1, dus was het hoogtijd voor een nieuwe worp). Die drang vinden we ook terug in de songs want slechts twee maal klokken ze af boven de 3 minuten. ‘Beginning’ maakt meteen duidelijk dat het geen album vol zware riffs zal worden. We krijgen nog wel een roffelende drum maar daarna horen we vooral veel psychedelische invloeden uit de jaren 60. De heerlijke samenzang is melodieus en doet wat denken aan de Beatles tijdens ‘Sgt Pepper’ of ‘The Magical Mystery Tour’. Ook ‘Good Boy’,  ‘A Nod’ (wat een nummer!) en ‘My Friend’ zijn van hetzelfde hout gesneden en combineren mooie samenzang met een aanstekelijke melodie.

 

Ook fantastisch is ‘Please Don’t Leave This Town’, een nummer dat suddert en beeft en een perfect spanningsveld creeërt voor de rest van de plaat (en dat allemaal in anderhalve minuut). Niet dat het anders zou vervelen want 2 tracks later zitten we al bij ‘Body Behaviour’, een perfecte samenvatting van het album: een opwindend stukje muziek, met een prachtige melodie, de typische samenzang en eindigend met een killerrif. Dat gitaargeweld wordt pas terug bovengehaald in ‘Other Way’, punky en classic Segall! Ook zijn pedalen worden hier nog eens afgestoft om het helemaal te laten ontsporen. ‘Prettiest dog’ moet dan nog volgen…. 16 seconden Punk met een grote ‘P’.  Bij de overgang naar ‘Do Your Hair’ neemt de bas het naadloos over en stuwt die het nummer lekker vooruit.

 

Is er dan geen kritiek? ‘She is gold’ is veruit het langste nummer op de plaat maar experimenteert zonder richting. ‘Tommy’s Place’ zit wat losjes in elkaar en ‘Rock Flute’ is een vreemd tussenstuk dat niet gehoeven had. Maar de conclusie lijkt me duidelijk: Beide heren doen smakelijk hun goesting en hopelijk wordt het geen 6 jaar wachten op de volgende! 

 

(Robbe Desmet)

Meer lezen...

 

Zeal & Ardor – Stranger Fruit (5/5)

 

Bloed, zweet en tranen

 

Zeal & Ardor is het geesteskind van Manuel Gagneux, frontman en multi-instrumentalist met Zwitsers paspoort. Met zijn tweede langspeler gaat deze muziekpionier verder op zijn nog onbewandeld ingeslagen pad. Z & A combineert namelijk met succes een rijk metal-gamma met opzwepende negro spirituals. Stranger Fruit is meer dan een appeltje voor de dorst en zou zomaar eens dé metalgroeiplaat van het jaar kunnen zijn.

 

Met een intro op het ritme van een hardwerkende slaaf met hakbijl ergens op een plantage ver weg van zijn roots, worden de debatten geopend. Wat daarna volgt zijn vijftien tracks, die gemiddeld afklokken op drie minuten, vijftien krachtige hoofdstukken doordrongen van overtuiging en hard labeur. Het cliché ‘bloed, zweet en tranen’ mag hier gerust letterlijk genomen worden. Gravedigger’s Chant is vanaf heden dé gospel bij uitstek om tijdens een begrafenisstoet bij mee te huilen. Zowel het terugkerende pianoriedeltje als het geschreeuw van Gagneux blijven aan de ribben kleven. Bij Servants wordt er dan weer death metal-gewijs gepiekt tijdens de refreinen. Met opruiende boosheid worden de lyrics aan elkaar genageld. We moeten ons inhouden om ‘ja, godverdomme, jaa’ te roepen terwijl we met de vuist op tafel slaan. De hoofdriff bij Don’t You Dare is gedurfd maar slaat bijna meteen aan en is er eentje om in een edelmetalen kadertje te steken. Na drie oerdegelijke songs zijn we al overtuigd van deze toch wel aparte avant-garde stijl om twee uiteenlopende genres met elkaar te kruisen. Fire Of Motion en Row Row behoren met voorsprong bij de hardste van de klas. Maar de catchiness van de composities worden niet uit het oog verloren. Bij You Ain’t Coming Back krijgen de backing vocals weer wat meer werk in de schoot geworpen. Striemende gitaarlijnen dalen als zweepslagen neer op onze ruggen om ze gelittekend achter te laten. Ook We Can’t Be Found is technisch zeer hoogstaand en heeft iets onheilspellend dat we het best kunnen omschrijven als de spankracht van een achtervolgingsscène uit een Stephen King-epos. Neem het van ons aan, na één luisterbeurt zal deze plaat jou niet meer loslaten en je zal op onmogelijke momenten getriggerd zijn om nog eens, nog eens en nog eens te luisteren. Met als gevolg dat je nieuwe details op de gelaagde achtergrond zal ontdekken. De titeltrack maakt het hele zootje ongeregeld alleen nog maar gekker. Wat op het eerste zicht op een monotone platenvuller lijkt, ontpopt zich tot een bezwerende hymne die live daverend van de bühne zal rollen. Built On Ashes rondt deze tour de force af met een duivels assenkruisje op het voorhoofd. Geen haar op ons hoofd dat er aan denkt om het af te vegen.

 

De veelheid aan liedjes zorgt niet voor een kwaliteitsdaling en de royaal paarse hoes met het in het oog springende logo zal voor de nodige aantrekkingskracht zorgen. Maar het is vooral de inhoud van Stranger Fruit die je finaal overstag zal laten gaan.

(BG)

Meer lezen...

 

Fire Down Below – Hymn Of The Cosmic Man (5/5)

 

Het vuur brandende houden

 

Twee jaar geleden maakten we kennis met deze ‘amp-hugging, hard-hitting, fuzz-loving, ear-splitting, riff-worshipping rock ’n rollers’ uit Gent. Hun debuutplaat Viper Vixen Goddess Saint (2016) was een schot in de stoner roos en stond terecht in ons eindejaarslijstje met beste hardrock- en metalschijven. Nu zijn ze terug met een tweede donderend kanonschot Hymn Of The Cosmic Man. Een intro en zes loeiers van formaat werden vakkundig opgenomen in Much Luv Studio (Tim De Gieter) en verpakt in een beeldige hoes.

 

Na het uitbrengen van hun oerdegelijke debuut verspreidde hun steengoede stonerrock zich als een lopend vuurtje tot ver buiten de landsgrenzen. Jeroen (vocals en gitaar), Kevin (gitaar), Bert (bas) en Sam (drums) werden opgepikt door het Californische label Ripple Music en Viper Vixen Goddess Saint werd in alle mogelijke vormen wereldwijd heruitgebracht. Maar nu terug naar het heden met Hymn Of The Cosmic Man.

 

Red Giant, een twee minuten durende prikkelende prelude, opent de sluizen. Het daarop volgende Ignition/Space Cruiser overspoelt ons met vette riffs. Met een internationale sound die meteen een aanslag pleegt op het gehoorkanaal zal Fire Down Below het nog ver schoppen. Tegelijk dreigend en zeer welgekomen worden tracks met een Kyuss-kaliber gedropt alsof het niets is. Het strakke Saviour of Man en het reizende The Cosmic Pilgrim bereiken elk op hun eigen manier hun doel. Enkel met een muur van kwaliteitsvolle boxen komen deze heerlijke composities echt tot hun recht. Kort en snedig of lang en breed uitgesmeerd dit Gents ensemble kan alles aan. Deze Belgische edelmetalen moeten met gemak de landsgrenzen kunnen overstijgen. Ascension is een slapende vulkaan ergens in een afgelegen woestijnlandschap die onheilspellend wakker wordt om het dorre landschap te vullen met lavarivieren vol kolkende gitaarriffs. Ook de vocals van frontman Jeroen komen zowel bij de rustige als hardere stukken goed tot hun recht. De langste loeder werd als sluitstuk gestationeerd. Oordopjes zijn hier geen overbodige luxe. Festivalorganisatoren aller landen, neem een voorbeeld aan Headbanger’s Ball Fest te Izegem en zovele anderen en boek deze bedreven bende. U zal niet bedrogen uitkomen.s

 

Fire Down Below spuwt vuur en laat een verschroeiend spoor van vernieling achter.

(BG)

Meer lezen...

 

Definitivos – Courtrai Moderne: Definite Definitivos

 

De definitie van tachtig was prachtig

 

Record Store Day belooft weer een hoogdag te worden voor alle verzamelaars van muziekdragende middelen. Een dag waarop menig artiest in binnen- en buitenland zijn stinkende best doet om onuitgebrachte pareltjes of reissues extra in de verf te zetten. Definitivos, de godfathers van de Kortrijkse belpop, brengen via het gloednieuwe Mayway Records, een label om in de gaten te houden, een nostalgische best of uit voor alle liefhebbers van het genre.

 

De Kortrijkse T.C. Matic bundelde al zijn grootste hits op vinyl en stak het in een kleurrijk jasje. Dertien stuks, één voor één staaltjes punkrock van de bovenste plank. Dit verzamelalbum ademt jaren 80, maar nodigt nog steeds uit om een modern danspasje te placeren. Met Courtrai Tonight als opener gaan we via Take Over naar Feeble Minded. Allemaal klassiekers uit Belgische muziekpatrimonium die kunnen wedijveren met hun Britse genregenoten. Ook het strakke Mr C en het Idyllische Robin in The Forest mogen niet ontbreken. Courtrai Moderne zet simpelweg deze legendarische formatie van weleer samen met de Vlasstad als bakermat op de muzikale map van de eighties. Het is een hebbeding voor fans van het eerste uur en een leerschool voor jongere muziekliefhebbers.

 

Release happening:  Zaterdag 21 April, 16h  op de Kortrijkse Grote Markt.

De eerste exemplaren van de plaat worden verkocht en gesigneerd door alle Definitivos.

 

U weet wat gekocht op Record Store day.

 

(BG)

Meer lezen...

 

The RG’s – The Cricket Sound (4,5/5)

 

Noise met een brede grijns uit eigen streek

 

De oerdegelijke bands uit eigen streek die het hardere labeurwerk niet schuwen, blijven als wilde paddenstoelen uit de Zuid-Westvlaamse kleigrond schieten. Wat The RG’s met hun tweede langspeler The Cricket Sound afleveren hebben we sinds Gojira en King Hiss niet meer in onze oren gesmeerd gekregen. Het is moeilijk om te vergelijken met ‘bekende’ bands, maar wat Wouter, Stijn en Jens hier gefabriceerd hebben klinkt vooral heel sleazy, fuzzy en noisy. De aanwezigheid van Brent Vanneste in de opnamestudio is hier en daar te horen, maar bovenal zijn The RG’s erin geslaagd om een eigen doorwinterde sound naar voor te schuiven.

 

Dat The Cricket Sound vol ongepolijste ronkende rockparels staat, wordt meteen bewezen door de openingstrack. Bored Ass Tony verveelt geen seconde en heeft een intro die Kortrijk en omstreken stante pede in een dor en rotsachtig woestijnlandschap doet veranderen. Gierende gitaren en driftig gedrum als metronoom zijn de bouwstenen van deze formatie waar heel wat muziek in zit. Bij Stevie, The Guy Who Didn’t Pay Us wordt er gretig doorgedaan. Geen afgeschuurde tracks zonder prikkende splinters, maar rauwe muilperen recht in onze tronie. Stevie de sleper zal het geweten hebben.

 

De titeltrack komt na één luisterbeurt binnen om als een tjirpende krekel in het achterhoofd al winterslapend te blijven hangen. Deze dijk van een schijf is de ideale soundtrack bij het gejaagde, met sociale media gevulde leven dat we allen op onze eigenste manier door ploegen. Dirty Allen begint onheilspellend met een doffe sirene die doorheen de song een rode draad lijkt te vormen. De strakke wisselwerking tussen de bandleden, die elk een deel van de lyrics voor hun rekening nemen, is één van de vele sterktes die The RG’s op een drafje uitspelen. Bij Keep Your Secrets wordt de kunde van geheimhouding op de korrel genomen. Bij dit staaltje garagerock pur sang zitten we over de helft.

 

Dead Inside gooit nog wat olie op het brandende vuur. Zelfs de mannen van Triggerfinger zouden van deze grofkorrelige loeier van formaat iets kunnen leren: laat de drang naar radiovriendelijkheid de diepgewortelde roots van de ronkende rock & roll niet beïnvloeden. My Friend Ed, de langste streep vettigheid van de plaat, houdt de boel net voor het einde gerodeerd om uiteindelijk in stijl af te ronden met Smack Your Neighbour, een serieuze ‘djoef van de week’ afgekruid met een snuifje shoegaze. Ook het artwork, die de lading heel goed dekt, mag er wezen, alleen daarvoor al zou je een vinylplaat van dit drietal in huis halen.

 

The RG’s staan garant voor een stevige pot noise rock met de brede grijns op het gezicht. Met The Cricket Sound zetten ze gretig enkele stappen vooruit.

 

BG

 

 

Meer lezen...

 

C H R I S T - Cinder

 

(Consouling Sounds) - 4/5

 

C H R I S T is een uit Montreal afkomstige post rock band. Opgericht in 2013 door Patrick Fontaine (Ire, The Black Hand), Maxime Jenniss (Cobra Noir), Charles Marty (Sed Non Satiata) en Kevin Bartczak. Hoewel als je hen in dat vakje 'postrock' duwt je eigenlijk de band tekort doet. Hun album Cinder kwam reeds vorig jaar op de markt. Ter gelegenheid van Recordstore Day lanceert consouling Sounds deze schijf op 21 april ook in ons land. We citeren: ' The album has been released in Canada last year, but hasn't been available yet in Europe. Record Store Day seems like the perfect opportunity to have people discover one of Canada's post-music gems. This edition is limited to only 100 copies."

 

Met een klepper van tien minuten wordt deze schijf ingezet door middel van een mokerslag die je direct verweest achterlaat. Wither bevat alle elementen van pure post rock - het opwerken naar een oorverdovende en onaards aanvoelende climax. Met eveneens elementen van Ambient, de rustgevende factor van instrumentale muziek. Waardoor het enerzijds aanvoelt alsof je neerzakt in het malse gras, waarna een overtrekkende wervelstorm alles om zich heen verplettert. Bovendien zijn er warme vocale elementen verwerkt binnen de song, die al even intensief de gevoelige snaar raken. We zullen dat nog een paar keer tegen komen op deze schijf.

 

Niet dat C H R I S T geluidsmuren afbreekt, of een dreigende tot donkere toon aangeeft. Eerder bespeelt de band uiteenlopende emoties. Het korte Epoch mag dan overweldigen. Het zijn die langere songs als Horde. Die je meerdere kroppen in de keel tot kippenvelmomenten bezorgen door de intensieve aanpak van circa acht minuten uiteenlopende emoties bespelen. De climaxen van oorverdovend je hart raken, en datzelfde doen op een eerder intieme wijze komt doorheen die ene song voortdurend voor. Zodat je als luisteraar geboeid blijft luisteren en vooral genieten. Afsluiten doet C H R I S T met het bijna twintig minuten lange Tower. Waarbij alle voornoemde ingrediënten nog maar eens tot in de puntjes uit de doeken wordt gedaan, tot het oneindige zelfs.

 

C H R I S T brengt een post rock tot aanverwante schijf uit. Die je ofwel intens diep raakt, net door te schipperen tussen twee uitersten. Zachtmoedig en snoeihard. Met andere woorden. De luisteraar beroeren door intiem zijn of haar hart te raken. En oorverdovende climaxen naar voor brengen die letterlijk door dat hart snijden als een scherp mes. Daardoor worden we van de ene naar de andere emotie geslingerd. Waardoor we uiteindelijk, na elke luisterbeurt opnieuw, totaal verweest achterblijven. Nu, dat is wel al voorgedaan. Dat klopt volledig. Maar het is het soort post rock en aanverwante waardoor je als aanhoorder zonder discussie een ander mens wordt.

 

We kunnen dan ook besluiten:

 

C H R I S T verlegt met Cinder emotionele grenzen die je ziel verwarmen, en je bedwelmen en bovendien in vervoering brengen. Maar eveneens de trommelvliezen doen barsten. De vocale inbreng is binnen dat concept bovendien een extra meerwaarde binnen het geheel. Waardoor we nog meer over de streep worden getrokken. Deze schijf is dan ook een aanrader voor iedereen die houdt van grensverleggende post rock in zijn meest pure soort en vormen, met bovendien een vette knipoog naar andere instrumentale genres. In de al even brede zin van dat woord.

 

(Van Damme Erik)

 

Tracklist:

 


1. Wither 10:35
2. Epoch 03:27
3. Horde 08:00
4. Tower 19:58

 

Meer lezen...

 

Sink the Ship - Persevere (Sharp Tone Records) - 4/5

 

De uit Cleveland afkomstige Hardcore/Metal/pop/easycore band Sink The Ship is een gloednieuwe parel binnen het moderne hardcore gebeuren. De band zag het levenslicht in 2012 en bracht in 2014 hun debuut EP Reflections. Sink The Ship deed ondertussen heel wat podium ervaring op, en is nu klaar om de wereld te veroveren met hun full album debuut Persevere. Wat me het meest aanspreekt bij Hardcore is het uitdelen van mokerslagen, die ook een zekere boodschap bevatten. Dat is op dit debuut het geval.

 

De ambitieuze band haalt al vanaf Second Chanes stevig uit en laat hierbij niets aan het toeval over. De band soleert bovendien op technisch enorm hoogstaand niveau. Er valt geen speld tussen te krijgen. Op dat elan blijft Sink The Ship ook bij de volgende songs als Out of Here, Domestic Dispute feat. Bert Poncet. Gewoon doorgaan tot geen spaander van de hersenpan geheel blijft, dat is wat Sink The Ship doorheen de gehele schijf doet.

 

Sink The Ship brengt melodieuze hardcore, die ook enorm veel frustratie en emoties naar boven brengt. Zoals Old School Hardcore moet klinken. Maar toch weet de band aan het gedoodverfde genre eveneens een eigen smoel toe te voegen. Het is dus niet zo dat deze band een kopie probeert te zijn uit het verleden. De dosis respect naar bands uit die gouden tijden is er zeker en vast, maar Sink The Ship staat duidelijk met twee voeten in het heden. Dat merken we bij elke adrenalinestoot opnieuw op. De band legt dus niet alleen technisch de lat torenhoog. Bovendien blijven ze van begin tot bitter einde dat strak tempo aanhouden. Daarvoor moet je wel heel sterk in je schoenen staan.

 

We kunnen dan ook besluiten:

 

Voor jonge wolven in het Hardcore gebeuren straalt Sink The Ship nu al de ervaring uit van oude rotten in het vak. Gecombineerd met ene hoge dosis pure spontaniteit na de andere adrenalinestoot, kan Persevere niet anders dan een verdomd sterke plaat worden die ieder liefhebber van het Hardcore genre, in den brede zin van die muziekstijl, in huis zou moeten halen. De band doet er dan ook alles aan om de luisteraar bij de les te houden. Door het tempo steeds opnieuw naar een hoogtepunt op te krikken, waardoor je tegen een geluidsmuur wordt gekwakt. Terwijl jou bovendien ook een spiegel wordt voorgehouden. Bitter weinig hardcore bands slagen er dezer dagen in dat intensieve tot bijzonder strak tempo van begin tot einde aan te houden. Sink The Ship heeft er blijkbaar de minste moeite mee. Ze verdienden daarom zelfs een extra pluim op de hoed. Persevere is dan ook een klasse debuut dat ons van begin tot einde murw slaat.  Eens op het podium, moet dit zeker zorgen voor een hoogstaande Hardcore feest, waarbij ook van de zaal geen spaander geheel blijft.

 

(Erik Van Damme)

 

 

Meer lezen...

 

Cd-review: Fields Of Troy – The Great Perseverance (4/5)

 

Met de grote motor en de verbeten volharding van een echte flandrien

 

Het ontdekken van een nieuwe metalschoonheid is vergelijkbaar met een kind dat het laatste paasei vindt op een zonnige lenteochtend begin april. Het maakt het allemaal nog mooier als die ontdekking oerbelgisch is, opgetrokken uit West-Vlaamse kleigrond.  Fields Of Troy, een vijfkoppige formatie uit Torhout, brengt een frisse mix tussen stonerrock en alternatieve metal. Als er al kan vergeleken worden, zetten wij ze zonder twijfelen naast bands als Disturbed en Mastodon.

 

Na hun veelbelovende EP Hardship (2016) zijn ze terug met een oorvijg van formaat. Met The Great Perseverance wordt met enkele snedige demarrages aangesloten bij de kopgroep van de Belgische metal. Fields Of Troy wedijveren probleemloos met hun vrienden en collega’s van King Hiss, Your Highness, Diablo Blvd. en Steak Number Eight. Met de grote motor en de verbeten volharding van een echte flandrien zullen deze heerschappen het nog ver trappen, en trappen in de boter doen ze zeker.

 

De Wim Mertensiaanse intro staat in schril contrast met de rest van het album. Na een dromerige pianoprelude, waarop enkele dronebeelden van het Torhoutse ommeland gemonteerd kunnen worden, is het menens. Dethroned heeft voor ons na een halve minuut zijn stek op een volgende Goe Vur In Den Otto-verzamelaar al ruimschoots verzilverd. Loeiharde mokerslagen, die vrank en vrij in het rond vliegen, worden afgewisseld met luisterrijke refreinen. De volle vocals van frontman Louis Soenens doen zijn snor- en baardharen in het rond wapperen als de boomtakken op de mooie platenhoes. Er wordt op geen decibel meer of minder gekeken met oog voor opbouw en structuur, brutaal maar doordacht.

 

Het ritmische Aphasia en het vurige Flame In The Mirror hebben niet veel nodig om binnen te komen als een hongerige leeuw in een kudde jakhalzen. Ook My Temple Broken en Face The Giant zijn gretig in het nalaten van sporen van vernieling. Dit is catchy en radiovriendelijke metal zonder zijn stalen ziel te verliezen. ‘Will I bite the hand that feeds!?’ levensvragen verpakt in een prikkelend metaljasje. Condemn The Unknown  en Shove And Pull zijn net over de helft iets minder full on dan de andere tracks, maar de kwaliteit spat nog steeds uit de boxen. Last Words is op zijn beurt de meest ballad-achtige van het pak. Wij horen een vleug Creed voorbijkomen afgekruid met een snuifje Staind. Ook bij het minder ruige gerief past het plaatje. Doomsayer gaat er als stevig sluitstuk uit met een knaller. Driest gedrum, imponerende zanglijnen en uitgebalanceerd gitaargesnaar, de drie fundamenten waarop de kracht van Fields Of Troy gebaseerd is, worden hier voor de laatste keer in al hun grandeur uitgerold.

 

Dit Trojaans paard mag je met open armen binnen laten! U zal het zich niet beklagen.

(BG)

Meer lezen...

 

AND ALSO THE TREES – Untangled (An Introduction To And Also The Trees)

 

Gentlemen Recordings

 

Legendarische bands uit de jaren '80, die via een verzamelaar hun kunnen willen bewijzen aan een ruimer of jonger publiek? Zo zou je de nieuwste worp van And Also The Trees kunnen omschrijven, en daar is op zich uiteraard niets mis mee. Via Gentlemen Recordings kwam Untangled (An Introduction to And Also The Trees) op de markt. We krijgen een bloemlezing voorgeschoteld uit een rijkelijk post punk verleden. Waaruit blijkt wat voor een grensverleggende band And Also The Trees eigenlijk toch was en nog steeds is.

 

Laten we beginnen met een streepje geschiedenis, dat we te lezen krijgen in de introductie op de website van het label Gentlemen Recordings. Voor hun Primary tour begin jaren '80 doet The Cure een oproep, via Melody Makers, naar beginnend bands toe. Op elk concert van de tour speelt een andere beginnende band als voorprogramma. And Also The Trees van Birmingham, amper een jaar oud, speelt de pannen van het dak en laat een onvergetelijk indruk achter. De groepsleden zijn amper tussen 15 en 19 jaar oud. Maar zowel The Cure als het publiek was diep onder de indruk. Meer nog, naar aanleiding van dit concert, produceert The cure zowel het debuut single als debuut album van And Also The Trees.

 

Om maar te zeggen, deze verzamelplaat is een weergave van een band die zijn stempel heeft gedrukt op de jaren '80 in en rondom UK. En daardoor een onuitwisbare reputatie wist uit te bouwen. In Vlaanderen zijn ze, raar maar waar, steeds een eerder nobele onbekende gebleven. En toch. Elk van de songs ademen een typische post punk sfeer uit. Maar het voornaamste, de band was zijn tijd heel ver vooruit. Dat blijkt meermaals bij knappe songs als Brother Fear, Suffering of the stream, Your Guess. En andere wonderbaarlijke parels.

 

Het breekbare tot melancholische van bijvoorbeeld Nick Cave - vooral vocaal dan - wordt gecombineerd met alles wat ooit het post punk genre zo bijzonder maakte. De eerder donkere omkadering, die een weemoedige gemoedsrust doet neerdalen over hart en ziel. Waardoor ook ik ooit ben gevallen voor new wave en post punk. Het keert allemaal terug op deze bijzonder aantrekkelijke verzamelplaat. Ik moet eerlijk bekennen, normaal ben ik geen voorstander van verzamelaars. Ze voegen niets of weinig toe aan wat je al weet over de betreffende band. Maar heel soms kan zo een verzamelplaat net aanzetten om die aan te kopen, en meer uit te spitten over de betreffende band.

 

Nu, in die missie is And Also The Trees met Untangled zeker geslaagd. Deze schijf bevat enkele en alleen pareltjes van nummers, die ons doen terugkeren in de tijd en met en open mond vol bewondering doen luisteren. Want ook aan mij is deze band helaas voorbij gegaan in mijn jongere jaren. Tijd om de draad terug op te pikken. In elk geval, And Also The Trees is op basis van deze verzamelaar, die trouwens een perfecte aanvulling is op het in 2005 verschenen overzicht 1980-2005, een band waard te ontdekken als je dit ondertussen nog niet hebt gedaan. En een mooie aanvulling voor de fans van de band, die niet zullen worden ontgoocheld is onze eindconclusie.

 

(Erik Van Damme) - 4/5

 

Tracklist:

 

  1. The Untangled Man
  2. The Beautiful Silence
  3. Brother Fear
  4. The Street Organ
  5. Suffering of the stream
  6. Virus Meadow
  7. Shantell
  8. Your Guess
  9. Paradiso
  10. Prince Rupert
  11. So this is silence
  12. The Sleepers
  13. River droite
  14. Dialogue
  15. Whiskey Bride
  16. Gone --- Like The Swallows
  17. Jacob Fleet

 

Meer lezen...

 

Saxon –Thunderbolt (4/5)

 

Veertig jaar op kruistocht

 

2018 is voor Saxon een jubileumjaar. Ze staan veertig jaar op de planken en hebben met Thunderbolt hun tweeëntwintigste kanonschot afgevuurd. Vorig jaar nog deden ze de Lange Munte op zijn grondvesten daveren tijdens de tiende editie van Alcatraz. Ze bewezen meer dan ooit dat ze nog steeds in topform zijn. En ook al is Thunderbolt meer van hetzelfde, vervelen doet deze donderslag bij heldere hemel allerminst.

 

De titeltrack krijgt met Olympus Rising de rode loper voorgerold. Vette riffs gebrandmerkt met NWOBHM-label bliksemen door het zwerk. Frontman Biff Byford heeft met zijn 67 lentes een vocaliteit waar je een overrompelende kruistocht op kan organiseren en ook live heeft de levende legende nauwelijks steun nodig. Ook Nosferatu (The Vampires Waltz) en They Played Rock and Roll hebben meteen de snee van een excalibur om een heel ridderleger in oorlogsstemming te brengen. Stalen solo’s rollen gedwee uit de boxen. Dreigend en grommend wordt Predator, halverwege de plaat, wakker. Voor deze meest donkere drie minuten van de plaat hebben Biff en co Johan Hegg (Amon Amarth) uitgenodigd en de chemie tussen de twee edelmetalen helden spat er met dikke gensters van. Onheilspellend en doordacht gebracht.

 

Son Of Odin hoort dan weer, samen met The Secret of Flight, bij de mindere muziekjes van deze LP. Niet getreurd want Sniper schiet op zijn beurt wel weer meteen raak. Zonder genade wordt kort en krachtig uitgehaald naar al wat beweegt. De gitaren worden nog eens tot het uiterste gedreven met dit gewenst eindproduct als resultaat. Sluipschutter mag vanaf nu zonder verpinken op de lijst met zware beroepen gezet worden. Als doorwinterde crusaders van het heavy metal genre wordt er bij A Wizard’s Tale oerdegelijk verder gedaan. Ook al is het einde in zicht moet Thunderbolt niet aan kwaliteit inboeten. Integendeel bij Roadies’ Song worden alle werkende handen achter de schermen nog eens bedankt voor bewezen diensten. Er zijn maar weinig bands die hier aandacht zouden aan schenken met een opmerkelijke ode.

 

Geen brugpensioen voor de sympathieke lieden van Saxon, eat this Slayer!

(BG)

 

 

Meer lezen...

 

Slugdge – Esoteric Malacology (4,5/5)

 

 

Stevig metal-duo met een missie

 

Slugdge, twee Britse rasmuzikanten zonder kapsones. Zoals de bandnaam al doet vermoeden brengen Matt Moss & Kev Pearson geen folky popriedels op blote onzekere voeten maar wel vooruit denderende sludge & death metal met een scherp progressief randje, waarbij de kazakken stevig aangesnoerd mogen worden. Kortweg Mastodon met een donkere wolk Meshuggah. Mochten deze twee machtige edelmetalen formaties nog een voorprogramma nodig hebben, hoeven ze niet langer te zoeken. Esoteric Malacology is de vierde voldragen plaat op zes jaar tijd, vastberaden om dé doorbraak te forceren.

 

Acht hoofdstukken met een gemiddelde van zeven minuten lijkt op het eerste zicht niet echt toegankelijk voor iedere liefhebber van het genre. Maar de strakheid waarmee War Squids en Crop Killer ermee worden doorgejaagd doet ons meteen watertanden naar meer. Slugdge staat erom bekend om de gekste songtitels en daarbij horende teksten te bedenken, maar het is uiteindelijk vooral de rijke muzikale composities die gelijk welke Damso-rel doen verbleken. Het atmosferische The Spectral Burrows hoort nu al zonder twijfel bij de beste metalmorzels van 2018. Deze progressieve pegel doet onze dichtgeslibde wintersinussen moeiteloos opengaan. Scapesounds komen grommend tot leven en laten de diepst slapende marmot uit zijn winterslaap ontwaken. Laat de lente maar komen.

 

Ook Slave Goo World en Transylvanian Fungus delen rake klappen uit. Oerdegelijke riffs ondersteund door daverend gedrum zijn het devies. Niet te veel tierlantijntjes en omwegen, maar met veel liefde voor de ambacht recht op doel af. We hebben het hun nog maar weinig duo’s zien voordoen. Limo Vincit Omnia, letterlijk ‘alle modder wint’, rondt als perfecte leuze voor de verkiezingscampagne van BDW deze hemelse plaat af.

 

Nu Kamelot en Napalm Death moeten verstek geven op Alcatraz 2018 hebben wij al minstens één ideale vervanger popelend klaarstaan. Graag meer van dat komend jaar.

(BG)

 

 

 

Meer lezen...

 

Carpenter Brut - Leather Teeth (DGR music) - 8/10

 

 

Synthwave band Carpenter Brut werd opgericht in 2012. De band grijpt terug naar de typische new wave en elektronische muziek uit de jaren '80, en steekt dit in en eigentijds kleedje. Overgoten met een psychedelisch aanvoelend sausje, zorgt dit voor een lekker aanstekelijk klinkend allegaartje. De band bracht met Leather Teeth een gloednieuwe schijf op de markt. Waarbij die jaren '80 nog steeds om de hoek komen kijken. Maar daardoor klinkt Carpenter verre van gedateerd. Integendeel zelfs.

 

Die aanstekelijkheid, waardoor je prompt een dansje gaat plaatsen, komt ons al tegemoet bij die eerste track Leather teeth. Prompt zijn we vertrokken voor een lekker dansfeest, anno 1980. Met alles erop en eraan. Ook bij Cheerleader Effect, Sunday Lunch, Monday Hunt. Voelen we de soort adrenaline door onze adders stromen, die ons prompt aanzet tot dansen, dansen en vooral dansen. Nee, stilzitten hierop is echt onmogelijk. Maar het meest opvallende is die, eerder subtiele, psychedelische aankleding. Die ervoor zorgt dat Leather Teeth een schijf is waarbij een ruim publiek aan muziekliefhebbers kan worden aangesproken. Maar dus ook de avonturier onder de synthwave liefhebbers zou overslag moeten gaan door deze schijf.

 

De hoge toegankelijks waarde van deze schijf neemt dus wel degelijk de bovenhand. Maar er is dus ook duidelijk een eerder subtiele knipoog naar experimenteren met elektronische klanken. Waarvoor we alleen maar waardering kunnen opbrengen. Bij songs als Inferno Galore, Beware the beast, Hairspray Hurricane blijven we daardoor bij de les. Carpenter Brut bewandeld dus niet zomaar die wegen uit het verleden, ze geven er een zodanig eigentijdse draai aan. Dat het wel lijkt alsof ze die muziekstijl van toen hebben heruitgevonden. Daardoor worden we vanaf de eerste tot de laatste song, van de eerste tot de derde en vierde luisterbeurt. Over de streep getrokken.

 

We kunnen dan ook besluiten:

 

 De lat wordt binnen die typische synthwave grenzen, vrij hoog gelegd op Leather Teeth. Echter is het net voortdurend schipperen tussen aanstekelijke naar pop muziek ruikende songs, met een potje experimenteren en psychedelische klanken aanbieden.  Dat kan gezien worden als de grootste  meerwaarde van zowel de band als de plaat plaat. Liefhebbers van jaren '80 muziek, die houden van bands die durven buiten de lijntjes daarvan te kleuren. Zouden nu al naar de platenboer moeten rennen. Is onze eindconclusie.

 

Van Damme Erik (VDE)

 

tracklist:

 

1. Leather Teeth
2. Cheerleader Effect
3. Sunday Lunch
4. Monday Hunt
5. Inferno Galore
6. Beware The Beast
7. Hairspray Hurricane
8. End Titles

Meer lezen...

 

Wardrobe – Crawling (4/5)

 

Kleerkast vol breekbaarheid

 

Wardrobe, het nieuwe project van Johan Verckist (Shun Club, Glitterpaard), is er eentje om in te kaderen en vooral te koesteren. Verckist komt met zijn kleerkast vol breekbare pop heel sterk naar voor. Het is een kunst om de hele woonkamer te vullen met dit soort terughoudende muziek. Dat hebben we de laatste jaren enkel Bon Iver en Sufjan Stevens horen doen. Verckist laat zich dan ook ten volle inspireren door de singer-songwriters van de jaren 60 en 70, en dat kan je heel goed horen.

 

Thick As Thieves steelt meteen al riedelend ons hart. StuBru, gelieve dit de airplay te geven dat het verdient want dit is de kwaliteit die je ’s morgens en ’s avonds tijdens de piekuren als ‘alternatieve zender’ toch ietwat ontbeert. Ook Nowhere Now pakt ons zonder veel moeite in. Invloeden van onder andere Nick Drake, één van de grootste singer-songwriter allertijden, zijn hier duidelijk hoorbaar. Zo kabbelt Crawling gezellig verder. Sour Time Advocate komt met de zoetgevooisde vocals van Verckist zachtjes binnen. Dit is zonder twijfel één van de zoetste vruchten van dit album. We verlangen nu al naar een zomers strand met een ijskoude cocktail in de hand, waarvoor dank. Drop The Hammer en Before The Flood geven de nodige vibes om verder te luisteren. Net over de helft zakt de plaat niet weg, integendeel ze doet gewoon door op het ingezette elan van de eerste nummers. Rags en Man Of Straw doen er op het einde nog een schepje bovenop. De naakte sound wordt uitgebuit en tot het uiterste gedreven. Zowel gitaar als piano krijgen hier een belangrijke rol in toebedeeld.

 

Wardrobe bewijst dat makkelijk toegankelijk niet altijd prefab-beats moeten zijn die in herhaling vallen. Topper.

(BG)

Meer lezen...

“Imago belangrijker dan muziek ….”

 

CD review Arch Enemy - Will to Power

 

Arch Enemy was vroeger een van mijn favoriete bands … maar er is jammergenoeg veel veranderd. Toen ik Arch Enemy leerde kennen in 1998 met Stigmata & Burning Bridges was ik door het dolle heen met deze band. Snede scherpe riffs, vette sound en vocals om U tegen te zeggen.

 

Ondertussen zijn we 20 jaar verder, en de band is naar mijn bescheiden mening maar een schim meer van waar ze indertijd voor stonden.

Arch Enemy is wel uitgegroeid van een underground band naar een van de meest succesvolle extreme metal bands in de wereld.… Met de frontvrouw wissel van Gossow naar White-Gluz hebben ze niet moeten inboeten aan power en veelzijdigheid. De nieuwe zangeres kan heel wat meer tonen aan dan haar voorgang(st)er. Luister maar naar Reason To Believe.

 

Na de gebruikelijke overbodige instrumentale intro vliegen ze erin met The Race. Een plaat die de trademark tempos en melodieën van de band hoog in het vaandel draagt.

Op Blood in the Water is de Loomis stijl wat meer hoorbaar wat het nummer toch een meerwaarde geeft.

The World is Yours is verzadigd met een soort pop melodietje die maar moeilijk uit het hoofd geraakt. Met in het midden een typisch Iron Maiden eerbetoon die overgaat naar een sample/pop/piano moment met tot slot de climax van hun pop melodietje ….   

Next in line ‘The Eagle Flies Alone’ borduurt wat verder op de vorige track.

Reasons To Believe is zowat de meest clean gezongen track op deze plaat waar White-Gluz laat horen wat ze kan. En het maakt zeker indruk.

Mijn favoriet op de plaat.

Murder Scene doet al gauw het melige van vorige track vergeten en vliegt er in als een bom. Een plaat die mij op sommige momenten aan Episode 666 van In Flames doet denken.

 

Zowat de meest zinloze instrumentale plaat ooit staat ook op deze CD. Saturine

Ofwel hadden ze nog wat plaats over op hun CD, ofwel hebben ze deze vergeten te wissen bij de druk.

Dreams of Retribution is zowat het meest gevarieerde nummer van de plaat. De song wisselt van onheilspellende klavecimbels naar power metal riffs … met hier en daar een children of bodom deuntje ertussen ….

 

First Day In Hell begint wat ‘MachineHead’ achtig, maar gaat dan al gauw over naar cliché riffs om er toch maar een eind te moeten aan breien. Dat geldt trouwens ook voor de laatste 2 liedjes van hun album My Shadow and I en A Fight I must Win.

 

Bij het beluisteren van hun laatste plaat krijg ik echt het gevoel dat ze nog een album ‘moesten’ maken van hun platenmaatschappij. Vlug hup hup een liedje of 10 schrijven, opnemen en klaar is kees. Bij sommige riffs heb je zelfs het ‘heb ik al eens gehoord’ gevoel na de eerste luisteren. Gitarist Michael Amott zou beter het schrijven terug wat meer overlaten aan zijn collega Jeff Loomis (Nevermore).

 

Al bij al geen slechte plaat die gemakkelijk binnen gaat, maar voor vernieuwing gaan ze bij mij geen hoge punten scoren. Zoals de titel al aangaf zijn ze bij Arch Enemy meer bezig met hun Imago dan dat ze nog bezig zijn met ‘goeie’ platen maken.


De moderne Arch Enemy bevat alle eigenschappen van een pop metal band …
overdreven productie, misplaatste samples, simpele songstructuur en focus op de vocals in plaats van op het geheel. Een gemiste kans ….

 


review: Vandamme Wouter

score: 2,5/5

 
Meer lezen...

 

Wijven met ballen !!!

CD review Butcher Babies - Lilith

 

 

 

 

 

Voor wie Butcher Babies niet kent, een kleine introductie.

 

 

Butcher Babies is afkomstig uit het zonnige Californië en is ontstaan in 2011.

 

 

Getekend bij Century Media Records in 2012, en ondertussen aan hun 3e full album.

 

 

De band bestaat uit 2 zangeressen, een drummer, gitarist en bassist…. en wat voor zangeressen. Duidelijk geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken.

 

 

Over hun nieuwe plaat niets dan goeds …
Een genre op plakken zal moeilijk zijn, ik hoor zowel invloeden van Meshuggah, Slipknot, Nu Metal, Thrash Metal ….

 

 

De titel van het album ‘Lilith’ gaat over de vertegenwoordiging van losbandigheid en ongehoorzaamheid. De band ziet dit echter als een positief iets. Een symbool van autonomie, gelijkheid en volledige controle over uw eigen bestemming. Een ‘left path woman’ die niet bang is om alle instrumenten beschikbaar, ook haar seksualiteit, te gebruiken om het doel te bereiken.

 

 

Genoeg over hun ‘filosofie’ nu, … op naar het echte werk.

 

 

De schijf telt 11 nummers en die blazen alles weg. De schijf beukt er van de eerste minuut al in … Met een typische Nu-Metal sound klinkt de boel super vettig.

 

 

Sommige van de platen hebben een enorm ‘meezing’ gehalte die live wel eens de gangmakers kunnen worden. Dit is de Evanescence met ‘ballen’. Echte metal met echte metal vrouwen …

 

 

Vette metal die lang blijft plakken. Iedere plaat apart bespreken ga ik niet doen. Grunts, screams, gewone zang wisselen zich af met de daarop veelzijdige passages van beat down, thrash, nu-metal en hier en daar wat djent …
Listen and enjoy !!!

 

 

Een kerel zoals Weinstein zou volgens mij alleen maar tandjes moeten rapen mocht ie met hen trachten zijn ding te doen ….  

 

 

Wie deze band nog niet kent, geen tijd verspillen en rijf de plaat binnen … een aanrader.

 

 

Review Vandamme Wouter
Score 4,5/5

 

 

"Lilith" track listing:

 

01. Burn The Straw Man
02. Lilith
03. Headspin
04. Korova
05. #Iwokeuplikethis
06. The Huntsman
07. Controller
08. Oceana
09. Look What We've Done
10. Pomona (S**t Happens)
11. Underground And Overrated

 
Meer lezen...

 

“A lesson in how to cover a song ….”

 

 

EP Review: IN FLAMES - Down, Wicked & No Good

 

Inderdaad, In Flames brengt een cover EP uit … en die mag er wezen !!!
Covers van Depeche Mode, Alice in Chains, Nine Inch Nails en zelfs Chris Isaak passeren de revue.

 

De EP begint met de cover It’s No Good van Depeche Mode. Een mooi alternatief voor een song die tot op heden toch niet de meest gecoverde was van Depeche Mode. Het is leuk om covers te horen waar bands hun eigen ziel in steken in plaats van klakkeloos te kopiëren.

 

Verrassende keuze is toch de 2e plaat op de EP. Down in a Hole van Alice in Chains.
Een goede poging deze te coveren. Toch wordt het moeilijk om Layne Staley te evenaren met zijn unieke stem. De plaat draait helemaal anders uit dan verwacht en toont nog maar eens dat In Flames veel in hun mars hebben.

 

Volgende in de rij is Wicked Game van Chris Isaak. Inderdaad “wtf” … In Flames en Chris Isaak? Maar het klinkt fantastisch. De manier waarop ze de plaat omzetten naar hun eigen sound is opmerkelijk. De zang van Anders Fridén brengt een bepaalde sfeer die perfect aansluit op deze prachtige uitvoering van Wicked Game.

 

Als afsluiter staat een live versie van Hurt op de tracklist. De Nine Inch Nails hit die Johnny Cash ook al eens bracht  … Een aardige poging van In Flames. De emotie die Anders brengt samen met de akoestische set is subliem.

 

review: Vandamme Wouter

score: 4,5/5

 

Tracklist:

It’s No Good - Depeche Mode

Down in a Hole - Alice In Chains

Wicked Game - Chris Isaak

Hurt - Nine Inch Nails

 
Meer lezen...

 

Diablo Blvd. – Zero Hour (4,5/5)

 

Stand-upmetal

 

Met de nodige toeters en bellen, waarvan de geluidjes vakkundig werden nagedaan door Alex Agnew himself, werd de nieuwe plaat van Diablo Blvd. maanden vooraf aangekondigd. Zero Hour is al het vierde album dat stand-upcomedian/brulboei Agnew met zijn metalen gevolg op ons afvuurt. Het is meteen duidelijk, dit wordt de schijf van het stapje hogerop en dat met een eigen sound die niet meer te vergelijken valt met hun grote voorbeelden Danzig en Type O Negative.

 

Deze beestige boel wordt op gang getrokken met Animal, een oorwurm van jewelste die ons gehoorkanaal zonder enige waarschuwing komt binnen gedenderd. De grommende gitaarlijnen blijven ook bij het sublieme Sing From The Gallows aanwezig. Beide songs kunnen zo naast het betere werk van Mastodon gezet worden. Een verwarmend voorprogramma dringt zich op, Alcatraz!? Ook Life Amounts To Nothing kunnen we na drie luisterbeurten met onze beste Agnew-imitatie meekwelen. Het oerdegelijk gedrum van Kris Martens krijgt door een sublieme productie evenveel aandacht als de gouden stembanden van AAYou Are All You Love is op maat van het Sportpaleis gemaakt. Dat Diablo Blvd. de grootste concertzaal van het land zou kunnen vullen, was tot een paar jaren terug een utopie. Maar deze plaat zal nog meer deuren openen dan de bekende gelkop van Agnew ooit opende. Halverwege kan de instrumentale titeltrack 00:00 voor wat rust zorgen. Maar veel tijd wordt er niet uitgetrokken voor pauze. Bij Like Rats gieren de gitaren als voorheen. Snerpende snaren, gedegen gedrum en een klok van een stem vormen een mooi geheel. Demonize, de langste loeier van de plaat, is de glimmende kers op deze romige metaltaart. Deze machtige song is nog maar eens het bewijs dat deze band meer is dan de frontman alleen. De outro is er eentje om in te kaderen. The Future Will Do What It’s Told is een soort She Sells Sanctuary in the Temple Of Love. Op dit meest uitgesproken buitenbeentje van Zero Hour kunnen we heel duidelijk een ferme snuif Sisters Of Mercy en The Cult on speed voorbij horen waaien en daar is zeker niets mis mee. Met Summer Has Gone wordt de donkere winterperiode met een knaller ingezet en daarmee is alles gezegd.

 

Na een uitgebreide tour in onze buurlanden zal menig Belgisch festival in 2018 met zekerheid onveilig gemaakt worden.

(BG)

 

 

Meer lezen...

 

Equal Idiots @ De Kreun (20/10/17)  (4/5)

 

Met de twee voeten vooruit

 

Sinds Equal Idiots met de hoofdprijs van De Nieuwe Lichting 2016 gingen lopen gaat het hen voor de wind. Het duo uit Hoogstraten loste in juni van dit jaar hun eerste LP. En het moet gezegd worden Eagle Castle BBQ is voorlopig nog steeds het mooiste belpoppareltje van 2017. Ook live zijn Thibault en Pieter een perfect match en brengen ze onversneden rock met de rollende R van ruig.

 

Het voorprogramma werd opgeleukt door Freddie and The Vangrails. Dit Kortrijkse kwartet brengt punkrock zoals The Sex Pistols en The Exploited in het prille begin van de punkscene deden. Niets ontziend en met een dikke middelvinger in de lucht werden de korte tracks als handgranaten in het publiek gedropt. Frontman Freddie nam van de gelegenheid gebruik om de ruimte tussen het toestromende publiek te benutten en schreeuwend enkele sprintjes te trekken. De zaal was op deze eerste echte herfstdag vakkundig opgewarmd.

 

Op de opgewekte tonen van The Pina Colada Song kwamen Thibault en Pieter met een kamerbrede glimlach op het gezicht het podium op. Met opener Cover The Corpse vloog het tweetal met de twee voeten vooruit uit de startblokken. De snedige singles Hippie Man en Salmon Pink konden vanzelfsprekend op heel wat bijval rekenen bij de opgedaagde fans. Het jeugdig enthousiasme spatte op deze mooie Dag van de Jeugdbeweging van de bühne. Het geluid zat strak en dat is zeker niet altijd het geval bij genregenoten van hetzelfde allooi. Halverwege zorgde het rustige Toothpaste Jacky voor een verdiende pauze of zoals Thibault het zo mooi verwoordde was dit het uitgelezen moment om nog eens bier te halen. Equal Idiots weten zichzelf na al het succes nog steeds te relativeren. Iets wat hier in de West-Vlaanders zeker geapprecieerd wordt. Het fantastische Butter Up Down vette de boxen nog eens in met een dikke klodder rock & roll van de bovenste plank. Deze song was in al zijn grootsheid het perfecte orgelpunt van een sappige set. Tijdens de bisronde werden we nog getrakteerd op een eigengereide cover Ca Plane Pour Moi en de nu al Belgische klassieker Put My Head In The Ground. Deze passage, ver van huis, was af.

 

Achteraf namen Thibault en Pieter uitgebreid de tijd om hun t-shirts en platen, die als zoete broodjes verkochten, aan de man en vrouw te brengen met bijhorende handtekening. Het Wilde Westen kan weer een puike gig op hun conto bijschrijven. Waarvoor dank!

(BG)

Meer lezen...

 

The War On Drugs – A Deeper Understanding (5/5)

 

Heartlandrock met het hart op de juiste plaats

 

Vrijdag 25 augustus 2017 zal de geschiedenisboeken ingaan als albumreleasedag van het jaar. Naast Queens Of The Stone Age, Triggerfinger en Iron & Wine bracht ook frontman Adam Granduciel met The War On Drugs een kakelverse plaat uit. Een langverwachte opvolger van het baanbrekende album Lost In The Dream (2014) dat bol stond van de hemelse wijsjes Under The Pressure, Red Eyes, Burning, Ocean Between The Waves… Geen simpele opdracht dus om daar aan tippen. Maar Granduciels liedje is nog lang niet uitgezongen zo blijkt want A Deeper Understanding is wederom heartlandrock pur sang met het hart op de juiste plaats.

 

Voor de release kregen we al heel wat voorsmaakjes met Thinking Of A Place voorop. Deze elf minutenlange nostalgische trip down memory lane werd meteen omarmd door alle fans en kon op kousenvoeten voor heel wat nieuwe volgers zorgen. Het moet geleden zijn van Purple Rain dat Studio Brussel een lange loeder van begin tot einde op de ether gooide. Up All Night is een tegendraadse binnenkomer die meteen de volledige schijf samenvat. Als gewiekste nachtraaf kwinkeleert Granduciel zich een brede boulevard door de openingstrack. Aan ‘I’ve been up all night, spinning round the floor’ is er weinig toe te voegen. Bij Pain worden de heartlandrock-grenzen opgezocht en gretig overschreden. Pijn is hier fijn met de P van prachtig. Strangest Thing is The War On Drugs op z’n best. Zwevend op een wolk van melancholie worden we meegenomen op reis langs de liefdesperikelen van de frontman. Hier wordt wederom bewezen dat deze piekfijne formatie uit Philadelphia een belevenis is voor alle zintuigen, kippenvel gegarandeerd. Nothing To Find is op zijn beurt, samen met het zeer hit-gevoelige Holding On, het meest up-tempo dat A Deeper Understanding te bieden heeft. Denk aan de klassieker Red Eyes en dan weet je meteen dat Granduciel en zijn gevolg ook wat vlotter goed uit de voeten kunnen. In Chains werkt ontketenend op onze gemoedstoestand. Deze bekoorlijke brok opgewektheid zet moeiteloos al onze sinussen open. Zo dikt het rijtje nieuwe heartlandrock-toppers gewillig aan en nestelt The War On Drugs zich voorzichtjes tussen de groten van deze aardkluit. Dit is ontegensprekelijk een band van wereldniveau die we nog steeds kunnen koesteren als een warme verkwikkende kop koffie op een koele matin.

 

Tot in Vorst Nationaal, Adam en company!

(BG)

 

Meer lezen...

 

Dan Auerbach – Waiting On A Song (3,5/5)

 

De sleutel tot solosucces

 

Op Waiting On A Song, de tweede soloplaat van Dan Auerbach (Black Keys), bewijst de frontman uit Nashville nog maar eens dat hij bij de beste songwriters van zijn generatie hoort. Het laatste album van de Black Keys, Turn Blue, dateert weeral van drie jaar geleden en in 2015 loste Auerbach nog een plaat met zijn zijproject The Arcs die ons niet volledig kon bekoren. Maar hier is Dan terug van niet zo lang weggeweest en heeft hij de sleutel tot solosucces gevonden. Vooral niet moeilijker willen doen dan wat je bij je hoofdband ten berde brengt is de boodschap.

 

Shine On Me was het schitterende voorsmaakje, dé oorwurm waar iedere artiest naar snakt, dé brandstof voor een zwoele zomer. Daarom wordt het ook grijs gedraaid op de Vlaamse radiostations van uiteenlopend pluimage. Misschien tot vervelens toe van bepaalde azijnpissers maar de dochters des huizes gaan er spontaan van dansen en huppelen, dus ons deert het niet. De volwassen titeltrack zet de toon als verfrissend aperitiefje. De zoete cocktail van opgewekte melodieën wordt ook bij Malibu Man geserveerd op een bedje van Auerbachs zeer herkenbare vocals. Wij zien de wapperende palmbomen aan een zonovergoten Californisch strand naar keuze al voor ons. Livin’ In Sin en King Of A One Horse Town zijn eveneens niet complex en luisteren lekker weg. Ook al zit Auerbach op zijn albumcover in een dikke laag gevallen herfstbladeren, deze plaat is één en al zomer. Cherrybomb gooit er net over de helft nog een goedgemutst bommetje tegen. De funky bluesrock werkt aanstekelijk en de lyrics zijn niet al te ver gezocht waardoor Auerbach een zeer breed publiek kan/zal aanspreken met deze plaat. Undertow en Show Me, beide riedelend als een America-classic, sluiten af in schoonheid.

 

En nu wachten tot Auerbach zijn maatje Carney opzoekt voor een volgende Black Keys-schijf. Meer van dit graag.

(BG)

Meer lezen...

 

Equal Idiots – Eagle Castle BBQ (4,5/5)

 

Garagerock voor al uw feestjes

 

Naast dancing Highstreet heeft Hoogstraten vanaf heden een ronkend rockalternatief. Thibault Christiaensen (zang en gitaar) en Pieter Bruurs (drums) vormen sinds 2012 een band die vrolijke garagerock met een punky kantje brengt. Vergelijkingen met andere olijke duo’s (zie Black Box Revelation, The White Stripes en Black Keys) mogen hier zonder verpinken gemaakt worden. Na hun opmerkelijke passages in menig talentenshows met aanzien (De Nieuwe Lichting, Humo’s Rock Rally…) zijn Equal Idiots toe aan hun eerste LP. Eagle Castle BBQ is een plaat geworden die past op al jouw feestjes.

 

Vanaf de eerste noot zit de sfeer goed. Cover The Corpse is een huppelende streep rauwe punk die binnenkomt. De echoënde uw’s werken aanstekelijk en zorgen meteen voor een meerwaarde. Met Salmon Pink en Put My Head In The Ground hebben Thibault en Pieter al twee vette vissen die op hun dooie gemak naar de top van De Afrekening zwommen. Beide tracks zijn zo strak dat ze als ultieme oorwurm de hersenhelft die verantwoordelijk is voor opgewekte rockriedels niet meer verlaten, pu-pu-pu-pu put that song in your head. Ook Hippie Man en Styx horen bij het betere gerief van de plaat. Er is eigenlijk geen enkel lied dat echt uit de boot valt en dat is voor een debuutplaat van twee jonge kornuiten niet vanzelfsprekend. Ze namen hun tijd om een oerdegelijke plaat te produceren en zijn daar met grote onderscheiding in geslaagd. Toothpaste Jacky is veruit de enige song die in het vakje ‘relatief rustig’ kan gestoken worden. Er is ruimte voor wat gefluit en heimwee naar vervlogen tijden. Maar dit alles duurt niet te lang want er staat nog een horde trappelende tracks klaar met genoeg pk’s om een mustang mee te vullen. I Know en vooral Money Man Midas trekken met gierende gitaren alle registers open met een alles verschroeiend orgelpunt als gevolg. Butter (Up Down) en What You Gonna Say vallen dan weer eerder onder noemer frivool en fruitig met een ruig randje omdat ze het niet kunnen laten. De akoestische titeltrack sluit de meeslepende aaneenschakeling van ruwe rockparels af met een korte riedel om rond het kampvuur mee te kwelen. Het schelle mondharmonicaatje nemen we er graag bij.

 

Hun agenda staat deze zomer én najaar vol. Zeker live eens checken als je er de kans toe krijgt. De toekomst van de vaderlandse rock scene is verzekerd.

(BG)

 

Meer lezen...

 

Cd-review: Steak – No God To Save (4/5)

 

Urban desert rock

 

Stoner muilperen van uit London in plaats van de Californische woestijn, het is eens iets anders maar daarom zeker niet minder. Al zeven jaar bouwt Steak, met de Britse metropool als uitvalsbasis, een carrière uit in alternatieve rockmiddens. Met een snedige combinatie van fuzz-, stoner- en desertrock zijn we na Slab City (2014) toe aan een tweede loeier van formaat. No God To Save heeft heel wat in zijn mars en mag niet zomaar onder de radar blijven sluimeren. Door hun herkomst en hun vurige keuze voor deze hemelse muzieksoort kunnen we misschien van een nieuw subgenre spreken: ‘urban desert rock’, yeah!

 

Opener Overthrow werd opgebouwd volgens het gekende recept van de stonergrootheid Kyuss. Doorknallen met de nodige twists om de aandacht van de luisteraars krachtdadig bij de les te houden. Gierende gitaren en vranke vocals zijn meteen ons deel en de huiskamer verandert prompt in een dor rotslandschap. Ook Coke Dick geeft er een razende lap op. Het drumstel wordt bedreven afgeranseld en is als strakke maatmeter duidelijk aanwezig. Clones vliegt iets minder bevlogen door de boxen en kan niet meteen een blijvende indruk nalaten. King Lizard daarentegen strooit dan weer royaal met rauwe riffs alsof het kerstmis is voor adepten van het genre. Het refrein werd hier opgevuld met langgerekte oooooh’s die bevorderend werken voor het meezingen. Ook Living Like A Rat en vooral Rough House staan als een huis vol steengoede stonerstenen. Steak is een band uit één stuk en de leden vullen elkaar naadloos aan. Het ongepolijste gitaarspel gaat zo nog enkele tracks verder tot we bij The Ebb met een instrumentaal streepje akoestisch getokkel in schoonheid afsluiten.

 

No God To Save is een zeer verdienstelijke schijf, een gebalde knuist wit van ongebreidelde woede. Ideaal om wat stoom af te blazen.

 

 (BG)

Meer lezen...

 

Cd-review: Millionaire – Sciencing (4,5/5)

 

Een citytrip in het hoofd van Tim

 

Evil Superstars, Eagles Of Death Metal, Broken Glass Heroes, The Hickey Underworld… maar bovenal Millionaire is zowat het eerste wat bij je opkomt bij het horen van de klinkende naam Tim Van Hamel. Twaalf jaar na Paradisiac (2005) zorgt de charismatische frontman misschien wel voor dé belpop-verrassing van het jaar door uit het niets een nieuwe Millionaire-schijf te droppen. Sciencing is een wonderbaarlijke citytrip in het hoofd met grijzende krullen van Tim geworden. Deze plaat is een geslaagd wetenschappelijk experiment in naam van de muziek en zal tot buiten onze landsgrenzen op heel wat bijval kunnen rekenen. Vraag het maar Tims goeie vriend Josh Homme die experimentele rock in een kleurrijk psychedelisch jasje wel weet te smaken.

 

I'm Not Who You Think You Are verbaasde een maand geleden vriend en vijand. Millionaire was in één klap terug en hoé. De lange lacune die ze na hun laatste wapenfeit achterlieten werd hen meteen vergeven. Under The Bamboo Moon past perfect bij de broeierige hitte van de laatste dagen. Bij een terras met ijskoude pintjes en een ondergaande zon zou deze song, badend in de zuiderse, sfeer als ideale achtergrondmuziek kunnen dienen. Maar Tim is geen backgroundman en zet zich graag met zijn gitaar op het voorplan. Op Love Has Eyes bewijst hij met een sublieme solo dat hij nog steeds tot de beste gitaristen van deze kleine natie hoort. Guru’s Feet is dan weer psychedelische rock ten top. Deze track is het beste dat we dit jaar tot nu toe uit deze genrehoek te horen kregen. Met een berekende opbouw à la QOTSA stijgt deze vette streep muziek naar een puntige piek. De keuze om er een Jon Lord-achtig orgeltje bij te zetten plaatst Van Hamels klasse alleen maar in de verf. Ook Silent River en Back In You weten zonder grommende Champagne-riffs probleemloos te bekoren. Vooral de laatste heeft een frisse akoestisch gitaarlijn die zoetjes binnengaat tijdens zwoel zweetweer. L’Homme Sans Corps is zowel muzikaal als taalkundig het buitenbeentje van de plaat. Met een high-pitched voice en een Tame Impala-melodie worden we ondergedompeld in een dartele soundscape van groen gras met madeliefjes en boterbloemen in overvloed. Busy Man schakelt bij de voorlaatste halte nog een versnelling hoger. De snedige strakheid spat uit de boxen bij deze track met bakken hitpotentieel. Het instrumentale Visa Running rondt deze schijf met scherpe rand af met een welgemikte uppercut. Knock-out in de twaalfde ronde is het verdict en Tim Van Hamel mag zijn magische handen oververdiend in de lucht steken.

 

De kroonprins van de belpop is terug en dat zullen we geweten hebben!

(BG)

 

 

Meer lezen...

 

The Black Angels – Death Song (4/5)

 

Psychedelica pur sang

 

Austin, de hoofdstad van Texas, is naast de woonplaats van liegebeest Lance Armstrong op muzikaal vlak één van de hardst bonkende harten van de VS. Janis Joplin, The 13th Floor Elevators, Spoon, Explosions In The Sky en het wereldvermaarde South by Southwest Music Festival zijn onherroepelijk aan ‘the Weird City’ gelinkt. Met The Black Angels hebben ze al een tiental jaar ook een psychedelische rock-parel om trots op te zijn. Death Song, hun vijfde worp, zet hen nog iets steviger in het zadel. Een doorbraak bij het grote publiek is nakend.

 

Inspiratie voor een klinkende bandnaam vonden ze bij The Black Angel’s Death Song van The Velvet Underground & Nico. De titel van deze kakelverse schijf kwam dus ook niet als een iconische banaan uit de lucht vallen. Dit vijftal weet perfect zijn invloeden te kanaliseren en om te zetten in opmerkelijke plaatjes. Currency is er meteen boenk op en hoort zonder twijfel tot het beste van wat dit genre te bieden heeft. Vlijmscherpe riffs en onheilspellend tromgeroffel bepalen de koers van deze overdonderende openingstrack. Het refrein bekt lekker mee en de machtige melodie past nog het best bij een actiefilm van Tarantino. I’d Kill For Her is naar Black Angels-normen relatief luchtig maar rockt er wel stevig op los. Deze track werd terecht uitgekozen om als single vooraf af te vuren. Half Believing is de eerste en enige ballad die op Death Song staat. De bijna jankerige manier van zingen mist zijn doel niet en gaat door merg en been. Het melancholische pad wordt met Hunt Me Down weer verlaten voor een streep opgejaagde garagerock. Het broeierige Texaanse klimaat klinkt overal in door en je waant je bij momenten eenzaam en alleen achtergelaten in de verzengende hitte van een uitgestrekte woestijn. Zo ook bij het beklijvende Estimate die met weinig bombast en volume weet te imponeren. I Dreamt is allesbehalve een zachte droom en schakelt weer een versnelling hoger om over de geasfalteerde aders van het dorre landschap door te jakkeren. Er wordt gegoocheld met woorden waardoor geestverruimende lyrics naar boven komen: Oh I dreamt that you dreamt that I dreamt with you’.  En zo gaat deze trip nog enkele tracks verder om uiteindelijk zelfverzekerd af te sluiten met Life Song. Nog even dit: Als je lang genoeg naar de hoes kijkt begint ze op het ritme van de muziek mee te draaien.

 

In september staan ze in de AB. Maar deze zomer zullen ze ook wel ergens in de buurt halt houden.

(BG)

Meer lezen...

 

Dimmu Borgir - Forces of the Northern Night

 

Voor wie Dimmu Borgir kent moet ik er geen doekjes om winden … dit is waarschijnlijk de meest bekende Symfonische Black Metal groep van het moment. Die uitgegroeid is van een donkere Noorse band tot een wereld dominerende winstgevende machine voor zowel band als label Nuclear Blast.

 

Voor de leken onder ons, Dimmu Borgir is gestart in 1993 met een naam die afgeleid is van een vulkanisch gebied in Ijsland wat donker fort of grimmige stad wil zeggen. De invloed van hun muziek komt van bands zoals venom, celtic frost en mayhem met invloeden van de klassieke componisten zoals Richard Wagner en Antonín Dvorák en dit gecombineerd met snelle drums en agressieve gitaren.

 

De drie stichtende leden hadden volgens mij nooit verwacht ooit in de Noorse top 30 te staan of om met meer dan 100 muzikanten van het Norwegian Broadcasting Orchestra en Schola Cantorum Choir op te treden … laat staan om er 6 jaar later een vette DVD en Live CD van uit te brengen … en wat voor een DVD.

 

De muziek van Dimmu Borgir is al jaren een samenspel van epische, thematische en symphonische arrangementen die uiteindelijk wel het best tot zijn recht komen wanneer het gespeeld wordt door een volwaardig orkest, een koor en natuurlijk de leden van de band zelf.

 

Een niet alledaags zicht om zo enkele langharige met bloed besmeurde black metal kerels te zien staan screamen en headbangen tussen gekostumeerde koorzangers en orkest lui met een mooi “debardeurke” aan. Maar het werkt !!!

 

Ik heb Dimmu Borgir wel al een keer of 6 gezien live, maar toen ik dit voor het eerst zag (op youtube weliswaar) kreeg ik direct kippenvel. De sfeer, het bombastische, de composities, …. alles valt op zijn plaats op deze album. Hiervoor is hun muziek gemaakt.

 

De CD bevat 17 tracks en is een must voor de liefhebber.

De BluRay versie bevat 2CD / 2 BluRay met het optreden in Oslo met het Norwegian Broadcasting Orchestra en Schola Cantorum Choir alsook het legendarisch optreden op Wacken Open Air met het Nationaal Tsjechisch Symfonisch Orkest en een In-Depth documentaire met behind-the-scene fragmenten van de immense stage-production in Noorwegen

 

Score: 5/5

Review door VANDAMME WOUTER

 

CD Tracklist:

1. Xibir

2. Born Treacherous

3. Gateways

4. Dimmu Borgir

5. Dimmu Borgir

6. Chess With The Abyss

7. Ritualist

8. A Jewel Traced Through Coal

9. Eradication Instincts Defined

10. Vredesbyrd

11. Progenies Of The Great Apocalypse

12. The Serpentine Offering

13. Fear And Wonder

14. Kings Of The Carnival Creation

15. Puritania

16. Mourning Palace

17. Perfection Or Vanity

Meer lezen...

 

Mark Lanegan – Gargoyle (4/5)

 

Mark graaft als vanouds putten in zijn ziel

 

Mark Lanegan (Screaming Trees, Queens Of The Stone Age, Gutter Twins…), 52 jaar intussen, heeft zijn schuurpapieren stem met grove korrel nog eens gesmeerd om met zijn huisband een plaat op te nemen. Het middelmatige Phantom Radio (2014) verdween al vlug uit onze persoonlijke ether en het was dus hoog tijd dat Zijne Rauwheid nog een schijf afleverde die het merk Lanegan waardig was. En ja hoor, Gargoyle imponeert zonder veel franjes en tekent nu al voor een langer verblijf in onze playlist dan zijn voorganger.

 

Zinderend en vol overtuiging rekent onze favoriete karakterkop af met zijn kwelduivels. Met de openingstrack Death’s Head Tattoo tatoeëert Lanegan lustig verder op zijn magnum opus Blues Funeral (2012). Met lyrics als: ‘Wild thing / See the monkey in the jungle swing / Canary in the cavern sing / That the devil lives in anything’ worden er taalkundig rake klappen uitgedeeld. Er is dan ook niets beters dat bij deze vlijmscherpe woorden past dan de schorre stem van deze statige ‘screaming tree’. Nocturne is de perfecte soundtrack voor een wild nachtje stappen. Donkere synths en doordringende gitaarlijnen zorgen tegelijk voor een onheilspellend en opzwepend tempo. Wij slaan alvast een avondje bar hangen met Mark niet af. Beehive werd als voorbode gelost en zoemt zeemzoet ons gehoorkanaal binnen. Als een doorwinterde stielman weet Lanegan zijn ambachtelijk maatwerk aan de man te brengen. Mede door de middeleeuws ogende hoes druipt er een soort archaïsche echtheid van het album dat men niet veel meer tegenkomt. Hopelijk weet hij komende festivalzomer ook wat jong volk uit hun tent te lokken om vooraan bij zijn optredens post te vatten. In Emperor hoor je duidelijk het aandeel van boezemvriend Josh Homme. Het is algemeen geweten dat de frontman van QOTSA graag met ‘b-kantjes’ strooit bij zijn beste kameraden. En ook deze track mag er zeker wezen en blijft hangen als een absolute heerser. Daarna volgen nog enkele bokkige ballads (Goodbye to Beauty en First Day Of Winter), vintage Lanegan. Old Swan is geen zwanenzang maar een vastberaden orgelpunt van een puike plaat, dé zoveelste op het conto van deze grootmeester.

 

Met tussenstops Werchter, Eindhoven en Arras zijn er aan het begin van deze festivalzomer voldoende kansen om deze doorleefde tronie te aanschouwen.

(BG)

 

 

 

 

Meer lezen...

 

Spoil Engine : Stormsleeper (2017)

 

 

 

Na de EP “Stormsleeper” is er nu de full-length vanuit het Spoil Engine kamp.

Het nieuwe album bevat de nummers vanop de EP met nog  4 nieuwe nummers.

En welke … Black Sails, Silence Will Fall, Wastelands en Doomed to Die zijn terug veelzijdige metal core schijven die zullen zot gedraaid worden bij velen.

 

Het album werd opgenomen in de Oceanside Studio en gemixed in Studio Fredman in Zweden waar onder andere ook bands zoals In Flames, Dark Tranquillity en Hammerfall hun meesterwerken lieten “opkuisen” …

 

De schijf begint met Disconnect die al meteen een statement maakt dat da madamke niet met haar kl*ten laat spelen. Met een hoog meezinggehalte wordt je direct in een opzwepende walm van techniek en agressie gedompeld. En geloof me, de trend wordt hier al goed aangegeven. Dit is trouwens één van de songs met bijhorende videoclip.

https://youtu.be/xloB-nOf0Io?list=PLBDWL0UeQ0AU_wHn9R6L6-pJjdh_2oCep

 

Volgend nr is Silence Will Fall die er ook wel redelijk op door beukt. Weliswaar wat minder meezing gehalte, maar toch met een opvallende middenstuk die van akoestisch perfect overgaat naar de apotheose van het nummer. Zalig hoe nummers plots een andere wending kunnen krijgen zonder de focus te verliezen van de basis.

 

Doomed to Die is volgens mij de “hit” op de cd. Met de woorden “everybody flip flop” kun je er de rest van de avond op teren. Doet me vooral denken aan Arch Enemy qua zangstijl en mee roep toestanden. Hier ook past een videoclip bij …. https://www.youtube.com/watch?v=tdyrT89NRxs

 

Na een sfeervolle opbouwende gitaarpartij hakt Weightless er in al een bijl … Misschien is dit wel het minst toegankelijk nummer qua jump up gevoel, maar daarom niet minder interessant. Integendeel, het volgens mij meer aanwezig zijn van samples brengt de schijf naar een soort mysterieuze sfeer wat we van vorige platen niet gewend waren.

 

De titeltrack Stormsleeper is uiteraard wel al wat gekend ondertussen door meerdere verzamels en lijsten die de schijf al beklommen heeft. Hier hebben we terug het ‘hit’ gevoel met het aanstekelijke refrein.

check ook de video: https://youtu.be/r2LdZ2RGdbc

 

Hollow Crown is terug eentje die ook op de EP stond. Rechtdoor, vette gitaarstukken, dikke bas en een retestrakke drum maakt dit nummer een van de agressiefste op de plaat. Toch kantelt de song naar een terug soort sferisch tussenstukje, maar tegen dat je het goed en wel beseft is de trein daar al terug aan 300 km/u …

 

Dit is mijn persoonlijke één van mijn favorieten: Black Sails.  Qua sfeer en sound gaat dit tussen Arch Enemy en Dark Tranquillity met vette break down stukken … Sommige gitaarriffs klinken lekker Zweeds , andere doen dan de vazen van de kast donderen …. Veelzijdig nummer met hopen potentieel.

 

The Verdict is dan voor mij de minste van het nest. Geen slecht woord over deze song, maar al er één moet gekozen worden … Dit nummer geeft volgens mij het minst evolutie in de weg die Spoil Engine bewandelt.

 

Met Singing Sirens gaan we een beetje de duistere toer op … Het lied weerspiegelt wat sommige 20’ers momenteel meemaken en voelen in de wereld van vandaag. Gevoelens die nu en dan resulteren in zelfmoord en achteruitgang van de wil om iets te bereiken of doen.

Dit is “de” plaat van het album volgens mij, maar is toch de vreemde eend in de vijver hier.

 

Aan alle goede dingen komt een einde, met Wastelands wordt de Stormsleeper album afgesloten. Terug een knaller van formaat waardoor je de duistere gedachten van zijn voorganger al vlug vergeten bent. Lekkere metal die smaakt naar meer.

 

De plaat is beschikbaar op CD, Digitaal en Vinyl via Arising Empire.


Op 20 mei is er trouwens de CD release gig in Torhout met Spoil Engine, The Charm the Fury en Static. En er is ook een tour gepland met Prong en in het najaar schuimen ze Frankrijk en Portugal af.

 

 

score: 8,5 / 10

review by Vandamme Wouter

 

 

Meer lezen...

 

Havok – Conformicide (5/5)

 

Hoogvlieger slaat zijn vleugels uit

 

Met Denver, Colorado als uitvalsbasis en The Rocky Mountains als dreigend decor, fabriceert Havok al meer dan tien jaar thrash van het bovenste metalschap. Frontman David Sanchez, het enige bandlid dat sinds de formatie in 2004 is overgebleven, moest met zijn band heel wat woelige watertjes doorzwemmen om te geraken waar ze nu staan. De vele wissels van wacht gingen allerminst ten koste van de kwaliteit want Conformicide is een ruwe diamant geworden die van onschatbare waarde is voor het thrash-genre dat vers bloed zeker kan gebruiken.

 

Met de akoestische intro van F.P.C. wordt Conformicide onheilspellend op gang gebracht. De compromisloze thrash wordt in dosissen van gemiddeld vijf minuten toegediend. Sanchez schreeuwt zich van begin af bijna een klaplong en houdt dat twaalf hoofdstukken lang zonder verpinken vol. Zonder toegankelijke refreinen à la Metallica weet Havok ons moeiteloos bij het nekvel te grijpen. De invloeden (Megadeth, Testament…) worden perfect gekanaliseerd waardoor ze vooral met hun eigen sound kunnen imponeren. Hang ‘Em High en Dogmaniacal blijven beide als de echo van een blaffende bloedhond hangen. Halverwege bij Masterplan aangekomen blijft het hevige Havok-recept ongewijzigd, en met succes. Snedige riffs die met de nodige drum-pk’s worden voorgestuwd zijn ons deel. De solo’s worden met het gemak van een doordeweeks Amerikaans bombardement op ons afgevuurd. Peace Is In Pieces windt er zowel tekstueel als muzikaal geen doekjes om. De gitaren worden gretig gegeseld met ragfijne riffs en dwarse deuntjes als gevolg. Wake Up zet de laatste vezels van ons lijf op scherp. Deze crowdpleaser met een hoog meezinggehalte zou niet misstaan als openingstrack. Misschien een idee om één van de vele live-sets mee aan te vatten. Slaughtered maakt met een vlijmscherp eindpunt de slachting compleet.

 

Havok zijn hoogvliegers, recht voor de raap met een duidelijk doel voor ogen: ‘bring music that absolutely rips!’.

(BG)

 

 

 

Meer lezen...

 

Mammoth Mammoth – Mount the Mountain (4/5)

 

De mammoet is alive & kicking

 

Motörhead op LSD-trip, Queens Of The Stone Age on speed of AC/DC na een amfetaminekuur. Welke drugs de manschappen van Mammoth Mammoth nemen weten we niet, maar één ding is zeker: hun vijfde studioplaat Mount the Mountain is een blaffende brok testosteron geworden. Na Wolfmother, Parkway Drive en Airbourne is Mammoth Mammoth de zoveelste rockende raskangoeroe die van Down Under al huppelend onze richting uitkomt.

 

Met een lijvige titeltrack wordt deze harde bergtocht ronkend op gang getrapt. We weten meteen waar we aan toe zijn: rock, recht voor de raap afgeleverd. De gitaren grommen en de drums zijn onheilspellender dan de ergste Australische bosbrand. Spellbound raast als een opgejaagde kudde mammoeten door de wildernis. De begeesterende riffs zorgen vrijwel meteen voor de perfecte betovering. Deze track zal mits enige airplay zeker potten breken. Hole In The Head en Kickin’ The Dog doen de plaat rauw doorsnauwen. Geen tijd voor instrumentale intermezzo’s of bedaarde ballads, the great rocking wall of sound moet brick by brick/track by track vakkundig gemetst worden. Bij Procrastination is er geen sprake van uitstelgedrag. Dirty rock & roll gutst in al zijn smerigheid uit de boxen. Waar de doorsnee hardrockplaat een dipje kent, doet Mount the Mountain er nog een schepje bovenop met Sleepwalker. Hier is de harige olifantachtige niet met uitsterven bedreigd maar very much alive & kicking. Er werd naar alle waarschijnlijkheid bergen werk verzet om deze plaat te produceren en dat brengt op. Epitome en Hard Way Down zijn rake resumés van de geleverde arbeid. Bloed, zweet en tranen zijn Mammoth Mammoth niet vreemd en daar kunnen heel wat collega’s een voorbeeld aan nemen. Met Cold Liquor klinken we nog een laatste keer op onze besnaarde vriend, de gitaar. De combinatie echtheid en bevlogenheid verdient een welgemeende santé.

 

Een album dat in heel zijn hoedanigheid blinkt in zijn hoes, koesteren die handel.

(BG)

 

 

Meer lezen...

 

Delorentos – Night Becomes Light (3,5/5)

 

Breekbare morgenstond

 

Naast Guinness, vrolijke voetbalfans en groen gemutste kabouters heeft Ierland ook op muziekgebied heel wat te bieden. Zo brengt het viertal van Delorentos al een dikke tien jaar met wisselend succes platen op de markt met breekbare poprock die aansluit bij de stadsgenoten van Villagers en The Thrills. Met een bandnaam die eerder doet denken aan een bevrijde slavenstad uit Essos (zie Game Of Thrones) zijn deze heerschappen vastberaden om met hun laatste plaat de grote doorbraak in de rest van Europa te forceren.

 

Night Becomes Light wordt langzaam wakker met Home Again. Zonder grootscheepse composities weet frontman Kieran McGuinness – kan het nog Ierser!? – ons te raken met zijn fragiele vocals. Op het einde bloeit de openingstrack volledig open om naadloos aan te sluiten op wat volgt. Bij Show Me Love valt meteen op hoeveel hit-potentieel Delorentos bevat. Het is vreemd dat Studio Brussel deze band nog niet heeft opgeëist als eigen ontdekte goudklomp. Want als Bear’s Den en Bastille uren airplay te veel krijgen dan mag Delorentos daar als frisse afwisseling zeker tussen geprogrammeerd worden. Forget The Numbers en Too Late doen verder op hetzelfde elan. Kieran en co grossieren in deuntjes zonder kapsones die thuishoren op de grote festivalpodia ergens rond vier uur in de namiddag. Met Valley Where The River Runs zitten we over de helft. Deze song meandert van bron tot monding als een waarachtige waterloop zonder overdrijven. Klotsend gedrum en licht golvende riffs zijn hier ons deel. I Will Not Go en Fits (Too Drunk to Drive) schakelen weer een versnelling hoger waardoor deze plaat grotendeels gespaard wordt van de gevreesde chasse patate. Met Dublin Love Song, een ode aan de liefde met de Ierse hoofdstad als decor, is de cirkel rond.

 

Delorentos zou een ideale opwarmer zijn voor grote formaties als The Killers en Band Of Horses. Chokri, u weet wat u te doen staat man!

(BG)

Meer lezen...

 

Spoon – Hot Thoughts (4/5)

 

Als gouden lepeltjes met zoete rijstpap

 

Al een dikke twee decennia lang lepelt Spoon ons met mondjesmaat doordachte poprock in. Vanuit Austin, de Amerikaanse hoofdstad van het alternatieve muziekwereldje, sturen frontman Britt Daniel en co met succes hun pareltjes de wereld rond. Hot Thoughts is hun negende worp alwaar ze hun fantasieën wederom omgezet hebben in mooie muziekjes. De soep wordt bij deze even heet gegeten als ze opgediend wordt.

 

Als een aanzwellende zwoele zomerdag wordt de plaat op gang getrapt. Hot Thoughts is opzwepende passie gegoten in een bakvorm van 3min49sec. Funky dansschoenen zijn hier geen overbodige luxe. Starten met de titeltrack kan een slecht voorteken zijn voor het verdere verloop van het album. Hoog mikken om de rest van de plaat achter het vlaggenschip te verstoppen. Bij Spoon is hier geen sprake van, integendeel. WhisperI'lllistentohearit doet er nog een ferme schep bovenop. Onheilspellend keyboard-getokkel en afwachtend gesnaar zetten de toon. Halverwege zorgt drummer Jim Eno voor een mooie ritmewissel en wordt er een versnelling hoger geschakeld. Deze track behoort nu al tot het beste dat we in 2017 door ons oorkanaal geduwd kregen ‘c’mon and show me some spirit’. Do I Have to Talk You Into It is er eentje waar Beck momenteel met enige jaloezie naar zit te luisteren. De flow zit er goed in en de tien uiteenlopende songs gaan naadloos over in elkaar. Can I Sit Next to You, de tweede single uit de plaat, kan gecatalogeerd worden onder oorwurmen met scherpe weerhaakjes. Ook hier moet het dansbaar schoeisel binnen voetbereik blijven. I Ain’t The One weet dan weer de meer gevoelige snaar te raken. Met deze beklijvende ballad meanderen we naar het einde toe van deze puike plaat. Het knallende Shotgun en het experimentele Us zorgen nog voor een uitdagend einde. Blijven luisteren is dus de boodschap.

 

Met deze plaat, als gloeiende gedachte in het achterhoofd, kijken we reikhalzend uit naar hun passage in Arras als perfecte opwarmer voor Radiohead.

(BG)

 

Meer lezen...

 

Lion (4/5)

 

Ongelofelijk maar waar(gebeurd)

 

Sinds zijn doorbraak in Slumdog Millionaire (2008) wist Dev Patel (The Newsroom, The Best Exotic Marigold Hotel…) zijn acteerkunsten nog niet te verzilveren met een topprijs. Zijn rol in Lion, een film over een ongelofelijk maar waargebeurde verhaal, zal daar zeker verandering in brengen. Patel werd terecht genomineerd voor een Oscar voor beste bijrol en kreeg onlangs al een BAFTA-award in dezelfde categorie.

 

De vijfjarige Saroo probeert met zijn oudere broer Guddu, zijn zus en moeder de eindjes aan elkaar te knopen. Als Guddu bij één van hun nachtelijke uitstapjes op zoek naar werk Saroo achterlaat in een station valt de vermoeide jongen in slaap op een verlaten wagon. De volgende ochtend wordt Saroo wakker in een denderende trein die hem pas dagen later afzet in Calcutta, 1600 kilometer van zijn dorp. Saroo slaagt er in om maanden te overleven op de straten van de Indische metropool tot hij via een tehuis voor weeskinderen bij een Australische familie – met verve gespeeld door Nicole Kidman en David Wenham – terecht komt. Vijfentwintig jaar later wil Saroo zijn Indische familie terugvinden, maar waar moet hij zijn zoektocht beginnen? Het kleine dorpje waar hij de juiste naam amper kan van uitspreken blijkt op Google Earth een speld in een hooiberg te zijn…

 

Verfilmde drama’s die waargebeurd zijn hebben altijd iets extra’s. Zeker als dit op deze manier in beeld gebracht wordt. Meligheid wordt gemeden en in ruil krijg je een staaltje topcinema dat bij momenten door merg en been gaat.

(BG)

Meer lezen...

 

Cd-review: Von Detta – Exit Grand Piano (4/5)

 

 

Gent, stonerhoofdstad van België

 

Mocht Josh Homme een Belg zijn dan was hij woonachtig te Gent. De West-Vlaamse enclave werpt zich meer en meer op als dé uitvalsbasis voor bands die grossieren in stonerrock en alles dat er rond zwerft. Na Wallace Vanborn – die een dikke tien jaar geleden het grindpad effende – en Fire Down Below – die ons vorig jaar nog een schop in de radijzen verkocht die nazinderde tot achter de oren – is er nu ook Von Detta. De vijfkoppige formatie levert met Exit Grand Piano een oerdegelijk debuut af ,bestaande uit vijf rake klappen.

 

Gemixt en geproducet door Ian Clement (Wallace Vanborn), debuterend achter de knoppen en huppelende parameters, is Exit Grand Piano een stevige plaat geworden met een rauwe gitaarsound als kapstok. Motormusic in Mechelen werd gekozen als opnamestudio. Als een bloeddorstige roedel wolven vlamt Von Detta wraakzuchtig uit de startblokken. Opener Get Better (At Lying) is onvervalste stoner met een refrein dat moeiteloos een Gravensteen met de grond gelijk kan maken. Zanger Tom Claus schreeuwt bij momenten de hele buurt bijeen, wat waarschijnlijk live al echt gebeurd is. Ook City Of Glass en Spaz & Grip zijn vlijmscherp en laten geen moment vrij om de aandacht te doen verslappen. De verschillende gitaar- en baslijnen worden naadloos in elkaar verweven, iets wat niet altijd vanzelfsprekend is. Nighthawk lijkt iets langzamer dan de rest zijn vleugels te ontplooien om uiteindelijk genadeloos toe te slaan. Wij fantaseren hier al een streepje animatiefilm bij van een onverbiddelijke havik die met zijn puntige klauwen een prooi naar keuze tot moes knijpt. Wrong Headed rondt de boel met een berekende mokerslag à la vintage Kyuss af. Het artwork mag er ook wezen, het valt op en spreekt aan om vast genomen te worden bij de platenboer. Niet onbelangrijk voor de verkoopcijfers.

 

Er werd geen spaander heel gelaten en zo hoort het.

(BG)

Meer lezen...

 

Temples – Volcano (4,5/5)

 

Met groetjes van Dalí

 

Sinds 2014 heeft het Verenigd Koninkrijk een waardige tegenhanger van het Australische Tame Impala. Temples wist drie jaar geleden, op hun debuut Sun Structures, te verrassen met een frisse psychedelische sound die nu met panache wordt doorgetrokken naar hun tweede worp. Volcano doet meer dan bevestigen, het is een uitbarsting van wondermooie composities met oog voor detail gesmeed. Deze plaat is de perfecte remedie tegen de druilerige maartse buien die tot nu toe ons deel waren in dit overgangsseizoen. Frontman James Bagshaw en co zijn klasbakken en het surrealistische albumartwork heeft het cachet van een échte Dalí.

 

De luisterrijke kwaliteit van opener Certainty – die al in september vorig jaar op ons losgelaten werd – en het superbe sluitstuk Strange Or Be Forgotten – gereleaset begin 2017 – blijft na menig luisterbeurt als een hardnekkige Pritt-buddy hangen. Dé grote vraag, alvorens Volcano op 3 maart in al zijn hevigheid losbarstte, was of de rest van de eruptie de moeite waard zou zijn. Een tweede album kan namelijk allesbepalend zijn voor de populariteit en het voortbestaan van een band op lange termijn. Maar de eerste tonen van All Join In en vooral (I Want To Be Your) Mirror lossen alle hoge verwachtingen ruimschoots in. Fruitige dreampop die af en toe opzwepend en gevat uit de hoek komt, is kort samengevat wat je te horen krijgt. Bagshaw laat zijn krachtige kopstem hoge toppen scheren terwijl de melodie de rest van het plaatje vult met idyllische landschappen. Het begin van Oh The Saviour en In My Pocket kunnen rechtstreeks afgetapt zijn geweest uit de beginjaren van Pink Floyd. Temples weet hier verdomd goed hoe ze de fijnbesnaarde akoestische gitaar in het geheel van blieps en synth-laagjes moeten doen passen. Born Into The Sunset en Open Air, die in het midden geposteerd staan, laten de boel allerminst in elkaar stuiken. Nu we toch vergelijkingen aan het maken zijn, ook invloeden van Electric Light Orchestra en The Beatles zijn hier nooit veraf. How Would You Like To Go? is misschien nog de minst toegankelijke track van de twaalf, maar daarom zeker niet van een lager niveau. De deftige titel Roman Godlike Man bedekt de explosieve lading van de hardste song. Alles wordt hier nog eens van de hoogste plank van de kast gehaald om een mindere riedel te vermijden en daar zijn deze heerschappen over de hele lijn met grote onderscheiding in geslaagd.

 

Het is nu afwachten of Stubru de ballen heeft om deze wondermooie popwijsjes niet alleen tijdens Zender te draaien maar ook tijdens de piekuren op de ether durft te zwieren. Sowieso staat Temples bij ons hoog op het to-do-live-lijstje.

(BG)

Meer lezen...

 

Summer Moon – With You Tonight (3/5)

 

Doorsnee debuut van een proper zijproject

 

Nikolai Fraiture (bassist The Strokes) laat in zijn nieuw zijproject zijn zangtalenten volledig tot hun recht komen. Summer Moon is een uitlaatklep waarin hij alles kwijt kan wat bij The Strokes op de achtergrond blijft. We horen 80s-achtige indiepop die iets minder gedurfd uit de speakers rolt dan je zou verwachten van Fraiture, toch een bassist met enig aanzien. Desalniettemin staan er op With You Tonight enkele songs met allure en het artwork mag er zeker en vast ook wezen.

 

Happenin opent de debatten met een huppelend riffje en een micro met ingebouwde stemvervormer die Fraiture geleend heeft bij Julian Casablancas, zijn vriend/frontman van bij die andere New Yorkse band. De titeltrack en Cleopatra houden hetzelfde doorsnee tempo aan maar kunnen in tegenstelling tot de opener niet altijd het gewenste effect bereiken. Het is pas bij Class A dat Summer Moon echt kan imponeren. Snedige gitaarlijnen worden ondersteund door een keyboard en doorwinterde drums die het ritme als een metronoom blijven bewaken. Samen met Chemical Solution hoort Girls On Bikes, die de prachtige jaren tachtig helemaal terug brengt, bij het beste van wat deze plaat te bieden heeft. Into The Sun valt dan weer iets te licht uit en had er zelfs niet bij hoeven te staan. Tot slot is Walk Out Music titelgewijs een perfecte afsluiter, maar ook hier laat de inhoud het ietwat afweten.

 

En dan nu een verse schijf van The Strokes, aub!?

(BG)

Meer lezen...

 

Pain Of Salvation – In The Passing Light Of Day (5/5)

 

De bevrijdende werking van metal

 

Dat Zweden een muzikaal land is bewijzen de Eurosong-statistieken, met zes overwinningen moeten ze enkel het Ierland van Johnny Logan laten voorgaan. Naast ABBA, het noorderlicht en de rolmops van betere qualité heeft het Scandinavische koninkrijk nog heel wat meer te bieden. Maar dat wist je als bescheiden muziekliefhebber waarschijnlijk al. Pain Of Salvation, die we eerlijkheidshalve nog niet zo lang geleden hebben leren kennen, is nu al één van onze ontdekkingen van 2017. In The Passing Light Of Day, hun tiende loeier, is veel meer dan een schuchtere ochtendzon die door de gordijnen de woonkamer tracht binnen te sluipen.

 

Pain Of Salvation is moeilijk in één vakje te steken. We horen progressieve metalriffs die ergens het midden houden tussen Opeth en Tool. Opener On A Tuesday is een tien minutenlange onverbeterlijke streep complexiteit die er op één of andere manier toch zoetjes in gaat. Alle troeven worden op tafel gegooid zodat meteen duidelijk is waar je aan toe bent. Tongue Of God en het wondermooie Silent Gold liggen qua intensiteit mijlenver uit elkaar maar kunnen beiden op hun eigen manier toch imponeren. Het brede spectrum dat aangereikt wordt, is er eentje van buiten categorie. Full Throttle Tribe heeft met een tongbreker als titel desalniettemin alles om uit te groeien tot een echte crowdpleaser. Een uiterst meezingbaar refrein wordt strak afgewisseld met snedige strofes. Bij The Taming of a Beast wordt titelgewijs het beest getemd tot het niet meer te houden is. Ontketend als dolle roedel wolven wordt ook hier in schoonheid geëindigd. Op het einde krijgen we als toetje de titeltrack nog voorgeschoteld. Vijftien minuten lang balanceert de band tussen ingetogen breekbaarheid en harde mokerslagen die uiteindelijk ook hier de bovenhand halen. Het perfecte einde van een dikke dijk van een plaat.

 

Het moet bloed, zweet en tranen gekost hebben om dit pareltje te produceren. Maar het In The Passing Light Of Day mag wel degelijk meer dan het daglicht zien.

(BG)

 

 

Meer lezen...

 

John Garcia – The Coyote Who Spoke in Tongues (4/5)

 

De woestijn als bron van alle leven

 

Kyuss, Slo Burn, Unida, Hermano, Vista Chino… het aantal bands en projecten dat John Garcia de voorbije dertig jaar voorzag van vurige vocals is bijna niet meer op één hand te tellen. Tegenwoordig timmert the godfather van de stonerrock vanuit de Californische woestijn met rake klappen aan een solocarrière. Met The Coyote Who Spoke in Tongues gaat Garcia de akoestische toer op en het resultaat mag er zeker wezen.

 

Het album telt negen unplugged songs, afwisselend nieuwe en oudere tracks die voor de gelegenheid gestript werden. De ronkende stonerriffs ruimden plaats voor fijne uitgebalanceerde gitaarlijnen. In tegenstelling tot het bekende Looney Tunes-figuurtje Wile E. Coyote mist deze prairie wolf zijn start niet. Met Kylie, dat als voorsmaakje al gelost werd, stuiven Garcia en co strak uit de startblokken. Deze track was er al sinds de opnames van zijn vorige titelloze soloschijf (2014) maar haalde toen het eindresultaat niet. Volgens Garcia klinkt ze akoestisch nog beter dan het origineel en wie zijn wij om hem tegen te spreken. Dit is oerdegelijk materiaal dat eender welke zandstorm met het stofdoekje voor de mond moeiteloos overleeft. De opmerkelijkste song van de hele plaat is de herwerkte versie van Green Machine. Deze verschroeiende stonerklassieker bij uitstek werd vijfentwintig jaar na datum opnieuw opgenomen met een tegengestelde versie als uitkomst. Qua volume en intensiteit kunnen beide versies niet verder uit elkaar liggen. Ook de The Hollingsworth Session hoort met een machtig mooie compositie bij de beste van de hele roedel. Een onheilspellende gitaarlijn bekruipt ons als de eenzaamheid in een verlaten rotslandschap met oranje gloed van een ondergaande zon in de nek. Garcia houdt zich niet in en zet zijn snedige stem, die na al die jaren nog geen enkel greintje panache is kwijt gespeeld, prompt op de voorgrond. Space Cadet, Gardenia en El Rodeo – drie Kyussclassics – zijn op het eerste gehoor af bijna niet meer te herkennen. Maar de magie die de monumenten van weleer oproepen is nooit ver weg. We kunnen spreken van een geslaagde schijf die niet meteen zal verdwijnen in de lade met overbodige akoestische sessies van bands en artiesten, we kennen ze allemaal, die op een bepaald moment in hun rijkelijk gevulde carrière zonder inspiratie zaten.

 

Eind maart houdt John Garcia’s Europese tournee halt in ons land. L’Entrepot in Aarlen is deze keer the place to be.

(BG)

Meer lezen...

 

The xx – I See You (4,5/5)

 

Zintuigelijke zoever van formaat

 

‘X, Stay on top but remain from the underground, X to the Z and we all in the family’ zong de grote Xzibit in 2000. Iets wat nog steeds actueel en volledig toepasbaar is op het voortreffelijke trio van The xx. De Britse indiepoprockers hebben geen enkele inleiding of voorstelling meer nodig. Ze zijn op 8 jaar tijd één van de meest toonaangevende bands van het decennium geworden en dat vooral door zichzelf te blijven en niet toe te geven aan groot opgezette composities op maat van stadiums en festivalweides. De beste songs van deze Londenaren zijn telkens opgebouwd uit een minimum aan laagjes die met vakmanschap op elkaar gelegd worden door top-DJ Jamie xx. De afwisselende vocals van Romy en Oliver passen als een puzzel van een weids landschap perfect in elkaar.

 

Wij luisteren nog steeds met enige regelmaat van de klok van onze oude videorecorder (moeha!) naar VCR, het breekbare topnummer van hun debuutplaat uit 2009. Deze song zorgt voor instant kalmte in een gestresseerd lijf en bijhorend warhoofd. I See You opent verrassend genoeg iets opgewekter dan we van hen gewoon zijn. Dangerous en vooral Say Something Loving blijven meteen hangen in het achterhoofd. Beide zoevers zijn een streling voor al onze zintuigen. Deze onverwachte start kan al ingekaderd en opgehangen worden naast het gerief dat genregenoten Beach House en Bon Iver de laatste jaren afleverden . Ook A Violent Noise en Performance houden het niveau heel hoog. Ze doen meer dan bevestigen en niet alleen met een handvol oerdegelijk nummers maar met een volledig album. De broze melodieën worden bij momenten naar de achtergrond gedrukt door de straffe stem van Romy. Ook aan Replica is er weinig op te merken. De oprechtheid golft zachtjes uit de speakers. Er is een soort echtheid aanwezig die bij groepen van hetzelfde allooi na een tijdje verbleekt of verdwijnt. On Hold die al een xx-aantal keer gedraaid werd op StuBru kreeg een plaatsje naar het einde toe. Deze single is niet het beste dat de plaat te bieden heeft. Er wordt naar hartenlust geëxperimenteerd met beats en loopkes waardoor de minimal zijn maximum bereikt. Maar voor de rest geen slecht woord over de derde gevoelige dreun England’s hottest band of the moment.

 

Deze zomer zullen ze zeker op meerdere muzikale festiviteiten te bezichtigen zijn. Allen daarheen.

(BG)

 

 

Meer lezen...

 

Satan Takes A Holiday – Aliens (3,5/5)

 

We gaan op reis en nemen mee… verduiveld goeie rock

 

Stockholm is niet alleen de bakermat van de betere nordic-noir, maar ook de uitvalsbasis van menig fameuze formatie met internationale allure. Satan Takes A Holiday is daar één voorbeeld van. Als ruwe diamant komen ze na een carrière van een dikke tien jaar beetje bij beetje piepen aan de oppervlakte van de mainstreame muziekvijver. Aliens is de vierde schijf dat het drietal het universum instuurt.

 

Neem een korreltje QOTSA en een vleugje Royal Blood samen op een bedje van Jesse ‘The Devil’ Hughes en je krijgt Satan Takes A Holiday. Het trio schuwt de rockclichés niet, maar de combinatie met een eigen sound zorgt hier en daar wel voor het nodige vuurwerk. Met de opener Good Cop Bad Cop is het meteen raak. De gitaarriffs worden gretig aan elkaar geschroeid en het bezeten mondharmonica-momentje maakt deze eerste track volledig af. Het daaropvolgende The Beat werd een maand geleden al als voorbode erop uit gestuurd. De catchy riff is van het zelfde pluimage als de fladderende gitaarlijnen die bij Eagles Of Death Metal aan de lopende band gesmeed worden. De videoclip met een Animal-achtig muppetfiguurtje in de hoofdrol is zeker ook de moeite om even te checken. Ladder To Climb swingt er ook lekker op los. Driftig gesnaar en vocals in overdrive zorgen voor een uiterst meekweelbare crowdpleaser. Iron Pipe en Born At Night zijn op hun beurt ook met zekerheid in een Stockholmse garage verwekt. De groezelige smerigheid gutst bij momenten met bakken uit de boxen. Love Me Like I Love Me en Why Don’t We Do It In The Road zouden onze laatste schifting niet overleefd hebben. Deze twee songs halen het niveau van de rest niet. Afsluiter Wrinklay is dan wel weer een stuk beter. Met goesting en overgave wordt er snedig afgesloten zoals ze een halfuur eerder begonnen zijn, rockend zonder kapsones.

 

Wij gingen mee op reis en hoorden een verduiveld goeie portie rock & roll.

(BG)

Meer lezen...
Page 1 of 5
Goto page: [1], 2, 3, 4, 5,